Het Spaarne 1 – Kennemer Combinatie 3: 4,5-3,5 Promoveren? Nee, liever niet.

De eerste wedstrijd op een nieuwe locatie, en de laatste van het seizoen. De wedstrijd vond plaats in Heemstede, in een hybride van buurtcentrum en kinderdagverblijf te midden van robuuste bakstenen twee-onder-een-kap-woningen uit de jaren ’30, met lustig glas-in-lood. Het voelde een beetje als een uitwedstrijd. Niet qua sfeer, zeker niet. Ik was er nog nooit geweest. Goeie speelplek: je kunt in ieder geval uit ramen kijken, naar een speelplein waar een jonge vader voetbaltrucjes leert aan zijn zoon (of andersom?). Aan de muren hangen goed bedoelende schilderijen waarvan je denkt: zou ik dat aan de muur hebben willen hangen? Even over nadenken…

Goed, na de vorige wedstrijd tegen De Waagtoren 3 (4-4) doemde opeens promotie op naar de 3e klasse. Daaraan heb ik gistermiddag niet gedacht, en de anderen wellicht ook niet, wel aan het spelen van een lekkere partij. In de wedstrijd van gisteren werd er nipt gewonnen van Kennemer Combinatie 3 dat met enige invallers aantrad. Na afloop, gisteravond, toen ik thuis de website van de KNSB raadpleegde, dacht ik even dat promotie onvermijdelijk was, gelet op het aantal matchpunten (negen). Haha, nou, liever niet.

De score werd simultaan geopend aan bord 4 en bord 1. Teamcaptain Paul Neering bood tegenstandster Sacha Valster-Schiermeijer remise aan na een vluchtige blik op de andere borden. Juist op dat moment verloor eerstebordspeelster Colleen Otten zich in een tactisch slippertje dat een stuk kostte. Hieronder de korte partij, met commentaar van Colleen zelf.

 

 

Ach, het was natuurlijk een wedstrijd om de baard van de keizer, maar het valt niet mee als je als eerstebordspeelster voor even je haviksblik verliest. Paul zag na afloop van zijn partij dat hij een dikke plus had kunnen krijgen met e5-e6, Lf7-e6 en Tc5xd5. Pionwinst en zwart heeft daarna ook een toch wat verkrampte positie. Hij had spijt van zijn remise-aanbod.

 

 

Tegen een uur of vier was de strijd uitgedund tot drie borden. Vanaf mijn plek zag ik Robert Balm voor Combiteam KL2 een slechter eindspel verdedigen tegen een oud-leerling (Douwe Sternfeld). Het werd remise. Combiteam KL2 behaalde een klinkende overwinning op Caissa 5, mede dankzij zeges van Theo Kroon, Ewout Muller en Wim Hoffenaar, die losjes rondlopend even kon genieten van een gewonnen stand in een toreneindspel. Daarmee verdween het Combiteam echter niet van de laatste plaats in klasse 5E. Wel een lekkere overwinning aan het slot.

Eerder op de middag produceerde invaller Joost Jansen een geruisloze remise op bord 8, meer zat er niet in. Fer Mesman speelde een vlotte partij tegen Michiel Terwee (bord 6). Hij kwam met voordeel uit de opening – hoe Lc8 en Ta8 te ontwikkelen zonder materiaalverlies -, en toen de zwartspeler het even liet liggen (met Td5?!) won Fer een pion in een stelling die veel meer beloofde. Er verdwaalde een zwarte toren op de witte damevleugel waarna mat opdoemde. Er was een lichte hapering door gebrek aan tijd (33. Dg4 in plaats van het veel sterkere 33.De5) maar het matbeeld was er niet minder fraai om, helaas voor Michiel.

 

 

Frans Arp (bord 3) zat als een mastodont die van wanten weet – ik denk als een goedlachse herbivoor die ook wel van een goed bbq-hapje houdt (dus eigenlijk is hij een omnivoor) – achter het bord en zag zijn tegenstander, Frans van Casteren, een verkeerde keus maken waardoor Arp een dame overhield tegen een toren en een paard. Na een schaakje op d4 was verder weerstand bieden, hopen op de welbekende “vesting”, er niet meer bij voor de witspeler. Daarmee was Het Spaarne op voorsprong gekomen. Hieronder de partij met een belangrijk moment op zet 18 (notities Schill):

 

 

Plots werd de partij tussen Edward Scholtens en Aad de Bruijn op bord 2 remise. Aad zette de partij vanuit een gambiet mooi op, en toen kwam er een torenoffer op e6 (!). Hieronder de partij met kort commentaar van Aad.

 

 

Uw verslaggever speelde tegen Sybe Terwee op bord 5. We volgden tot ca. zet tien dezelfde opening als een maand of twee geleden (na een kwartier nadenken begon het mij te dagen). Met c5-c4 greep ik het initiatief om te profiteren van de ietwat ongelukkige positie van de witte dame. In een riante stellling ontglipte me echter een onnauwkeurigheid (concentratiegebrek door gemakzucht ingegeven, zoals wel vaker): 18. … Lxb2. Ik had de “terugzet” Da4-c2 overzien. Lxb2 was natuurlijk geen blunder, maar toch, zo’n blinde vlek voelt onaangenaam. Grappig is nog de variant die leidt tot een “bijna-mat”: 19 Dc2 Pe5 20. Dxb2 Pxf3+ 21. Kg2 (in de partij speelde wit Kh1) Dd5 (beter is Dxb2) 22. Dxb7 Lh3+ 23. Kxh3 Pg1+ 24. Kh4 Dh5mat. Uiteraard is Kxh3 niet verplicht.

 

 

Bleef over de partij van invaller Paul Mathot tegen jeugdspeelster Stella Honkoop (bord 7). Ze had onlangs furore gemaakt bij het NK Jeugd. Paul leek rondom de veertigste zet ook niet kansloos met verbonden vrijpionnen op de e- en f-lijn, anderzijds had de witspeelster een vervelende penning van een paard op g7 in het vizier. Ze wist, ondanks tijdnoodperikelen vlak voor de veertigste zet, het eindspel van torens en paarden naar zich toe te trekken. Eindstand 4.5-3,5.

Daarmee kwam Het Spaarne op negen matchpunten. Lang niet vertoond! Gefeliciteerd, maar die promotie zit er gelukkig niet in voor ons knoeiersteam. Daarvoor zijn we zo’n beetje de slechtste nummer twee uit de vierde klasse.

 

(Schill)

De Waagtoren 3 – Het Spaarne 1: 4 – 4 Goeiige knoeiers (zaterdag 23 april 2022)

Schaakclub De Waagtoren uit Alkmaar heeft sinds enige maanden een nieuwe speellocatie: wijkcentrum Overdie in het zuiden van de stad. Wederom speelde Spaarne 1 daardoor een uitwedstrijd in een jaren-60-wijk, of nou ja, een beetje jaren-70-wijk is Overdie ook, en als je goed kijkt is de wijk “ingebreid” en opgeleukt in de decennia daarna, zoals met dat nieuwe wijkcentrum, een gebouw dat zelfs op een zonnige zaterdag in april bruist van activiteit.

Het zou mij niet verbazen als er een verband is tussen “jaren-60-wijken” en “schaakwedstrijden” en daarom zou ik ervoor willen pleiten dat onze wedstrijdleider extern bij de bond erop gaat aandringen dat de indeling van de vierde klasse niet langer regionaal is, maar landelijk, zodat het mogelijk wordt dat er ook uitwedstrijden in Overvecht (Utrecht) en Escamp (Den Haag) plaats gaan vinden. Escamp is de parel onder de jaren-60-wijken, het kroonjuweel van het Nieuwe Bouwen, mooier dan de Bijlmer. (Een niet met een Nobelprijs bekroonde Haarlemse schrijver zou nu vanuit zijn graf kunnen kraaien: zo zie je maar weer, alles heeft met alles te maken.)

Goed, we kwamen daar om te schaken, niet om een voorliefde voor betonnen prefab bouwelementen en non-descript openbaar groen te botvieren. Misschien werd het daarom wel een gelijkspel, wederom, en geen overwinning. Nee, het was erger dan dat. Dankzij een late zege van Frans Arp werd een achterstand ongedaan gemaakt die eerder op de middag was opgelopen door nederlagen van teamcaptain Paul Neering en Aad de Bruijn.

Paul Neering (bord 5) veroverde in de opening een pion, maar de zwartspeler (Chaim Bookelman) kreeg daarvoor een voorsprong in ontwikkeling terug. Paul speelde die fase, late opening en vroeg middenspel, geconcentreerd. Toch ging er iets mis, ik heb niet gezien wat.

Eerder op de middag had Fer Mesman de score geopend. Zijn klok deed raar. Die bleef lopen als Fer die had ingedrukt. Hij had het pas na enige tijd door. Zijn tegenstander (Jawdat Adib) vond dat ongemakkelijk, ondanks een ruimhartige bijvulling in tijd van de wedstrijdleider (een uur, als ik me niet vergis), en bood remise aan.

Aad de Bruijn kreeg tegen Ruud Nieuwenhuis een ruige Franse stelling op het bord die op het oog een snufje gunstiger leek voor zwart. Er stond een witte pion op h7, anderzijds een zwarte collega op c3. De witte koningsvleugel leek vleugellam en pion h7 stond op vallen. Toen ik opkeek van mijn bord was de zwarte dame plotseling van het bord verdwenen in ruil voor een toren en stond er een zwarte pion op b2 die echter spoedig zou worden weggesnoept door een witte loper. Had Aad zich verrekend? Nou ja, de witspeler maakte de partij uit met een schijnoffer op b7 en Aad schudde hem de hand.

Zo keek Het Spaarne tegen een achterstand aan van twee punten. Op de overgebleven borden stonden stellingen die de objectieve toeschouwer niet als veelbelovend zou omschrijven, eerder als remise-achtig, of met weinig goede muziek erin.

Uw verslaggever kreeg op bord 3 weinig voordeel uit de opening. Daarin koos hij voor een pionnencentrum c3-d4-e4. De zwartspeler zette druk op pion d4, ofschoon er een bijna kreupel paard stond op c7, en niet op c6. Dat paard kon wegspringen naar b5 en lonken naar die centrumpion op d4, en naar veld c3. Wat te doen? Een pion op a4 zetten, zoals de engine na afloop ongegeneerd aangaf? Nee, niet gedaan. Er volgde dameruil en een remiseaanbod van mijn kant op een moment dat het initiatief naar de zwarte kant dreigde te kantelen. De zwartspeler (Bert Buitink) wilde nog even een paar zetten doen, hopend dat zijn meerderheid op de damevleugel gevaarlijker zou worden dan de witte meerderheid in het centrum. Met beheersing speelde ik het eindspel naar remise door herhaling van zetten. De zwarte pion op a4 kon ook zwak worden, er was geen doorkomen aan, voor zowel wit als zwart.

Yashin van Kesteren, die Paul Ruber verving, verkreeg op bord 7 met wit een Benoni-achtige stelling waarin zwart verkrampt kwam te staan door de onmogelijkheid van tegenspel op de damevleugel. Yashin liet het voordeel echter glippen, zoals hij na afloop liet zien, en plaatste een goed getimed remiseaanbod, dat met het oog op tijdgebrek door zijn tegenstander werd aanvaard.

Maar er kwam een ommekeer in de stand, gelukkig voor ons (ook al kan er geen team meer degraderen uit deze 4e klasse E, het is toch prettig punten te blijven sprokkelen, al was het maar om de eer, of om de wil iets uit een stelling te halen.)

Colleen Otten speelde moeizaam tegen Rob Freer op bord 1. Moeizaam was het zoeken naar enig voordeel of naar een aanknopingspunt voor een aanval tegen de zwarte koning, ondanks het bezit van een geïsoleerde pion op d4. Er verdwaalde een toren op h3 (in het kader van remise proberen te ontlopen door risico’s te nemen). Ze verbruikte veel tijd en zwart kwam allengs beter te staan, totdat de zwartspeler een lelijke zet ontglipte die pion e6 in een klap zwak maakte (f7-f5). Even later volgde een blunder. Colleen incasseerde het punt en de zwartspeler was om begrijpelijke redenen na afloop even niet aanspreekbaar.

Leo Littel speelde op bord 4 tegen Alex Albrecht. Hij kwam zonder veel problemen uit de opening. Echter, veel muziek was er voor beide kleuren niet uit de stelling te halen en toen er een lopereindspel op het bord stond werd er ondanks een remiseaanbod van Leo nog even doorgespeeld voordat de vredespijp werd aangestoken.

Tot slot: terwijl deze of gene zijn of haar partij in de analyseruimte onder de loep aan het nemen was, voerde Frans Arp zijn partij naar winst en trok daarmee de score gelukkig gelijk. In het middenspel meende zijn tegenstander (Max Hooijmans) twee inactieve lichte stukken te kunnen ruilen tegen een toren en nog een pion (of twee). Daardoor verwierf Frans het loperpaar dat in het eindspel een vrije d-pion bijna moeiteloos kon ondersteunen op weg naar promotie. Een witte toren kon niet al te veel uitrichten op de zevende rij. Frans wist de witspeler te dwingen om zijn toren te offeren tegen die d-pion en de “verkeerde” loper, waardoor de winst niet meer moeilijk was.

Derhalve: 4-4! Voor de vierde keer. Met zeven matchpunten op de derde plek, wat een weelde. Het is lange tijd geleden dat promotie lonkte (dat woord hoorde ik opduiken, zaterdag of in de dagen ervoor), maar dat gaat nooit gebeuren met Aartswoud als gedoodverfde kampioen. Het verschil met de nummer acht, Volendam, is slechts drie matchpunten, dat zegt al genoeg. En als we wel onverhoopt zouden promoveren, dan zouden we tegen beter weten in in een langdurige schaaklockdown moeten gaan, een lange zomer lang, aangemoedigd door gepassioneerde trainers. Maar dan nog, we zouden nog steeds niet zien waar de essentie ligt. We blijven knoeiers, maar wel goeiige knoeiers.

(Schill)

Glimmend asfalt Purmerend N1 – Spaarne N1 4-4 (donderdag 11 november 2021), verslag Sander Schilthuizen

Op weg naar Purmerend werd ik gebeld door een goede vriend.

Zit je in de auto?

  Ja, ik moet schaken in Purmerend en heb er helemaal geen zin in.

De nieuwe lockdown was nog niet afgekondigd, maar zat eraan te komen, zoals een droge strot een hevige verkoudheid aankondigt. Met dien verstande: corona is different cook. Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken (een avondpartij kunnen spelen), maar mijn gebrek aan zin had vooral te maken met het schrikbeeld van een monsterpartij die om half een ’s nachts eindigt (in verlies). En ik had andere dingen aan mijn hoofd. Maar goed, om teamcaptain Neering uit de brand te helpen had ik vorige week ingestemd met deelname. En het is een leuk team.

Mijn vriend vroeg hoe het met Plasmans ging.

  Met wie? Plasmans? Ik ken alleen Zaagmans, zei ik.

  En met Plasmans gaat het wel goed, geloof ik.

Het bleek een term te zijn die Gerard van ‘t Reve te pas en te onpas heeft gebezigd. Mijn vriend zit beter in de Reve-citaten dan ik. Ik ken er maar twee: 1. Hoe gaat het? Slecht, maar verder gaat het goed. 2. Drink nooit meer dan strikt noodzakelijk. Het eerste citaat heb ik regelmatig gebruikt, het tweede wat minder vaak.

Ik maakte een eind aan het telefoongesprek, want de afslag bij Purmerend naderde. Ik wilde niet verkeerd rijden en te laat komen. Onderaan de afslag naar links, verderop bij het stoplicht naar rechts, dan lang doorrijden door een trieste wijk uit de jaren ’60 (je rijdt dan over de Doctor J.M. Den Uijllaan, hoe vooruitstrevend is dat?), over het spoor meteen links. Aan je linkerhand zie je dan station Purmerend Overwhere liggen, rechts de flat die ik jaren geleden inschatte als een combinatie van een woonoord voor bejaarden die slechter ter been zijn geraakt, en van een wijkcentrum waar je kan gaan bridgen. Of schaken. Mooie speelplek.

Ik herinner me dat een jaar of zeven geleden hier een soort wederopstanding van Spaarne 1 ontstond, in ons eerste jaar in de promotieklasse (2013-2014), na die verschrikkelijke 0-8 tegen Aartswoud of Heerhugowaard. Dat was op een gure januaridag (niet die 0-8). Purmerend 1 speelde toen tegen Wageningen 1, met Afek en Timman in de gelederen. Timman had toen zijn arm gebroken, of zijn pols, maar hij won wel. En Spaarne 1 won ook, op haar bescheiden niveau, met 3,5-4,5.

Het asfalt glimde me tegemoet, stoplicht na stoplicht. Portiekflats gleden voorbij in oranje licht, daarna rijtjeswoningen en allerlei karakterloze bedrijfspanden, met brandende logo’s aan hun muren. Daar staat heel Nederland vol mee, dus ook Purmerend, die verschraalde groeikern. Ik zag plots oude bebouwing van rond 1900 opdoemen. Heeft Purmerend een oud centrum? Dat wist ik niet. Ineens bedacht ik  waar de naam Purmerend vandaan komt.

De routeplanner gaf aan dat ik moest omkeren. Potverdepotver. Verkeerde adres ingetoetst. Het achtuurjournaal van radio-1 klonk al op. Het demissionaire kabinet overweegt een lockdown van …. Omkeren, ergens stilstaan en botweg station Purmerend Overwhere intoetsen. Dat hielp.

Vorig jaar mei ben ik een keer met een andere vriend die me weg wilde brengen naar station Amersfoort Centraal verdwaald, mede dankzij de routeplanner. Het maakte niet uit wat we deden: de bestemming Amersfoort Centraal intoetsen op mijn telefoon of op zijn telefoon (hij had net een andere routeplanner). We bleven in rondjes rijden, om het centrum heen, een half uur lang. Er waren allerlei wegversperringen vanwege de corona-lockdown.

Er is iets met routeplanners dat me niet bevalt. Mijn richtingsgevoel raakt erdoor aangetast.

Verdwaasd kwam ik binnen, mondkapje in de hand. Mijn klok zei: 1:37. Ah, slechts drie minuten verloren in mijn “favoriete” speeltempo. Handen schudden met mijn tegenstander, of eigenlijk: de knokkels tegen elkaar. Rob van Someren.

Rob van Someren (1906) – Sander Schilthuizen (1825)

Ik raakte in een paar minuten verzeild in het Blackmar-Diemer-gambiet: 1 d4 Pf6 2 Pc3 d5 3 e4 de4 4 f3 ef3 5 Pxf3 e6 6 Ld3 Le7 7 0-0 0-0 8 Lg5 Pbd7 9 De1 h6?! 10 Ld2

Natuurlijk! Wat een gedachteloze zet, dat h7-h6. Nu moest ik in de denktank. De witspeler heeft precies de stelling die hij wil. Nu zit er te alle tijden een loperoffer op h6 in. Stond ik na een rit van drie kwartier alweer verloren? Pessimisme gloorde op.

Ondertussen 1

Met enige jaloezie keek ik naar de stelling op het bord naast mij. Leo Littel had vanuit een Catalaanse opening een riante stelling verkregen. Zwart had een versplinterde pionnenstructuur (isolani op d5, f7-f6), ontwikkelingsachterstand en een koning die via d8-c7-b7 naar a6 moest vluchten. Leo kon al aan matbeelden gaan denken.

Ik had tot nu toe geen tijd gehad te kijken bij de andere borden en in het navolgende, ondertussen 2, zijn mijn indrukken beperkt, wellicht onjuist en oppervlakkig.

Na 20 minuten besloot ik tot het quasi-diepzinnige 10 …Kh8, een zet die door mijn engine slechter wordt beoordeeld dan het oorspronkelijk geplande 10 …c5.

  1. …. Kh8 11. Pe5 (ik verwachtte hier 11 Dh4) c5

 Hier ging mijn tegenstander langer denken. Ik maakte een rondje langs de borden.  

12. Lxh6

Een mokerslagje. Ik liet weer een dik kwartiertje wegtikken. Aannemen van het offer leek me niet aanlokkelijk. Dan kreeg ik een verkrampte positie met slecht opgestelde stukken. Je hoeft maar een foutje in de verdediging te maken en wit vloert zwart.

De engine geeft een leuke variant: 12 …gh6 13 Dh4 Kg7 14 Dg3+ en als zwart nu eeuwig schaak uit de weg gaat krijg je: 14 ….Kh8 15 Dh4 Pg8 16 Txf7 Txf7 16 Pxf7+ Kg7 17 De4 Kxf7 18 Dh7+ Kf8 20 Lg6 en wit wint.

Dit had ik allemaal niet gezien. Wel een inslag met het paard op f7. Mijn intuïtie zei: ga actief verdedigen en opletten dat wit niet kan profiteren van de zwakte op de diagonaal b1-h7. Dat is beter dan het stuk te pakken.

12 …. Pxe5 13 de5 gh6 14 ef6 Lxf6 15 Pe4 Lg7 (nee, b2 negeren!) 16 Td1 Dd4+ 17 Kh1 b6?

Hier had wit kunnen profiteren van mijn zwakke diagonaal met 18 Pd6! Na 18 …. Dxd6 volgt 19 De4 met matdreiging en aanval op Txa8. De engine geeft: 19 ….f5 20 Dxa8 Dxc7 21 Df3 Lxb2 22 Lc4 (+0.51).

18 c3? De5 19 Lc2?! Geeft zwart de gelegenheid om met tempowinst Lc8 te ontwikkelen. 19….La6 20 Tf3?! f5

 21 Pd6?! Het paard raakt ingesloten. Het lijkt sterk, maar is het niet.

 Ondertussen 2

Leo maakte een fout en kwam plots verloren te staan. Ik zag hem bijna wit wegtrekken. Een zwarte pion stond op c3. Had hij zijn paard, dat op c3 stond, geofferd? De stelling was niet meer te redden. Met een dame-offer kon de zwarte pion promoveren via b2-b1, en dan nog de witte toren ophalen. Hij koos voor Td1, maar dat verloor ook.

Pim Abbestee kwam ik bij een tweede loop tegen met een biertje in de hand. Opgetogen. Remise, tegen een sterkere tegenstander, maar dat weet je nooit tijdens de partij zelf, tenzij het een GM of IM is. Dus goed gespeeld!

Loek Veenendaal speelde een interessante partij met wit tegen Pieter Hopman. Met een peinzende maar ook vastberaden blik loerde hij over het bord. Op het bord stond iets Caro-Kann-achtigs, vermoed ik, waarbij Loek ontwikkelingsvoorsprong had verworven. Er verdwaalde een zwart paard op c1, maar dat was ingesloten en zwart moest moeite gaan doen de beste zetten uit de mouw te schudden, ondanks het aanzienlijke verschil in speelsterkte, om gelijk spel te bereiken, zo was mijn oppervlakkige inschatting.

Paul Neering zag ik op bord 7 zijn loper naar b6 spelen – dames geruild – waarmee de zwarte stelling werd ingesnoerd. Dat zag er veelbelovend uit. Jeroen Loos zat in een op het oog gelijkstaand eindspel met ieder twee lichte stukken en een bundeltje pionnen aan beide kanten. Aad de Bruijn (bord 2) speelde met zwart zijn geliefde Frans, maar stond materiaal achter op de damevleugel. En zijn positie oogde ietwat verkrampt, met weinig ruimte. (Ga iets dynamisch spelen, Aad, Siciliaans bijvoorbeeld of iets uit de grabbelton e4-e5. Dat past veel beter bij jouw speelstijl dan dat verdomde Frans – altijd maar weer die kreupele Lc8! J). Joost Jansen tenslotte stond ook niet slecht, maar zag ik even later een stuk verliezen tegen een goede jeugdspeler, zoals Joost zijn tegenstander later omschreef (Romayn Brandsma). Hij speelde nog even door.

21….. Dxe1? A tempo gespeeld en te gretig, ik miste het simpele Le2 – daarom is Tf3 niet goed 22 Txe1

Hier zat ik me te verbijten over de domme dameruil. Op het geplande Tad8 volgt Txe6 en is het wit die de boventoon voert. Negen minuten nagedacht en er doemde een variant op die long and wrong zou kunnen zijn, maar dat niet was:

22 … Tf6 23 Tfe3 Td8 24 Txe6 Tdxd6 25 Txd6 Txd6 26 Te8+ Lf8 (!) (nu eens even verder gekeken dan mijn neus lang is – Kh7 Lxf5mat) 27 Txf8+ Kg7 28 Txf5?

Tot zover had ik gerekend toen ik tot 22. ….Tf6 besloot. Hier had ik in de vooruitberekening voor wit ook Tf8-a8 gezien als sterkere zet. De engine geeft dat ook aan: 28 Ta8 Lc4 29 Txa7+ Kg6 30 Kg1 Td2 31 Lb3 Ld3 32 Tf7+ Kg5 33 Ld5 Kf4 34 h3 Txb2 35 a4 c4 36 Th7 Tc2 37 Txh7 Txc3 met winstkansen voor zwart. Of dat allemaal zo op het bord zou zijn gekomen is de vraag!

Maar ik dacht pragmatisch: dit is voor zwart in ieder geval speelbaar, mijn stelling raakt bevrijd, met initiatief. Tf8xf5 ligt voor de hand maar verliest een stuk. Ik had hier nog zeventien minuten.

28 … Td2 29 La4 Ld3 (!) 30 Td5 b5 31 Txc5 ba4 32 Kg1 Txb2 33 Tc7+ Kg6 34 Txa7 Txa2 en zwart won.

Slot

Mijn tegenstander feliciteerde me en ik gaf hem een biertje. We praatten even na over de partij, zonder bord. Een uitzending van Op1 stond aan. Ik zag weer de oranje banken die je ook in een onpersoonlijke treincoupe zou kunnen stoppen, zogenaamd warm. Het liep al tegen elven. Ik ging terug naar de speelzaal om het restant van de zitting te aanschouwen.

Joost Jansen had zijn partij opgegeven en Paul Neering had zijn wurgstelling tot winst gebracht: zijn torens kwamen binnen op de zevende rij en toen was het klaar. Het stond 2,5-2,5. Aad stond verloren, een stuk en nog een pion of wat achter. Echter, Jeroen Loos won plots zijn eindspel met lichte stukken, omdat tegenstander Vladimir Bartels de boel wilde forceren. Had Jeroen onlangs niet hetzelfde gedaan: een stelling forceren en de pin op de neus gekregen? Hij ging tevreden buiten een sigaret roken.

Aad gaf op, na alle weerstand geboden te hebben die mogelijk was. Loek, tenslotte, bereikte tegen Pieter Hopman, na een afwikkeling, een toreneindspel met een pion meer op de koningsvleugel (twee tegen drie). Er werd tot remise besloten, een geweldig resultaat!

Aldus 4-4.

En terug naar huis, langs al die lelijke snelwegen.

Boven IJ – Combiteam KL (KNSB klasse 5E, 2021-2022; verslag: Ewout Mueller)

Afgelopen zaterdag was het idyllische uitzicht vanuit de speelzaal op het zwanenmeer helaas meestal mooier dan het uitzicht op ons bord. Kijkend naar de opstellingen in deze ronde, blijkt dat we nu al tegen het sterkste team hebben gespeeld, en we hebben helaas niet kunnen verrassen. Het werd 2-6, en dat was ook zeker wel een terechte uitslag, maar in het begin was het echter nog niet zo eenzijdig, ik zag op de meeste borden nog wel aardige (en interessante) stellingen, maar zoals wel vaker bij zulke grote ratingverschillen, valt dan later vaak toch het kwartje de (voor ons) verkeerde kant op.
Speciale vermelding voor Robert, die een sterke tegenstander knap en, voor zover ik heb gezien, zonder problemen op remise hield. En Theo had een eindspel met een plusje voor elkaar gekregen, maar hij kwam er uiteindelijk na lang (eigenlijk te lang) proberen niet doorheen.
Jammer voor Jan, hij had volgens mij nog wel een prima stelling in de opening, tegen ook een sterke tegenstander, maar ergens was daar in korte tijd iets helemaal fout gegaan. Peter Z. was al snel het initiatief kwijt en had een erg lastige partij, en als de tegenstander goede zetten blijft spelen is dat vechten tegen de bierkaai. Henk leek een stuk te winnen, maar niet veel later was het toch wel erg complex en gevaarlijk geworden allemaal, en bleek dat uiteindelijk teveel (tegen, alweer, een sterke tegenstander). Zelf kwam ik met een concreet voordeel uit de opening (gebeurt me niet vaak, meestal verpruts ik het al snel ergens en zit ik de hele middag te zwoegen), en afgezien van een hardnekkige en goed gevonden terugvechtzet van mijn tegenstander, lukte het me uiteindelijk gelukkig toch om van de onveilige koning te profiteren, dus kon ik samen met Robert en Theo nog iets van onze eer redden.
Rating
Rating
Sassen, P.T. (Peter) 1721 Mueller, E.W.J. (Ewout) 1923 0 – 1
Tetteroo, E. (Eric) 1964 Kroon, T. (Theo) 1839 ½ – ½
Gieske, J.H. (Han) 1942 Koopman, J. (Jan) 1574 1 – 0
Lindeman, R. (Richard) 1888 Zeelenberg, P. (Peter) 1522 1 – 0
Dijk van, R.G. (Ron) 1854 Abbestee, W.G. (Pim) 1626 1 – 0
Gijsen, G. (George) 1838 Bergshoeff, G. (Bert) 1491 1 – 0
Groenenberg, H. (Huub) 1795 Balm, R. (Robert) 1482 ½ – ½
Koevoets, M.A.C. (Rinus) 1736 Post, H. (Henk) 1359 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1842 Gemiddelde Rating: 1602 6-2

Vliegende start eindigt in mineur (Aartswoud-Het Spaarne, KNSB klasse 4E, 2021-2022; verslag: Paul Neering)

Zaterdag 9 okt Hoogwoud

Daar gingen we weer … op naar Hoogwoud, daar waar de gewassen op uitgestrekte landerijen wachten op langdurige regenval om te kunnen groeien en bloeien. Een paar kerktorens in de verte om aan te geven dat er woonkernen omheen staan. Ik heb rustige grazende koeien gezien, en een paar schamele verkeersborden om auto’s de goede richting op te sturen. Maar de naam Hoogwoud kwam er nauwelijks op voor. Ik dacht even: bestaat Hoogwoud eigenlijk wel? Ik zat in een auto uit de vroege jaren nul, zonder navigatie, en meende de weg nog te kennen uit het verleden. Nou ja, met
enige vertraging kwamen we op de locatie aan. Lekker zonnig weer, goede moed op de heenweg en toch lichtelijk bevreesd om bij de terugtocht bliksem en inslag te ervaren.
Want inmiddels is het een bekend gegeven. Voor ons, spelers van Het Spaarne, regent het altijd in het vierde speeluur. Deze keer moesten we maar liefst vier nullen op een rij wegslikken. Terwijl we zo goed waren begonnen.
Want een vliegende start hadden we … Op bord 1 kwam ik een glunderende Colleen Otten tegen die in het Frans een eenvoudig valletje had opgezet voor de met zwart spellende Marc Helder. Allemaal bekend bij mij… was de reactie van Marc na afloop, al zeker zes keer tegen mij gespeeld op chess.com en ik stink er telkens weer in. Met de gewonnen pion in de zak en een betere stelling was de rest van de partij een formaliteit. Een vol punt voorsprong!
Intussen had ikzelf, op bord 8 tegen Jan Stapel, een dikke plus uit de opening met zwart meegenomen naar het middenspel en dat zag er veelbelovend uit. Maar nadat ik in een voor de hand liggende aanvallende stelling de zet Pe4 niet had gezien (waarna vier zetten diep een kwaliteit voor
het oprapen lag) verzandde de partij en werd tot remise besloten. Jammer voor mij, maar er was meer goed nieuws.
Op bord 4 speelde clubkampioen Aad de Bruijn een romantische partij schaak uit vervlogen tijden tegen Rob van den Heuvel die uit hetzelfde hout was gesneden. Ronduit spectaculair spel van beide spelers, met spitsvondigheden dat ik als 1700-speler met bewondering aanschouwde. Met gereduceerd materiaal probeerde Rob Aad mat te zetten. Door zeer creatief te spelen wist Aad dit te voorkomen en, tot volle tevredenheid van uw verslaggever/ teamcaptain, een dik punt toe te voegen aan ons totaal. Ik heb er zelfs bij de wedstrijdleider van Aartswoud voor gepleit om deze partij twee punten toe te kennen. Dit werd echter geweigerd vanwege het reglement… jammer!
Toen Paul Ruber op bord 2 ook nog eens de volle winst naar binnen trok (met zwart tegen Toine Molenaar, na eerst remise te hebben aangeboden) was de tussenstand 0.5 – 3.5 in ons voordeel.
Zo … wie doet je wat? Dan denk je: uit de resterende vier partijen valt nog wel een puntje onze kant op, toch? Een halfje dan? Nee, we weten het inmiddels wel, het vierde speeluur was begonnen en die jongens van Aartswoud zijn geen koekenbakkers. Wij van het ’t Spaarne, met spelers als Sander Schilthuizen, Frans Arp, Leo Littel en Fer Mesman nog in de running, slikten een bittere pil… Hun tegenstanders: Jeroen Bakker, Tobias Hendriks, Peter Holscher en Pascal Zijlstra, voorwaar geen kleine jongens met stuk voor stuk hogere ratings, sloegen keihard toe.

Weer verloren van Aartswoud! Daartegenover stond dat het gezellig was na afloop bij de bar waar uw verslaggever direct aangaf het volgend jaar met een beter tactisch plan te komen teneinde de ban te doorbreken.
Op de terugweg begon het te regenen en het klaarde weer op in Haarlem.

Rating
Rating
Helder, M.J.G. (Marc) 2092 Otten, C.J. (Colleen) 2016 0 – 1
Molenaar, A.J.M. (Toine) 1880 Ruber, P.J.P. (Paul) 1928 0 – 1
Bakker, J. (Jeroen) 1987 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1847 1 – 0
Heuvel van den, R. (Rob) 1910 Bruijn de, A. (Aad) 1868 0 – 1
Hendriks, T.C. (Tobias) 1944 Arp, F.L. (Frans) 1920 1 – 0
Holscher, P.A.C. (Peter) 1960 Littel, L. (Leo) 1903 1 – 0
Zijlstra, P. (Pascal) 1802 Mesman, F.D. (Fer) 1721 1 – 0
Stapel, J. (Jan) 1821 Neering, P. (Paul) 1709 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1925 Gemiddelde Rating: 1864 4½-3½

SPAARNE 1 vs HWP 3 (KNSB klasse 4E, 2021-2022; verslag: Paul Neering)

Afgelopen zaterdag, na een lange periode van stilstaan, kwam de externe competitie weer op gang. Het denksportcentrum plaats van handeling waar nu eens niet de schakers de overhand hadden maar de dammers. Hierdoor zaten de 16 matadoren in de zaal achterin met anti corona spatschermen bedoeld voor bridgers. Dus toeschouwers konden aan de zijkant van de partijen meekijken vanwege de twee diagonalen kruiselings vast gemonteerde transparanten platen boven de borden. Een bizar gezicht maar gelukkig klaagde niemand hierover en geen toeschouwers aan de zijkanten gezien.

Het was wennen voor de meesten om weer een lange partij te spelen en dat geldt voor ons team als voor onze tegenstanders. Het moeilijke  wennen kwam tot uiting toen Koos Stolk, wel gewaardeerd medewerker van de KNSB,  pardoes in het tweede uur al, een stuk blunderde waardoor onze Frans Arp op bord 4 direct een punt voor ons team kon bijschrijven. Ook keek ik verlekkerd naar bord 3 waar Sander Schilthuizen tegen Pieter Jan Morssink een pion had weten te bemachtigen. Sympathiek team trouwens dat derde van HWP te Haarlem. Wel altijd een directe concurrent voor ons als we de rekening gaan opmaken aan het einde van de rit. Super spannend was het op bord 6 waar onze supersub Yashin van Kesteren speelde. Ik, als teamcaptain, hield mijn hart vast vanwege het buigen of barsten spel die onze jongeling ten toon spreiden. Tegenstander, de ervaren Adrie Pancras, moet het lastig hebben gevonden, had niet het totale antwoord en ging ten onder. Maar de 2-0 voorsprong werd al snel teniet gedaan doordat onze Fer Mesman op bord 7 spoken zag ….  tegenstander Sjoerd van Raaij had daar helemaal geen last van, won uiteindelijk een paar pionnen. Fer probeerde het een klein uurtje om de gaten te dichten maar gaf tenslotte op.

Inmiddels een terechte remise op bord 5 tussen Leo Littel vs Frank Homburg en ook nog een op bord 8 tussen uw verslaggever en Bart Stam.

Lichte teleurstelling toen bekend werd dat Sander de winst had gemist en zijn pion niet verzilverd. Remise als resultaat. En toen, als donderslag bij heldere hemel, dreigde teamverlies. Toen werd  bekend dat onze kopvrouw Colleen Otten, na een eerder remiseaanbod van de heer Kubbenga, een stuk moest geven voor twee pionnen. Niet genoeg en de tussenstand op 3.5 – 3.5.!!

Nog een partij aan het spelen op bord 2. Onze clubkampioen Aad de Bruijn tegen Allard Ligteringen.

Lange tijd staat Aad een pion voor maar tegenstander heeft ruim compensatie door actief spel en het materiaal draait om.. Allard een pion voor. Gelukkig ongelijke lopers waardoor Aad na 5.5 uur spelen een halfje binnenhaalt. Pff ..  eindstand 4 – 4

… volgend uitwedstrijd Aartswoud, daar, in het noorden…

Paul Neering

PS  Met dank aan de wedstrijdleider Joost Jansen … geen enkel confict heeft zich voorgedaan!

Rating
Rating
Otten, C.J. (Colleen) 2033 Kubbenga, M.H.A. (Michael) 1890 0 – 1
Bruijn de, A. (Aad) 1866 Ligteringen, A. (Allard) 1912 ½ – ½
Schilthuizen, A.P. (Sander) 1824 Morssink, P.J. (Pieter Jan) 1961 ½ – ½
Arp, F.L. (Frans) 1909 Stolk, J.J. (Koos) 1764 1 – 0
Littel, L. (Leo) 1904 Homburg, F.H. (Frank) 1863 ½ – ½
Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1809 Pancras, A. (Adrie) 1835 1 – 0
Mesman, F.D. (Fer) 1731 Raaij van, S. (Sjoerd) 1818 0 – 1
Neering, P. (Paul) 1713 Stam, B. (Bart) 1807 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1849 Gemiddelde Rating: 1856 4-4