Bescheiden wensen

Ik zal het maar eerlijk toegeven; ik heb Groenland ook altijd al willen hebben. Niet voor de grondstoffen, die interesseren me niet zo. En voor mijn persoonlijke veiligheid heb ik Groenland ook niet echt nodig. Nee, het gaat mij om het prachtige land zelf. Om de vriendelijke onbaatzuchtige bewoners; de eskimo’s, excuus: Inuit, die elkaar zo mooi toezingen over grote afstanden in de sneeuw. Dat kan op Groenland, omdat het er rustig is, stil zelfs. Wat ze elkaar over die grote afstanden toezingen weet ik niet, maar dat is misschien leuk om eens uit te zoeken. Het zal wel over vis gaan vermoed ik, of anders over de gesel van de Deense bezetter.

 

undefined

De hoofdstad Nuuk in de winter (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nuuk#/media/Bestand:Nuuk_main_road.JPG)

 

Ik heb begrepen dat de Amerikaanse president zijn oog nu ook op het eiland heeft laten vallen. Maar zijn motieven zijn anders; voor zover ik weet is hij niet in de cultuur geïnteresseerd. Hij is niet zo’n liefhebber van gezongen boodschappen heb ik me laten vertellen.

Sinds grootmachten ineens dol op Groenland zijn, ontstaan er ook spontaan allerlei neveneffecten. Cartografen vinden het plotseling van belang de ware grootte van het eiland aan de wereld kenbaar te maken. Wij eenvoudige HBS-ers dachten daar natuurlijk nooit over na. Groenland was onmetelijk groot en speelde verder geen rol; waarom zou je aan Groenland denken? Maar het blijkt veel kleiner te zijn… ergens ook jammer natuurlijk. Enfin, we gaan er niet sentimenteel over doen.

De kans dat ik het ooit nog krijg lijkt me nu wel verkeken trouwens. Misschien moet ik maar afzien van het hele idee. In een wereld waar het recht van de sterkste geldt, staan mijn kansen niet erg hoog genoteerd.

Maar trendgevoelig als ik ben, denk ik er nu toch over om dan maar een ander eiland in te nemen. Grote eilanden zoals Borneo of Madagaskar liggen te ver weg; dat wordt logistiek te veel gedoe. Maar een Waddeneiland is misschien haalbaar! Schiermonnikoog bijvoorbeeld, zou aantrekkelijk kunnen zijn. Als dat niet lukt, zijn hier in de Molenplas nog wel een paar kleinere groene pollen die gemakkelijk te bezetten zijn. Bevoorrading hoeft geen punt te zijn, want de Jumbo is vlakbij.

De kans is echter groot dat zo’n onderneming op allerlei regels en verordeningen gaat stuiten. Zo zijn we wel in Nederland; voor het autonome initiatief is hier geen plaats. Je wordt overal door de overheid beloerd en gehinderd. Daarom blijft er eigenlijk maar één plaats ter wereld over waar je je nog vrij kunt bewegen: Paraguay! Ik zag laatst op de TV een documentaire over het land. Wat een paradijs! Daar mag echt alles, daar kan je nog ongestoord van je wanen genieten…

 

Dark Horse

De interne competitie deel 2 Partijfragmenten november - december 2025 (met opgaven)

De siteredactie wenst u alsnog een gezegend en schaakrijk 2026 toe. Het vuurwerk van de jaarwisseling is natuurlijk al lang weggesist in de Nieuwjaarsnacht, hier en daar is er misschien nog wel een pluk platgereden karton midden op straat te vinden, na de sneeuwval van begin deze maand, maar dit is het eerste bericht van 2026!

Overigens: het verbaasde me dat een van mijn overburen op 4 januari met een schop in de hand zijn rommel op ging ruimen. Ik stak mijn duimen omhoog toen ik mijn auto instapte en riep hem toe: goed idee! Tja, naast de lusten ook de lasten, antwoordde hij. Zo had ik dat ‘oer-Nederlandse’ geknal met Oud en Nieuw nog niet bekeken. Ook de lusten! Aha. Volgend jaar wordt alles anders. Als het aan Den Haag ligt. Ja, echt?

Hopelijk gaat het schaakbord voor eenieder van ons het nodige vuurwerk bieden, om ons af te leiden van zinnen vol gemakzucht en machtswellust als: The fact that they did a boatland five hundred years ago doesn’t mean that they owe the land. Ik wil gaag op vakantie naar Groenland, nu het nog kan.

Ik verlang inmiddels wel naar rust en gezonde weloverwogen zetten op het schaakbord van de geopolitiek. De periode van de Koude Oorlog lijkt nu zelfs een idylle van stabiliteit, ‘logische’ besluiten en redelijkheid, als we de Cubacrisis even vergeten (een jaar voor mijn geboorte), en de aanwezigheid van kruisraketten op Europese bodem (in de jaren tachtig). Ik krijg nu visioenen van  Donald Trump die verkleed als de witte dame – het sterkste stuk – in een witte kazuifel over een levensgroot schaakbord raast, op zoek naar ‘meervoudig mat’, wether you like it or not. Maar verder gaan de schaakmetaforen hopelijk mank: wie gaat hij mat zetten? Kan hij eigenlijk wel mat zetten? We need a checkmate here and now, could somebody bring me a checkmate? Op een man van de wereld als Trump staat geen maat, dat spreekt vanzelf. Of trapt hij uiteindelijk in een lekker stikmatje dat Europese leiders hem voorleggen? (Just throw that daddydiplomacy in a bin.)

M.C. Escher, Metamorphose II, houtsnede, oktober 1939 - maart 1940, detail

M.C. Escher, Metamorphose II, houtsnede, oktober 1939 – maart 1940, detail

 

Goed. De laatste speelronden van de interne competitie in de staart van 2025 boden ook redelijk wat vuurwerk, uiteraard veel onschuldiger dan op het biljartlaken van de wereldpolitiek (er moeten daarop altijd vijf ballen liggen die elkaar in evenwicht zouden moeten houden, zo beweerde historica Beatrice de Graaf deze week op tv, en een van die ballen moet Europa / de EU worden – ik vroeg me af: vijf? Waarom niet drie of zes?). We gaan er doorheen met een aantal partijfragmenten die diverse clubgenoten instuurden. Af en toe komt er een vraagje tussendoor, makkelijk of iets moeilijker.

 

We beginnen met een partijfragment in de partij Terwee – Vreeburg (6e ronde, 30 oktober 2025) dat een spectaculair slot had kunnen hebben.

 

 

Sybe had vlak na de opening een pion gewonnen, maar ging op dit moment niet eens opzichtig, maar wel bijna met fatale gevolgen de fout in met 26. Dc2. Jan antwoordde met 26 …. Pf4+. Hij had echter een veel betere zet.

Vraag 1: welke zet is dat? (inkoppertje!)

Na 26 …Pf4+ rommelde zwart nog een tijdje rondom wits koning (offerde het paard voor vage aanvalskansen), wist uiteindelijk nog de remisehaven te bereiken op zet 43, toen Sybe in ernstige tijdnood het paard had teruggegeven.

 

–0–

 

Robert Balm en Johan Tates speelden een paar weken geleden een frisse partij (ronde 12, 11 december). Johan leek een pion te verliezen op zet 18.

 

 

Vraag 2: welk antwoord heeft wit als Johan 18. …. a5 zou hebben gespeeld?

Vraag 3: hoe haalde wit het punt binnen na 29 …. Txg3? Opwarmertje, ik zeg het erbij. Dus niet zo heel moeilijk. Witspeler Balm wist wel raad met het buitenkansje.

 

–0–

 

In dezelfde speelronde won Ted Bijvoets met zwart van Frank Sala. Tijdens de opening vlogen wit en zwart elkaar naar de keel, waardoor er direct een boeiende stelling ontstond. Helaas ging Frank op zet 18 in de fout.

 

 

Vraag 4: hoe wint zwart materiaal? (ook niet moeilijk)

 

–0–

 

Verrassend maar verdiend was een paar weken eerder de zege van Lourens Willemsen op good old Paul Ruber (ronde 9, 20 november). Hoe kwam het dat je verloor, vroeg ik twee dagen later. Lourens speelde gewoon erg goed, was Pauls nuchtere antwoord. Het toreneindspel waarin de partij uitmondde pakte ongunstig voor zwart uit, omdat de zwarte toren niet actief kon worden aan de goede kant van wits vrijpion. Volgens Paul was er in het eindspel nog wel een afslag naar remise. Hij nam die echter niet. Lourens maakte het karwei mooi af, met 54.a6 als elegante kroon op het werk.

 

 

Vraag 5: (deze is iets pittiger): welke afslag miste Paul na de 50ste zet (codewoord: Röntgen- ). Met andere woorden: welke onnauwkeurige zet van zwart wordt bedoeld? En welke taktische truc kan wit gebruiken (variant, 3 zetten)?

 

–0–

 

In ronde 11 volgde de ontmoeting tussen uw verslaggever en Paul Ruber. Het werd geen salonremise, ook al had ik dat van te voren zo ingeschat, wel een partij met strijd, waarin wit de vis op het droge had kunnen krijgen, maar dat verzuimde te doen. (De onderlinge stand qua winstpartijen is ruimschoots in het voordeel van Paul, over de jaren gemeten, misschien wel 1-4, of 1-5).

 

 

–0–

 

Tenslotte: de laatste ronde voor de kerst (18 december) bracht nog een tweede ontmoeting met Jan Vreeburg. Die verliep als volgt: de ene speler (ondergetekende, met zwart) ging op zoek naar een dwingende weg naar winst (‘a final blow’), de ander (Jan) probeerde er nog het beste van te maken na een mislukte opening.

 

 

Vraag 6: Hier speelde zwart het truttige 22 …. Lc4. Krachtiger is 22 ….. Tac8. Zeg maar, een soort van genadeklap. Welke variant illustreert dat na 23 Pxa6 (5 zetten)? (ook weer wat pittiger)

 

De partij ging als volgt verder:

Zwart speelde hier 24. Tab8, krachtiger is echter 24 …. Tac8. Sterkste antwoord van wit is enginetechnisch 25. Pa4 (Voor 25. Pe4 valt wat te zeggen, maar ook weer niet vanwege de opstoot f7-f5). Dan staat het zo:

 

 

Vraag 7: Hoe gaat zwart hier het daadkrachtigst verder? Geef een variant van vier zetten. (pittig, troost: uw verslaggever vond het niet! Zag de beginzet wel, maar voerde die niet uit.)

 

De partij ging als volgt verder:

 

 

Gepruts van Champions-league-niveau, maar daarom niet getreurd!

Reacties op de vragen / opgaven kunt u kwijt hieronder. Krijgt u in de komende weken op de clubavond een leuk partijfragment (of partij) in de schoot geworpen, stuur dat dan in, bij voorkeur in pgn-formaat, eventueel voorzien van luchtig commentaar. en/of van zelfspot over de zelfgemaakte blunder. Avonturen beleefd in het winderige Wijk aan Zee zijn ook welkom (succes daar!).

 

Tot zover, Schill

 

Bonusvraag: in de partij Willemsen – Ruber zit nog een vraag: Wat zou wit kunnen doen na 26…f6? Formuleer het idee, of noem een zet(tenreeks).

Kleine wonderen

Ik liep op de brug over de Jacob van Lennepkade in Amsterdam, toen ik opeens voelde dat mijn dochter van vier een angstige ervaring had. Dat was opmerkelijk, want zij was op dat moment met mijn vrouw in de stad, in de Bijenkorf om precies te zijn. Toen zij later die middag thuiskwamen, vroeg ik of er misschien iets gebeurd was. Het bleek dat mijn dochter eventjes haar moeder kwijt was geweest in de drukte. Maria, mijn vrouw, had haar al snel weer gevonden. Niks aan de hand dus.

Een aantal jaren later maakte ik op vakantie in Zuid-Limburg een boswandeling met mijn gezin. Zomaar uit het niets zei een stem in mij dat ik mijn vader moest bellen, omdat hij in de problemen zat. Teruggekomen op ons vakantieadres belde ik mijn ouders. Ik kreeg mijn moeder aan de lijn, die mij vertelde dat mijn vader last had van ademnood vanwege de warmte en dat hij zich niet goed voelde. Zij wist zich geen raad. Als de bliksem een dokter bellen natuurlijk!

Dat liep toen met een sisser af, maar het voorval met mijn vader vertoont gelijkenis met dat met mijn dochter. Er werd door een familielid een signaal uitgezonden over een angstig moment. Een signaal dat misschien niet specifiek voor mij in het bijzonder bedoeld was, maar wel door mij werd opgevangen. Over grote afstand, want mijn ouders woonden toen in Voorhout, een dorp in de buurt van Leiden.

Wat is dit? Hoe zo’n signaal te duiden?

Ik ben niet ontvankelijk voor zweverige ideeën, en heb er geen behoefte aan om dingen of verschijnselen te mystificeren. Een onstoffelijke overdracht van informatie bestaat niet in mijn wereldbeeld. Ik denk dus dat er hier een zender en een ontvanger zijn, en een lange of korte golf die wel degelijk materieel van aard is, en die net als het licht in ultrakorte tijd enorme afstanden kan overbruggen. Fotonen zijn de quanta die het licht brengen. Wat voor deeltjes zijn de dragers van zo’n telepathische boodschap? Door welk orgaan of welke organen worden ze door het menselijk lichaam uitgezonden? En hoeveel energie is ervoor nodig? Vragen genoeg, geen antwoorden. Wat weten we eigenlijk van de eigenschappen van de wereld om ons heen?

Meer mensen hebben soortgelijke ervaringen. Dit is geen uniek talent van mij.

Maar er zijn ook mensen die er hun broodwinning van proberen te maken, en die mensen hebben over het algemeen niet over klandizie te klagen. In de oudheid bloeide deze handel volop in allerlei culturen. Alleen vond men toen nog niet dat het om handel ging. De verkopers van ‘al uw voorspellingen’ leefden vaak zelf in de veronderstelling dat ze contact met de goden hadden.

Er is veel veranderd in de loop der eeuwen, maar hoeveel precies vraag je je soms wel eens af, want er is nog steeds een overdaad aan Jomanda-achtige types. Lou de palingboer had 600 volgers toen het internet nog niet bestond. Hij claimde onsterfelijk te zijn. Maar toen hij toch kwam te overlijden wilden zijn sekteleden hem niet laten gaan. Zij klampten zich aan hem vast, riepen: Lou kom terug! Als de angst in de man of de vrouw is, wordt er al gauw van alles geloofd en omarmd. We willen nu eenmaal graag een ‘vast punt’ waarop we kunnen vertrouwen. Maar enfin, dat heeft met de bovenstaande vraagstelling weinig te maken, en interesseert de leverduiders en de vogelzwerm-uitleggers ook niet.

Door velen wordt het geloven in bovennatuurlijke krachten ook met spiritualiteit verward; een modernistisch product met een eindeloos aantal derivaten en varianten. Maar niet alleen dit soort flauwekul valt op; de hele menselijke samenleving is van irrationaliteit doortrokken. Tot op de hoogste politieke niveaus worden irrationele beslissingen genomen. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat wereldleiders regelmatig hersenschimmen najagen zonder door hun onderdanen te worden gecorrigeerd.

Maar nu ben ik weer op mijn politieke stokpaardje terecht gekomen, terwijl ik alleen het wonder van de telepathische overdracht als natuurverschijnsel wilde bespreken.

 

Dark Horse

Het Spaarne 1 – Amsterdam West 2: 6 – 2

Heemstede. Uw verslaggever liep een beetje verdwaasd en ontevreden rond. Op een vrolijke zaterdagmiddag. Was het een vrolijke middag? Vrolijk als een decembermiddag kan zijn. Mijn tegenstander kwam niet opdagen. En ‘opdagen’ kon van alles betekenen, al voor een uur van zijn bedenktijd was verstreken. Teamcaptain Van de Pavoordt lichtte me in: je tegenstander heeft geen mobiele telefoon. Dus waar hij zich nu bevindt is voor iedereen ongewis. In 1975 of 1995 was dit helemaal niet vreemd geweest, maar nu, in 2025, wel. Misschien was hij naar het Denksportcentrum aan het Spaarne gereisd om daar tot de ontdekking te komen dat …

Aha!

(Maar Het Spaarne speelt al jaren niet meer aan het Spaarne, omdat de bier- en jeneverconsumptie ver onder de maat bleef bij de verwachtingen van de uitbater. Schakers zuipen te weinig. Dat was zijn tere bevinding. Of ze beginnen te laat met zuipen. Dat kan ook nog. Schiet eens op met je tijdnood, er moet gedronken worden, en niet zo zuinig ook! Oke, oke, oke! Spoel je je nobele doelstelling (onderdak bieden aan denksporters) dan niet weg met een onhaalbare dorstige doelstelling? (Deze beeldspraak gaat dus mank, Schill, door een overvloed aan droogte.) De vraag is ook: drinken bridgers en dammers meer dan schakers?

De uitbater mocht eens weten hoe vaak de port- en jeneverflessen tijdens de vaste speelavonden op de Laan van Berlijn worden bijgevuld. De portconsumptie heeft in de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw een recordstatus bereikt. Geheelonthouding is een goede zaak, laat ik dat niet onvermeld laten.)

–0–

Ik vulde de teamcaptain van Amsterdam-West aan: probeer dan maar eens om met het openbaar vervoer op tijd in Heemstede te arriveren. Later doemde een donkerder scenario op dat hopelijk geen werkelijkheid is geworden. U kunt wel raden wat ik bedoel.

Ik had graag een partij gespeeld. Aldus stonden we op een 1-0 voorsprong die snel werd aangevuld met remises op bord 4 (Paul Ruber), bord 6 (vaste invaller Yashin van Kesteren) en bord 7 (Leo Littel). Yashin was niet zeker van zijn zaak:

 

 

Frans Arp zwoegde zich door een eindspel met een pion minder. Leerzaam was een moment daaraan voorafgaand, waarop de witspeler een onreglementaire zet deed. Ik zag het gebeuren. Hij sloeg een zwarte toren terug met zijn koning: Ke1xd1. Dat kon niet vanwege een andere zwarte toren op d8. Frans Arp wees hem daarop. Dan maar Pe3xd1! De vraag was natuurlijk: wat had moeten gebeuren als wedstrijdleider Jansen erbij was gehaald? Twee minuten bedenktijd erbij voor zwartspeler Arp! Daarnaast was de vraag: zou de witspeler verplicht zijn geweest om een andere, wel toegestane zet met zijn koning te doen? Maakt het verschil of de hand van de witspeler eerst de zwarte toren van veld d1 haalt, en daarna zijn koning daar neerzet, of in een enkele beweging de zwarte toren van het bord verwijdert en zijn koning daar neerzet? Misschien maakt dat niet uit. Frans liet het gebeuren, en wist een lopereindspel uiteindelijk naar remise te brengen, nadat hij met een tactisch grapje een pion had teruggewonnen.

Keimpe Knijft verving Jan Vos, zette met de witte stukken de zaken op bord acht naar zijn hand en won soepel in een jacht naar de zwarte koning. Daarna volgden nog winstpartijen van Loek Veenendaal (bord 2) en van Colleen Otten (bord 1). Ook in Loeks partij was er een moment waar een arbiter bij geroepen moest worden. Dat gebeurde hier wel:

 

 

Colleen Otten speelde op bord 1 met frisse tegenzin een soort Wolga-/Benko-gambiet. En de tegenzin zat niet in de opening. Die maakte in dat opzicht niet uit. Veel vertrouwen leek Colleen niet in haar positie te hebben. Dat veranderde toen tegenstander Pijlman besloot tot de opstoot e4-e5. Vroegtijdig. Daarna was de stelling een tijd lang moeilijk te beoordelen. Wit had een vrije a-pion. Opkomende tijdnood nekte de witspeler, en pardoes bezette Colleen rond de veertigste zet de tweede rij met zwaar geschut:

 

 

Tja, soepele winst, zou je zeggen. Spaarne 1 staat zelfs bovenaan in poule 4D, voor wat het waard is, want de sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Na de kerst. We hebben inmiddels genoeg matchpunten om niet te degraderen. Dat dan weer wel.

 

Schill

 

Rating
Rating
Otten, C.J. (Colleen) 2043 Pijlman, R.W.J. (René) 1891 1 – 0
Veenendaal, L. (Loek) 1937 Yahia, M. (Mustapha) 1842 1 – 0
Schilthuizen, A.P. (Sander) 1996 NO 0 1R – 0R
Ruber, P.J.P. (Paul) 1951 Pavoordt van de, F.J. (Frank) 1875 ½ – ½
Arp, F.L. (Frans) 2005 Kalma, J.B.N. (Jildo) 1858 ½ – ½
Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1931 Plukkel, S.P.M. (Simon) 1800 ½ – ½
Littel, L. (Leo) 1827 Goedhart, G.J. (Gert-Jan) 1852 ½ – ½
Knijft, K. (Keimpe) 1820 Kotmans, R. (Rob) 1798 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1939 Gemiddelde Rating: 1845 6-2

Why do I have to lose to this idiot? Waarom speel je goed of slecht? / Over vorm en inspiratie

Een partij uit één stuk heb ik geloof ik nooit gespeeld. Aan mijn betere partijen zat altijd wel een smetje; een slordigheidje of een onbegrip. Dat is voor de meesten van ons wel van toepassing denk ik, maar het betekent natuurlijk niet dat je slecht gespeeld hebt. Schaken is te moeilijk. Foutloos spelen gaat gewoon niet. Daar heb ik me allang bij neergelegd.

Veel interessanter zijn in feite de begrippen Vorm en Inspiratie, want welk niveau je ook hebt, je doet het de ene keer beter dan de andere. Het is wel te vergelijken met het componeren van muziek of het schrijven van een boek. Soms heb je een aardig idee, en lukt het maar niet om de juiste noten of woorden op papier te krijgen. Er verdwijnen propjes in de prullenbak; halve aria’s worden doorgekrast. Er ontbreekt iets. En het ligt niet aan je techniek, want die heeft je al vaak genoeg goede diensten bewezen.

Ik heb een tijd gedacht dat het een tekortkoming van me was, maar gaandeweg werd me duidelijker dat de meeste mensen er last van hebben. Mindere en betere dagen hebben we allemaal.

Hoe komt dat nou eigenlijk? Waarom kun je niet steeds op hetzelfde niveau blijven presteren? Ik denk, omdat er in ons niet echt een vast punt is, van waaruit we telkens vertrekken. Een mens is geen entiteit, maar opgebouwd uit verschillende varianten van zijn of haar persoonlijkheid.

En het is niet altijd even duidelijk welke variant er aan de beurt is onder wisselende omstandigheden. Al te erge dips zijn door studie wel te vermijden, maar ook grootmeesters spelen soms slechte partijen.

Ik speelde een paar seizoenen terug in het tweede en scoorde dat seizoen 4,5 uit vijf. In het volgende seizoen speelde ik in het derde en verloor tweemaal achter elkaar van spelers met een lagere rating. Was het gemakzucht of onderschatting? Ik begreep het zelf niet helemaal; waarom gebeurde dit ineens?

Op het internet idem dito. Soms gaat het een hele tijd goed, en blijf je maar winnen. Dan ineens kan het weg zijn en verlies je de ene na de andere pot, alsof je de grip plotseling kwijt bent.

Het helpt niet altijd om bij jezelf op zoek te gaan naar oorzaken; soms kun je wel iets aanwijzen, maar vaak ook helemaal niet.

In de jaren tachtig werd in Amsterdam een toernooi gehouden in het Carlton Hotel. De speellocatie was aan de Singel vlak bij de Munt. Toen ik daar een keer voorbijkwam zag ik toevallig Gary Kasparov naar buiten komen met een blik in zijn ogen alsof hij door het inferno was uitgespuwd.

Hij mompelde duidelijk hoorbaar zoiets als: “Why do I have to lose to this idiot?” en was daarna razendsnel uit het gezicht verdwenen.

 

Dark Horse

De Waagtoren 3 – Spaarne 1 3,5-4,5 Toren-d5 als ultieme gamechanger, een dame-offer in een spetterende Caro-Kann

Mijn partij was bijna ten einde maar dat wist ik nog niet. Ik keek opzij, Loek en zijn tegenstander schikten de stukken terug in de beginopstelling. Partij afgelopen. Loek zette de witte koning op e4. Ik stond op en fluisterde: de zwarte koning moet toch op e5 staan? Nee, ik heb gewonnen. Het ging me opeens dagen: oh…. het was mat! Ja, met toren d5. Hij zei het niet achteloos, eerder verheugd, enigszins opgewonden (de ultieme gamechanger, met een Duits tintje, tenminste als je als voetballiefhebber nog steeds gelooft dat Duitsers altijd in de laatste minuut scoren). Een goede journalist zou nu de vraag kunnen opwerpen: is Loek Veenendaal een Duitser? Of: zijn jullie er blij mee om een Duitser in jullie team te hebben? (Leeft Horst Blankenburg nog?) Tegenargument: maar Loek is wel een goede Duitser! (Ik heb niets tegen Duitsers of tegen Duitsland, ondanks de opvattingen die een rabiate Oostenrijker met een vermeende micropenis een eeuw geleden meende erop na te moeten houden aangaande het voortbestaan van zes miljoen … (nou ja, vult u maar in).

–0–

Een halve middag had Loek aangekeken tegen een rampzalige stelling: twee pionnen achter, nadat hij een tactische grap van tegenstander Pasti in het vroege middenspel had overzien. Ik feliciteerde hem met een schouderklop en besloot om nooit meer te zeggen dat te lang doorspelen in verloren stelling irritant kan zijn. Of heb ik dat nog nooit gezegd?

 

 

Loeks onverwachte zege bracht de dolle toren van Aad de Bruijn in herinnering, in het vorige seizoen tegen ’t Saense Paard, maar toen ging het slechts om een halfje, niet om het volle pond, want dolle torens ontlenen hun kracht slechts aan de kans op een smadelijk of zegenrijk pat. Loek werd dan niet de matchwinner – dat werd invaller Yashin van Kesteren op bord 7 -, maar het onverwachte einde van zijn partij maakte achteraf wel het verschil. Anders waren we misschien zonder matchpunten weer uit Alkmaar vertrokken.

–0–

Alles bij elkaar genomen werd het op zaterdag 22 november een enerverende wedstrijd tegen De Waagtoren 3 in wijkcentrum Overdie, waarin schaken, hoe vaak ook beoefend door onkundige handen als de onze, als sport/ spel/ kunstvorm zijn veelzijdigheid kon etaleren, met als zevenklapper het spektakelstuk dat Yashin van Kesteren en tegenstander Daan de Vetten tevoorschijn toverden.

Colleen Otten opende de score in het voordeel van Het Spaarne. Snelle zege. Op bord 1 versloeg ze met de witte stukken tegenstander Van der Hauw in een gesloten Siciliaan:

 

 

Frans Arp bracht de stand zelfs op een riante 0-2,  al moet gezegd dat zijn troepen er lange tijd redelijk beroerd aan toe waren. Twee zwarte paarden dresseerden zich de witte koningsstelling in en confisqueerden pion g2, toen Frans had verzuimd 22. g3 te spelen. Het was moeilijk uit te rekenen. Daarna werd het zwarte paard plotseling gevangen na een blundertje van formaat (Df7-h5). Einde partij (een paardoffer op e4 had zwart nog wel in gevecht hebben kunnen houden).

 

 

Dan bord zes: Aad de Bruijn speelde een interessante partij, maar verspeelde een halfje door zijn dame in de schoen van tegenstander Buitink te leggen. Jammer! Tandenknarsend haalde hij zijn partij ’s avonds door de enginemolen.

 

 

Ikzelf speelde op bord twee een gambietachtige variant die tegenstander Alvarez enigszins slapjes behandelde. Ik kwam een tikkel beter uit de opening, maar was vervolgens zo vriendelijk om pion h7 in de aanbieding te doen. Er was wel enige compensatie die mijn engine achteraf op een halve pion inschatte. Maar toch, het onbedoelde Sinterklaascadeau voelde als een rode kaart vroeg in de wedstrijd. En probeer dan maar eens de remise over de streep te trekken. Wits voordeel sloop enginetechnisch op naar meer dan 1.0 tegen de veertigste zet aan, maar toen beging tegenstander Alvarez een slordigheid die mij terug in de wedstrijd bracht.

 

 

Een analyse met Alvarez kwam er niet van. Terug de speelzaal in met een drankje. De tussenstand was inmiddels 3-4 (Leo Littel had verloren op bord acht, Paul Ruber remiseerde op vier). Yashin van Kesteren was nog bezig. Kon de vis op het droge brengen. In een toreneindspel werden de zetten herhaald. Remise. En twee matchpunten in de tas terug naar huis. Voor die puntendeling werd beklonken, ontvlamde de partij in een spektakelstuk, met een paardoffer van wit en een dame-offer van zwart, al was het eigenlijk een schijnoffer. Kijkt u mee:

 

 

Door deze nipte zege staat Spaarne 1 zelfs bovenaan in klasse 4D. Hopelijk gaat er nu niemand uitgebreid filosoferen over een kampioenschap, of promotie naar de derde klasse. Van uw verslaggever hoeft dat niet, ofschoon gezonde ambitie in het schaken mij niet vreemd is. De sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Voor degradatie hoeven we met zeven matchpunten in ieder geval niet bang te zijn. Voorlopig zitten we riant op het pluche. Het pluche van de niet-degradant.

 

Schill

Rating
Rating
Hauw van der, H.J. (Henk) 1959 Otten, C.J. (Colleen) 2038 0 – 1
Alvarez Alonso, A.A. (Alberto) 2017 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1981 ½ – ½
Pasti, F. (Fabio) 1917 Veenendaal, L. (Loek) 1939 0 – 1
Steenoven van, L. (Leo) 1901 Ruber, P.J.P. (Paul) 1953 ½ – ½
Baanstra, D. (David) 1956 Arp, F.L. (Frans) 1993 0 – 1
Buitink, A.J. (Bert) 1900 Bruijn de, A. (Aad) 1900 1 – 0
Vetten de, D. (Daan) 1882 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1918 ½ – ½
Bookelman, C.B. (Chaim) 1895 Littel, L. (Leo) 1827 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1928 Gemiddelde Rating: 1944 3½-4½