Aartswoud 1 – Het Spaarne 1 6-2 Tweede afgetekende nederlaag voor Spaarne 1

Speelronde 8 in klasse 4D leverde Spaarne 1 de tweede nederlaag op rij op. Afgetekend. Hebben we uberhaupt wel eens een matchpunt uit Spanbroek / Opmeer / Hoogwoud mee teruggenomen? Op vier borden werden (plus)remises geboekt. Loek Veenendaal (bord 3), Paul Ruber (bord 5), Aad de Bruijn (bord 6) en bijna vaste invaller Yashin van Kesteren (bord 7) moesten zwichten voor hun tegenstanders.

Yashin had wel vrede met zijn nederlaag. Hulde aan de baard van de keizer! Tegenstander Pascal Zijlstra schotelde hem een Scandinaviër voor waarin er snel na de opening een pion voor Yashin verloren ging. Met een mooi kwaliteitsoffer opende de zwartspeler de jacht op Yashins koning.

 

 

Uw verslaggever speelde op bord 2 tegen Toine Molenaar. De opening werd een kopie van die van vorig jaar, waarin wit in de ruilvariant van het Grunfeld-Indisch terugneemt met 6. d2xc3. Dat betekende vroegtijdige dameruil, een lekkere plek voor de witte koning op c2, maar ook niet veel kans om voordeel uit de opening te persen. Toen de witspeler een zwarte zet overzag (Ld7-b5) was er werk aan de winkel om een remisehaven binnen te zeilen. Dat lukte, omdat de zwartspeler (ik) verzuimde een strategisch essentiële voortzetting te doen (e6-e5) en de witspeler daarna op ruil van een loper kon aansturen.

 

 

Op bord 4 speelde Frans Arp tegen Peter Holscher, van dezelfde generatie en waarschijnlijk al vanaf hun jeugd waren zij meer dan eens elkaars tegenstander. Met Frans’ toestemming is de partij voorzien van commentaar door Aad de Bruijn.

 

 

Op bord 6 speelde Aad de Bruijn tegen Jeroen Bakker. Aad: ik speelde geen beste partij. Het enige positieve was de scherpe omschakeling naar de schwindelmodus en die had bijna succes. Ik kwam een mooi woord tegen voor het beschwindelen van de tegenstander : krenkfnuiken, afkomstig van Eduard Spanjaard, specialist op dat gebied.

 

Na totaal verloren te hebben gestaan kwam rond de veertigste zet door aarzelend spel van wit, toch wat gekrenkfnuikt, onderstaand eindspel op het bord:

 

Een van de vier remises werd door Leo Littel bezorgd op bord 8. Hij kreeg een gesloten Siciliaan voorgeschoteld en wist in het vroege middenspel een mooie drukstelling te krijgen. Een doortastend plan (f7-f5, e6-e5) liet hij echter achterwege en na torenruil was herhaling van zetten met remise een goede keus.

 

 

Colleen Otten speelde op bord 1 een interessante opening tegen Tobias Molenaar, die echter vervlakkend werkte en vroegtijdig uitmondde in een eindspel van toren + paard tegen toren + loper, met meer dan wisselende kansen. Interessant eindspelspul! Kijkt u mee:

 

 

Na de remise van Colleen was er nog een partij bezig, die van Loek Veenendaal tegen Marc Helder op bord 3. Tussenstand 5-2. De teamnederlaag was dus al een feit en niet erg, proefde niet zuur in de mond: Spaarne 1 is met 9 matchpunten veilig voor degradatie naar klasse 5. Ik hoorde afgelopen zondag bij Langs de lijn iemand spottend constateren (Hugo Borst?) dat Ajax na de 3-1-nederlaag tegen FC Groningen in ieder geval veilig is voor degradatie (op meer dan 20 punten afstand van PSV, het puntenverschil naar de nummer 16 was kleiner in ieder geval). We zijn dus in goed gezelschap.

Zuur was de afloop van Loeks partij echter wel. Aan het begin van de middag kon hij een prachtige aanvalsstelling opbouwen, omdat het tegenstander Helder niet lukte om zijn stukken naar actieve velden te bewegen, alsook om enig tegenspel te ontwikkelen. De zwarte stelling was tot passiviteit gedoemd. Helder kon de aanval alleen maar ondergaan. Die aanval leverde Loek stukwinst op (tegen twee pionnen) in een stelling met koningen zonder enige bescherming van pionsoldaten. Wel konden de beide zware stukken van zwart (dame + toren) daardoor actief worden en leek de winstweg voor wit niet gemakkelijk. Toen Loek een cruciale pion ook aan de tegenstander liet (op veld d4) leek de stelling te kantelen naar voordeel voor zwart. In het resterende eindspel was de zwarte pionnenklont te sterk: 0-1.

 

Schill

(met een niet-geringe bijdrage van Aad de Bruijn)

 

Rating
Rating
Hendriks, T.C. (Tobias) 2152 Otten, C.J. (Colleen) 2063 ½ – ½
Molenaar, A.J.M. (Toine) 1924 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1986 ½ – ½
Helder, M.J.G. (Marc) 2115 Veenendaal, L. (Loek) 1970 1 – 0
Holscher, P.A.C. (Peter) 1929 Arp, F.L. (Frans) 1954 ½ – ½
Heuvel van den, R. (Rob) 1954 Ruber, P.J.P. (Paul) 1949 1 – 0
Bakker, J. (Jeroen) 1930 Bruijn de, A. (Aad) 1926 1 – 0
Zijlstra, P. (Pascal) 1966 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1931 1 – 0
Boots, L. (Lukas) 1908 Littel, L. (Leo) 1858 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1985 Gemiddelde Rating: 1955 6-2

Beroepsgeheim of grootmeester in crime?

Voor de zekerheid stopte ik mijn blaffer toch maar bij me, want het was geen lekkere jongen met wie ik een beetje ging babbelen. Zelda, de rondborstige brunette die al jaren mijn afspraken regelt, keek een beetje bezorgd toen ik vertrok. Niet geheel onterecht, zoals later zou blijken, maar laat ik eerst vertellen met wie ik een gezellig onderonsje ging hebben.

Barry Buitenbeen was bij ons in de stad al enige tijd actief als regelaar van zaakjes die het daglicht minder goed verdroegen. En de eigenaar van een grote hotelketen aan de Strip beweerde dat hij last van hem begon te krijgen omdat Barry onder zijn vette duiven aan het schieten was.

Het ging er niet meteen om hem naar de eeuwige jachtvelden te sturen; inwinning van informatie werd aan mij toevertrouwd, om te zien of eventuele stappen tegen Buitenbeen genomen konden worden. We moesten gewoon meer van hem weten.

Ik heb de nodige ervaring met jongens van de vlakte. Meestal zijn ze door hun moeder verwaarloosd of door hun vader geslagen. Soms allebei. En als ze in het milieu opgeklommen zijn dan roken ze geen zenuwachtige sigaretjes meer, maar dikke sigaren.

Enfin, ik kon natuurlijk niet zomaar zijn kantoor binnenstappen en vragen: wat vreet jij allemaal uit Buitenbeen? Er zijn bepaalde mensen hier in de stad die een hekel aan je beginnen te krijgen!!

De kans was dan groot dat Barry van de weeromstuit een hekel aan mij kreeg, en daar schoot ik niks mee op. Er zou echter een zogenaamde deal op touw gezet worden… Ik ga er niet te veel over vertellen; noem het maar beroepsgeheim.

In Las Vegas gaat veel geld om. Daar lopen de mensen die iets te besteden hebben zich als lemmingen te pletter op de gokautomaten; ze laten zich plukken in de casino’s en betalen verder voor alles veel te veel. Laten ze dat vooral blijven doen; ze willen het; er is geen wet die het verbiedt. Maar er zijn ook een paar dingetjes die de wet wél verbiedt.

Barry Buitenbeen was er handig in geworden om die paar dingetjes te omzeilen. Dat deed hij niet alléén natuurlijk, het was bekend dat hij vriendjes had in het milieu. Vriendjes, die meestal te kennen gaven dat ze niet wisten wie Barry was. Ik had al een paar figuren gepeild namelijk, want ik hou er niet van om onbeslagen ten ijs te komen, maar de ontmoeting moest vandaag gaan plaatsvinden op de locatie die zijn secretaris aan de telefoon had bepaald. Het bleek buiten de stad te zijn op een nogal afgelegen adres. In mijn oude Oldsmobile reed ik er heen. Het bleek zo’n modernerige betonnen villa met veel glas en overhuivende terrassen.

Ik zette mijn vervoermiddel honderd meter verderop in de schaduw van een boom en stak een sigaret op. Ik nam de omgeving rustig in me op; hoe liepen de wegen hier…

Ik keek op mijn horloge; het was de afgesproken tijd. Ik mikte mijn brandende peuk uit het raampje en stapte uit. Bij zijn voordeur stond een man die naar mijn naam en bedoelingen vroeg. Uit mijn vriendelijke antwoord bleek dat het allemaal klopte; ik mocht dus naar binnen.

Barry bleek een nogal vadsige, zweterige, ongeschoren stinkerd, die er niettemin duidelijk aan gewend was de touwtjes in handen te hebben, getuige de korte knik die hij nodig had om twee van zijn paranymfen de kamer uit te sturen. Hij keurde mij aanvankelijk nauwelijks een blik waardig en bleef zitten lezen in een soort ligstoel. In een hoek van de kamer stond een tafel met een schaakbord, waarop de stukken in de beginstelling waren opgesteld. Met een kort gebaar beduidde hij me plaats te nemen op een krukje. Na enkele ogenblikken legde hij zijn lectuur terzijde en nam de moeite zijn blik op mij te richten. Ik zag nog juist dat hij had zitten lezen in “De avonturen van Beertje Paddington”. Ik kon mijn ogen niet geloven! Dat was ook míjn favoriete beertje!!

Was de wereld aan het veranderen? Criminelen lazen geen geïllustreerde kinderboeken toch? Had ik een paar ontwikkelingen gemist? Ik geef het niet graag toe, maar dit maakte me onzeker. Kreeg ik nou te maken met een harde gevaarlijke jongen, of met een scheefgegroeide gevoeligerd. Ik begon steeds minder zin in deze schnabbel te krijgen en voelde me niet helemaal op m’n gemak. Barry bleek het in de gaten te hebben. Hij zei: Jij bent toch zo’n speurdertje; met van die maniertjes die je van een televisieserie hebt afgekeken; zo’n dertien in een dozijn mannetje… Luister, ik raad je aan nu een veilig heenkomen te zoeken, voordat ik een slecht humeur krijg. Laat die bobbel onder je colbert maar hier achter. Dat is misschien wel een aardig speeltje voor een van mijn medewerkers. En dan: inrukken!!

Zelda was blij me heelhuids terug te zien. Ik vertelde haar dat ik het varkentje gewassen had en dat het uitschot weer als vanouds voor me gesidderd had. O! Sluwe vos van me!! zei ze en kwam bij me op schoot zitten. Het werd nog een gezellige middag.

 

Dark horse

Een soort van gelijkspelen. KNSB ronde 7 Het Spaarne-1, 4 remises, 4 nederlagen.

Zou in dit geval een taktische opstelling de schade beperkt gehouden hebben? Niet 6-2 verliezen, maar met 5-3 of nog iets meer naar het midden met 4½-3½? Ik ben niet voor die kunstmatige ingrepen, een enkel bord, iemand naar bord 1 als Woutje Weghorst in de spits kan nog, maar 1 t/m 8 omdraaien?

We gingen hard onderuit in Heemstede en het Combiteam ook zag ik aan de geplaatste koningen op de borden (1-7 zelfs, tegen Voorburg-1). Philidor Leiden-2 had tegen Het Spaarne-1 overal een ratingoverwicht.

Keimpe Knijft pakte het zo aan op bord 8. Geen spectaculaire partij, maar degelijk de stukken eraf zonder grote verwikkelingen tegen een sterkere tegenstander.

Op bord 1 moest Colleen Otten in ongeveer gelijke stelling kiezen voor een actieve of passieve verdediging. De actieve variant houdt altijd wat risico in als je je tegenstander een vrijpion geeft. Haar commentaar bij de partij:

Het Ree-gevoel:

Leo Littel op 7 had groot voordeel tegen zijn zeer jonge tegenstander die tijdens de partij van krachtige soep werd voorzien door zijn vader die op bord 2 van Loek Veenendaal won. Een paar slordige zetten van Leo vergooiden de winst. Het maakte niet meer uit voor de wedstrijd en er werd remise overeengekomen.  Als de mailbox kleppert komt er misschien meer informatie over de partij. Het slotfragment heb ik genoteerd:

In mijn partij op bord 6 kwam ik 2 pionnen voor in een eindspel met ongelijke lopers. De technische winst was niet aan mij besteed. Een krachtig bouillonnetje volgende keer? Handig bracht zwart een remisestelling op het bord.

Als er nog partijen of fragmenten binnenkomen maak ik een update van het verslag.

De uitslagen en de stand in poule 4D van de KNSB. De uitgestelde ronde 6 wordt gespeeld op 28 maart 2026, na ronde 8 op 7 maart.

 

 

Verslag: Aad de Bruijn.

[/pgn]

 

Fischer Random. Rapid 5 februari 2026.

Afgelopen donderdag 5 februari 2026 organiseerde Bert een rapidavond met klassieke opstelling van de stukken (positie 518) in het jargon van Fischer Random. Anderen, waaronder ik, speelden in een zeskamp met diverse beginposities uit de ballenbak met 960 mogelijkheden van het Fischer Random. Vergeleken met andere verzonnen varianten van het schaakspel levert het een rijke bron van ideeën op. Ongebruikelijke matdreigingen, vreemd ongedekte velden en terreinvretende korte rokades zetten je brein aan tot frisse activiteiten. Soms staat er na 10 zetten een “gewone” geeuwstelling, want je hebt de neiging om de paarden naar f3 of f6 om te spelen en de gewone diagonalen voor je lopers te zoeken. Dat valt tegen als je alerte tegenstander wel de nieuwe mogelijkheden ziet. Het speeltempo was 15 min. + 3 sec./zet.

Spelers benaderen de openingsproblemen elk op eigen wijze. Zoek het zwakste veld bij de tegenstander (Deurloo the killer), welke pionnen moet ik opspelen om mijn stukken vrijheid te geven (Sala de ondernemer), hoe mag ik rokeren (Schilthuizen een natuurtalent). Deze waanzin heeft Bert verzonnen (Anoniem) Bert: “nee Fischer”. Als je vreemd rokeert moet je dat aankondigen en als je offert doe je dat uit beleefdheid ook (Terwee). Een groot verschil met de gewone clubavond is de geanimeerde conversatie onderling. De laatste goeie films worden besproken, luidruchtige vrolijkheid alom. Ik sprak Sybe Terwee even en die heeft daar normaal, net als ik, last van. Maar ach, je gaat vanzelf meedoen als het een beetje meezit. Sander Schilthuizen, zonder zichtbare ervaring in dit spelgenre won onze groep overtuigend. In de eerste ronde lukte mij een gelukkig mat met 3 lichte stukken tegen de altijd origineel spelende Marco Deurloo, maar daarna viel het wat tegen. Verlies tegen een ontketende Sybe, klokwinst tegen Frank Sala en kansloos eraf tegen Sander.

Met enige moeite heb ik het partijtje (vanuit positie 690) tegen Marco kunnen reconstrueren:

In de partij uit ronde 4 tegen Paul Neering kwam een eindspelletje op het bord. Ik dacht te kunnen winnen met een goed paard en pluspion tegen een loper, maar Paul keepte de boel eenvoudig tot hij een mouse-slip maakte zonder muis. Kort geleden las ik een anecdotisch commentaar over een paard dat in een eindspel bijna alle velden van het schaakbord had bezocht om te kunnen winnen. De handicap van een paard bleek het onvermogen te zijn om een tempo te winnen of verliezen. Ik heb thuis de stelling tegen Paul natuurlijk uitgeplozen met Stockfish 18 op de achtergrond. Een probleem van de engines vind ik altijd de zettenbrij, de reeks van op het oog willekeurige zetten. Het formuleren van een plan bijvoorbeeld: “zet dat paard op d3 en loop met je koning om na wat voorbereiding”, ben ik nog niet in zo’n duidelijke vorm tegengekomen. Mijn vermoeden was dat het gewonnen moest zijn en dat bleek ook bij nadere inspectie. Het eindspelletje met een relevante variant:

Van Paul kreeg ik trouwens een cursusboek “The Center” van Mikhalchishin en Mohr , een stille hint om niet alleen op flankaanval te spelen, maar strategisch gezond op het centrum en daarna….Bijna elke dag bestudeer ik nu een partij of fragment uit dat boek en sla dat met eigen en geleend commentaar op in een file. Bedankt Paul. Het is net als gezond eten.

Als de loper andere diagonalen kiest zijn er vergelijkbare winstvoeringen. De moeilijkheid zit in de dreigende zetdwangstellingen, die zich op de achtergrond afspelen.

Denkt er iemand anders over dan hoor ik dat graag.

Ik kan op Chess.com wel Fischer Random spelen en opslaan in pgn-formaat in mijn ChessBase17 , maar de partijen daarna niet naspelen. Ook het zelf kiezen van de beginopstelling lukt niet.

Wie weet raad, iets met instellingen ?

De uitslag van het gewone rapidtoernooi:
1. Jeroen Loos 3½ uit 5
2. Robert Balm, Keimpe Knijft, en Paul Ruber 3 uit 5
5. Pim Abbestee en Peter van Harn 2½ uit 5
7. Ted Bijvoets 2 uit 3
8. Piet Hein Koning 2 uit 5
9. Paul Mathot 1½ uit 5
10. Daniël Roose 0 uit 3
De uitslag van het Fischer Random Chess:
1. Sander Schilthuizen 4½ uit 5
2. Aad de Bruijn en Paul Neering 3 uit 5
4. Sybe Terwee 2 uit 5
5. Marco Deurloo 1 uit 2
6. Bert Bergshoeff 1 uit 3
7. Frank Sala ½ uit 5
De stellingen waren de nummers 690 (in ronde 1), 216 (2), 333 (3), 693 (4) en 726 (5).

 

 

 

Dag 9 van de tienkampen (slot) Tata Steel Chess Tournament

Het Tata-toernooi zit er weer op. Nodirbek Abdusattorov werd de terechte winnaar van grootmeestergroep A, de jonge Andy Woodward bleef in groep B de “oude vos” Vasyl Ivanchuk (5 jaar jonger dan ik) een half punt voor.

Ik heb de afgelopen week nauwlettend in de gaten gehouden hoe onze clubgenoten het deden. Ik had graag positiever gerapporteerd, maar dit was overduidelijk niet ons jaar in Wijk aan Zee. Jan Vreeburg (in groep 3C) sloot zijn toernooi af met een remise tegen de winnaar van zijn groep, maar zal met zijn eindscore van 1½ punt zeker niet tevreden zijn. Lourens Willemsen (4C) wist de schade met 1½ in de laatste twee ronden te beperken, hij eindigde met 3½ punten op de 8ste plaats. Richard Breurkes kende aanvankelijk wel een goed toernooi, stond na 6 ronden op 4 punten, maar slechts een halfje in de laatste drie ronden wierp hem terug naar een plek in de middenmoot. Ook Frank Sala (8B) boekte twee nullen tot slot en eindigde met 4 punten als zevende.

In mijn groep, groep 7C, stonden na 8 ronden drie spelers op de gedeelde eerste plaats. Van hen zouden Michele D’elia en Lee Donghyun C elkaar in de laatste ronde treffen, maar helaas kon Michele door ziekte niet spelen en kreeg Donghyun het punt dus cadeau. De derde koploper Wilco Dado won van Max Cloosterman en zo deelden Donghyun en Wilco de eerste plaats en promoveren zij beiden naar groep 6 in Tata 2027.

Ik speelde in de laatste ronde tegen Hans Huson, een goede bekende van me, vast deelnemer aan het Kennemer Open. De verliezer van deze partij zou laatste worden in de groep, er zijn eervollere uitdagingen denkbaar, maar we gingen ervoor.

Na afloop zat ik er een beetje verbouwereerd bij. Hoe was het mogelijk dat ik ook deze partij nog verloren had? Een ouderwets gevalletje van prima uit de opening komen, bij iedere zet je stelling een fractie verslechteren en in het eindspel alles verknoeien. Aan het einde van het toernooi was er niet nog een klein lichtpuntje voor mij, ik ben blijven steken op de magere score van vier remises en vijf nederlagen.

Ik neem jullie mee door mijn laatste partij, een analyse die bedoeld is om vooral een therapeutisch karakter te hebben.

Dag 8 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Is schaken inspanning of ontspanning?

Als je op een middag als vanmiddag de toernooizaal bezoekt zie je uit veel ernstig kijkende hoofden, vaak verborgen tussen twee handen (naast, onder of bovenop het hoofd), continu ogen over het bord dwalen. Na afloop van een lange partij zijn sommige schakers naar eigen zeggen totaal gesloopt. Wat een inspanning, wat een moeilijk spel, wat een opluchting als de kwelling er weer op zit.

Er zijn er ook die er veel luchtiger tegenaan kijken. Zij zien het spel als een puzzeltje, overzichtelijk op de 64 velden van het bord. Geen verborgen geheimen, alles wat er is staat voor je op tafel, ze hebben uren de tijd om hun zetten te bedenken en als zij gezet hebben wachten ze rustig af tot hun tegenstander weer iets bedacht heeft, ondertussen bedenkend wat de beste voortzetting is. Zij zitten meestal wat rechterop achter hun bord, armen over elkaar of losjes op tafel, ontspannen maar geconcentreerd naar het bord kijkend.

Toch komen beide categorieën schakers heel erg overeen. Na de partij zitten ze vol verhalen over het zojuist gespeelde spel. Tegen vrienden en bekenden vertellen ze vol vuur hoe ze het paard van hun tegenstander door middel van een slimme penning wisten te veroveren en daarna de koningsstelling oprolden. Hele series van gespeelde zetten rollen over hun lippen terwijl de meeste toehoorders geen flauw benul hebben hoe de stelling was, maar wel beleefd knikken alsof ze het precies kunnen volgen. Zij zijn namelijk ook schakers.

Ik hoor, denk ik, meer bij de tweede categorie. Mijn partij duurde bijna vier uur vanmiddag, maar gesloopt voelde ik me niet. Het was een zeker een zware pot, ik stond ook heel slecht op een bepaald moment, maar hield mijn hoofd erbij, vocht voor mijn kansen, kreeg die ook en werd beloond. Ik had graag mijn eerste overwinning behaald, dat zat er helaas niet in, maar deze remise voelde wel als een overwinning. En ik geef toe, het is deze week wel eens wat minder prettig afgelopen voor me, maar ik voelde me toen niet anders. Fijn om er ontspannen in te zitten, maar ik denk wel eens, zou je niet een betere schaker zijn als je alles wat intenser beleefde. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Nadat mijn partijen in de eerste zeven ronden slechts 41, 34, 22, 34, 24, 29 en 30 zetten duurden speelde ik vandaag eindelijk eens een lekker eindspel. Op zet 64 besloten mijn tegenstander en ik wegens zetherhaling of aankomende zetherhaling (we hebben het niet eens gecontroleerd) tot remise. En daar was ik in dit geval zeer tevreden mee, want het spel was inderdaad uitgespeeld. Allebei fouten gemaakt, maar allebei ook veerkracht getoond, we waren even goed of even slecht, beoordelen jullie het maar: