Het is altijd een verrassing tegen wie je moet in Hillegom. Het thuisspelende team wisselt veel van bord. Jan Havenaar speelde bijvoorbeeld aan bord 6 tegen Frans Arp, een partij die ook op een hoger bord uitgevochten had kunnen worden. Frans verloor overigens vanuit goede stelling. Colleen was ziek dus we schoven allemaal een bordje op. Sterkte Colleen! Joost Jansen was bereid om vanuit het verre Deventer in te vallen op bord 5. Hulde voor de inzet, maar hij verloor helaas na een op het oog mislukte opening. Loek Veenendaal op bord 1 hield vaardig een ongelijke lopereindspel remise tegen de onvoorspelbare Rudolf Kat. Sander Schilthuizen op 2 nam remise door eeuwig schaak. De partij had een andere afloop kunnen krijgen na zet 17 in de volgende stelling:
De partij met commentaar van Sander ontwikkelde zich vanaf zet 8 als volgt:
Op bord 3 trof ik Theo Bakker die mij een paar jaar geleden versloeg in dezelfde Weense opening. Ik had toen, na de partij, verbeteringen gevonden voor het witte spel, maar deze keer kwam een andere variant op het bord. Zwart gebruikte zeer veel tijd en ik kon licht spelen in een aanval die vanzelf liep.
Aan bord 4 verzamelden de toeschouwers zich in de loop van de avond bij de partij Peter Pijpers en onze onverwoestbare Leo Littel. Leo had goed gestaan, misschien zeer goed (ik heb de partij niet), maar gaf wat weg. Beiden voorzien van wat glaasjes/glazen doken een eindspel in met ongelijksoortig materiaal. Witte loper, paard en pionnen tegen een kluitje zwarte pionnen en een toren die de witte koning afsneed. Peter speelde het niet op zijn sterkst en Leo haalde met snel en geraffineerd spel in tijdnood, de witte winstkansen onderuit. Don Leo beweerde achteraf, toen wij hem complimenten gaven, vroeger altijd zo te spelen. Een remise om trots op te zijn. Het bracht de eindstand op 3½-2½ voor De Uil.
30 maart gaan we voor de laatste ronde naar Nieuw Vennep. De Vennep staat onderaan, maar geen enkel team mag je onderschatten. Ze wonnen wel van Hoofddorp en speelden gelijk tegen De Uil. Wij hebben de meeste bordpunten in de poule.
De ratings bij de uitslagen zijn die van het begin van het seizoen.
Pionneneindspelen zijn verraderlijk. Geef uw verslaggever een pionneneindspel in een blitzgame op internet en hij verliest het steevast op tempo. Ondanks de sterke uitdunning aan zetten, kun je je makkelijk verrekenen. Afgelopen donderdag ontstond er zo’n eindspel in de partij Eiselin-Schilthuizen. Omstanders meenden dat de witspeler de zege binnen handbereik had, en de witspeler zelf ook.
Een paar borden verder speelde Aad de Bruijn tegen Robert Balm. Uit de diagramstelling ontstond een interessant toreneindspel. Aad: Roberts praktische stijl van spelen botst altijd met mijn quasi-diepzinnige verzinsels. Ook in deze partij is Roberts evaluatie van mogelijke eindspelen sterk. Beiden hebben we last van ongegrond optimisme en dat werkt blunders in de hand, zoals blijkt uit het onderstaande fragment:
Terug naar het pionneneindspel Eiselin-Schilthuizen. Kijkt u even mee. Het pionneneindspel ontstond uit een dubbeltoreneindspel:
Conclusie: 29. f2-f4+ is wel grappig, maar verliezend. Wit hoeft in de uitgangsstelling (hieronder) trouwens niet te slaan op e5. Hij kan ook afwachten. Wat gebeurt er dan?
Loek Veenendaal opperde nog een andere manier waarop wit kan spelen: niet slaan op d5, a3-a4 doorzetten en dan promoveren met de b-pion. De speelwijze zweefde door mijn hoofd tijdens de partij. Dan krijg je een variant als deze:
Rest de opmerking dat dit eindspel een stuk gunstiger uitpakt voor wit met een pion op h2 in plaats van op h3, waarschijnlijk gewonnen is, is mijn inschatting, omdat de zwarte koning een omweg moet maken om pion g2 op te halen (na 39 …Kxf4).
Speelronde 8 in klasse 4D leverde Spaarne 1 de tweede nederlaag op rij op. Afgetekend. Hebben we uberhaupt wel eens een matchpunt uit Spanbroek / Opmeer / Hoogwoud mee teruggenomen? Op vier borden werden (plus)remises geboekt. Loek Veenendaal (bord 3), Paul Ruber (bord 5), Aad de Bruijn (bord 6) en bijna vaste invaller Yashin van Kesteren (bord 7) moesten zwichten voor hun tegenstanders.
Yashin had wel vrede met zijn nederlaag. Hulde aan de baard van de keizer! Tegenstander Pascal Zijlstra schotelde hem een Scandinaviër voor waarin er snel na de opening een pion voor Yashin verloren ging. Met een mooi kwaliteitsoffer opende de zwartspeler de jacht op Yashins koning.
Uw verslaggever speelde op bord 2 tegen Toine Molenaar. De opening werd een kopie van die van vorig jaar, waarin wit in de ruilvariant van het Grunfeld-Indisch terugneemt met 6. d2xc3. Dat betekende vroegtijdige dameruil, een lekkere plek voor de witte koning op c2, maar ook niet veel kans om voordeel uit de opening te persen. Toen de witspeler een zwarte zet overzag (Ld7-b5) was er werk aan de winkel om een remisehaven binnen te zeilen. Dat lukte, omdat de zwartspeler (ik) verzuimde een strategisch essentiële voortzetting te doen (e6-e5) en de witspeler daarna op ruil van een loper kon aansturen.
Op bord 4 speelde Frans Arp tegen Peter Holscher, van dezelfde generatie en waarschijnlijk al vanaf hun jeugd waren zij meer dan eens elkaars tegenstander. Met Frans’ toestemming is de partij voorzien van commentaar door Aad de Bruijn.
Op bord 6 speelde Aad de Bruijn tegen Jeroen Bakker. Aad: ik speelde geen beste partij. Het enige positieve was de scherpe omschakeling naar de schwindelmodus en die had bijna succes. Ik kwam een mooi woord tegen voor het beschwindelen van de tegenstander : krenkfnuiken, afkomstig van Eduard Spanjaard, specialist op dat gebied.
Na totaal verloren te hebben gestaan kwam rond de veertigste zet door aarzelend spel van wit, toch wat gekrenkfnuikt, onderstaand eindspel op het bord:
Een van de vier remises werd door Leo Littel bezorgd op bord 8. Hij kreeg een gesloten Siciliaan voorgeschoteld en wist in het vroege middenspel een mooie drukstelling te krijgen. Een doortastend plan (f7-f5, e6-e5) liet hij echter achterwege en na torenruil was herhaling van zetten met remise een goede keus.
Colleen Otten speelde op bord 1 een interessante opening tegen Tobias Molenaar, die echter vervlakkend werkte en vroegtijdig uitmondde in een eindspel van toren + paard tegen toren + loper, met meer dan wisselende kansen. Interessant eindspelspul! Kijkt u mee:
Na de remise van Colleen was er nog een partij bezig, die van Loek Veenendaal tegen Marc Helder op bord 3. Tussenstand 5-2. De teamnederlaag was dus al een feit en niet erg, proefde niet zuur in de mond: Spaarne 1 is met 9 matchpunten veilig voor degradatie naar klasse 5. Ik hoorde afgelopen zondag bij Langs de lijn iemand spottend constateren (Hugo Borst?) dat Ajax na de 3-1-nederlaag tegen FC Groningen in ieder geval veilig is voor degradatie (op meer dan 20 punten afstand van PSV, het puntenverschil naar de nummer 16 was kleiner in ieder geval). We zijn dus in goed gezelschap.
Zuur was de afloop van Loeks partij echter wel. Aan het begin van de middag kon hij een prachtige aanvalsstelling opbouwen, omdat het tegenstander Helder niet lukte om zijn stukken naar actieve velden te bewegen, alsook om enig tegenspel te ontwikkelen. De zwarte stelling was tot passiviteit gedoemd. Helder kon de aanval alleen maar ondergaan. Die aanval leverde Loek stukwinst op (tegen twee pionnen) in een stelling met koningen zonder enige bescherming van pionsoldaten. Wel konden de beide zware stukken van zwart (dame + toren) daardoor actief worden en leek de winstweg voor wit niet gemakkelijk. Toen Loek een cruciale pion ook aan de tegenstander liet (op veld d4) leek de stelling te kantelen naar voordeel voor zwart. In het resterende eindspel was de zwarte pionnenklont te sterk: 0-1.