Open Kampioenschap van Hillegom 2025. Na de derde ronde.

In november en december wordt op zes vrijdagavonden en een zaterdagmiddag het Open Kampioenschap van Hillegom gespeeld in Eetcafé Zomerzorg.

Dit jaar is het wat zwakker bezet en ook het aantal leden van onze club dat meedoet valt wat tegen. Colleen Otten, Sander Schilthuizen en Frans Arp, om een paar namen te noemen, hebben ooit meegedaan, maar dit jaar moet het van Leo Littel en mij in de A-groep en Bert Bergshoeff en Richard Breurkes in de B-groep komen. De strijd is open en er zijn al enkele verrassende uitslagen genoteerd.

De derde ronde is gespeeld en wij doen het goed. Het dubbellid  van Het Spaarne, Richard Breurkes, speelde in de 3e ronde deze woeste en inspirerende aanvalspartij. Ik heb  commentaar toegevoegd.

Bert Bergshoeff doet ook al heel lang mee. (Hoeveel jaar Bert?)

Zijn partij, die hem op 2½ uit 3 brengt:

En dan komen we bij Leo Littel. Onze nachtelijke wandelingen door verlaten Hillegom terug naar het nog verlatener station, om diep in de zaterdagochtend thuis te komen, ik in Haarlem, hij nog verder in Amsterdam zullen we maar legendarisch noemen. Hij nestelt zich met twee winstpartijen in ronde 2 en 3 (+ bye in de eerste ronde) in de top. Dit is zijn partij tegen Martin Zegstroo, een oude bekende van Leo.

Ach, we zijn nog niet op de helft, er staan sterke spelers onder ons  en eerste gewin is kattengespin, maar het vertoonde spel geeft hoop op een hoge klassering.

Mijn partij uit ronde 2. Na een overwinning in ronde 3 sta ik ook op 2½ punt.

 

Een verslag van de rest van het toernooi en hoe het na deze cliffhanger verder met de helden gaat, zal volgen.

Aad de Bruijn.

 

 

 

 

De Waagtoren 3 – Spaarne 1 3,5-4,5 Toren-d5 als ultieme gamechanger, een dame-offer in een spetterende Caro-Kann

Mijn partij was bijna ten einde maar dat wist ik nog niet. Ik keek opzij, Loek en zijn tegenstander schikten de stukken terug in de beginopstelling. Partij afgelopen. Loek zette de witte koning op e4. Ik stond op en fluisterde: de zwarte koning moet toch op e5 staan? Nee, ik heb gewonnen. Het ging me opeens dagen: oh…. het was mat! Ja, met toren d5. Hij zei het niet achteloos, eerder verheugd, enigszins opgewonden (de ultieme gamechanger, met een Duits tintje, tenminste als je als voetballiefhebber nog steeds gelooft dat Duitsers altijd in de laatste minuut scoren). Een goede journalist zou nu de vraag kunnen opwerpen: is Loek Veenendaal een Duitser? Of: zijn jullie er blij mee om een Duitser in jullie team te hebben? (Leeft Horst Blankenburg nog?) Tegenargument: maar Loek is wel een goede Duitser! (Ik heb niets tegen Duitsers of tegen Duitsland, ondanks de opvattingen die een rabiate Oostenrijker met een vermeende micropenis een eeuw geleden meende erop na te moeten houden aangaande het voortbestaan van zes miljoen … (nou ja, vult u maar in).

–0–

Een halve middag had Loek aangekeken tegen een rampzalige stelling: twee pionnen achter, nadat hij een tactische grap van tegenstander Pasti in het vroege middenspel had overzien. Ik feliciteerde hem met een schouderklop en besloot om nooit meer te zeggen dat te lang doorspelen in verloren stelling irritant kan zijn. Of heb ik dat nog nooit gezegd?

 

 

Loeks onverwachte zege bracht de dolle toren van Aad de Bruijn in herinnering, in het vorige seizoen tegen ’t Saense Paard, maar toen ging het slechts om een halfje, niet om het volle pond, want dolle torens ontlenen hun kracht slechts aan de kans op een smadelijk of zegenrijk pat. Loek werd dan niet de matchwinner – dat werd invaller Yashin van Kesteren op bord 7 -, maar het onverwachte einde van zijn partij maakte achteraf wel het verschil. Anders waren we misschien zonder matchpunten weer uit Alkmaar vertrokken.

–0–

Alles bij elkaar genomen werd het op zaterdag 22 november een enerverende wedstrijd tegen De Waagtoren 3 in wijkcentrum Overdie, waarin schaken, hoe vaak ook beoefend door onkundige handen als de onze, als sport/ spel/ kunstvorm zijn veelzijdigheid kon etaleren, met als zevenklapper het spektakelstuk dat Yashin van Kesteren en tegenstander Daan de Vetten tevoorschijn toverden.

Colleen Otten opende de score in het voordeel van Het Spaarne. Snelle zege. Op bord 1 versloeg ze met de witte stukken tegenstander Van der Hauw in een gesloten Siciliaan:

 

 

Frans Arp bracht de stand zelfs op een riante 0-2,  al moet gezegd dat zijn troepen er lange tijd redelijk beroerd aan toe waren. Twee zwarte paarden dresseerden zich de witte koningsstelling in en confisqueerden pion g2, toen Frans had verzuimd 22. g3 te spelen. Het was moeilijk uit te rekenen. Daarna werd het zwarte paard plotseling gevangen na een blundertje van formaat (Df7-h5). Einde partij (een paardoffer op e4 had zwart nog wel in gevecht hebben kunnen houden).

 

 

Dan bord zes: Aad de Bruijn speelde een interessante partij, maar verspeelde een halfje door zijn dame in de schoen van tegenstander Buitink te leggen. Jammer! Tandenknarsend haalde hij zijn partij ’s avonds door de enginemolen.

 

 

Ikzelf speelde op bord twee een gambietachtige variant die tegenstander Alvarez enigszins slapjes behandelde. Ik kwam een tikkel beter uit de opening, maar was vervolgens zo vriendelijk om pion h7 in de aanbieding te doen. Er was wel enige compensatie die mijn engine achteraf op een halve pion inschatte. Maar toch, het onbedoelde Sinterklaascadeau voelde als een rode kaart vroeg in de wedstrijd. En probeer dan maar eens de remise over de streep te trekken. Wits voordeel sloop enginetechnisch op naar meer dan 1.0 tegen de veertigste zet aan, maar toen beging tegenstander Alvarez een slordigheid die mij terug in de wedstrijd bracht.

 

 

Een analyse met Alvarez kwam er niet van. Terug de speelzaal in met een drankje. De tussenstand was inmiddels 3-4 (Leo Littel had verloren op bord acht, Paul Ruber remiseerde op vier). Yashin van Kesteren was nog bezig. Kon de vis op het droge brengen. In een toreneindspel werden de zetten herhaald. Remise. En twee matchpunten in de tas terug naar huis. Voor die puntendeling werd beklonken, ontvlamde de partij in een spektakelstuk, met een paardoffer van wit en een dame-offer van zwart, al was het eigenlijk een schijnoffer. Kijkt u mee:

 

 

Door deze nipte zege staat Spaarne 1 zelfs bovenaan in klasse 4D. Hopelijk gaat er nu niemand uitgebreid filosoferen over een kampioenschap, of promotie naar de derde klasse. Van uw verslaggever hoeft dat niet, ofschoon gezonde ambitie in het schaken mij niet vreemd is. De sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Voor degradatie hoeven we met zeven matchpunten in ieder geval niet bang te zijn. Voorlopig zitten we riant op het pluche. Het pluche van de niet-degradant.

 

Schill

Rating
Rating
Hauw van der, H.J. (Henk) 1959 Otten, C.J. (Colleen) 2038 0 – 1
Alvarez Alonso, A.A. (Alberto) 2017 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1981 ½ – ½
Pasti, F. (Fabio) 1917 Veenendaal, L. (Loek) 1939 0 – 1
Steenoven van, L. (Leo) 1901 Ruber, P.J.P. (Paul) 1953 ½ – ½
Baanstra, D. (David) 1956 Arp, F.L. (Frans) 1993 0 – 1
Buitink, A.J. (Bert) 1900 Bruijn de, A. (Aad) 1900 1 – 0
Vetten de, D. (Daan) 1882 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1918 ½ – ½
Bookelman, C.B. (Chaim) 1895 Littel, L. (Leo) 1827 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1928 Gemiddelde Rating: 1944 3½-4½

NHSB Gouden Beker Voorronde Het Spaarne tegen Schaakmat. Bekercompetitie.

Op de clubavond van 20 november 2025 zat de zaal vol. Naast de interne partijen kwamen twee teams op bezoek, Zandvoort N2 voor ons Het Spaarne N2 en Schaakmat uit Zuid-Scharwoude voor de Gouden Beker. Ik ben niet echt verguld met de term “Gouden Beker”. Het doet mij denken aan winnaars die, voor de foto, hun tanden in een gouden medaille zetten. Mooi niet.

Het Spaarne N2-zestal verloor helaas met 2-4.

Ons bekerviertal won met 3-1 door nogal eenvoudige overwinningen van Frans Arp op bord 3 en Aad de Bruijn op bord 4 met remises aan de twee topborden.

 

In de partij van Frans kwamen de scherpste varianten niet op het bord, maar het zwarte overwicht aan ervaring gaf snel de doorslag. Het commentaar is van Sander, (S) en Aad, (A) in de notatie.

In mijn eigen partij was het snel afgelopen, omdat zwart zijn vleugel liet opsluiten. Het motief is bekend, maar zwart vond geen goede oplossing.

Van Loek Veenendaal op bord 2 volgt hier zijn commentaar in dit partijfragment:

Sander Schilthuizen speelde op bord 1. En weer “Back to Black” (Amy Winehouse). Hij lijkt zijn zwart-repertoire goed op orde te hebben met zo nu en dan een frisse impuls. Het partijverloop was niet vlekkeloos.

Bij bovenstaande uitslagen zijn de ratings aan het begin van het seizoen vermeld. De nieuwe ratings bij de annotaties zijn van 1 november 2025.

Verslag;: Aad de Bruijn, commentaar bij de partijen Sander/Aad.

 

 

Eerste overwinning Het Spaarne N1 4-2. NHSB 1B Het Spaarne N1 - Wijker Toren N2 13 november 2025

Het is me wel eens opgevallen dat het serieuze schaken botst met de alledaagse werkelijkheid. Gezonde menselijke impulsen zoals hard lachen, jarig zijn, met tafels schuiven of spandoeken omhoog houden worden onderdrukt. Bij karaokende dames in de kantine of een al jaren tikkende verwarmingsbuis in de verder stille zaal zal een scheids hard ingrijpen. Er zijn natuurlijk altijd clubleden, zonder namen te noemen*, die een uitzondering vormen. Als je goed staat of een beetje doof bent heb je minder last van ruis.

*Ik heb een lijstje, maar misschien heeft u wel een ander lijstje.

Deze inleiding brengt ons bij de partijen en commentaren van onze wedstrijd voor de NHSB.

Het bezoekende team Wijker Toren N2 kwam in een redelijk sterke opstelling en toen Loek Veenendaal aan zijn bord schoof waren wij ook compleet. Frans Arp op bord 2 verloor in een op het oog kansrijke positie. Hij sloot ten onrechte de koningsvleugel om met een binnenvallende dame gevaarlijk te worden. De zwarte verdediging van Dennis Bruyn met Pf8 klopte echter en wit bleef materiaal achter.

Het commentaar is van mij.

In mijn partij aan bord 5 nivelleerde ik met zwart de stelling en bood misschien te vroeg remise. Het pakte gelukkig allemaal goed uit.

Leo Littel op bord 6 won snel een stuk en de partij:

Ik heb wat licht commentaar toegevoegd.

Colleen Otten op bord 1 remiseerde.

Sander Schilthuizen op 3 won met zwart.

Jorritsma heeft net 30…Pd4c2? gespeeld. (foto Sander Schilthuizen)

Toen alles stil werd om ons heen tikte alleen de verwarming nog, maar die was dan ook uit de tijd van de analoge Garde-klokken. In een kring van belangstellende spelers/toeschouwers speelde Loek Veenendaal met wit nog op bord 4. Verlies zou gelijkspel opleveren. Zwart had heel goed gestaan, maar verloor de grip, zelfs de remise en Loek maakte het nauwkeurig af in het pionneneindspel. 4-2 voor ons! De partij met commentaar van Sander:

De ratings in bovenstaande tabel zijn uit het begin van het seizoen.

Verslag Aad de Bruijn met commentaar en foto van Sander Schilthuizen.

Instructief eindspel.

Het eindspel van Jan Vos tegen Johan Bakker uit de externe wedstrijd Het Spaarne-1 – Opening’64 werd remise. Zwart blunderde (maar niet opzichtig) en wit ook.

Wat rommelen in een vertrouwde opening, een creatief middenspel spelen met leuke motieven, een tempoverlies dat we manoeuvreren noemen, daar draaien we onze hand niet voor om. Maar het eindspel heeft absolute kenmerken en daar val je ongenadig door de mand met een tempo meer of minder.

De laatste tijd studeer ik in de “Endgame Manual” van Dvoretsky. Moeilijk, diepzinnig, vaak boven mijn niveau. Ik ben nu bij het maken van extra tempozetten in de pionneneindspelen.

Laat dat nu net het gemiste motief zijn.

Beide spelers zagen daarna hun fout. Wit kon op instructieve wijze een zetdwangpositie bereiken en winnen.

In het eerste fragment is b5 dus een blunder van zwart. Kd6 is remise.

Het volgende fragment met het maken van een extra tempo om zetdwang te bereiken, komt uit een partij tussen Yermolinsky en I.Ivanov besproken in het boek van Dvoretsky.

Ik ben bang dat ik in een partij 1.Ke2 had gespeeld, maar met de kennis van nu….

Aad de Bruijn.

Gamechangers zijn aliens / De interne competitie deel 1 (september – oktober 2025) We need a bigger boat / Goodbye, mr Bond

De interne competitie startte medio september volgens het Kaisersysteem dat westrijdleider Bergshoeff sinds jaar en dag hanteert en propageert. Daaraan moet toegevoegd: je weet nu niet van tevoren welke tegenstander je treft, een initiatief dat ook bij Bert vandaan kwam toen we ontwaakten uit die vreemde corona-lockdowns.

Voor elk wat wils, is het adagium dat misschien wel het beste bij Het Spaarne en de invulling van de interne competitie past. Nieuwkomers en herintreders zijn Ton van Kempen, Lourens Willemsen, Chester Constandse en misschien ook wel Johan Tates die sinds een aantal weken zijn partijtje meeblaast. Een nieuwkomer is ook Jan Vreeburg en gelet op zijn speelsterkte is zijn deelname een versterking aan de top van de competitie. En laat ik Wim Hoffenaar niet vergeten, ook een soort van nieuwkomer in zijn tweede jeugd! (Derde?)

Voor uw verslaggever is de interne competitie vooral een kans om een trainingspartijtje te spelen, ook al duren ze dan vaak tot half twaalf. Mijn geest vervormt de werkelijkheid en daarom denk ik dat ik altijd zware potten speel die pas beëindigd worden als barvrouw Asha dreigt het alarm erop te zetten. De werkelijkheid is minder weerbarstig: niet al mijn partijen zijn zwaar en lang. Zo leverde de eerste ronde een kort interessant duel op tegen Jan Vreeburg:

 

 

In de derde ronde wekte de partij Paul Mathot – Pim Abbestee mijn aandacht. Ik speelde namelijk op het bord ernaast tegen Aad de Bruijn en kon de schermutselingen af en toe met aandacht volgen. Met een oppervlakkig kiebitzersoog concludeerde ik al snel dat Paul na een zet of vijftien op winst stond en de genadeslag nog even moest vinden om Pim tot opgave te dwingen. Dat was bezijden de waarheid. Een directe afmaker was niet voor handen. Wel bleef Paul tot het eind riant staan:

 

 

Op het belendende bord zaten vijfvoudig kampioen De Bruijn en regerend kampioen Schill (tweevoudig, zeker, leuk voor jou, Schill) tegenover elkaar. Ik heb nooit begrepen wat het woord ‘regerend’ betekent als adjectief van het woord ‘kampioen’. Moet ik het hele seizoen 2025-2026 gaan juichen ofzo? Ik ben de beste! En een okergele stropdas gaan dragen met het cijfer 1? Zou Louis van Gaal van harte stimuleren: je bent toch niet alleen kampioen van Schalkwijk, maar ook van …?‘ Nou ja… dat zal wel eens een tikkeltje tegen kunnen vallen!! Of moet ik als regerend kampioen gaan zeggen dat de grenzen dicht moeten en dat Nederland weer aan ‘de mensen’ moet worden teruggegeven. O, is dat een onzinverhaal? Wist ik nog niet.

In ieder geval, de partij tussen Aad en Schill werd weer een strijd op leven en dood, zoals zo vaak. De witspeler (ondergetekende) vond het noodzakelijk de d-pion in het spervuur van vijandelijke lopers, ridders en dames te zetten. Zwart won daarom de opening. Daarna volgden er twee gamechangende zetten uit de zwarte hoed. (Er zijn overal gamechangers om ons heen, wist u dat? Gamechangers zijn eigenlijk aliens, die onze aardse werkelijkheid een flinke zwiep kunnen geven. Elke dag weer. Rob Jetten en zijn kornuiten kunnen erover meepraten, gelukkig.)

 

De vraag in deze stelling is: welke twee zetten zou u overwegen, (na elkaar!) en: welke gedachten schuilen achter uw kandidaatzetten? (Ook wel weer leuk: geen combinatie, (wit wint in twee zetten), want in een partij weet je dat nooit van tevoren.)

Ook Jan Vreeburg en Aad de Bruijn speelden al tegen elkaar, als ook Aad de Bruijn en Paul Ruber. Je zou dus kunnen zeggen dat de zware vijf of zware zes elkaar al zo’n beetje hebben bestreden. (Ik sluit niet uit dat ik hier mensen vergeet te noemen :)!)

Ik heb wedstrijdleider Bergshoeff eens horen zeggen dat hij ‘uitging van de zware zes’. Ik wist niet precies wat hij bedoelde, – ik dacht even dat ik mijn voedingspatroon maar eens drastisch moest veranderen -, maar als hij mij de vraag had gesteld wie dat dan zouden zijn, zou ik hebben gezegd: AtotZ van der Heijden, dan een hele tijd niets, daarna Arnon Grunberg (uiteraard), en dan vooruit, met stip op zes: Harry Mulisch, met een paar boekjes dan (De zaak 40/61 – of was het nu 40/62? – en oke, oke: de Aanslag). Als we het Jan Vos vragen krijgen we waarschijnlijk iets heel anders te horen. Shakespeare? Chaucer? Philip Roth? Zadie Smith? Dylan Thomas? Bob Dylan? Sally Rooney? Jan, ….wat wordt het?

Nog een rijtje? 1. Furiosa: a Mad Max saga (klinkt lekker Hollywoodiaans – dedain, dedain!, kiss-kiss-bang-bang, niet goed hoor, iets om op neer te kijken –). 2. De Jason-Bourne-trilogie 3. The terminator 1 en 2, en op 10 dan heel misschien die 25 James-Bond-films tezamen.

Wat is het een ongenoegen om al die Bondfilms uit de jaren ’70 en ’80 te kijken, of een deel ervan. Niet tegen aan te gluren. En daar is the villain weer met een poes op schoot (Blofeld / …. / Klaus Maria Brandauer) en een sigaret in een koker aan de mond. Een druk op de knop en 007 verdwijnt in een zwembad vol met haaien. Goodbye mister Bond! (En vanaf nu noemen we je haaienhap 1).

Een minuut of vijf later blijkt het mee te vallen. De bondgirl rijdt op een woestijnige startbaan een jeep in een vrachtvliegtuig. Als ze opgestegen zijn en het kerosinepeil schrikbarend is gedaald, landen ze weer en rijdt dezelfde bondgirl die jeep in letterlijk vliegende vaart weer uit het vliegtuig. Helemaal niet seksistisch, integendeel. Ze doet tenminste wat (Maryam D’Abo in The living daylights, schat ik). En ze leefden nog lang en gelukkig…

Schurken als Blofeld, Brandauer of Stromberg (The spy who loved me) kunnen dan wel gemakzuchtig als absurd, uitvergroot personage worden neergezet en geen sterke bijdrage leveren aan de geloofwaardigheid van een Bond-film, de wereld van 2025 lijkt steeds meer op een doordreunen van hun megalomanie. (Zo, lekkere bombastische zin, Schill, gefeliciteerd.) Conclusie: een gemiddelde Bond-film benadert de werkelijkheid op subtiele wijze. Mag ik dat zeggen?

Ach ja, lijstjes! Er zijn muzieknerds die hun jaarlijstjes digitaal doorsturen. Leuk, hoor. Ben ik nu niet serieus? Vooruit dan: mijn nummer 1 dit jaar wordt Keith Jarrett. The Koln Concert deel 1. Weet ik nu al. Ik val mijn kinderen er tijdens het avondeten mee lastig, tot nu toe naar volle tevredenheid van hun auditieve bewustzijn. Hoop ik.

–0–

Goed, waar waren we gebleven? Partijen tussen Jan Vreeburg, Aad de Bruijn en Paul Ruber. Onderling. Ik zou het bijna vergeten…  Het treffen tussen Jan en Aad werd interessant, omdat Aad de verleiding niet kon weerstaan een combinatie langs de diagonaal a1-h8 in gang te zetten:

 

 

De ontmoeting tussen Aad de Bruijn en Paul Ruber werd meer dan een salonremise, zeg maar een soort boksremise op een trainingsavond, maar bij lange na niet een Rumble in the jungle.

 

 

Wil je nog ergens op terugkomen?

Leuk dat je het vraagt. Hmmmm … ja: Deliverance (1973). Die hoort ook in die filmtop-6. Weet ik niet zeker, hoor!

Grappig dat je het jaartal erbij noemt. Deliverance is trouwens geen actieheldensaga. Dus die mag er niet in. Is ook uit ’72, niet ’73. Correct me if I’m wrong.

Oke, oke, oke, Jaws dan maar…. uit ’75. We need a bigger boat. En waar ik Mulisch zei bedoelde ik Wolkers, maar dan alleen voor Kort Amerikaans, niet voor dat truttige Turks fruit. Stop.

Oke. Stop. Alles goed?

JA! Uiteraard…. of eigenlijk: ik zet vijf jokers in.

Zullen we het trouwens eens over filmcitaten hebben? Een filmcitatentop-6, wat denk je daarvan? En we noemen je haaienhap 1. Uit welke film…?

Ehmmm…. eens even denken…

 

–0–

 

Afijn, nog ’topwedstrijden’ te over, en in de regionen daaronder waarschijnlijk genoeg schaakgenot voor tot aan het ochtendgloren. Vorige week: Terwee – Vreeburg: 1/2-1/2. Interessante uitslag, had er meer in gezeten voor Sybe, of voor Jan? Ik ben benieuwd.

De stand is elders op onze clubsite te vinden. Heeft u leuke partijen en partijfragmenten, al dan niet met een opgave erin verwerkt, stuur ze in.

 

Schill