Spaarne 1 vs Amsterdam West II

Een beminnelijk clubgebouw, daar waar Schaakvereniging Amsterdam West huist en waar afgelopen zaterdag de 5e ronde werd gespeeld tussen het Spaarne 1 tegen het tweede van Amsterdam West (in de KNSB 4e klasse D). Voor ons team was dit een belangrijke match, omdat hier, op papier, potentiele punten lagen om mee te nemen naar Haarlem-Zuid. Makkelijk? Nee, … zeer zeker niet, al is het maar dat we onze tovenaar Frans Arp en puntenpakker Sander Schilthuizen door omstandigheden niet konden opstellen. Wel waardige vervangers gevonden: … good old Rob de Haan en Yashin van Kesteren (debuterend voor Spaarne 1). Op weg ernaar toe hebben we gebruik gemaakt van bus, trein en tram vanwege de parkeertarieven en de schaarste aan parkeerplekken. Daarbij viel op dat sommige schakers niet wisten hoe een OV-kaart op te waarderen waardoor we bijna een trein later moesten nemen naar Amsterdam.

Rustige schakers daar in West. Men maakt zich niet erg druk om een puntje meer of minder…. en dus werd ons een matchpunt gegund. Want hoe anders zou de uitslag zijn geweest als de Amsterdamse spelers Pijlman en Yahia aan bord 4 en 6 een voordelige stand niet uit hun handen hadden laten glippen… Juist! Het zat ons deze keer een beetje mee. Heerlijk gevoel!!

Vooral het begin was veelbelovend. Onze topvrouw Colleen Otten verpletterde op bord 1 Jan Schuurman (1973) met een vernietigende mataanval. Vervolgens stool Yashin van Kesteren zijn overwinning van Mustapha Yahia (1857). De middag kon al bijna niet meer kapot. Zelf had ik op bord 7 een geweigerd Morra-gambiet op het bord en omdat mijn sympathieke tegenstander, Gert-Jan Goedhart (1878), meerdere keren hetzelfde stuk in de opening speelde leek ik groot openingsvoordeel te krijgen. Ik telde alvast de winst in mijn eigen partij op bij de reeds twee gewonnen punten, ….deze match in the pocket na pas 2.5 uur spelen… niet slecht… inpakken en wegwezen… groots gespeeld en tegenstander de maat genomen! Ik ben een aartsoptimist.

Het pakte echter volledig anders uit. Amsterdam-West kwam terug en hoe! Mijn partij verzandde omdat ik geen vorm / plan kon bedenken om vorderingen te maken… eigenlijk maakte mijn tegenstander de stelling moeiteloos gelijk waardoor ik uit pure armoede remise aanbood. Dat werd aangenomen.

Na een rondje langs de resterende borden borrelden doembeelden langzaam op. Bord 8: Fer Mesman tegen Dion Spelbrink (1813), Fer ging verliezen. Er waren te veel dreigingen waardoor Fer aan druk ten onder ging. Paul Ruber tegen Jan Winsemius (1898): Paul maakte één fout en kwam deze niet meer te boven. En ook Rob de Haan – tegen Ridens Bolhuis( 1850) – kwam na een goede opening plots verloren te staan nadat hij had overzien dat een vijandelijke pion zich diep in het hart van het centrum kon verankerden…niets meer aan te doen.

Drie nullen op rij, dat leek te veel met het oog op de laatste twee partijen, van Leo Littel en Aad de Bruijn. Leo was na een lange partij weer eens in grote tijdnood geraakt (20 zetten te gaan met 2 minuten op de klok) tegen Paul Scheermeijer (1923). Aad had een gesloten stelling met twee pionnen minder tegen René Pijlman (1905) plus een zwakke pion op a3 die ook leek te vallen… een nul voor Aad leek aanstaande en remise voor Leo, meer zou het niet worden en ik feliciteerde al de teamcaptain van Amsterdam-West.

Maar nee … alles werd anders deze middag. Laat Aad de Bruijn, vechter pur sang, nooit (nooit!) terugkomen in een partij. Terwijl Leo zelfs een plusremise eruit sleepte, waardoor de tussenstand 4-3 werd voor Amsterdam West, gooide Aad alles wat ie had in de strijd: hij offerde materiaal, opende lijnen en tot verbijstering van vele toekijkende leden van Amsterdam-West, én uw teamcaptain, zette Aad de Bruijn zijn tegenstander pardoes mat…. althans… als een ware heer gaf René Pijlman Aad de matzet cadeau.

Wat een speler, van een partij. Prachtig om dit spektakel te mogen volgen … dat het hierdoor 4-4 werd… heerlijk!

PNE

Amsterdam West 2  Het Spaarne 1 
Schuur, J.M. (Jan) 1973 Otten, C.J. (Colleen) 1986 z-w 0 – 1
Winsemius, J. (Jan) 1898 Ruber, P.J.P. (Paul) 1942 w-z 1 – 0
Scheermeijer, P.H.A. (Paul) 1923 Littel, L. (Leo) 1926 z-w ½ – ½
Pijlman, R.W.J. (René) 1905 Bruijn de, A. (Aad) 1896 w-z 0 – 1
Bolhuis, R. (Ridens) 1850 Haan de, R.M. (Rob) 1704 z-w 1 – 0
Yahia, M. (Mustapha) 1857 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1807 w-z 0 – 1
Goedhart, G.J. (Gert-Jan) 1878 Neering, P. (Paul) 1733 z-w ½ – ½
Spelbrink, D. (Djon) 1813 Mesman, F.D. (Fer) 1741 w-z 1 – 0
Gem. Rating:  1887  Gem. Rating:  1842  4-4 

We komen om te winnen… Volendam 1 - Het Spaarne 1 4-4

(verslag door Paul Neering, met aanvullingen van Sander Schilthuizen)

Afgelopen zaterdag in Volendam de strijd tegen  de schaakmacht van Volendam. Eigenlijk al jaren van hetzelfde niveau, qua sterkte dan, als het eerste van het Spaarne. Nadat er op de zaterdagmiddag een parkeerplek is gevonden bij de plaatselijke Deen lopen we dwars door het winkelcentrum over de markt naar Jeugdhonk PX . Bij binnenkomst op de begane grond wordt er gewerkt aan een happening voor de pubers om nieuwe talenten te laten sporen in de palingsound maar de leden van schaakteam ’t Spaarne laten zich niet afleiden. Direct vinden wij de toegang tot de tweede etage waarin in een aangename en ruime accommodatie 8 wiebelende tafels staan opgesteld die allen hun eigen verhaal vertellen. De mijne gaf in ieder geval aan dat ik de gehele partij er rekening mee moest houden kleine piepjes en steungeluiden voor lief moest nemen. Wat ik heb gedaan!

De ontvangst was vriendelijk en gemoedelijk waardoor er bij de teamcaptain direct het gevoel ontstond van waakzaamheid. Wij zouden ons niet in slaap laten sussen, want, wij zijn gekomen om te winnen!!! Nick Schilder nergens te bekennen wat een goed teken is… dat scheelt weer een paar Elo punten in ons voordeel.  Wij met onze sterkste opstelling en als ik de namen goed heb bekeken zij ook. Dus na een paar minuten over een starten de partijen.

En laat ik dan maar beginnen met mijn eigen partij tegen Jan Veerman (1802) op bord 7.

En nee.. ik gaf niet het goede voorbeeld. Zwart speelde de Caro-Kann opening die ik beantwoorde met het licht inferieure Shirov attack g4. Veel ervaring mee en daardoor onbegrijpelijk dat ik tijdens de partij geen h4 speelde. Ik dacht een verbetering achter het bord te hebben gevonden ( kan ook een blunder zijn geweest of arrogantie). Mijn tegenstander gebruikte veel tijd en mede daardoor vond ie het juiste tegengif door de simpele maar doeltreffende thematische opstoot c5 waardoor zwart al na 10 zetten beter stond. Rug gerecht en toen Jan Veerman besloot direct door te stoten naar een vrijpion op de a lijn bleek daarna, in het middenspel, de dynamiek te liggen bij de witte stukken. Het flankspel van zwart moest even in de koelkast om het openbreken via de f-lijn goed te kunnen opvangen. En juist op het moment dat ik dacht de genadeklap te kunnen uitdelen via de zojuist geopende f-lijn raakte ik volkomen de klus kwijt door mijn verdediging te laten voor wat die was nadat zwart zijn laatste troef had uitgespeeld met b4. Mijn tollende dame, eens de spil en verbinder in mijn centrale stelling verhuisde naar g 5 waar ze dood en verderf had moeten zaaien. Zwart toonde aan dat het een regelrechte blunder was….met enkele kracht zetten kwamen zijn torens binnen en er was geen houwen aan … de eerste dikke nul voor het Spaarne was een feit. Achteraf bleek tijdens een korte post mortem het bovenstaande verhaal wat genuanceerder te liggen maar dat biedt geen troost voor de verliezer.

Gelukkig hebben we Frans Arp in ons midden die op bord 3 speelde tegen Jan Tol (1966). Onze tovenaar is wat gezakt in zijn rating door zijn vaak wat compromisloze spel waardoor hij of schitterend wint of diep door het stof moet gaan. Vanuit het Open Spaans had zwart (Tol) een vorstelijk paard op e4 gestald. Ik zag nog dat Frans een actie ondernam om die zwarte paarden door een ruil los te weken, maar wat er precies gebeurde is me ontgaan. De zwartspeler had weinig tijd, maakte een ernstige misser en plots werden handen geschud. Maar wel lekker voor ons dat nu plotseling stand weer gelijk is geworden.

Met een tussenstand van 1 tegen 1 durf ik weer te hopen om toch de matchpunten mee naar Haarlem te nemen. Zeker als ik na mijn rondje door de speelzaal Sander Schilthuizen tegenkom. Speelde op bord 5 tegen de kwieke veteraan Frans Vlugt (1835). In het Damegambiet kreeg Sander de Laskervariant op het bord. De kleine problemen in de opening, ruimtegebrek, kon de Volendamspeler niet naar behoren oplossen. Hij gebruikte veel tijd om zijn stukken te bevrijden. Sander ontwikkelde een batterij van torens op de b-lijn. De zwartspeler probeerde nog verwarring te zaaien door met zijn dame de witte stelling binnen te dringen en een pionnetje op te rapen op a2, maar op b8 promoveerde een paar zetten later een witte pion: 1-0. Een verdiende overwinning voor Sander!

Een waar spektakel stuk was de partij Leo Littel vs Reinier Bodemeijer (1784) op bord 6. Leo is al langere tijd op zoek om voor het ’t Spaarne punten te verzamelen maar al geruime tijd wil dit maar niet lukken. Bij de andere clubs waar Leo speelt in Amsterdam rollen de scores over elkaar heen en in toernooien stijgt zijn ster. En net op het moment dat ik kwam kijken neemt Leo een loper op e2 en dat ziet er goed uit. Ik denk dat zwart gaat winnen ondanks dat wit een onderste lijn motief heeft met een gevaarlijk side kick .. de pion op c6. Beide spelers in hoge tijdnood dus blijf ik staan kijken.

Zonder Leo op de pijnbank te willen leggen: we komen erin na de veertiende zet van wit (14. d5).

Reinier Bodemeijer – Leo Littel

Wit gaat hier voor complicaties. Er volgde 14…. Lxc3 15 Dxb7 Tc7 16 Db3 Lxf3. Toen stond het zo:

Reinier speelde 17. dc6 dat in feite een kwaliteitsoffer inhoudt, maar dat was moeilijk te zien. Beter was 17. Lxf3 Tb8 18 Dc2 Pd4 19 Lxd4 Lxd4 met een lichte plus voor zwart.

17… Txd1 18. Txd1?

Hier had wit 18 Dxd1 moeten doen: Lxe2 19. Dxe2 Txc6. Veld d8 is dan gedekt door de dame. Wit heeft enige compensatie door het bezit van het loperpaar. Mijn engine geeft nu 20. Dc4 als beste zet.

18. Lxe2 19. Lh6

19. … Tc8 20. Db7 Te8?!

Verhangt de bordjes, maar nog niet verliezend. Winnend is hier 20. …Td8.

21.Dd7 Ta8??

Het beste was nog 21. … Tf8 22. Lxf8 Kxf8 23. c7 La6. Nu wint wit met 22. c7.

Daarmee was de stand weer gelijk. Twee ontroostbare Spaarne-spelers liepen door de zaal. Tegenstander Reinier bleef nog lange tijd  achter zijn bord zitten en genoot zichtbaar van zijn prachtig overwinning en liet menigeen zien dat het in alle varianten echt uit is .. het “beest” zal uiteindelijk hier antwoord op moeten geven. Met recht een spektakelstuk vond zelfs ik het als teamcaptain van het ’t Spaarne. Ondanks dat hoorde ik Leo mopperen….. ik had alles gezien… ik had alles gezien. Als verliezer is schaken waardeloos.

En daar, recht achter Leo, zat Aad de Bruijn tegen Enno Veerman (1934) te spelen. Op bord 4, Aad met zwart en een Franse opening op het bord. Direct had ik een goed gevoel over deze partij. Frans, daar weet Aad alles van. Onze vriendelijk reus  speelde wederom het  spel waar het ging om het volle punt. Remise is geen optie tenzij het onvermijdelijk is. Open was de stelling, moeilijk in te schatten met een hangende pion op e6 waar de f-lijn open was. Waar het mij leek dat wit wat beter stond met meer mobiliteit. Vooral de witte loper, gekoppeld aan zijn dame zou Aad in moeilijkheden kunnen brengen.

Aad over de partij: “Ik speelde vrij snel en oppervlakkig in de opening en probeerde geen verplichtende zetten te doen, zoals te vroege offers of pionverzwakkingen. Totdat ik het natuurlijk wel deed natuurlijk en in rommelige stand wat druk op mijn koningsstelling kreeg. In zijn tijdnood vond Enno niet het beste plan en ik had veel meer tijd om in ongeveer gelijke stelling goede zetten te verzinnen. Op één moment had wit een tussenzet, die direct zou winnen, middenin een combinatie, maar hij zag het te laat, want hij speelde inmiddels alleen op zijn increment. Daarna was het mijn “feestje” in onderstaande stelling.”

Enno Veerman – Aad de Bruijn

Stand na 32.Dg4-d1? Dg4-h3 maakt remise.

Er volgde: 32… Lh5! De loper kan niet geslagen worden: 33.Dxh5 Txf1+ 34.Kg2 Df2+ 35.Kh3 Dxc2 36.Dxh6+ Kg8 en zwart wint.  33.g4 Lxg4 34.Dd3 Lf3+

En wit gaf op, zwart wint de dame of geeft mat na 35.Kg1 Tg2+ 36.Kh1 Tg1.

En dus zag ik de match punten weer in beeld komen.

Dan maar op naar bord 8 waar onze speler Fer Mesman het opneemt tegen Nico Koning (1709). Een Scandinavische opening van Fer die met kleine middelen wordt bestreden door Nico Koning. De wit speler is niet haastig doet geen rare zetten en wacht op zijn kansen en die komen er. Eerst komt er een gedekte vrijpion op veld d6. Irritant, ook omdat de ontwikkeling van zwart stagneert op de damevleugel. Nico voelt het voordeel en koestert het plusje en gaat  op zoek  naar een beetje meer. Uiteindelijk wordt het pleit geslecht doordat Fer in een mindere stelling een stuk weggeeft. Tegen beter weten in speelt Fer nog een tijdje door maar de gedane zaken nemen geen keer . Fer sluit zich aan bij de nullen van de onderste borden terwijl bij de vorige macht deze borden bijna voor een verrassing hadden gezorgd. Zo kan het dus verkeren. Het staat weer gelijk ,3 tegen 3 met nog twee partijen te gaan.

 

Op bord 1 onze schaakvrouwe Collen Otten tegen Luuk van Essen (1847). Er is niemand die zo met vaste hand een stuk kan verzetten als Colleen. Resoluut en met een vastberadenheid waar menig tegenstander van onder de indruk raakt. Echter niet Luuk van Essen die in een bedachtzame partij keurig stand hield tegen Colleen die zo’n 150 punten meer rating heeft.

Pas tegen het einde van de partij waarin Colleen te maken heeft met het fenomeen tijdnood komt er een kans om de partij toch naar haar tot te trekken. Een mooie wending vlecht ze in haar stelling (zie foto)  maar Luuk trapt er niet in en denkt met het aanvallen van de witte loper de val onschadelijk te hebben gemaakt. Echter bij het terugtrekken van de toren gaat Colleen naar veld f4 in plaats van f3.. verschil? Jazeker! Met de zet f4 is het remise en met f3 wint Colleen alsnog de ongedekte zwarte toren met een schaakje!! Andere wending hetzelfde resultaat  Maar ja.. tijdnood en je moet zetten en dan verdwijnt het volle punt uit zicht. En dus 3.5 tegen 3.5 met nog een partij te gaan.

Aan het tweede bord  Paul Ruber tegen Erik Steur(1992). Ook een partij die ik niet goed heb kunnen volgen behalve het laatste gedeelde van de partij omdat zij de laatste waren die nog achter hun bord zaten. Van de keren dat ik er  eerder  langsliep zag ik de onze man een pion achterstond en dus dacht ik lange tijd dat Paul moest vechten voor remise. Wat er in de tussentijd is gebeurt is mij niet duidelijk geworden maar wat er tijdens het laatste half uur gebeurende was dat de remise marge niet zou worden verbroken. Paul had pion weer teruggewonnen en met twee torens op de tweede rij leek het erop dat er kansen waren voor een vol punt. Maar die hoop vervloog toen Paul besloot een paar torens te ruilen om met een klein plusje in te stemmen met een remise.

En na een hele middag zwoegen een gelijke stand… maar we kwamen om te winnen….

Terechte uitslag? Waarschijnlijk wel. Een paar hele en halve punten vielen onze kant op (Aad, Frans, Paul R). Die compenseren dan weer de onbenutte mogelijkheden en fouten op andere borden (Paul N, Colleen, Fer, Leo). In ieder geval: het eerste matchpunt is binnen.

 

Volendam 1 – Het Spaarne 1

Ronde: Ronde 3

Volendam 1 Het Spaarne 1
Essen van, L. (Luuk) 1847 Otten, C.J. (Colleen) 2015 z-w ½ – ½
Steur, E.T.M. (Erik) 1992 Ruber, P.J.P. (Paul) 1933 w-z ½ – ½
Tol, J.H. (Jan) 1966 Arp, F.L. (Frans) 1894 z-w 0 – 1
Veerman, E. (Enno) 1934 Bruijn de, A. (Aad) 1988 w-z 0 – 1
Vlugt, F. (Frans) 1835 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1835 z-w 0 – 1
Bodemeijer, R. (Reinier) 1784 Littel, L. (Leo) 1809 w-z 1 – 0
Veerman, J.M.M. (Jan) 1802 Neering, P. (Paul) 1752 z-w 1 – 0
Koning, N.C.A. (Nico) 1709 Mesman, F.D. (Fer) 1726 w-z 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1859 Gemiddelde Rating: 1869 4-4

 

Eerste team: Kater door Amstel

Op 2 november was het zover: de wedstrijd tegen de favoriet in de
klasse 4D van de KNSB: De Amstel.
Vooraf zouden we blij zijn geweest met 4-4 maar achteraf…..hadden we
een flinke kater door de kleine nederlaag die we niet verdiend hadden!
Er had veel meer ingezeten. Ziehier een verslag op bordvolgorde.

Aan bord 1 had Colleen Otten een tegenstander die te laat kwam maar
alle zetten van Colleen na haar 1.c4 snel en kordaat beantwoordde. Veel
gebeurde er niet en zo werd het een correcte remise.

Aan het tweede bord mocht ik het met zwart opnemen tegen Wim
Eveleens. Drie jaar geleden nog een 2100 + speler maar de laatste tijd
wat afgezakt naar 1900+. Hij opende ook met 1.c4 en probeerde mij
positioneel weg te drukken met een dubbelfianchetto. Resultaat: een
zwakke pion in mijn stelling en toenemende druk. Gelukkig speelde hij
iets te voorzichtig en kon ik mijn zwakke pion door een trucje oplossen
waarna ik nog wel wat minder stond maar uiteindelijk een vesting kon
innemen: ook een correcte remise.

Aan bord 3 speelde Frans Arp tegen Rik Konst die ruim 150 rating
punten ‘zwaarder’ is. Rik dacht waarschijnlijk: die Frans is klein bier. Hij
rokeerde als zwartspeler lang en speelde in drie achtereenvolgende
zetten f5, g5 en h5….Maar dan kent hij Frans toch niet: angst is hem
onbekend. Frans liet zijn koning op d1 en ging voortvarend op de zwarte
koning af. Frans won uiteindelijk een stuk, lette nog even goed op dat
een zwarte vrijpion niet doorliep en incasseerde het volle punt. Proost!!

Tja, bij Aad aan bord vier verscheen de eerste kater.
Zeg Aad, was het nu wel verstandig om donderdagavond intern te
schaken, vrijdagavond voor het combiteam te spelen en
zaterdagochtend meteen de bus in voor een partij tegen de Amstel in
Uithoorn?? Ach, wat stond Aad goed na de opening. Een mogelijk
eeuwig schaak ging hij uit de weg, ruilde de dames en bleef met een
pluspion over.
Kat(er) in het bakkie? Helaas, even niet opletten en tegenstander Theo
Hendriks dreigde mat, wat nog wel te pareren was maar toen liep er
pardoes een vijandelijke pion naar de overkant en Aad moest opgeven.

En wat gezegd van Sander op bord vijf? Hij drukte Carel Kok op
prachtige wijze weg, veroverde al doende een pion en toen… Het was
vreselijk om aan te zien: was San beneveld door de zwoele
Amsteldampen? Op jacht naar de schoonheidsprijs? Wij weten het niet
maar Sander offerde ineens een stuk met de bedoeling nog een tweede
stuk te offeren en dan de gladiolen. Maar de gladiolen bleken
brandnetels; de offers werkten net niet en Sander mocht een nul noteren
waar net als bij Aad toch minstens remise in gezeten had.

Aan bord 6 speelde Leo Nimzo-Indisch, bezorgde zijn tegenstander de
bekende dubbele c pion en ging deze belegeren.
De witspeler verdedigde zich echter handig en winst voor Leo zat er niet
in. Maar toch een plusremise.

Onze onvolprezen wedstrijdleider/wedstrijdlijder Paul Neering had een
merkwaardige partij aan bord 7. Zijn tegenstander Patrick van Lommel
deed wat beginners steeds wordt afgeraden: met de dame op
pionnenjacht gaan en de rest van de stukken niet ontwikkelen.
Eindresultaat: Patrick won niet eens een pion en al zijn stukken stonden
nog op de achterste rij. Smakelijk hapje dus voor Paul. En ineens was
het remise; Paul had dat maar gedaan omdat alle andere borden toen
nog in de plus stonden.

Aan bord 8 speelde Fer tegen Willem Hensbergen. Zeker een tactische
opstelling want Willem heeft de op één na hoogste rating van de Amstel
en dat zijn ruim 300 punten meer dan Fer. Had Fer zich moed
ingedronken? Hij speelde met zwart het Albins tegengambiet (1.d4, d5
2.c4,e5?!) . Hensbergen zat minzaam te glimlachen om zoveel
onnozelheid en hij keek meer naar andere borden na naar zijn eigen
bord. Maar Fer wist wat hij deed: zo’n 20 zetten theorie en daarna lachte
Willem niet meer. Er was een potremise stelling ontstaan. Heel goed Fer!

De Amstel 1 – Het Spaarne 1: 4,5 – 3,5

Auto schaakblues Ronde 8: De Wijker Toren 2 – Het Spaarne K1: 7 - 1

Afgelopen weekend was het weer zo ver, tijd voor de 8e en op een na laatste ronde van de zaterdagcompetitie. In het schaakdorp Wijk aan Zee speelde Het Spaarne K1 uit tegen De Wijker Toren 2. Op papier het sterkste team in Klasse 4E, dus de kans op een positief resultaat was klein. Maar het mooie aan schaken, is natuurlijk dat het soms raar kan aflopen.

De dag begon in ieder geval goed. Loek, Fer en Leo waren ruim op tijd aanwezig bij de verzamelplaats in Haarlem. Maar waar bleef Paul (Neering), onze rijder in bange dagen? Hij had een sluiproute geprobeerd, om een vervelende brug te omzeilen, maar kwam vast te zitten bij een vervelend paaltje. Het fietspad bood helaas geen uitweg, dus moest hij rechtsomkeert. Uiteindelijk arriveerde Paul een paar (5) minuten te laat. Ach, de schrijver heeft het dikwijls bonter gemaakt. Dus je hoeft je nergens voor te schamen hoor Paul!

Vol goede moed gingen we op pad, totdat het noodlot toesloeg. Al snel waren we beland in een uitzichtloze file. Onze opgebouwde tijdvoorsprong verdampte, van ruim een halfuur tot slechts enkele minuten voor aanvang. Tot onze schrik, waren we als enige van ons team gearriveerd. Waar is de rest? We waren in ieder geval aanwezig met 4 spelers, maar is dat genoeg voor een gelijkspel?! Gelukkig arriveerde Aad redelijk snel daarna. Zijn buschauffeur was zo vriendelijk geweest om hem voor de deur af te zetten, wat een service! Niet veel later was Colleen er ook. Maar waar waren Paul (Ruber) en Sander?

De wedstrijdleider van De Wijker Toren was gelukkig coulant, en liet onze wedstrijd een paar (5) minuten later beginnen. In dezelfde zaal van het Dorpshuis de Moriaan, speelde namelijk ook het eerste team van De Wijker Toren. Zij speelden tegen Messemaker 1847, een schaakclub uit Gouda. De spanning bij deze wedstrijd was groot, doordat beide teams in Klasse 2C (op dat moment) mede-koploper waren. Er stonden zelfs vier teams gelijk met elk 10 matchpunten, en een vijfde team met 9 matchpunten een matchpunt achter. Was onze wedstrijd dan minder belangrijk? Misschien een klein beetje. Maar degradatie ontlopen, door bordpunten bijeen te sprokkelen, of stiekem een matchpuntje mee te snoepen, is altijd fijn.

Grofweg een halfuur na aanvang, waren Paul en Sander ook van de partij. Het team was compleet. Van de partijen zelf heb ik helaas weinig gevolgd. Leo gaf aan dat hij als een krant had gespeeld. Kop op Leo! Doorbreek dat karma, talentvolle schaker! Paul Ruber begon met een tijdachterstand tegen het altijd optimistische aanvalskanon Arjan Wijnberg. Net als Leo, ging ook de stelling van Paul ten onder.

Colleen kwam goed uit de opening, de stukken van haar tegenstander waren helemaal naar achteren gedrukt. In een betere stelling, lukte het haar niet om het geduld te bewaren, met als gevolg een incorrect stukoffer. Schaken is soms hard, heel hard…

Paul (Neering) speelde een keurige partij. Hij stond lange tijd iets beter, waardoor Cas Kok veel tijd moest investeren. Een prima optreden als supersub, op bord 3! Waar het precies fout is gegaan, weet ik niet. Maar op een gegeven moment stond Paul zwaar onder druk. Dan is een fout helaas snel gemaakt. Volgende keer nieuwe kansen!

Fer stond lange tijd ok, maar een verkeerde paardzet gooide roet in de stelling. De tegenstander kreeg het initiatief, en bracht de stelling van Fer aan het wankelen. Een vervelend vorkje, zorgde uiteindelijk voor het laatste zetje.

Van de partij van Aad en Sander heb ik helaas niet veel meegekregen. Mijn eigen partij was, als ik heel eerlijk ben, totale tijdverspilling en niet de moeite waard. Zwart bouwde een solide stelling op, en smoorde elk initiatief in de kiem. Het resultaat was een volledig lamgelegde damevleugel. Regelrecht anti-schaak, maar gelukkig liet ik mij (mede dankzij de training van Pieter) niet opjutten: als mijn tegenstander niks doet, kan ik dat ook! En dat was dan ook precies wat er gebeurde, met een halfje als gevolg.

Ondertussen speelde het combiteam Het Spaarne-Heemstede in Haarlem hun laatste wedstrijd in Klasse 6B. Een wedstrijd om het kampioenschap, doordat zij als koploper met 10 matchpunten er 2 voorstonden op de concurrentie. Als speler van dit team, wilde Paul (Neering) graag bij de apotheose van deze wedstrijd zijn. Dus gingen we vroeg naar huis.

Aad bleef hierdoor als laatste matador over. Hij moest hard vechten in een iets minder eindspel, maar haalde uiteindelijk toch een halfje binnen. Mijn stem voor schaker van de wedstrijd heb je binnen Aad!

Deel 2: De zon dreigt te gaan schijnen! Ronde 6: Santpoort 2 – Het Spaarne K1: 2½ - 5½

Wat later op de middag, komt er in Santpoort onverwacht een heerlijke meevaller. Op bord 1, want nadat in eerder stadium de zwartspeler een winst heeft gemist, heeft onze Colleen een matnet geweven. Pardoes is de partij ten einde en uw teamcaptain ziet nog net dat de twee spelers opstaan achterin het zaaltje. Ik informeer bij Colleen naar het resultaat, in de hoop toch een halfje te mogen innen. Gewonnen zegt Colleen, echter zonder een glimlach. Dus nog maar eens informeren, met als antwoord dat zwart het matje niet zag aankomen, met als resultaat een vol punt voor ’t Spaarne.

Niet lang daarna kreeg Paul Ruber een remiseaanbod, omdat Menno ondanks zijn betere stelling niet zag hoe hij verder progressie kon maken. Dankbaar incasseerde Paul het halfje, waardoor er een kleine voorsprong op het scorebord verscheen.

En nog een meevaller! Op bord 3 probeerde Loek met een pion meer een toreneindspel te winnen. Theoretisch was het remise, maar het was nog vroeg in de middag. Loek is een expert in toreneindspelen, tegenstander is jong met wellicht minder kennis van het eindspel, de moeite waard om het te proberen. Juist… wederom een gelukje dat Jelle zich verslikte en het volle punt moest inleveren. Niet getreurd, deze jongen groeit nog wel door naar boven de 2000. Maar de tussenstand is plotseling zeer rooskleurig!! Twee plus een remise.

Snel terug naar Aad op bord 7. De versplinterde zwarte stelling kostte Henk Swier een volle kwaliteit, maar vocht zich voorbeeldig terug door met de Dame op b2 te nemen, terwijl wit niet meer de moeite had genomen om te rokeren. Even mocht zwart hopen dat er genoeg tactische kansen waren gecreëerd, maar Aad had alles gezien en wikkelde af naar een totaal gewonnen eindspel, met groot materieel voordeel. Nu gaat het snel, 3.5 punt uit 4. En toen Sander er een halfje aan toevoegde was sowieso een gelijkspel binnen.

Op bord 8 speelde Fer lange tijd als een halfgod met al zijn offers, maar gaat het niet mat, dan pakken ze je die status zomaar weer af. De witspeler de Bock moest wel rennen met de koning naar de damevleugel, maar mat ging het niet. Fer pakte materiaal terug, met beide spelers in hoge tijdnood voor de eerste tijdcontrole. Na het optrekken van de kruitdampen, stond er een gunstig eindspel voor Fer op het bord met een kwaliteit meer. Moegestreden liet Fer de touwtjes wat vieren, door inplaats van scherp door te spelen nu te kiezen voor rustige zetten. Wit kwam terug door met een eenvoudige combinatie de kwaliteit terug te winnen en remise voor te stellen. Precies op tijd, want hierdoor was de winst binnen.

Nog twee partijen onderweg. Frank Taylor op bord 5 die zijn centrum overwicht had uitgebreid naar een duidelijk voordeel. In plaats van lijdzaam toe te zien, besloot zijn tegenstander de knuppel in het hoenderhok te gooien. Offerde in het toreneindspel twee pionnen in ruil voor activiteit. En kwam nog gevaarlijk in de buurt van een remise. Frank, de gehele middag als een sfinx zittend achterin het leslokaal, gaf geen krimp en uiterst geconcentreerd haalde hij het volle pond binnen.

En Leo, tsjaa… Leo was inderdaad in grote tijdnood gekomen. Merkwaardig genoeg wel een stuk voor gekomen, door een onachtzaamheid van de witspeler. Maar door de tijdnood 4 zetten later gewoon weer ingeleverd, door een loper te laten insluiten. Om vervolgens een verloren eindspel inderdaad te verliezen. Na afloop een ontroostbare Leo, die vooral moeite had met bord nummer 2 (?!) Dat bord, daar wil ik niet meer op spelen aldus Leo. Brenger van `bad luck’.

Op naar de 8e ronde, thuis tegen KC 4 op zaterdag 16 maart!!!

Paul Neering

Santpoort 2 1792 Het Spaarne 1883
1. Jan Burggraaf 1957 Colleen Otten 2024 0 1
2. Mick Mulder 1738 Leo Littel 1802 1 0
3. Jelle van den Broek 1727 Loek Veenendaal 1918 0 1
4. Menno Schaefer 1793 Paul Ruber 1973 ½ ½
5. Douwe van Rees 1867 Frank Taylor 1883 0 1
6. Stefan Fokkink 1862 Sander Schilthuizen 1881 ½ ½
7. Henk Swier 1725 Aad de Bruijn 1891 0 1
8. Gijsbert de Bock 1663 Fer Mesman 1689 ½ ½

Deel 1: Het valt niet mee Teamcaptain te zijn Ronde 6: Santpoort 2 – Het Spaarne K1

Zaterdag, alweer ruim een week geleden, een gemoedelijke ontmoeting tussen schaakverenigingen Santpoort en ’t Spaarne. Gemoedelijk omdat uw verslaggever, tevens non-playing teamcaptain, weinig merkte van enige spanning aan beide kanten. Terwijl het toch een belangrijk duel betrof, vanwege de dure matchpunten die aan het eind van de middag op de overwinnaar lagen te wachten. Beide teams in de staart van de competitie van de 4e klasse KNSB, wat vroeger de promotieklasse heette te zijn van de NHSB.

’t Spaarne heeft het traditioneel moeilijk op dit niveau, maar weet zich telkens, met vlieg en kunstwerk, zich weer te handhaven met een team dat in de jaren weinig is veranderd. Wil het Spaarne 1 zich wederom verzekeren om volgend jaar in deze klasse te blijven spelen, was winst de enige uitkomst. Maar zoals gezegd, eerder timide dan getergd zette de Spaarne spelers zich achter het bord. Maar uw verslaggever had zich deerlijk vergist in de strijdlust van zijn/haar clubgenoten. Sommigen van ons vlogen erin met een enthousiasme, die bij mij de schrik om het hart sloeg.

Het mooiste voorbeeld was onze 8e bordspeler Fer Mesman, die in de opening van het Scandinavisch 3 pionnen (met zwart!) ertegenaan gooide, waar menigeen niet direct de compensatie van zag. Ook ik behoorde tot dat groepje. Als onze schaakgoeroe Pieter Roggeveen, die ons terdege heeft voorbereid op deze clash, erbij had gestaan dan was nekpijn het gevolg geweest van het `nee’ schudden. Tegenstander Gijsbert de Bock stak veel tijd in om de pionnen aan te nemen en kreeg vervolgens ook nog eens een kwaliteitsoffer om de oren. Voor de neutrale kijker prachtig om naar te kijken, maar zuchten en steunen vanaf mijn kant, dus tijd om verder te kijken.

Omhoog natuurlijk naar bord 7, net op tijd om te zien hoe Aad de Bruijn de zwarte stelling opblies met een tijdelijk pionoffer op e6. Dit omdat de sympathieke zwarte speler Henk Swier met een paar paard zetten van Pf6 naar Pg4, de opgestoomde pion op e5 terug probeerde te nemen. Daarmee overtrad hij de wet om in de opening niet twee keer met hetzelfde stuk te spelen, en moest daarvoor de prijs betalen om door te spelen in een versplinterde zwarte stelling. In eerste instantie zag dit er goed uit voor Het Spaarne, maar nog een lange weg te gaan.

Op naar Sander Schilthuizen, die met zwart uitzicht leek te hebben op een geïsoleerd pionnetje op de a-lijn. Sander had er flink druk op, maar Stefan Fokkink was niet onder de indruk en bleek in staat het materiaall gelijk te houden. Weinig onbalans, over een uurtje terugkomen om wat meer tekening te zien.

Eigenlijk hetzelfde op bord 5, tussen onze man Frank Taylor (b4) en Douwe van Rees. Alleen met het verschil dat Frank een zichtbaar duurzaam voordeeltje had opgebouwd, door duidelijk het centrum voor zich te winnen. Allemaal nog niet doorslaggevend, maar potentie voor de komende vervolg!

Paul Ruber van het ’t Spaarne trof een uiterst gemotiveerde Menno Schaefer tegenover zich. Paul, met de zwarte stukken, speelde de Siciliaanse zet c5 naar aanleiding op e4, en kreeg het Alapin (c3) op het bord. Al snel speelde Paul zijn geliefde zwarte loper naar veld g7, om daar na een ruil op e5, weer veilig terug te keren. Echter… door middel van een pionoffer werd dat verhinderd, waardoor wit tijd kreeg om Lh6 te spelen. Omdat zwart nog niet de tijd had genomen/gehad om kort te rokeren, moest Paul genoegen nemen om door te spelen met de koning in het midden. Dat zag er, ondanks het gewogen pionnetje, niet goed uit. Maar ook hier de stelling afwachten , het is nog niet gespeeld.

Ook bij Loek Veenendaal tegen het jonge talent Jelle van den Broek weinig verschil in stelling op het bord. De jeugdige van den Broek had vorig seizoen Paul Ruber met wit verslagen, dus Loek was vooraf gewaarschuwd Jelle niet te onderschatten, ondanks de rating van 1727.

Zo omhoog schrijven komen we bij bord 2, waar Leo Littel Mick Mulder tegenover zich vond. Geen damegambiet, uiteindelijk wel een damegambiet. Het feit was dat Mick vanuit de opening steeds wat prettiger stond. Dat vond Leo ook en dus stak de zwartspeler zeeën van tijd in de stelling om een gelijke stand te bereiken. Het mocht lange tijd niet baten, want de witspeler dreigde constant af te wikkelen naar een eindspel, met een pion voorsprong. Tijdnood zou hier een belangrijke rol gaan spelen, dat was wel duidelijk voor uw verslaggever.

En dan naar bord 1, onze topvrouw Colleen Otten in gevecht met Jan Burggraaf. Colleen heeft goed geluisterd naar onze schaakcoach PR en probeerde de lessen in praktijk te brengen. Het niveau (ik schrijf dit niet graag) gaat het begrip van de teamcaptain te boven, maar duidelijk is dat vorm van de dag, om te presteren, een vereiste is. De met wit spelende Colleen stond alras een grote kwaliteit achter (gedwongen offer Dame voor Toren en Paard) en leek te worden weggespeeld.

Eigenlijk formeerde ik een virtuele tussenstand met een nul op het eerste bord. Met de lastige stellingen op bord 2 en 4 erbij, oeff dacht ik… Dit zou wel eens een zware middag kunnen worden!