Paard (x) e4, een mislukte opening en een Budapester Ronde 3: Het Spaarne K1 – Botwinnik 1: 3-5

Toen de middag naar zijn einde kroop, bood mijn tegenstander remise aan. Sympathieke vent. Het was een handig moment. Ik was verrast. Was hij blij met remise, of was het alleen maar, omdat zijn teamgenoten op het punt stonden partijen te winnen en met 2-6 de pleiterik zouden maken? Met 6 uit 3 aan de leiding in poule 4F!

Hij had La6xf1 gedaan en ik kon maar op één manier terugnemen: Kxf1. Het was een uur of vier en ik had nog twaalf minuten voor een zet of elf. Tegen mijn nieuwe gewoonte in om snel te spelen had ik veel tijd verbruikt om “zetten te zoeken” in een lastige stelling. Het was een stelling waarin ik als witspeler kon besluiten om de tegenstander hangende pionnen te bezorgen, maar anderzijds had zwart meer ruimte, mede door een “brutaal paard” op e4, ondersteund door pionnen op f5 en d5. Positioneel ziet dat er niet lekker uit, maar speel er maar eens tegen! Bovendien had ik 8 minuten tijdverlies opgelopen voor aanvang van de partij, omdat ik zonodig moest sporten. Uiteindelijk had ik dat paard – een halve middag tegenaan gekeken! – even voor het remise-aanbod van het bord geslagen (Pxe4), waardoor mijn tegenstander moest terugnemen met dxe4. Nemen met de andere pion (f5xe4) was geen optie, anders zou ik mijn op graniet bijtende loper op g2 hebben kunnen activeren naar h3, en dan zou er ook nog een paardje van f4 naar e6 hebben kunnen hoppen. Toekomstmuziek, nog lange niet, nog lange niet…..

Ik deed noodgedwongen een rondje langs de borden. Hoe stonden we er eigenlijk voor? Onze teamcaptain was zelf aan zet in een wedstrijd naast de onze, in het combiteam Heemstede – Spaarne.

Op bord 1 stond de beginstand op het bord, met een koning op e4. Blijkbaar had Colleen Otten verloren. We stonden dus met 1-0 achter. Laat op de middag liet Colleen zien wat er was gebeurd. 1 e4 e5 2 Lc4 Pf6 3 d4!? Tja, wat doe je daartegen? Uiteindelijk koos ze voor 3 ….Pxe4, verbruikte veel tijd voor haar eerste 10-15 zetten, en kwam de openingsproblemen eigenlijk niet te boven. Frustrerend!

In de twee minuten die ik erover deed om langs de borden te lopen, gehaast, gleed mijn blik een moment langs de stelling van Leo op bord 2 (in evenwicht, misschien met een lichte plus voor hem). Loek had een lekkere stelling, waarvan een engine zou zeggen: black is much better!Ik zag twee ver opgerukte zwarte pionnen op f- en e-lijn, wel een witte vrijpion op de h-lijn en witte torens eromheen. Maar wat deden die ertoe?

Ook Paul Ruber op bord 4 had een plus: loper en paard tegen een toren, ieder een toren ernaast. Nog wat pionnen op beide vleugels. Niet helemaal duidelijk, in ieder geval: slightly better!

Naast mijn bord zat Frank Taylor te zwoegen in een kansloos eindspel van ongelijke lopers, met een dame erbij. Zijn tegenstander had een vrije a-pion, ieder fgh-pion, en hield tegelijkertijd pion f7 in Franks kamp onder schot met Db7 en Lb3. Die pion was ook nog eens permanent gepend (Kg8). Kansloze missie voor Frank! Zoals hij na de partij zei: ik ben geen moment in de partij geweest. Dat is unlike Frank, en we mogen hopen dat hij een volgende keer weer die stabiele prijsvechter in zich laat bovenkomen die we de afgelopen seizoenen vaak hebben gezien.

Dan op bord 7: Aad de Bruijn. Had een goede stelling opgebouwd. Vlak na de opening bood hij zijn loper op f5 aan in een ruil met een wit paard op h4, maar de tegenstander versmaadde dat. Aad kreeg een mooi pionnencentrum (e5-d5) in ruil voor het dichtschuiven van wits koningsvleugel. Hij had zelf lang gerokeerd. Nu stond het ongeveer gelijk, of stond wit toch beter? Aad moest oppassen dat wit niet ooit een octopus op d6 zou krijgen. Ik zag zijn tegenstander monter Pe4 spelen (weer een peerd op e4, toeval?)

Tot slot Fer op bord 8. Er was een Budapester op het bord gekomen. Stelling in evenwicht schatte ik zo in en een kolfje naar zijn hand.

Terug bij mijn bord. Die 12 minuten die ik had waren er nu nog 10. Minder dan 10. Het tijdverlies irriteerde me. Nog een zet of elf te gaan. Ik had een lichte plus, omdat mijn tegenstander een geïsoleerde pion had en ik niet. Conclusie: 1-0 achter, en alleen Frank stond verloren. De stellingen van de overige teamleden stonden min of meer gelijk of beter (2x).

Afijn, ik nam het aanbod aan. Achteraf terecht. Het plusje was gebakken lucht. We bekeken de slotstand en het begin van de partij in de ruimte bij de bar. Biertje erbij.

Niet veel later bleek Frank de handdoek geworpen te hebben. Toen verscheen Loek opgetogen aan ons analysebord.

Gewonnen?

Ja, gewonnen.

Ik schudde hem de hand.

Daarna ging het toch mis. Fers partij werd remise (niet veel van gezien), maar Aad verloor (was er toch een wit paard zijn gelederen binnen gegaloppeerd?). Terug naar de speelzaal!

Daar ontstond enig rumoer toen de tegenstander van Leo remise claimde vanwege 3x dezelfde stelling. De partij werd nagespeeld onder toeziend oog van arbiter Joost Jansen. Inderdaad, 3x dezelfde stelling. De zwartspeler had die claim gemaakt op het moment dat die stelling voor de derde maal op het bord kon komen. Leo had zich vergist. Remise dus, – Leo baalde -, ofschoon de stelling slechts een klein plusje voor hem bevatte (slechte loper tegen “goed” paard) en daarmee kwam Botwinnik op een definitieve voorsprong: 4,5-2,5.

Alleen de partij van Paul Ruber was nog aan de gang. Hij had een ver opgerukte vrijpion op d7. De zwartspeler had een toren op d8 staan, en verder een gevaarlijke vrijpion op f3.

Daar stond weer tegenover dat Paul een pion naar a6 had doorgeschoven, lang geleden, vlak na de opening. Als hij nu Lxb6, ab6, a7 deed … Maar nee, dan had zwart in ieder geval eeuwig schaak met zijn andere toren: Tc1+ – Kf2 – Tc2+ – Kf1 – Tc1+. Weglopen naar h2 kon niet op straffe van pionpromotie (f3-f2). Uiteindelijk koos Paul voor een zetherhaling Ph5-f6+. Meer zat er niet meer in, vooral niet nadat hij rondom de veertigste zet zijn toren losjes naar d6 had laten glijden, en losliet, even de toren op d5 zette, – zijn tegenstander zag het – en toen gentlemanlike de toren toch maar op d6 terugzette. Td5 was misschien meer dan Td6 nog een zet geweest die winstkansen zou kunnen geven (voor even dacht hij een stuk te verliezen).

Derhalve: 3-5. Zonder van te voren al de handdoek geworpen te hebben, een nederlaag in deze klasse is toch ook een beetje ingecalculeerd.

Colleen Otten sleept het gelijke spel binnen Ronde 2: Het Spaarne K1 - Bergen K1: 4-4

Fer Mesman was deze keer afwezig (vakantie). Dus Frank Taylor, die de vorige match tegen Aartswoud miste, startte op bord 8, tegen een ratingloze speler genaamd Willem Meijer. Die moest direct opboksen tegen Franks geheime wapen, de orang-oetan. Dat viel niet mee, waardoor de beminnelijke man twee pionnen verloor en daardoor ook later de partij. Maar gedurende de match bracht de goede stand op bord 8 geen rust in het team. De teamcaptain – uw verslaggever! – had er vooraf alle vertrouwen in en gaf dat aan door zelf een officiële partij te spelen – next door – in het Kennemer Open!

In afwezigheid van de teamchef laten de Spaarnespelers hun brille op het schaakbord zien, dacht ik optimistisch. Het Spaarneteam is ervaren, wijs en sterk genoeg qua rating zou je denken. Een misrekening, want alras bleek dat onze jongste speler, Loek Veenendaal, op bord 3 met zwart tegen Jan Keijsper (1909) een tijdsachterstand had, die hij wel vaker verwerft, maar erger… hij stond een kwaliteit achter, weliswaar met compensatie, zei hij achteraf. Uw verslaggever zag die compensatie echter niet. Bij navraag was het studentenleven op de vrijdagavond dieper bij Loek ingetrokken dan wenselijk.

Alle borden om drie uur bekijkend: stand virtueel in evenwicht, maar uw verslaggever zag meer…

Op bord 7 Aad de Bruijn met een pion minder tegen Jacob de Boer (1879), op bord 6 onze held van de vorige match Frans Arp tegen Kees Kager (1806) in grote problemen. Dan nog Colleen Otten met zwart behoorlijk in de verdrukking, opboksend tegen ontwikkelingsachterstand, met de koning op f8 en een inactieve toren op h8 (eerste bord tegen Richard Frans (2017)), bepaald geen koekenbakker. Weliswaar stond Leo op bord 2 met wit heel behoorlijk, maar zijn tegenstander was Antonio Ballesteros (2128), al helemaal niet een schakende koekenbakker.

Sander Schilthuizen en Paul Ruber koesterden twee kleine plusjes. Wat zouden zij van hun stellingen kunnen maken? Paul Ruber kwam een pion voor in een eindspel van toren en paard. Wat moest ik als teamchef doen? Ik snelde terug naar mijn partij in de grote toernooizaal, bood remise aan, wat tot mijn opluchting werd geaccepteerd, en spoedde me weer terug naar het team. Een nekmassage voor Colleen Otten, peptalk voor Loek Veenendaal, bespreking remise-aanbod Aad de Bruijn, Frans Arp troosten over de nederlaag die in aantocht was, vertellen dat Paul Ruber in een deaddrawstelling tegen Dennis Mienis (1907) niet remise mocht maken én hem doen laten geloven dat er winstkansjes op de loer lagen. Echt overtuigend klonk ik niet!

Plus dat Sander Schilthuizen tegen Wim de Weerd (1838) zijn versnelde draak vuur moest laten spuwen om een dreigende teamnederlaag af te wenden… oefff… het valt niet mee om teamleider te zijn!

Jawel, hoe we het ook wendden of keerden: een kleine nederlaag zat eraan te komen. Hoe vaak hadden we vorig seizoen niet verloren met het kleinst mogelijke verschil? Zo’n nederlaag was drie weken geleden afgewend. Maar nu? De stellingen van Aad de Bruijn, Paul Ruber (op het eind nog heel spannend) en Sander Schilthuizen werden remise gegeven. Frank Taylor pakte, zoals eerder gezegd de volle winst, maar Loek Veenendaal en Frans Arp verloren terecht.

Leo Littel dan? Kwamen de grote kwaliteiten bij hem bovendrijven? Jawel, maar niet voldoende voor de winst. Alles bleef op zijn bord in evenwicht en Leo pakte tegen de Argentijn een verdiend halfje.

En dus nog één partij te gaan en nog wel op het eerste bord. Tussenstand 3-4 in het voordeel van Bergen. En stond Colleen, zoals eerder vermeld, niet met haar rug tegen de muur? Nee nee, niet meer… ze rechte haar rug, weerstond de druk, ontworstelde zich eraan en bereikte een eindspel van licht stuk en toren, waarin het witte paard op h4 was opgesloten. Ze verschafte zich met een slimmigheidje een gedekte vrijpion op b4, maar hoe nu verder? Het witte paard en de witte monarch wilden aandringen op de koningsvleugel, en als zij onvoorzichtig en prematuur de toren van f6 naar c6 zou verplaatsen, was het hek van de dam voor de witte pionnenmeerderheid, met pion f5 als luis in de pels. Alles of niets om de partij toch te winnen speelde Colleen, lichtelijk opportuun, de krachtigste zetten om vervolgens het punt binnen te slepen. Onder daverend applaus van de omstanders onderging Colleen de loftuitingen en ik had medelijden met Richard Frans. Schaken is hard, maar Het Spaarne ontsnapte met een gelijkspel!!

Paul Neering

Het Spaarne 1916 Bergen 1926 4 4
1. Colleen Otten 2057 Richard Frans 2017 1 0
2. Leo Littel 1853 Antonio Ballesteros 2128 ½ ½
3. Loek Veenendaal 1898 Jan Keijsper 1909 0 1
4. Paul Ruber 1981 Dennis Mienis 1907 ½ ½
5. Sander Schilthuizen 1867 Wim de Weerd 1839 ½ ½
6. Frans Arp 1864 Kees Kager 1806 0 1
7. Aad de Bruijn 1911 Jacob de Boer 1879 ½ ½
8. Frank Taylor 1895 Willem Meijer 1 0

Regenwolken lossen langzaam op Ronde 1: Aartswoud K1 - Het Spaarne K1: 4-4

Drie weken geleden (15 september), op bezoek in Hoogwoud. Altijd lastig om daar te spelen tegen schaakvereniging Aartswoud, om onverklaarbare redenen, want het dorpje ligt rustiek in het Noordhollandse landschap. Het café is gemoedelijk, de speellocatie perfect en de sfeer aangenaam. Toch, als wij van Het Spaarne komen spelen, trekken donkere wolken zich samen. Precies boven Hoogwoud, zo rond 16:00 uur. Althans voor de Spaarnespelers die hun gelijke of betere stellingen proberen om te zetten in kostbare punten. De laatste jaren gingen de wedstrijden allemaal verloren. Ofschoon keer op keer het er op leek dat Het Spaarne met de volle buit zou terugkeren naar Haarlem. Maar na het uitbarsten van de donderwolken spoelden de punten aan bij de Aartswoutse kant van de speeltafels.

Dus, deze keer hadden we ons gewapend. Al reeds bij aankomst was de instelling strijdlustig, de temperatuur daalde als het ware een paar graden en we maakten ons breed. De ons gratis aangeboden koppen koffie, tijdens de eerste zetten, werden door ons nog wel geaccepteerd (we blijven tenslotte Hollanders) maar daarna verhardden onze gezichten. Gefocust op een goed resultaat!

In eerste instantie richtten wij ons op het eerste bord, onze steun en toeverlaat Colleen Otten die al menig belangrijk punt binnenbracht. Haar motivatie is belangrijk bij het begin van de partij en vaak af te lezen aan haar eerste zetten, en die waren 1.e3 gevolgd door 2. Pf3. Mmmm, dacht uw verslaggever (maar die speelt ook niet aan het eerste bord, sterker, helemaal niet in het 1e team). Colleens openingskeus had als doel tegenstander Marc Helder te dwingen tot positioneel spel. Marc, de topman van Aartswoud, was niet onder de indruk, maar wel verrast. Marc staat bekend als rekenwonder, aanvaller en tactisch zeer sterke speler. En hoewel Colleen een kleine individuele plusscore tegen hem heeft, gaf ze na de eerste zetten haar witte voordeel weg. In mijn ogen gebeurde er daarna niet veel, alhoewel Colleen aangaf dat er allerlei vileine grapjes in de stelling verweven zaten. Marc was zich hiervan blijkbaar bewust en de vrede werd snel getekend.

Onze nieuwe man in het eerste team, Paul Ruber, is een oude bekende in onze club. Door werkdrukte op eigen verzoek lange tijd niet opgenomen in de gelederen van het eerste team en lange tijd uitkomend op het eerste bord van het tweede team. Maar toen Paul met pensioen ging, zag hij het wel zitten om op de zaterdagmiddag een aangename partij schaak te spelen, uitgerust en wel. Absoluut een versterking in ons team en de verwachtingen waren hooggespannen: op bord 4 tegen Jean-Paul Ory (1943). Wel met zwart. Het werd een voorzichtige partij waarbij beide spelers geen risico’s namen. Ook hier was remise snel gemaakt. Dus: hoezo waren wij met het mes tussen de tanden afgereisd naar Hoogwoud? De vredespijp zat blijkbaar ook in onze broekzakken.

Wel was op de andere borden de vlam in de pan geslagen. Te beginnen met tovenaar Arp op bord 6, met zwart tegen Yvo Veenis (1871). Na de opening (geen idee welke) stond Frans beter. Meer ruimte, aantoonbare zwakte gecreëerd in de witte verdedigingslinie. Maar het moment naderde dat Frans materiaal moest gaan offeren om de witte verdediging uit elkaar te slaan. Een dubbel pionoffer was voldoende. Daaruit ontstond een voor Frans gunstige materiaalverhouding: dame tegen toren en paard. Vervelend was wel dat wit een vesting kon opbouwen die onneembaar was voor de dame van Frans. Frans vroeg aan de teamleiding of het remise mocht worden, maar uw teamchef voelde, strijdlustig als hij immer is ingesteld, plotseling weer het mes tussen zijn tanden zitten. Nee, was het antwoord, modder nog maar wat door, Frans!

Als de witte koning in het centrum was gebleven was remise onvermijdelijk geweest, maar de witspeler permitteerde zich een koningswandel achter zijn grachtengordel, en een gezocht verborgen bruggetje bracht verlichting voor het Spaarnekamp. Frans kwam binnen, ten koste van een belangrijke pion, waardoor de verdediging instortte, het Spaarne op voorsprong!

Spannend was het ook bij Loek Veenendaal op bord 3. Met wit tegen Jeroen Bakker (1971). De opening was een Spanjaard waarin Jeroen een oude Berlijnse variant uitprobeerde. Lange tijd stond Loek een tikkeltje beter, maar het begeerde punt kwam niet in beeld en dus remise.

Bij Aad de Bruijn tegen Rowan Louter (1691) gebeurde veel opzienbarends. Aad bracht met energiek spel zijn witte stukken richting de zwarte koning. Zag er indrukwekkend uit, duidelijk was dat wit het initiatief had. Zwart gebruikte veel tijd en bracht zijn zwarte paard van b8 met veel sprongen over naar veld g8 waar het de verdediging voldoende steun gaf. Aad hinkte op twee gedachten, koningsaanval, of de b-lijn openen. Toen Aad besloot de koningsaanval door te zetten had hij al teveel zetten geïnvesteerd in de optie “b-lijn open”, waardoor de partij kantelde. Rowan kreeg kansen en had deze moeten benutten maar achter het bord was het te moeilijk. Hij bood remise aan wat door Aad wijselijk werd aanvaard.

De vier zat in de klok en de donderwolken lieten ditmaal langer op zich wachten, of toch niet? We konden nog steeds bogen op een voorsprong. Achtstebordspeler Fer Mesman speelde met zwart tegen een verrassend sterke Toine Molenaar (1801). In een Caro-Kann kreeg Fer, die de lange rokade speelde, de getrapte variant (eigen woordkeuze voor wie gaat zoeken) – c3, c4 – tegen zich. De hele partij moest Fer op zoek naar zetten om de strijd gaande te houden. En uw teamleider zag dat die dekselse Molenaar telkens nieuwe dreigingen afvuurde op onze Spaarnespeler. Geen houden meer aan en een verdiende overwinning voor Molenaar. Direct na afloop deed uw teamleider, opportunist als ik ben, een transferaanbod. Maar Toine weigerde.

Stand weer gelijk, om gek van te worden.

Gelukkig, geheel rustig achter het bord, een rots in de branding: Sander Schilthuizen met wit. Tegenstander Pascal Zijlstra (1824) had hem twee seizoenen terug na zes uur spelen pardoes mat gezet midden op het bord. Dat was verleden tijd, maar niet vergeten. Na een interessante opening, met een dubieus Benko-achtig pionoffer van Sanders kant (niet geaccepteerd) ontstond een stelling met hangende pionnen op de damevleugel, waar een oordeel moeilijk over te vellen was, kwam er toch een klein voordeeltje voor wit op het bord. Sander moest op dit moment een plan verzinnen om het voordeel vast te houden. Tegenstander Zijlstra snoepte pardoes een pion in passieve stand. Aan San de taak het surplus aan actieve stukken en het bezit van een open a-lijn te verzilveren. De meningen over de methodiek, de ontstane kansen en de nauwkeurigheid waren verdeeld. Juist toen San concludeerde dat er niet meer in zat dan zetherhaling, en de zwartspeler in tijdnood was geraakt, beging Pascal een blunder met stukverlies als resultaat. Het resterende eindspel was niet al te moeilijk meer. Punt binnen voor Het Spaarne en de leiding gepakt: 3-4!

Dan bleef bord 2 over. Leo Littel vs. Wilko van der Gracht (2002). Hier ging het dan gebeuren. Lag winst in het verschiet? Een halfje was voldoende. Na vijf uur spelen waren er slechts een paar pionnen en een stuk geruild. Zeker: Leo had een hangende pion op d6 en wat minder ruimte maar daarentegen toch ruimte genoeg om d6 te verdedigen. D6, dat was het sleutelveld. Wilko schoof traag met zijn stukken, beetje naar links, beetje naar rechts. Veel gebeurde er niet, alles draaide om die zwakte op d6. Leo schoof met zijn dame en toren, gevaarlijk, omdat ie dan de dekking losliet, jawel van d6.

Dat had hij niet moeten doen. Wilko kwam binnen zonder kloppen en won. Eindstand: 4-4. Terecht misschien, en zonder het donderwolkenscenario dat Het Spaarne de afgelopen jaren fataal werd. Sympathieke tegenstanders, sympathieke speelplek. See you next year! Perhaps. Als Het Spaarne noch Aartswoud degradeert of promoveert.

Schaakgroet, Paul Neering

Aartswoud 1907 Het Spaarne 1896 4 4
1. Marc Helder 2149 Colleen Otten 2057 ½ ½
2. Wilko van der Gracht 2002 Leo Littel 1853 1 0
3. Jeroen Bakker 1971 Loek Veenendaal 1898 ½ ½
4. Jean-Paul Ory 1943 Paul Ruber 1981 ½ ½
5. Pascal Zijlstra 1824 Sander Schilthuizen 1867 0 1
6. Yvo Veenis 1871 Frans Arp 1864 0 1
7. Rowan Louter 1691 Aad de Bruijn 1911 ½ ½
8. Toine Molenaar 1801 Fer Mesman 1740 1 0

Degradatie zonder zorgen Ronde 9: HWP Haarlem 3 - S.V. Het Spaarne 1: 4-4

Op bezoek bij HWP 3 afgelopen zaterdag kreeg het Spaarne een teleurstelling te verwerken…. het gelijkspel tegen onze buren voelde aan als een nederlaag. Eén na laatste plaats in de eindschikking zou betekenen dat we een klasse lager gaan spelen en dus terug naar de onderbond 1e klasse.

Maar het volgende seizoen is alles anders en hoeft het gelijke spel geen gevolgen te hebben omdat de gehele externe competitie op de schop gaat en wij waarschijnlijk “gewoon” 4e klasse KNSB gaan spelen.

Maar toch…. winnen zou toch wel prettig zijn geweest. Kansen daarop, we moeten eerlijk zijn, waren eigenlijk niet aanwezig. Vanaf het begin leek alles nog veel belovend maar richting het derde speeluur werd duidelijk dat HWP zou gaan winnen. Het mag een wonder heette dat we nog wegkwamen met 4-4.

Held van het eerste uur was Frank Taylor. Tegenstander Sjoerd van Raaij strafte een openingsfout van Frank goed af door een stukoffer op langere termijn te plegen. Maar hij nam zijn kansen daarna niet goed waar. Aldus rolde het eerste volle punt binnen voor Het Spaarne omdat Frank, na het zwakke begin, ijzersterk speelde!

Op bord 7 was toen al een remise gespeeld tussen Aad de Bruijn tegen Adrie Pancras. Niet veel over te zeggen… Aads seizoen was al reeds dramatisch en hij kwam mij vertellen dat ie ook niets zag in de resterende stelling, overgebleven uit een Caro-Kann-opening. Remise dus en nog niets aan de hand.

Ook bord 5 en 6 eindigden in remises. Frans Arp op 5 won een pion maar zijn toren verdwaalde op de koningsvleugel. Tegenstander Frank Beverdam centraliseerde zijn stukken, won de pion terug en miste tussendoor nog een betere voortzetting, dus we mochten niet klagen. En Sander tegen HWP-voorzitter Paul Tuijp leek soms wat beter te staan – hij was zelfs even zeer optimistisch na een remiseaanbod, maar dat was de bekende wens van de vader en de gedachte. Misschien stond de witspeler in de slotstand zelfs beter.

Daarna maakte ik even een rondje. Wat bleek…? Fer op bord 8 verloor een stuk en kreeg er twee pionnen voor terug maar erger was de positie van Loek op bord 2, met zwart. Een dreun deelde zijn tegenstander uit door een gat te slaan in de zwarte verdediging: Pxg7! Het witte paard keek ook vol verlangen naar veld e6 waar een paardvork dreigde. De zwarte monarch moest van de g-lijn af (Kh8) en daarom kon Loek wel opgeven (Pxe6 dus). Een nederlaag tekende zich af…

Want ondertussen stond Colleen Otten op bord 1 ietsje beter maar het was moeilijk voor haar om een juist plan te vinden. En op bord 3 moest Leo Littel met wit zien om te gaan met een iets minder florissante positie én met een tegenstander (Xander Giphart) die met veel zelfvertrouwen speelde vanwege zijn ruime plusscore. De inschatting was op dat moment: dit zijn geen partijen die volle punten gaan opleveren, hoewel ik natuurlijk hoopte dat Colleen met haar “octopus” op d6 wel eens een beslissing ten gunste van Het Spaarne zou kunnen forceren… nee dus bleek niet veel later… een blunder kostte een loper. Einde partij. En ook Leo liet een batterij toe op veld f2….. er volgde een simpele afruil, waardoor twee pionnen sneuvelde… ook een nul.

Waren er dan nog lichtpuntjes? Jawel. HWP-speler Eelco Kummer was zo vriendelijk om in gewonnen stand tegen Fer zijn paard weg te blunderen. Daar baalde de witspeler zichtbaar van en ondanks zijn taaie verzet om er toch nog een halfje eruit te peuren speelde Fer rustig en beheerst de in de schoot geworpen stelling, met nu een pion meer, uit. Een gestolen punt, maar wel lekker.. en dus tussenstand 3.5-3.5.

En dus terug naar de laatst lopende partij, op bord 2. Loek had niet opgeven en stond totaal verloren, maar de witspeler, Frank Homburg, liet Loek terugkomen in de partij. Eerst door toe te staan dat Loek de zaken compliceerde door tactische wendingen in te brengen, daarna door niet het juiste plan weten te vinden … en tot slot door een stuk terug te geven. En nog stond de HWP-speler gewonnen. Hij vroeg aan de omstanders wat de tussenstand was en hoorde dat zijn partij beslissend was voor winst of gelijke stand. Dat heb ik weer, verzuchtte hij om even later in te zien dat een gewonnen stand niet altijd wordt gewonnen.

Locatie prima, sfeer uitstekend en terras na afloop gezelling…. goeie uitslag !!

Paul Neering

HWP Haarlem 3 1847 S.V. Het Spaarne 1884 4 4
1. Theo Gosman 2053 Colleen Otten 2057 1 0
2. Frank Homburg 1802 Loek Veenendaal 1957 ½ ½
3. Xander Giphart 1997 Leo Littel 1875 1 0
4. Sjoerd van Raaij 1758 Frank Taylor 1887 0 1
5. Frank Beverdam 1829 Frans Arp 1895 ½ ½
6. Paul Tuijp 1764 Sander Schilthuizen 1798 ½ ½
7. Adrie Pancras 1795 Aad de Bruijn 1873 ½ ½
8. Eelco Kummer 1779 Fer Mesman 1707 0 1

Het Spaarne 2 handhaaft zich.

Na een seizoen waarin driemaal met 3½-4½ werd verloren en driemaal met 4-4 gelijk gespeeld was gisteravond de beslissende wedstrijd voor handhaving in de tweede klasse. In de uitwedstrijd tegen rivaal Assendelft was de opdracht duidelijk: er moest gewonnen worden, gelijk of verlies zou degradatie betekenen.

Het werd een bloedstollend gevecht. Halverwege de avond werd binnen 10 minuten op drie borden een stuk weggegeven en leek  alle hoop verloren. Toch werd daarna alles wat nog niet verloren stond gewonnen, zodat het bij 3½-3½ aankwam op de partij op bord 7. Daar speelde Pim, op het laatste moment ingevallen voor Arun, een eindspel in tijdnood van zeker 150 zetten. Ondanks dat de stuurlui aan wal het allemaal veel sneller hadden gekund bracht hij veilig en bekwaam zijn winnende e-pion naar de achtste rij en haalde onder luid applaus het beslissende punt binnen.

Later ongetwijfeld veel meer over deze gedenkwaardige avond.

26-03-2018 Assendelft  – S.V. Het Spaarne 2 3½ – 4½
1 6244590 Kees Lute  1766  – 7159229 Paul Ruber  2021 ½-½
2 6202471 Peter van Straten  1739  – 7001335 Joost Jansen  1752 1-0
3 6238694 Aad Lansbergen  1733  – 7281901 Rob de Haan  1721 0-1
4 7195705 Rudi Nieuwenhuizen  1658  – 7811188 Paul Mathot  1650 1-0
5 7514166 Roel Spier  1653  – 8516805 Florin Omota  1737 0-1
6 5953013 Jan Kat  1572  – 8379767 Noud Vromans  1632 1-0
7 7210335 Remmert Brinkman  1597  – 8138548 Pim Abbestee  1567 0-1
8 7516014 Hans Kuijper  1485  – 7291515 Wim Hoffenaar  1455 0-1
 1650  1691
wl. Jan Kat

Ronde 7 en het tweede tegen De Waagtoren.

Het hoofdprogramma was vanavond de thuiswedstrijd van Het Spaarne 2 tegen De Waagtoren 5. Het tweede trad niet in de sterkst mogelijke opstelling aan en in de loop van de avond leek een flinke afstraffing in het verschiet te liggen. Nadat Paul M het al eerder verwachte tweede punt binnen had gebracht schreef ook Pim nog een niet meer verwacht halfje bij. En als Noud niet een fraai mat in twee over het hoofd had gezien had de avond nog in een wonderbaarlijke ommekeer kunnen eindigen. Nu bracht de apotheose, een masterclass toreneindspel door Joost, de eindstand op een eervolle maar even waardeloze 3½-4½.

Intern was er een beperkt programma met o.m. verrassende overwinningen van John Post en ….. André Fivet.