Dag 9 van de tienkampen (slot) Tata Steel Chess Tournament

Het Tata-toernooi zit er weer op. Nodirbek Abdusattorov werd de terechte winnaar van grootmeestergroep A, de jonge Andy Woodward bleef in groep B de “oude vos” Vasyl Ivanchuk (5 jaar jonger dan ik) een half punt voor.

Ik heb de afgelopen week nauwlettend in de gaten gehouden hoe onze clubgenoten het deden. Ik had graag positiever gerapporteerd, maar dit was overduidelijk niet ons jaar in Wijk aan Zee. Jan Vreeburg (in groep 3C) sloot zijn toernooi af met een remise tegen de winnaar van zijn groep, maar zal met zijn eindscore van 1½ punt zeker niet tevreden zijn. Lourens Willemsen (4C) wist de schade met 1½ in de laatste twee ronden te beperken, hij eindigde met 3½ punten op de 8ste plaats. Richard Breurkes kende aanvankelijk wel een goed toernooi, stond na 6 ronden op 4 punten, maar slechts een halfje in de laatste drie ronden wierp hem terug naar een plek in de middenmoot. Ook Frank Sala (8B) boekte twee nullen tot slot en eindigde met 4 punten als zevende.

In mijn groep, groep 7C, stonden na 8 ronden drie spelers op de gedeelde eerste plaats. Van hen zouden Michele D’elia en Lee Donghyun C elkaar in de laatste ronde treffen, maar helaas kon Michele door ziekte niet spelen en kreeg Donghyun het punt dus cadeau. De derde koploper Wilco Dado won van Max Cloosterman en zo deelden Donghyun en Wilco de eerste plaats en promoveren zij beiden naar groep 6 in Tata 2027.

Ik speelde in de laatste ronde tegen Hans Huson, een goede bekende van me, vast deelnemer aan het Kennemer Open. De verliezer van deze partij zou laatste worden in de groep, er zijn eervollere uitdagingen denkbaar, maar we gingen ervoor.

Na afloop zat ik er een beetje verbouwereerd bij. Hoe was het mogelijk dat ik ook deze partij nog verloren had? Een ouderwets gevalletje van prima uit de opening komen, bij iedere zet je stelling een fractie verslechteren en in het eindspel alles verknoeien. Aan het einde van het toernooi was er niet nog een klein lichtpuntje voor mij, ik ben blijven steken op de magere score van vier remises en vijf nederlagen.

Ik neem jullie mee door mijn laatste partij, een analyse die bedoeld is om vooral een therapeutisch karakter te hebben.

Dag 8 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Is schaken inspanning of ontspanning?

Als je op een middag als vanmiddag de toernooizaal bezoekt zie je uit veel ernstig kijkende hoofden, vaak verborgen tussen twee handen (naast, onder of bovenop het hoofd), continu ogen over het bord dwalen. Na afloop van een lange partij zijn sommige schakers naar eigen zeggen totaal gesloopt. Wat een inspanning, wat een moeilijk spel, wat een opluchting als de kwelling er weer op zit.

Er zijn er ook die er veel luchtiger tegenaan kijken. Zij zien het spel als een puzzeltje, overzichtelijk op de 64 velden van het bord. Geen verborgen geheimen, alles wat er is staat voor je op tafel, ze hebben uren de tijd om hun zetten te bedenken en als zij gezet hebben wachten ze rustig af tot hun tegenstander weer iets bedacht heeft, ondertussen bedenkend wat de beste voortzetting is. Zij zitten meestal wat rechterop achter hun bord, armen over elkaar of losjes op tafel, ontspannen maar geconcentreerd naar het bord kijkend.

Toch komen beide categorieën schakers heel erg overeen. Na de partij zitten ze vol verhalen over het zojuist gespeelde spel. Tegen vrienden en bekenden vertellen ze vol vuur hoe ze het paard van hun tegenstander door middel van een slimme penning wisten te veroveren en daarna de koningsstelling oprolden. Hele series van gespeelde zetten rollen over hun lippen terwijl de meeste toehoorders geen flauw benul hebben hoe de stelling was, maar wel beleefd knikken alsof ze het precies kunnen volgen. Zij zijn namelijk ook schakers.

Ik hoor, denk ik, meer bij de tweede categorie. Mijn partij duurde bijna vier uur vanmiddag, maar gesloopt voelde ik me niet. Het was een zeker een zware pot, ik stond ook heel slecht op een bepaald moment, maar hield mijn hoofd erbij, vocht voor mijn kansen, kreeg die ook en werd beloond. Ik had graag mijn eerste overwinning behaald, dat zat er helaas niet in, maar deze remise voelde wel als een overwinning. En ik geef toe, het is deze week wel eens wat minder prettig afgelopen voor me, maar ik voelde me toen niet anders. Fijn om er ontspannen in te zitten, maar ik denk wel eens, zou je niet een betere schaker zijn als je alles wat intenser beleefde. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Nadat mijn partijen in de eerste zeven ronden slechts 41, 34, 22, 34, 24, 29 en 30 zetten duurden speelde ik vandaag eindelijk eens een lekker eindspel. Op zet 64 besloten mijn tegenstander en ik wegens zetherhaling of aankomende zetherhaling (we hebben het niet eens gecontroleerd) tot remise. En daar was ik in dit geval zeer tevreden mee, want het spel was inderdaad uitgespeeld. Allebei fouten gemaakt, maar allebei ook veerkracht getoond, we waren even goed of even slecht, beoordelen jullie het maar:

 

Dag 7 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Het leuke en tamelijk unieke van de tienkampen op het Tata-toernooi is dat je in gesloten groepen speelt. Tien spelers van ongeveer gelijke sterkte spelen allemaal een keer tegen elkaar. Na een paar dagen ken je de spelers in je groep, groet je elkaar bij de voornaam, deel je schouderklopjes uit als er op het bord naast je iets moois gebeurt en vorm je zo bijna een soort gezinnetje in die grote toernooizaal, de familie 7C.

Vergelijk dat met andere 9-rondige toernooien, die allemaal in grote groepen worden gespeeld met een indeling volgens het Zwitsers systeem. Dan zijn lang niet alle partijen even intens (want de krachtsverschillen zijn groter) en je speelt soms tegen tegenstanders die je van gezicht niet eens kent, ze kunnen gisteren zomaar vijftien borden hoger of lager hebben gezeten dan jij.

Het is voor mij dit jaar niet echt van toepassing, want ik bungel al het hele toernooi onderaan de ranglijst, maar de meeste spelers zijn bij Tata in deze fase nog in de race voor een top 3-plek en dan is wat er op alle vijf borden gebeurt van belang. Iedereen is je concurrent en je weet ook dat minstens de helft van je concurrenten puntverlies gaat leiden. Wie, dat is interessant en als je zelf wint dan schiet je omhoog in de stand.

Deze vorm, gesloten groepen, is dus erg aantrekkelijk, maar organisatorisch ook erg bewerkelijk. Je kunt geen byes toestaan, het aantal deelnemers moet steeds een veelvoud van tien zijn en je hebt per groep voldoende spelers van ongeveer gelijke sterkte nodig. Zwitsers is veel flexibeler en het is dus begrijpelijk dat organisatoren meestal daarvoor kiezen.

Het systeem van gesloten groepen kom je verder eigenlijk alleen tegen in vierkampentoernooien, die om die reden ook erg populair zijn. Maar ja, dat duurt maar drie ronden en vaak maar twee dagen. Ook voor de interne competitie zou het een droom zijn om eens in een gesloten tienkamp te spelen, maar hoe krijg je een voldoende homogene groep bij elkaar en wie garandeert je dat alle spelers op negen vooraf afgesproken donderdagavonden allemaal aanwezig zijn? En waar laat je de spelers die er elke week zijn op de andere dagen om spelen? Ideeën te over, praktische problemen des te meer, maar als er iemand een goed plan heeft ben ik alvast vóór!

Terug naar vandaag. Het was al geen geweldig goed toernooi voor de vijf deelnemers van Het Spaarne, maar vandaag beleefden we qua uitslagen zo mogelijk het dieptepunt. Frank speelde remise, de anderen verloren allemaal. Ik heb natuurlijk weer niemand gesproken, dus misschien is wat er werkelijk gebeurd is wel helemaal niet zo dramatisch, maar hoe dan ook, we zijn voor de laatste twee dagen wel aan wat puntjes toe.

Mijn eigen partij verliep erg teleurstellend. Ik speelde te voorzichtig in de opening, deed daarna een paar positioneel slechte zetten, nam vervolgens te veel risico’s om weer terug in de partij te komen en werd daarvoor hard afgestraft. Kortom, slecht gespeeld, terecht verloren.