Twee weken geleden is Jaap Loos overleden, mijn clubgenoot bij De Raadsheer in Amsterdam. Jaap was van geboortejaar 1937, maar dat weerhield hem er niet van om een van de meest trouwe bezoekers van de clubavond te zijn. Voordat hij zich aansloot bij De Raadsheer was hij lid van ODI uit Badhoevedorp, waar hij de clubgenoot was van Paul Neering en dat verklaart waarom Paul Jeroen Loos (geen familie) vaak Jaap noemde. Ik heb in de loop der tijd zeker 10 à 15 partijen met Jaap gespeeld en ik denk dat we ongeveer gelijkwaardig waren, maar ik ga dit verhaal niet bederven met feiten. Jaap was ook mijn teammaat in het derde team en vaak gingen we na uitwedstrijden in de Pijp, de Bijlmer of Zuid samen met het openbaar vervoer terug naar het Centraal Station. Van daaruit wist hij de weg naar zijn huis in Amsterdam-Noord wel, maar elders in de stad was hij niet zeker of hij in het donker de juiste tram, bus of metro kon vinden. In december kregen we bericht dat hij was getroffen door een beroerte, een maand later werd een longontsteking daar overheen hem fataal. Een In Memoriam is te lezen op de site van Schaakvereniging De Raadsheer (even wachten tot de startpagina geladen is, dan lees je meteen het bericht).
Op dag 2 van de tienkampen waren onze resultaten iets beter dan gisteren. Richard en Frank speelden opnieuw remise. Jan en Lourens behaalden hun eerste halfje. Robert en ik moesten een tweede nul incasseren. De uitslagen zijn nog niet geweldig, maar we blijven optimistisch: er zijn nog 7 ronden te spelen, alles is nog mogelijk.
Waarom vertelde ik dat hele verhaal over Jaap Loos? Als je tegen hem speelde wenste hij je vooraf altijd een “interessante partij” toe. Ik ben erg trots op mijn partij van vanmiddag. Ik ga niet beweren dat ik hem speelde in Jaaps stijl, maar hij zou er zeker van genoten hebben: aanvallend, verrassend en met risico, kortom een zeer interessante partij. Helaas eindigde het met een fatale en onnodige blunder van mijn kant en ook dat gebeurde Jaap nog wel eens.
Op weg naar huis bedacht ik dat de term “unforced error” wel heel erg van toepassing is op die laatste zet van me. In tennisverslagen lees je die term zo vaak en naar mijn eigenwijze mening meestal onterecht. Als aan het eind van een slagenwisseling een van de tennissers de bal uit slaat noemen ze dat een unforced error, terwijl het volgens mij juist een forced error is: de tegenstander speelt de bal steeds scherper en iedere keer lukt het je nog om de bal binnen de lijnen te houden, maar op een keer niet meer. Tuurlijk, ze slaan ook wel eens totaal onnodig de bal uit, maar meestal is het forced. Ik ben geen tennisser, dus laat ik mijn mond maar houden. Ik kan wel een beetje schaken en dit was echt totaal onnodig. Jammer, goed slapen, morgen weer een kans.
