Afgelopen donderdag 5 februari 2026 organiseerde Bert een rapidavond met klassieke opstelling van de stukken (positie 518) in het jargon van Fischer Random. Anderen, waaronder ik, speelden in een zeskamp met diverse beginposities uit de ballenbak met 960 mogelijkheden van het Fischer Random. Vergeleken met andere verzonnen varianten van het schaakspel levert het een rijke bron van ideeën op. Ongebruikelijke matdreigingen, vreemd ongedekte velden en terreinvretende korte rokades zetten je brein aan tot frisse activiteiten. Soms staat er na 10 zetten een “gewone” geeuwstelling, want je hebt de neiging om de paarden naar f3 of f6 om te spelen en de gewone diagonalen voor je lopers te zoeken. Dat valt tegen als je alerte tegenstander wel de nieuwe mogelijkheden ziet. Het speeltempo was 15 min. + 3 sec./zet.
Spelers benaderen de openingsproblemen elk op eigen wijze. Zoek het zwakste veld bij de tegenstander (Deurloo the killer), welke pionnen moet ik opspelen om mijn stukken vrijheid te geven (Sala de ondernemer), hoe mag ik rokeren (Schilthuizen een natuurtalent). Deze waanzin heeft Bert verzonnen (Anoniem) Bert: “nee Fischer”. Als je vreemd rokeert moet je dat aankondigen en als je offert doe je dat uit beleefdheid ook (Terwee). Een groot verschil met de gewone clubavond is de geanimeerde conversatie onderling. De laatste goeie films worden besproken, luidruchtige vrolijkheid alom. Ik sprak Sybe Terwee even en die heeft daar normaal, net als ik, last van. Maar ach, je gaat vanzelf meedoen als het een beetje meezit. Sander Schilthuizen, zonder zichtbare ervaring in dit spelgenre won onze groep overtuigend. In de eerste ronde lukte mij een gelukkig mat met 3 lichte stukken tegen de altijd origineel spelende Marco Deurloo, maar daarna viel het wat tegen. Verlies tegen een ontketende Sybe, klokwinst tegen Frank Sala en kansloos eraf tegen Sander.
Met enige moeite heb ik het partijtje (vanuit positie 690) tegen Marco kunnen reconstrueren:
In de partij uit ronde 4 tegen Paul Neering kwam een eindspelletje op het bord. Ik dacht te kunnen winnen met een goed paard en pluspion tegen een loper, maar Paul keepte de boel eenvoudig tot hij een mouse-slip maakte zonder muis. Kort geleden las ik een anecdotisch commentaar over een paard dat in een eindspel bijna alle velden van het schaakbord had bezocht om te kunnen winnen. De handicap van een paard bleek het onvermogen te zijn om een tempo te winnen of verliezen. Ik heb thuis de stelling tegen Paul natuurlijk uitgeplozen met Stockfish 18 op de achtergrond. Een probleem van de engines vind ik altijd de zettenbrij, de reeks van op het oog willekeurige zetten. Het formuleren van een plan bijvoorbeeld: “zet dat paard op d3 en loop met je koning om na wat voorbereiding”, ben ik nog niet in zo’n duidelijke vorm tegengekomen. Mijn vermoeden was dat het gewonnen moest zijn en dat bleek ook bij nadere inspectie. Het eindspelletje met een relevante variant:
Van Paul kreeg ik trouwens een cursusboek “The Center” van Mikhalchishin en Mohr , een stille hint om niet alleen op flankaanval te spelen, maar strategisch gezond op het centrum en daarna….Bijna elke dag bestudeer ik nu een partij of fragment uit dat boek en sla dat met eigen en geleend commentaar op in een file. Bedankt Paul. Het is net als gezond eten.
Als de loper andere diagonalen kiest zijn er vergelijkbare winstvoeringen. De moeilijkheid zit in de dreigende zetdwangstellingen, die zich op de achtergrond afspelen.
Denkt er iemand anders over dan hoor ik dat graag.
Ik kan op Chess.com wel Fischer Random spelen en opslaan in pgn-formaat in mijn ChessBase17 , maar de partijen daarna niet naspelen. Ook het zelf kiezen van de beginopstelling lukt niet.
Wie weet raad, iets met instellingen ?
De uitslag van het gewone rapidtoernooi:
1. Jeroen Loos 3½ uit 5
2. Robert Balm, Keimpe Knijft, en Paul Ruber 3 uit 5
5. Pim Abbestee en Peter van Harn 2½ uit 5
7. Ted Bijvoets 2 uit 3
8. Piet Hein Koning 2 uit 5
9. Paul Mathot 1½ uit 5
10. Daniël Roose 0 uit 3
De uitslag van het Fischer Random Chess:
1. Sander Schilthuizen 4½ uit 5
2. Aad de Bruijn en Paul Neering 3 uit 5
4. Sybe Terwee 2 uit 5
5. Marco Deurloo 1 uit 2
6. Bert Bergshoeff 1 uit 3
7. Frank Sala ½ uit 5
De stellingen waren de nummers 690 (in ronde 1), 216 (2), 333 (3), 693 (4) en 726 (5).
Ook dit jaar organiseert Het Spaarne weer een van de voorrondes van de Schaak-Off.
De Schaak-Off is een landelijk toernooi georganiseerd door de KNSB, speciaal voor iedereen die wel heel veel van schaken houdt, maar nog niet zo veel ervaring heeft met club- of toernooischaken.
Meedoen aan de Schaak-Off is een uitstekende kans om kennis te maken met het competitieve schaken, en om nieuwe mensen te ontmoeten! De winnaars van de voorrondes gaan door naar de regionale finales en misschien zelfs de landelijke finale in De Bilt!
De interne competitie startte medio september volgens het Kaisersysteem dat westrijdleider Bergshoeff sinds jaar en dag hanteert en propageert. Daaraan moet toegevoegd: je weet nu niet van tevoren welke tegenstander je treft, een initiatief dat ook bij Bert vandaan kwam toen we ontwaakten uit die vreemde corona-lockdowns.
Voor elk wat wils, is het adagium dat misschien wel het beste bij Het Spaarne en de invulling van de interne competitie past. Nieuwkomers en herintreders zijn Ton van Kempen, Lourens Willemsen, Chester Constandse en misschien ook wel Johan Tates die sinds een aantal weken zijn partijtje meeblaast. Een nieuwkomer is ook Jan Vreeburg en gelet op zijn speelsterkte is zijn deelname een versterking aan de top van de competitie. En laat ik Wim Hoffenaar niet vergeten, ook een soort van nieuwkomer in zijn tweede jeugd! (Derde?)
Voor uw verslaggever is de interne competitie vooral een kans om een trainingspartijtje te spelen, ook al duren ze dan vaak tot half twaalf. Mijn geest vervormt de werkelijkheid en daarom denk ik dat ik altijd zware potten speel die pas beëindigd worden als barvrouw Asha dreigt het alarm erop te zetten. De werkelijkheid is minder weerbarstig: niet al mijn partijen zijn zwaar en lang. Zo leverde de eerste ronde een kort interessant duel op tegen Jan Vreeburg:
In de derde ronde wekte de partij Paul Mathot – Pim Abbestee mijn aandacht. Ik speelde namelijk op het bord ernaast tegen Aad de Bruijn en kon de schermutselingen af en toe met aandacht volgen. Met een oppervlakkig kiebitzersoog concludeerde ik al snel dat Paul na een zet of vijftien op winst stond en de genadeslag nog even moest vinden om Pim tot opgave te dwingen. Dat was bezijden de waarheid. Een directe afmaker was niet voor handen. Wel bleef Paul tot het eind riant staan:
Op het belendende bord zaten vijfvoudig kampioen De Bruijn en regerend kampioen Schill (tweevoudig, zeker, leuk voor jou, Schill) tegenover elkaar. Ik heb nooit begrepen wat het woord ‘regerend’ betekent als adjectief van het woord ‘kampioen’. Moet ik het hele seizoen 2025-2026 gaan juichen ofzo? Ik ben de beste! En een okergele stropdas gaan dragen met het cijfer 1? Zou Louis van Gaal van harte stimuleren: je bent toch niet alleen kampioen van Schalkwijk, maar ook van …?‘ Nou ja… dat zal wel eens een tikkeltje tegen kunnen vallen!! Of moet ik als regerend kampioen gaan zeggen dat de grenzen dicht moeten en dat Nederland weer aan ‘de mensen’ moet worden teruggegeven. O, is dat een onzinverhaal? Wist ik nog niet.
In ieder geval, de partij tussen Aad en Schill werd weer een strijd op leven en dood, zoals zo vaak. De witspeler (ondergetekende) vond het noodzakelijk de d-pion in het spervuur van vijandelijke lopers, ridders en dames te zetten. Zwart won daarom de opening. Daarna volgden er twee gamechangende zetten uit de zwarte hoed. (Er zijn overal gamechangers om ons heen, wist u dat? Gamechangers zijn eigenlijk aliens, die onze aardse werkelijkheid een flinke zwiep kunnen geven. Elke dag weer. Rob Jetten en zijn kornuiten kunnen erover meepraten, gelukkig.)
De vraag in deze stelling is: welke twee zetten zou u overwegen, (na elkaar!) en: welke gedachten schuilen achter uw kandidaatzetten? (Ook wel weer leuk: geen combinatie, (wit wint in twee zetten), want in een partij weet je dat nooit van tevoren.)
Ook Jan Vreeburg en Aad de Bruijn speelden al tegen elkaar, als ook Aad de Bruijn en Paul Ruber. Je zou dus kunnen zeggen dat de zware vijf of zware zes elkaar al zo’n beetje hebben bestreden. (Ik sluit niet uit dat ik hier mensen vergeet te noemen :)!)
Ik heb wedstrijdleider Bergshoeff eens horen zeggen dat hij ‘uitging van de zware zes’. Ik wist niet precies wat hij bedoelde, – ik dacht even dat ik mijn voedingspatroon maar eens drastisch moest veranderen -, maar als hij mij de vraag had gesteld wie dat dan zouden zijn, zou ik hebben gezegd: AtotZ van der Heijden, dan een hele tijd niets, daarna Arnon Grunberg (uiteraard), en dan vooruit, met stip op zes: Harry Mulisch, met een paar boekjes dan (De zaak 40/61 – of was het nu 40/62? – en oke, oke: de Aanslag). Als we het Jan Vos vragen krijgen we waarschijnlijk iets heel anders te horen. Shakespeare? Chaucer? Philip Roth? Zadie Smith? Dylan Thomas? Bob Dylan? Sally Rooney? Jan, ….wat wordt het?
Nog een rijtje? 1. Furiosa: a Mad Max saga (klinkt lekker Hollywoodiaans – dedain, dedain!, kiss-kiss-bang-bang, niet goed hoor, iets om op neer te kijken –). 2. De Jason-Bourne-trilogie 3. The terminator 1 en 2, en op 10 dan heel misschien die 25 James-Bond-films tezamen.
Wat is het een ongenoegen om al die Bondfilms uit de jaren ’70 en ’80 te kijken, of een deel ervan. Niet tegen aan te gluren. En daar is the villain weer met een poes op schoot (Blofeld / …. / Klaus Maria Brandauer) en een sigaret in een koker aan de mond. Een druk op de knop en 007 verdwijnt in een zwembad vol met haaien. Goodbye mister Bond! (En vanaf nu noemen we je haaienhap 1).
Een minuut of vijf later blijkt het mee te vallen. De bondgirl rijdt op een woestijnige startbaan een jeep in een vrachtvliegtuig. Als ze opgestegen zijn en het kerosinepeil schrikbarend is gedaald, landen ze weer en rijdt dezelfde bondgirl die jeep in letterlijk vliegende vaart weer uit het vliegtuig. Helemaal niet seksistisch, integendeel. Ze doet tenminste wat (Maryam D’Abo in The living daylights, schat ik). En ze leefden nog lang en gelukkig…
Schurken als Blofeld, Brandauer of Stromberg (The spy who loved me) kunnen dan wel gemakzuchtig als absurd, uitvergroot personage worden neergezet en geen sterke bijdrage leveren aan de geloofwaardigheid van een Bond-film, de wereld van 2025 lijkt steeds meer op een doordreunen van hun megalomanie. (Zo, lekkere bombastische zin, Schill, gefeliciteerd.) Conclusie: een gemiddelde Bond-film benadert de werkelijkheid op subtiele wijze. Mag ik dat zeggen?
Ach ja, lijstjes! Er zijn muzieknerds die hun jaarlijstjes digitaal doorsturen. Leuk, hoor. Ben ik nu niet serieus? Vooruit dan: mijn nummer 1 dit jaar wordt Keith Jarrett. The Koln Concert deel 1. Weet ik nu al. Ik val mijn kinderen er tijdens het avondeten mee lastig, tot nu toe naar volle tevredenheid van hun auditieve bewustzijn. Hoop ik.
–0–
Goed, waar waren we gebleven? Partijen tussen Jan Vreeburg, Aad de Bruijn en Paul Ruber. Onderling. Ik zou het bijna vergeten… Het treffen tussen Jan en Aad werd interessant, omdat Aad de verleiding niet kon weerstaan een combinatie langs de diagonaal a1-h8 in gang te zetten:
De ontmoeting tussen Aad de Bruijn en Paul Ruber werd meer dan een salonremise, zeg maar een soort boksremise op een trainingsavond, maar bij lange na niet een Rumble in the jungle.
Wil je nog ergens op terugkomen?
Leuk dat je het vraagt. Hmmmm … ja: Deliverance (1973). Die hoort ook in die filmtop-6. Weet ik niet zeker, hoor!
Grappig dat je het jaartal erbij noemt. Deliverance is trouwens geen actieheldensaga. Dus die mag er niet in. Is ook uit ’72, niet ’73. Correct me if I’m wrong.
Oke, oke, oke, Jaws dan maar…. uit ’75. We need a bigger boat. En waar ik Mulisch zei bedoelde ik Wolkers, maar dan alleen voor Kort Amerikaans, niet voor dat truttige Turks fruit. Stop.
Oke. Stop. Alles goed?
JA! Uiteraard…. of eigenlijk: ik zet vijf jokers in.
Zullen we het trouwens eens over filmcitaten hebben? Een filmcitatentop-6, wat denk je daarvan? En we noemen je haaienhap 1. Uit welke film…?
Ehmmm…. eens even denken…
–0–
Afijn, nog ’topwedstrijden’ te over, en in de regionen daaronder waarschijnlijk genoeg schaakgenot voor tot aan het ochtendgloren. Vorige week: Terwee – Vreeburg: 1/2-1/2. Interessante uitslag, had er meer in gezeten voor Sybe, of voor Jan? Ik ben benieuwd.
De stand is elders op onze clubsite te vinden. Heeft u leuke partijen en partijfragmenten, al dan niet met een opgave erin verwerkt, stuur ze in.
Fischer Random Chess (of: Chess960, of: Freestyle Chess) wordt gespeeld met dezelfde spelregels als het traditionele schaken, maar de stukken op de onderste rij staan in de beginopstelling in een andere volgorde. Als gevolg daarvan gaat ook de rokade op een andere manier. Dat betekent dat alle openingstheorie overboord kan.
Er zijn 960 mogelijke beginopstellingen, waarvan er door loting steeds één gekozen wordt. Het is zaak om vanuit de gegeven opstelling een goed plan te maken en ook om te bekijken hoe de korte en lange rokade in de betreffende variant eruit zien.
Moeilijk genoeg om flink wat bedenktijd voor te gebruiken, maar toch worden de toernooien meestal in de vorm van een rapidtoernooi gespeeld. De reden daarvan zou kunnen zijn dat de kans op een blunder toch wel dermate groot is dat je niet je hele avond door één zo’n blunder wilt laten verknallen. Maar ja, het zou ook een idee zijn om aan het einde van een seizoen eens in drie avonden een vierkampje met lange partijen te spelen. Als er mensen zijn die daarvoor in zijn voor de komende weken moeten ze dat even laten weten, dan kijken we of dat te organiseren is. Eventueel zou je dan ook een week van tevoren de beginopstelling al kunnen afspreken, zodat spelers zich goed kunnen voorbereiden.
Deze donderdagavond, op onze rapidavond, hadden we de keuze tussen een Fischer Random toernooi en een klassiek toernooi. Beide toernooien hadden een bedenktijd van 15 minuten p.p.p.p. en 5 seconden toevoeging per zet.
De meeste aandacht ging natuurlijk uit naar het Fischer Random toernooi en ook enkele deelnemers aan het klassieke toernooi waagden zich na afloop nog aan een random potje. Er werden fouten gemaakt, maar ook veel nieuwe mogelijkheden ontdekt. Wie een beetje tegen zijn verlies kon had in elk geval een leuke avond en het is zeker de moeite waard om het nog eens te proberen.
Uitslag Fischer Random toernooi: 1. Aad de Bruijn 5/5 2. Jan Vos 4/5 3. Abdul Akkad en Paul Neering 3/5 5. Florin Omota 2/5 6. Sybe Terwee, Robert Balm en Paul Mathot 1/5
Uitslag klassiek toernooi: 1. Colleen Otten 4½/5 2. Jeroen Loos 3½/5 3. Paul Ruber 3/4 4. Piet Hein Koning 2/4 5. Wim Hoffenaar en Frank Sala 2/5 7. Keimpe Knijft 1½/5 8. Bert Bergshoeff ½/1 9. Marco Deurloo en Wim Eiselin 0/2
Voor de liefhebbers: op 24 mei is in Amsterdam het Open NK Fischer Random Chess met arbiter Joost Jansen. Inschrijving is volgens mij nog mogelijk (je moet wel minimaal 1700 rating hebben).
Het Paaseierentoernooi werd dit jaar wegens competitieverplichtingen een week eerder dan de donderdag voor Pasen gespeeld, maar ging verder op de bekende wijze door. Snelschaken met het clubkampioenschap als inzet dus en een rapidgroep voor wie liever iets meer de tijd heeft.
De belangrijkste verandering was het speeltempo, voorheen vijf minuten sec, nu kregen we er drie seconden per zet bij, wat gemiddeld dan uitkomt op zeven minuten p.p.p.p., voor velen toch net iets relaxter.
We speelden eerst vijf ronden Zwitsers, waarna de bovenste vier (groep A) onderling om de titel speelden en de volgende vier (groep B) en de resterende zeven (groep C) om een zo gunstig mogelijke uitgangspositie bij de prijsuitreiking.
Paul Ruber had vorig jaar al getoond de beste te zijn in deze snelle spelsoort, dit jaar deed hij dat opnieuw. Stond hij in de voorronde nog twee remises toe tegen Sander en Roland, in de finalegroep won hij alle drie partijen. Aad de Bruijn en Paul Neering hadden zich voor die A-groep net niet weten te kwalificeren, maar werden daarna wel gedeeld eerste in de B-groep. Jan Vos won de C-groep en Pim Abbestee en Marco Deurloo de rapidgroep.
De uitslagen:
Voorronde: 1. Roland van Hartingsveldt en Paul Ruber 4 punten, 3. Sander Schilthuizen en Keimpe Knijft 3½, 5. Aad de Bruijn en Abdul Akkad 3, 7. Paul Neering 2½ uit 5, 8. Ted Bijvoets, Paul Mathot en Jan Vos 2, 11. Jeroen Loos, Bert Bergshoeff en Robert Balm 1½, 14. Joris van Leeuwen 1, 15. Lars Veltman ½
Finalegroep A: 1. Paul Ruber 3 punten, 2. Roland van Hartingsveldt 1½, 3. Sander Schilthuizen 1, 4. Keimpe Knijft ½
Finalegroep B: 1. Aad de Bruijn en Paul Neering 2½ punten, 3. Abdul Akkad 1, 4. Ted Bijvoets 0
Finalegroep C: 1. Jan Vos 3 punten, 2. Robert Balm 2½, 3. Paul Mathot 1½, 4. Jeroen Loos en Lars Veltman 1, 6. Joris van Leeuwen en Bert Bergshoeff 0
Rapidgroep: 1. Pim Abbestee en Marco Deurloo 2 punten, 3. Piet Hein Koning en Peter van Harn 1
Ik vind dat een diagram in het begin direct uitnodigt tot onderzoek. Overigens is het klikken op de zet ook…
Hi Aad, ik heb een instelling gewijzigd waardoor het diagram nu zichtbaar wordt door er op te klikken. Dat heeft…
Nee, je moet klikken op de zet. Dan verschijnt een diagram. zwevend. Andere instelling.