Kleine wonderen

Ik liep op de brug over de Jacob van Lennepkade in Amsterdam, toen ik opeens voelde dat mijn dochter van vier een angstige ervaring had. Dat was opmerkelijk, want zij was op dat moment met mijn vrouw in de stad, in de Bijenkorf om precies te zijn. Toen zij later die middag thuiskwamen, vroeg ik of er misschien iets gebeurd was. Het bleek dat mijn dochter eventjes haar moeder kwijt was geweest in de drukte. Maria, mijn vrouw, had haar al snel weer gevonden. Niks aan de hand dus.

Een aantal jaren later maakte ik op vakantie in Zuid-Limburg een boswandeling met mijn gezin. Zomaar uit het niets zei een stem in mij dat ik mijn vader moest bellen, omdat hij in de problemen zat. Teruggekomen op ons vakantieadres belde ik mijn ouders. Ik kreeg mijn moeder aan de lijn, die mij vertelde dat mijn vader last had van ademnood vanwege de warmte en dat hij zich niet goed voelde. Zij wist zich geen raad. Als de bliksem een dokter bellen natuurlijk!

Dat liep toen met een sisser af, maar het voorval met mijn vader vertoont gelijkenis met dat met mijn dochter. Er werd door een familielid een signaal uitgezonden over een angstig moment. Een signaal dat misschien niet specifiek voor mij in het bijzonder bedoeld was, maar wel door mij werd opgevangen. Over grote afstand, want mijn ouders woonden toen in Voorhout, een dorp in de buurt van Leiden.

Wat is dit? Hoe zo’n signaal te duiden?

Ik ben niet ontvankelijk voor zweverige ideeën, en heb er geen behoefte aan om dingen of verschijnselen te mystificeren. Een onstoffelijke overdracht van informatie bestaat niet in mijn wereldbeeld. Ik denk dus dat er hier een zender en een ontvanger zijn, en een lange of korte golf die wel degelijk materieel van aard is, en die net als het licht in ultrakorte tijd enorme afstanden kan overbruggen. Fotonen zijn de quanta die het licht brengen. Wat voor deeltjes zijn de dragers van zo’n telepathische boodschap? Door welk orgaan of welke organen worden ze door het menselijk lichaam uitgezonden? En hoeveel energie is ervoor nodig? Vragen genoeg, geen antwoorden. Wat weten we eigenlijk van de eigenschappen van de wereld om ons heen?

Meer mensen hebben soortgelijke ervaringen. Dit is geen uniek talent van mij.

Maar er zijn ook mensen die er hun broodwinning van proberen te maken, en die mensen hebben over het algemeen niet over klandizie te klagen. In de oudheid bloeide deze handel volop in allerlei culturen. Alleen vond men toen nog niet dat het om handel ging. De verkopers van ‘al uw voorspellingen’ leefden vaak zelf in de veronderstelling dat ze contact met de goden hadden.

Er is veel veranderd in de loop der eeuwen, maar hoeveel precies vraag je je soms wel eens af, want er is nog steeds een overdaad aan Jomanda-achtige types. Lou de palingboer had 600 volgers toen het internet nog niet bestond. Hij claimde onsterfelijk te zijn. Maar toen hij toch kwam te overlijden wilden zijn sekteleden hem niet laten gaan. Zij klampten zich aan hem vast, riepen: Lou kom terug! Als de angst in de man of de vrouw is, wordt er al gauw van alles geloofd en omarmd. We willen nu eenmaal graag een ‘vast punt’ waarop we kunnen vertrouwen. Maar enfin, dat heeft met de bovenstaande vraagstelling weinig te maken, en interesseert de leverduiders en de vogelzwerm-uitleggers ook niet.

Door velen wordt het geloven in bovennatuurlijke krachten ook met spiritualiteit verward; een modernistisch product met een eindeloos aantal derivaten en varianten. Maar niet alleen dit soort flauwekul valt op; de hele menselijke samenleving is van irrationaliteit doortrokken. Tot op de hoogste politieke niveaus worden irrationele beslissingen genomen. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat wereldleiders regelmatig hersenschimmen najagen zonder door hun onderdanen te worden gecorrigeerd.

Maar nu ben ik weer op mijn politieke stokpaardje terecht gekomen, terwijl ik alleen het wonder van de telepathische overdracht als natuurverschijnsel wilde bespreken.

 

Dark Horse

Helden in Hillegom deel 2. Vervolgverslag Open Kampioenschap van Hillegom 2025.

In het eerste verslag tot en met ronde 3 bleef de grote vraag hangen, kunnen de successen na 2½ of 2 uit 3, worden voortgezet?

Hoe ging het verder met het epos?

Om zakelijk te blijven, de 4e ronde in Hillegom bracht helaas een nederlaag voor Leo Littel tegen Peter Pijpers(oud-winnaar). Bert speelde een ultrakorte remise en Richard Breurkes had een bye.

Ik kwam gelijk met Pijpers  (3½ uit 4), door een overwinning op Michiel Lowie. Hij had de pech dat ik, het door hem voorbereide gambiet, zelf gespeeld heb in blitzpartijen en ook wel eens gekeken heb naar het wat neerbuigende commentaar van bekende grootmeesters “O no more Stafford”.

Ronde 5.

Leo speelde een wat benauwde remise tegen Hennie van Eeuwijk en Bert won en speelde zich weer in de top, Richard had een bye

Deze ronde kwam bij mij ook de man met de hamer langs, in de persoon van Peter Pijpers. Zijn beoordeling van de stelling in het volgende fragment was veel beter.

In ronde 6 werden drie van de vier helden flink afgeschminkt, zwaard en harnas gingen verloren. Er zijn enkele beelden bewaard gebleven.

Alleen musketier Richard Breurkes bleef overeind in een scherpe moedige partij na flink verloren te hebben gestaan..

De 7e en laatste ronde.

Richard bleef zijn stijl getrouw, maar verloor deze keer. Bert voorzag zijn verliespartij van sportief commentaar.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat heer Littel en ik de laatste ronde tegen elkaar werden ingedeeld.

Leo verraste mij met 1.e4 en de Winawer, jeugdsentiment uit de tijd dat hij in  de Haagse Schaakbond speelde. En wie speelde toen ook in Den Haag en dat 50 jaar geleden? In het middenspel stond Leo verloren, daarna gewonnen maar aan het eind had hij geen tijd meer voor een koningswandeling uit het schaak. Remise en jonge jenever dus. Geen prijzengeld.

Na het voorspoedige begin in het toernooi had ik op iets meer gerekend, maar ja dan moet je ook remise kunnen maken tegen de sterkere spelers.

Volgend jaar hoop ik op wat meer clubgenoten in het toernooi. Cok Ippel verdient dat en je kan gewoon kampioen worden.

Peter Pijpers werd overtuigend winnaar met 6 uit 7 door in de laatste ronde ook de sterke Willem Hensbergen te verslaan. Alle partijen van groep A en B met rondeverslagen zijn op de site van De Uil te vinden.

De eerste tien van groep A en B:

 

Verslag: Aad de Bruijn.

 

 

Het Spaarne 1 – Amsterdam West 2: 6 – 2

Heemstede. Uw verslaggever liep een beetje verdwaasd en ontevreden rond. Op een vrolijke zaterdagmiddag. Was het een vrolijke middag? Vrolijk als een decembermiddag kan zijn. Mijn tegenstander kwam niet opdagen. En ‘opdagen’ kon van alles betekenen, al voor een uur van zijn bedenktijd was verstreken. Teamcaptain Van de Pavoordt lichtte me in: je tegenstander heeft geen mobiele telefoon. Dus waar hij zich nu bevindt is voor iedereen ongewis. In 1975 of 1995 was dit helemaal niet vreemd geweest, maar nu, in 2025, wel. Misschien was hij naar het Denksportcentrum aan het Spaarne gereisd om daar tot de ontdekking te komen dat …

Aha!

(Maar Het Spaarne speelt al jaren niet meer aan het Spaarne, omdat de bier- en jeneverconsumptie ver onder de maat bleef bij de verwachtingen van de uitbater. Schakers zuipen te weinig. Dat was zijn tere bevinding. Of ze beginnen te laat met zuipen. Dat kan ook nog. Schiet eens op met je tijdnood, er moet gedronken worden, en niet zo zuinig ook! Oke, oke, oke! Spoel je je nobele doelstelling (onderdak bieden aan denksporters) dan niet weg met een onhaalbare dorstige doelstelling? (Deze beeldspraak gaat dus mank, Schill, door een overvloed aan droogte.) De vraag is ook: drinken bridgers en dammers meer dan schakers?

De uitbater mocht eens weten hoe vaak de port- en jeneverflessen tijdens de vaste speelavonden op de Laan van Berlijn worden bijgevuld. De portconsumptie heeft in de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw een recordstatus bereikt. Geheelonthouding is een goede zaak, laat ik dat niet onvermeld laten.)

–0–

Ik vulde de teamcaptain van Amsterdam-West aan: probeer dan maar eens om met het openbaar vervoer op tijd in Heemstede te arriveren. Later doemde een donkerder scenario op dat hopelijk geen werkelijkheid is geworden. U kunt wel raden wat ik bedoel.

Ik had graag een partij gespeeld. Aldus stonden we op een 1-0 voorsprong die snel werd aangevuld met remises op bord 4 (Paul Ruber), bord 6 (vaste invaller Yashin van Kesteren) en bord 7 (Leo Littel). Yashin was niet zeker van zijn zaak:

 

 

Frans Arp zwoegde zich door een eindspel met een pion minder. Leerzaam was een moment daaraan voorafgaand, waarop de witspeler een onreglementaire zet deed. Ik zag het gebeuren. Hij sloeg een zwarte toren terug met zijn koning: Ke1xd1. Dat kon niet vanwege een andere zwarte toren op d8. Frans Arp wees hem daarop. Dan maar Pe3xd1! De vraag was natuurlijk: wat had moeten gebeuren als wedstrijdleider Jansen erbij was gehaald? Twee minuten bedenktijd erbij voor zwartspeler Arp! Daarnaast was de vraag: zou de witspeler verplicht zijn geweest om een andere, wel toegestane zet met zijn koning te doen? Maakt het verschil of de hand van de witspeler eerst de zwarte toren van veld d1 haalt, en daarna zijn koning daar neerzet, of in een enkele beweging de zwarte toren van het bord verwijdert en zijn koning daar neerzet? Misschien maakt dat niet uit. Frans liet het gebeuren, en wist een lopereindspel uiteindelijk naar remise te brengen, nadat hij met een tactisch grapje een pion had teruggewonnen.

Keimpe Knijft verving Jan Vos, zette met de witte stukken de zaken op bord acht naar zijn hand en won soepel in een jacht naar de zwarte koning. Daarna volgden nog winstpartijen van Loek Veenendaal (bord 2) en van Colleen Otten (bord 1). Ook in Loeks partij was er een moment waar een arbiter bij geroepen moest worden. Dat gebeurde hier wel:

 

 

Colleen Otten speelde op bord 1 met frisse tegenzin een soort Wolga-/Benko-gambiet. En de tegenzin zat niet in de opening. Die maakte in dat opzicht niet uit. Veel vertrouwen leek Colleen niet in haar positie te hebben. Dat veranderde toen tegenstander Pijlman besloot tot de opstoot e4-e5. Vroegtijdig. Daarna was de stelling een tijd lang moeilijk te beoordelen. Wit had een vrije a-pion. Opkomende tijdnood nekte de witspeler, en pardoes bezette Colleen rond de veertigste zet de tweede rij met zwaar geschut:

 

 

Tja, soepele winst, zou je zeggen. Spaarne 1 staat zelfs bovenaan in poule 4D, voor wat het waard is, want de sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Na de kerst. We hebben inmiddels genoeg matchpunten om niet te degraderen. Dat dan weer wel.

 

Schill

 

Rating
Rating
Otten, C.J. (Colleen) 2043 Pijlman, R.W.J. (René) 1891 1 – 0
Veenendaal, L. (Loek) 1937 Yahia, M. (Mustapha) 1842 1 – 0
Schilthuizen, A.P. (Sander) 1996 NO 0 1R – 0R
Ruber, P.J.P. (Paul) 1951 Pavoordt van de, F.J. (Frank) 1875 ½ – ½
Arp, F.L. (Frans) 2005 Kalma, J.B.N. (Jildo) 1858 ½ – ½
Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1931 Plukkel, S.P.M. (Simon) 1800 ½ – ½
Littel, L. (Leo) 1827 Goedhart, G.J. (Gert-Jan) 1852 ½ – ½
Knijft, K. (Keimpe) 1820 Kotmans, R. (Rob) 1798 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1939 Gemiddelde Rating: 1845 6-2

Is het de locatie die ons inspireert? Weer een ruime overwinning in de NHSB: HWP N2-Het Spaarne N1 1-5. Ronde 4 NHSB.

Dinsdag 2 december 2025.

HWP, de club die de successen van het Eerste, Tweede en Derde KNSB-team van vorig seizoen, in een prachtig vormgegeven jaarboek, breed uitmeet, kwam er met hun N2-team wonderlijk genoeg weer niet aan te pas. Vorige keer was de overwinning nog ruimer met 5½ punt in de mooiste schaaklocatie van Haarlem. Op basis van de rating zou je eerder uitslagen in de buurt van 3-3 verwachten. Ze moeten daar wel een hekel aan ons krijgen. Jammer dat Leo Littel verloor, ik zag hem met weinig tijd op de klok tegen Bart de Valk. Van de eerste borden heb ik weinig gezien, behalve de koningen die verschenen op het midden van het bord aan het eind van de partij en dan allemaal aan de goede kant. Naast mij was Frans Arp aan het matzetten zag ik nog wel.

Op bord 5 speelde invaller Keimpe Knijft een zet of 20 theorie in de Sveshnikov-variant van het Siciliaans. Hij is een eigenaardige speler. Zijn spel lijkt wat passief en dan haalt hij ineens tactisch uit. De winst op Mink Muskens, een jonge actieve speler, die in het eerder genoemde jaarboek een leuk verslag schreef over zijn toernooi in Reykjavik, maakt een krachtige indruk. Ik heb toestemming om wat commentaar toe te voegen.

Loek Veenendaal won op bord 2. Aan het eind van de partij geeft wit een onzinnig schaak met een ongedekte dame. Kan alleen in totaal verloren stelling met een paar seconden op de klok. Deze truc kostte me ooit tegen Richard Duijn in een vluggertje het punt door snel de koning te zetten, omdat je het vluchtveld na normale zetten al gezien hebt.. Sindsdien heeft die duivelse truc een naam, maar misschien heeft Richard het ook van een verdorven trainer geleerd…

Loek geeft na de opening commentaar:

Op bord 4 moest ik het met zwart opnemen tegen de sterke Peter Beerens. Met nauwkeurig spel, pionwinst en grip op de stelling leek er niets aan de hand voor mij. Toch ging de partij bijna verloren in de tijdnoodfase. De laatste blunder kwam van wit…

Frans Arp op 3 en bezig aan zijn 4e jeugd bij benadering, bracht na een torenoffer ondekbaar mat op het bord na 34 zetten. Het motief : Witte loper op f6, zwarte koning op g8 en mat over de h-lijn. Reconstructie van de partij, waarin zwart best wel goed stond, bleek onmogelijk, maar administratie is dienend en levert niet meer dan het volle punt. Ik ben altijd jaloers op de schijnbare lichtheid van zijn spel.

Colleen Otten trof Enno Noordhoff aan het eerste bord en stond rond de 20e zet -4 of zo volgens de opperbaas Stockfish. Zie wat er gebeurt, met als hoogtepunt het diagram met de Mega Mindy op a8.

De rating in onderstaande tabel is nog van het begin van het seizoen.

 

14 bordpunten, de opbouw 4×3½ zou gunstiger zijn voor ons.

In deze grillige poule kan elk team van elk team winnen, door invallers en wisselende spelers.

 

Verslag: Aad de Bruijn.

 

 

 

 

 

 

 

Schaak-Off bij Het Spaarne op 27 november

Ook dit jaar organiseert Het Spaarne weer een van de voorrondes van de Schaak-Off.
De Schaak-Off is een landelijk toernooi georganiseerd door de KNSB, speciaal voor iedereen die wel heel veel van schaken houdt, maar nog niet zo veel ervaring heeft met club- of toernooischaken.

Meedoen aan de Schaak-Off is een uitstekende kans om kennis te maken met het competitieve schaken, en om nieuwe mensen te ontmoeten! De winnaars van de voorrondes gaan door naar de regionale finales en misschien zelfs de landelijke finale in De Bilt!

Wil je je aanmelden voor de Schaak Off, kijk dan hier: https://startmet.schaken.nl
Alle informatie over de Schaak-Off kun je hier vinden: https://schaakoff.schaken.nl

Why do I have to lose to this idiot? Waarom speel je goed of slecht? / Over vorm en inspiratie

Een partij uit één stuk heb ik geloof ik nooit gespeeld. Aan mijn betere partijen zat altijd wel een smetje; een slordigheidje of een onbegrip. Dat is voor de meesten van ons wel van toepassing denk ik, maar het betekent natuurlijk niet dat je slecht gespeeld hebt. Schaken is te moeilijk. Foutloos spelen gaat gewoon niet. Daar heb ik me allang bij neergelegd.

Veel interessanter zijn in feite de begrippen Vorm en Inspiratie, want welk niveau je ook hebt, je doet het de ene keer beter dan de andere. Het is wel te vergelijken met het componeren van muziek of het schrijven van een boek. Soms heb je een aardig idee, en lukt het maar niet om de juiste noten of woorden op papier te krijgen. Er verdwijnen propjes in de prullenbak; halve aria’s worden doorgekrast. Er ontbreekt iets. En het ligt niet aan je techniek, want die heeft je al vaak genoeg goede diensten bewezen.

Ik heb een tijd gedacht dat het een tekortkoming van me was, maar gaandeweg werd me duidelijker dat de meeste mensen er last van hebben. Mindere en betere dagen hebben we allemaal.

Hoe komt dat nou eigenlijk? Waarom kun je niet steeds op hetzelfde niveau blijven presteren? Ik denk, omdat er in ons niet echt een vast punt is, van waaruit we telkens vertrekken. Een mens is geen entiteit, maar opgebouwd uit verschillende varianten van zijn of haar persoonlijkheid.

En het is niet altijd even duidelijk welke variant er aan de beurt is onder wisselende omstandigheden. Al te erge dips zijn door studie wel te vermijden, maar ook grootmeesters spelen soms slechte partijen.

Ik speelde een paar seizoenen terug in het tweede en scoorde dat seizoen 4,5 uit vijf. In het volgende seizoen speelde ik in het derde en verloor tweemaal achter elkaar van spelers met een lagere rating. Was het gemakzucht of onderschatting? Ik begreep het zelf niet helemaal; waarom gebeurde dit ineens?

Op het internet idem dito. Soms gaat het een hele tijd goed, en blijf je maar winnen. Dan ineens kan het weg zijn en verlies je de ene na de andere pot, alsof je de grip plotseling kwijt bent.

Het helpt niet altijd om bij jezelf op zoek te gaan naar oorzaken; soms kun je wel iets aanwijzen, maar vaak ook helemaal niet.

In de jaren tachtig werd in Amsterdam een toernooi gehouden in het Carlton Hotel. De speellocatie was aan de Singel vlak bij de Munt. Toen ik daar een keer voorbijkwam zag ik toevallig Gary Kasparov naar buiten komen met een blik in zijn ogen alsof hij door het inferno was uitgespuwd.

Hij mompelde duidelijk hoorbaar zoiets als: “Why do I have to lose to this idiot?” en was daarna razendsnel uit het gezicht verdwenen.

 

Dark Horse