De uitdaging bij het spelen van een rapidpartij is de reconstructie, niet het resultaat van de partij zelf. Zo’n zin klinkt bjina als: het was niet erg om de WK-finale ’74 te verliezen, want iedereen heeft het nu nog over ons. Narcistische uitspraak van een overleden voetbalorakel?
De laatste ronde van het clubkampioenschap rapid – een mond vol letters voor een leuk clubtoernooi op een niet verloren junidonderdag – bracht me afgelopen donderdag 18 juni tegenover Frans Arp. De opening werd een soort versnelde Cambridge Springs en anders dan in de vorige drie speelrondjes stond ik al snel met 1-0 achter, om in voetbaltermen te spreken. Frans snoepte me in de opening een pion af op c3. Ik mompelde: hoe ging dit ook alweer? En liet het pionverlies toe (er zat weinig anders op). Vond wel het beste antwoord (Lxf6). Kille engine-ogen concludeerden na de half geslaagde reconstructie dat Arp een beetje met vuur had gespeeld, ook omdat hij de rokade uitstelde, dus eigenlijk stond het nog nul-nul, met aanzienlijk meer balbezit voor wit. De stelling vroeg erom te worden geopend met de zwarte koning in het midden. Loperoffer! In een klap werd het 1-1, met kansen op 2-1, 3-1, 4-1 met lekker combinatievoetbal. Maar …. Je kunt het pas spelen als je het ziet.
![]()
–0–
Apocriefe mythe: een van de weinige keren dat Johan Cruijff uitspraken deed over het schaakspel (waaronder de tegelwijsheid hierboven) was begin juli 1974, toen hij hondsmoe terugkeerde in Barcelona na een voetbaltoernooitje in West-Duitsland. Hij had ook nog in polonaise achter Joop den Uyl aan moeten hobbelen in de tuin van het Catshuis. Toch was er euforie op die achtste juli 1974: Nederland stond opeens op de wereldkaart. Zeker, de zege was ons afgesnoept door zakelijke Duitse voetbalbenen, geholpen door een Nederlandse keeper die normaal gesproken meevoetbalde als extra ‘sweeper’, maar in de finale verzuimde twee keer te duiken. Maar we waren vice-wereldkampioen! De stuiterbal van Gerd Muller was natuurlijk een niet eens een heel hete Duitse bitterbal die Jan Jongbloed in een hap onschadelijk had kunnen maken. Eet smakelijk! Of: eet smakeloos, want Duitse bitterballen halen het niet bij Hollandse. De mythe van de onverdiende nederlaag werd een jaar of dertig later doorgeprikt door Auke Kok in het boek 1974- Wij waren de besten (2006). Het had ook 1-3 kunnen worden (afgekeurd doelpunt van de Duitsers in de tweede helft).
–0–
Opgave: wat is de beste voortzetting voor wit? (Oplossing onderaan dit stuk.)
–0–
Onmiddellijk na 21. Lxe4 greep ik mis met 22. d6 en toen was het opportuun spelen met kansen om een paard van d7 naar f6 te brengen met misschien tactische grappen op de diagonaal a1-h8 in samenwerking met de dame. Kansloos natuurlijk. Loeren op de counter. Dameruil volgde. 1-2 in Frans’ voordeel. Het resterend eindspel moest ik spelen met een kwaliteit minder, maar inmiddels wel met een vrije e-pion. Toch had ik me inwendig al met de nederlaag verzoend.
Maar … de twee resterende zwarte pionnen (a7, h5) verdwenen van het bord en toen rechtte ik de rug. Zowaar 2-2, met kansjes op 3-2 als ik …. . Een enerverende finale volgde. De enige pion die nog kans maakte op promotie was een witte. Met minder dan een minuut op de klok (Frans had er een stuk of vijf) gebeurde er geen wonder. Nee. Met behendige zetten duwde ik de pion naar e8. De promotie van de pion kostte Frans een toren en toen was het Toren + Paard tegen Toren. Torenruil aangeboden. Remise! We schudden handen. Zelden heb ik zulke voldoening ervaren als na deze partij. Zo’n partijtje speel je met zijn tweeën, dus ook dank aan tegenstander Frans:
Tot zover strekt mijn geheugen. De a-pion verdween van het bord, zwart verdubbelde de torens op de tweede rij, sloeg pion h2, en wit de pion op h5. Maar in welke zetvolgorde? Weet iemand van de omstanders nog hoe het verder ging? Ben benieuwd en het zou wat mij betreft een mooi slotstuk van het schaakseizoen zijn die zetten nog een keer te zien (inclusief de missers).
–0–
Oplossing opgave:
Was niet heel moeilijk om te vinden, maar ik vond het niet. Waarachtig oninteressant!
–0–
In februari 2024 schreef ik dit dichtgedrochtprobeersel:
Het WK’74 is een retroblits logo
wit op groen, op een t-shirt
via internet te bestellen
als je op de goede buttons klikt
witte bundels klemmen om een bal
de verwachting is er bijna nog
wie wint
wie verliest?
internet prikkelt het geheugen
je klikt op de muis
Cruyff neemt een bal aan
achteloos zoals altijd
wervelt weg in donkerblauw
met de bal achter het standbeen langs
treft doel als een kat in de lucht
in maagdelijk wit met oranje strepen
geen lukrake sprong in het luchtledige,
doelgericht op weg naar de finale: 1-0!
Brazilianen met snorren vernederd
elegant
vrijgevochten
meedogenloos
gemakzuchtig
rover en prooi ineen
als twee benen
die alles als gelijken kunnen
maar toch, maar toch, is daar
weer buitenkantje rechts
zuiver genoeg om ook te winnen
normaliter
behalve die ene keer:
Niederlande – Bundesrepublik Deutschland: einz zu zwei.
De aanleiding was een post op Facebook over het Nederlands elftal van 1974, een foto van Johan Cruijff (strenge blik, smalle konen, rechte neus, overtuigd van zichzelf). Ik zat toen ver na het middernachtelijk uur met een whisky in de hand na te genieten van een schwindel. Hoe hoog reikt de waan van de dag? Slapen ging nog niet lukken. Ik was zo onverstandig geweest mee te schaken in een NHSB-wedstrijd in Beverwijk tegen De Wijker Toren.
Leidde die foto van Cruijff nu tot het gedicht? Ik verving een krachteloos woord als ‘sexy’ door het woord ‘meedogenloos’. Was Cruijf als voetballer meedogenloos? Niet in de wil om tegenstanders te tackelen, wel in de wil om altijd te winnen, vermoed ik. Maar misschien was hij juist in die beruchte WK-finale niet zo meedogenloos als anders. Afgezien van de superieure doch sobere dribbel naar het Westduitse strafschopgebied in de eerste minuut, was hij in mijn herinnering in de rest van de wedstrijd vooral niet aan de bal. Onzichtbaar. Hij had zich uitgeput door lange (nachtelijke) telefoongesprekken met zijn vrouw Danny, nadat sensatieblad Bild berichten de wereld in had ingestuurd over naakte meisjes die het zwembad in het Hiltrupse hotel van het Nederlandse Elftal onveilig zouden hebben gemaakt. En meer dan dat.
–0–
Ik kan me herinneren dat ik op maandag 8 juli 1974 de herhaling van de WK-finale bekeek op de Duitse tv, in de hoop dat de afloop toch anders zou zijn. Ik was tien jaar oud. Heb ik er een vroegtijdig PTSS aan over gehouden? Nee, zeker niet.
Schill
(bron afbeelding: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldkampioenschap_voetbal_1974#/media/Bestand:FIFA_World_Cup_1974_-_emblem.svg)