Het Spaarne 1 – Amsterdam West 2: 6 – 2

Heemstede. Uw verslaggever liep een beetje verdwaasd en ontevreden rond. Op een vrolijke zaterdagmiddag. Was het een vrolijke middag? Vrolijk als een decembermiddag kan zijn. Mijn tegenstander kwam niet opdagen. En ‘opdagen’ kon van alles betekenen, al voor een uur van zijn bedenktijd was verstreken. Teamcaptain Van de Pavoordt lichtte me in: je tegenstander heeft geen mobiele telefoon. Dus waar hij zich nu bevindt is voor iedereen ongewis. In 1975 of 1995 was dit helemaal niet vreemd geweest, maar nu, in 2025, wel. Misschien was hij naar het Denksportcentrum aan het Spaarne gereisd om daar tot de ontdekking te komen dat …

Aha!

(Maar Het Spaarne speelt al jaren niet meer aan het Spaarne, omdat de bier- en jeneverconsumptie ver onder de maat bleef bij de verwachtingen van de uitbater. Schakers zuipen te weinig. Dat was zijn tere bevinding. Of ze beginnen te laat met zuipen. Dat kan ook nog. Schiet eens op met je tijdnood, er moet gedronken worden, en niet zo zuinig ook! Oke, oke, oke! Spoel je je nobele doelstelling (onderdak bieden aan denksporters) dan niet weg met een onhaalbare dorstige doelstelling? (Deze beeldspraak gaat dus mank, Schill, door een overvloed aan droogte.) De vraag is ook: drinken bridgers en dammers meer dan schakers?

De uitbater mocht eens weten hoe vaak de port- en jeneverflessen tijdens de vaste speelavonden op de Laan van Berlijn worden bijgevuld. De portconsumptie heeft in de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw een recordstatus bereikt. Geheelonthouding is een goede zaak, laat ik dat niet onvermeld laten.)

–0–

Ik vulde de teamcaptain van Amsterdam-West aan: probeer dan maar eens om met het openbaar vervoer op tijd in Heemstede te arriveren. Later doemde een donkerder scenario op dat hopelijk geen werkelijkheid is geworden. U kunt wel raden wat ik bedoel.

Ik had graag een partij gespeeld. Aldus stonden we op een 1-0 voorsprong die snel werd aangevuld met remises op bord 4 (Paul Ruber), bord 6 (vaste invaller Yashin van Kesteren) en bord 7 (Leo Littel). Yashin was niet zeker van zijn zaak:

 

 

Frans Arp zwoegde zich door een eindspel met een pion minder. Leerzaam was een moment daaraan voorafgaand, waarop de witspeler een onreglementaire zet deed. Ik zag het gebeuren. Hij sloeg een zwarte toren terug met zijn koning: Ke1xd1. Dat kon niet vanwege een andere zwarte toren op d8. Frans Arp wees hem daarop. Dan maar Pe3xd1! De vraag was natuurlijk: wat had moeten gebeuren als wedstrijdleider Jansen erbij was gehaald? Twee minuten bedenktijd erbij voor zwartspeler Arp! Daarnaast was de vraag: zou de witspeler verplicht zijn geweest om een andere, wel toegestane zet met zijn koning te doen? Maakt het verschil of de hand van de witspeler eerst de zwarte toren van veld d1 haalt, en daarna zijn koning daar neerzet, of in een enkele beweging de zwarte toren van het bord verwijdert en zijn koning daar neerzet? Misschien maakt dat niet uit. Frans liet het gebeuren, en wist een lopereindspel uiteindelijk naar remise te brengen, nadat hij met een tactisch grapje een pion had teruggewonnen.

Keimpe Knijft verving Jan Vos, zette met de witte stukken de zaken op bord acht naar zijn hand en won soepel in een jacht naar de zwarte koning. Daarna volgden nog winstpartijen van Loek Veenendaal (bord 2) en van Colleen Otten (bord 1). Ook in Loeks partij was er een moment waar een arbiter bij geroepen moest worden. Dat gebeurde hier wel:

 

 

Colleen Otten speelde op bord 1 met frisse tegenzin een soort Wolga-/Benko-gambiet. En de tegenzin zat niet in de opening. Die maakte in dat opzicht niet uit. Veel vertrouwen leek Colleen niet in haar positie te hebben. Dat veranderde toen tegenstander Pijlman besloot tot de opstoot e4-e5. Vroegtijdig. Daarna was de stelling een tijd lang moeilijk te beoordelen. Wit had een vrije a-pion. Opkomende tijdnood nekte de witspeler, en pardoes bezette Colleen rond de veertigste zet de tweede rij met zwaar geschut:

 

 

Tja, soepele winst, zou je zeggen. Spaarne 1 staat zelfs bovenaan in poule 4D, voor wat het waard is, want de sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Na de kerst. We hebben inmiddels genoeg matchpunten om niet te degraderen. Dat dan weer wel.

 

Schill

 

Rating
Rating
Otten, C.J. (Colleen) 2043 Pijlman, R.W.J. (René) 1891 1 – 0
Veenendaal, L. (Loek) 1937 Yahia, M. (Mustapha) 1842 1 – 0
Schilthuizen, A.P. (Sander) 1996 NO 0 1R – 0R
Ruber, P.J.P. (Paul) 1951 Pavoordt van de, F.J. (Frank) 1875 ½ – ½
Arp, F.L. (Frans) 2005 Kalma, J.B.N. (Jildo) 1858 ½ – ½
Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1931 Plukkel, S.P.M. (Simon) 1800 ½ – ½
Littel, L. (Leo) 1827 Goedhart, G.J. (Gert-Jan) 1852 ½ – ½
Knijft, K. (Keimpe) 1820 Kotmans, R. (Rob) 1798 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1939 Gemiddelde Rating: 1845 6-2

Is het de locatie die ons inspireert? Weer een ruime overwinning in de NHSB: HWP N2-Het Spaarne N1 1-5. Ronde 4 NHSB.

Dinsdag 2 december 2025.

HWP, de club die de successen van het Eerste, Tweede en Derde KNSB-team van vorig seizoen, in een prachtig vormgegeven jaarboek, breed uitmeet, kwam er met hun N2-team wonderlijk genoeg weer niet aan te pas. Vorige keer was de overwinning nog ruimer met 5½ punt in de mooiste schaaklocatie van Haarlem. Op basis van de rating zou je eerder uitslagen in de buurt van 3-3 verwachten. Ze moeten daar wel een hekel aan ons krijgen. Jammer dat Leo Littel verloor, ik zag hem met weinig tijd op de klok tegen Bart de Valk. Van de eerste borden heb ik weinig gezien, behalve de koningen die verschenen op het midden van het bord aan het eind van de partij en dan allemaal aan de goede kant. Naast mij was Frans Arp aan het matzetten zag ik nog wel.

Op bord 5 speelde invaller Keimpe Knijft een zet of 20 theorie in de Sveshnikov-variant van het Siciliaans. Hij is een eigenaardige speler. Zijn spel lijkt wat passief en dan haalt hij ineens tactisch uit. De winst op Mink Muskens, een jonge actieve speler, die in het eerder genoemde jaarboek een leuk verslag schreef over zijn toernooi in Reykjavik, maakt een krachtige indruk. Ik heb toestemming om wat commentaar toe te voegen.

Loek Veenendaal won op bord 2. Aan het eind van de partij geeft wit een onzinnig schaak met een ongedekte dame. Kan alleen in totaal verloren stelling met een paar seconden op de klok. Deze truc kostte me ooit tegen Richard Duijn in een vluggertje het punt door snel de koning te zetten, omdat je het vluchtveld na normale zetten al gezien hebt.. Sindsdien heeft die duivelse truc een naam, maar misschien heeft Richard het ook van een verdorven trainer geleerd…

Loek geeft na de opening commentaar:

Op bord 4 moest ik het met zwart opnemen tegen de sterke Peter Beerens. Met nauwkeurig spel, pionwinst en grip op de stelling leek er niets aan de hand voor mij. Toch ging de partij bijna verloren in de tijdnoodfase. De laatste blunder kwam van wit…

Frans Arp op 3 en bezig aan zijn 4e jeugd bij benadering, bracht na een torenoffer ondekbaar mat op het bord na 34 zetten. Het motief : Witte loper op f6, zwarte koning op g8 en mat over de h-lijn. Reconstructie van de partij, waarin zwart best wel goed stond, bleek onmogelijk, maar administratie is dienend en levert niet meer dan het volle punt. Ik ben altijd jaloers op de schijnbare lichtheid van zijn spel.

Colleen Otten trof Enno Noordhoff aan het eerste bord en stond rond de 20e zet -4 of zo volgens de opperbaas Stockfish. Zie wat er gebeurt, met als hoogtepunt het diagram met de Mega Mindy op a8.

De rating in onderstaande tabel is nog van het begin van het seizoen.

 

14 bordpunten, de opbouw 4×3½ zou gunstiger zijn voor ons.

In deze grillige poule kan elk team van elk team winnen, door invallers en wisselende spelers.

 

Verslag: Aad de Bruijn.

 

 

 

 

 

 

 

De Waagtoren 3 – Spaarne 1 3,5-4,5 Toren-d5 als ultieme gamechanger, een dame-offer in een spetterende Caro-Kann

Mijn partij was bijna ten einde maar dat wist ik nog niet. Ik keek opzij, Loek en zijn tegenstander schikten de stukken terug in de beginopstelling. Partij afgelopen. Loek zette de witte koning op e4. Ik stond op en fluisterde: de zwarte koning moet toch op e5 staan? Nee, ik heb gewonnen. Het ging me opeens dagen: oh…. het was mat! Ja, met toren d5. Hij zei het niet achteloos, eerder verheugd, enigszins opgewonden (de ultieme gamechanger, met een Duits tintje, tenminste als je als voetballiefhebber nog steeds gelooft dat Duitsers altijd in de laatste minuut scoren). Een goede journalist zou nu de vraag kunnen opwerpen: is Loek Veenendaal een Duitser? Of: zijn jullie er blij mee om een Duitser in jullie team te hebben? (Leeft Horst Blankenburg nog?) Tegenargument: maar Loek is wel een goede Duitser! (Ik heb niets tegen Duitsers of tegen Duitsland, ondanks de opvattingen die een rabiate Oostenrijker met een vermeende micropenis een eeuw geleden meende erop na te moeten houden aangaande het voortbestaan van zes miljoen … (nou ja, vult u maar in).

–0–

Een halve middag had Loek aangekeken tegen een rampzalige stelling: twee pionnen achter, nadat hij een tactische grap van tegenstander Pasti in het vroege middenspel had overzien. Ik feliciteerde hem met een schouderklop en besloot om nooit meer te zeggen dat te lang doorspelen in verloren stelling irritant kan zijn. Of heb ik dat nog nooit gezegd?

 

 

Loeks onverwachte zege bracht de dolle toren van Aad de Bruijn in herinnering, in het vorige seizoen tegen ’t Saense Paard, maar toen ging het slechts om een halfje, niet om het volle pond, want dolle torens ontlenen hun kracht slechts aan de kans op een smadelijk of zegenrijk pat. Loek werd dan niet de matchwinner – dat werd invaller Yashin van Kesteren op bord 7 -, maar het onverwachte einde van zijn partij maakte achteraf wel het verschil. Anders waren we misschien zonder matchpunten weer uit Alkmaar vertrokken.

–0–

Alles bij elkaar genomen werd het op zaterdag 22 november een enerverende wedstrijd tegen De Waagtoren 3 in wijkcentrum Overdie, waarin schaken, hoe vaak ook beoefend door onkundige handen als de onze, als sport/ spel/ kunstvorm zijn veelzijdigheid kon etaleren, met als zevenklapper het spektakelstuk dat Yashin van Kesteren en tegenstander Daan de Vetten tevoorschijn toverden.

Colleen Otten opende de score in het voordeel van Het Spaarne. Snelle zege. Op bord 1 versloeg ze met de witte stukken tegenstander Van der Hauw in een gesloten Siciliaan:

 

 

Frans Arp bracht de stand zelfs op een riante 0-2,  al moet gezegd dat zijn troepen er lange tijd redelijk beroerd aan toe waren. Twee zwarte paarden dresseerden zich de witte koningsstelling in en confisqueerden pion g2, toen Frans had verzuimd 22. g3 te spelen. Het was moeilijk uit te rekenen. Daarna werd het zwarte paard plotseling gevangen na een blundertje van formaat (Df7-h5). Einde partij (een paardoffer op e4 had zwart nog wel in gevecht hebben kunnen houden).

 

 

Dan bord zes: Aad de Bruijn speelde een interessante partij, maar verspeelde een halfje door zijn dame in de schoen van tegenstander Buitink te leggen. Jammer! Tandenknarsend haalde hij zijn partij ’s avonds door de enginemolen.

 

 

Ikzelf speelde op bord twee een gambietachtige variant die tegenstander Alvarez enigszins slapjes behandelde. Ik kwam een tikkel beter uit de opening, maar was vervolgens zo vriendelijk om pion h7 in de aanbieding te doen. Er was wel enige compensatie die mijn engine achteraf op een halve pion inschatte. Maar toch, het onbedoelde Sinterklaascadeau voelde als een rode kaart vroeg in de wedstrijd. En probeer dan maar eens de remise over de streep te trekken. Wits voordeel sloop enginetechnisch op naar meer dan 1.0 tegen de veertigste zet aan, maar toen beging tegenstander Alvarez een slordigheid die mij terug in de wedstrijd bracht.

 

 

Een analyse met Alvarez kwam er niet van. Terug de speelzaal in met een drankje. De tussenstand was inmiddels 3-4 (Leo Littel had verloren op bord acht, Paul Ruber remiseerde op vier). Yashin van Kesteren was nog bezig. Kon de vis op het droge brengen. In een toreneindspel werden de zetten herhaald. Remise. En twee matchpunten in de tas terug naar huis. Voor die puntendeling werd beklonken, ontvlamde de partij in een spektakelstuk, met een paardoffer van wit en een dame-offer van zwart, al was het eigenlijk een schijnoffer. Kijkt u mee:

 

 

Door deze nipte zege staat Spaarne 1 zelfs bovenaan in klasse 4D. Hopelijk gaat er nu niemand uitgebreid filosoferen over een kampioenschap, of promotie naar de derde klasse. Van uw verslaggever hoeft dat niet, ofschoon gezonde ambitie in het schaken mij niet vreemd is. De sterkste teams moeten we nog ontmoeten. Voor degradatie hoeven we met zeven matchpunten in ieder geval niet bang te zijn. Voorlopig zitten we riant op het pluche. Het pluche van de niet-degradant.

 

Schill

Rating
Rating
Hauw van der, H.J. (Henk) 1959 Otten, C.J. (Colleen) 2038 0 – 1
Alvarez Alonso, A.A. (Alberto) 2017 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1981 ½ – ½
Pasti, F. (Fabio) 1917 Veenendaal, L. (Loek) 1939 0 – 1
Steenoven van, L. (Leo) 1901 Ruber, P.J.P. (Paul) 1953 ½ – ½
Baanstra, D. (David) 1956 Arp, F.L. (Frans) 1993 0 – 1
Buitink, A.J. (Bert) 1900 Bruijn de, A. (Aad) 1900 1 – 0
Vetten de, D. (Daan) 1882 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1918 ½ – ½
Bookelman, C.B. (Chaim) 1895 Littel, L. (Leo) 1827 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1928 Gemiddelde Rating: 1944 3½-4½

NHSB Gouden Beker Voorronde Het Spaarne tegen Schaakmat. Bekercompetitie.

Op de clubavond van 20 november 2025 zat de zaal vol. Naast de interne partijen kwamen twee teams op bezoek, Zandvoort N2 voor ons Het Spaarne N2 en Schaakmat uit Zuid-Scharwoude voor de Gouden Beker. Ik ben niet echt verguld met de term “Gouden Beker”. Het doet mij denken aan winnaars die, voor de foto, hun tanden in een gouden medaille zetten. Mooi niet.

Het Spaarne N2-zestal verloor helaas met 2-4.

Ons bekerviertal won met 3-1 door nogal eenvoudige overwinningen van Frans Arp op bord 3 en Aad de Bruijn op bord 4 met remises aan de twee topborden.

 

In de partij van Frans kwamen de scherpste varianten niet op het bord, maar het zwarte overwicht aan ervaring gaf snel de doorslag. Het commentaar is van Sander, (S) en Aad, (A) in de notatie.

In mijn eigen partij was het snel afgelopen, omdat zwart zijn vleugel liet opsluiten. Het motief is bekend, maar zwart vond geen goede oplossing.

Van Loek Veenendaal op bord 2 volgt hier zijn commentaar in dit partijfragment:

Sander Schilthuizen speelde op bord 1. En weer “Back to Black” (Amy Winehouse). Hij lijkt zijn zwart-repertoire goed op orde te hebben met zo nu en dan een frisse impuls. Het partijverloop was niet vlekkeloos.

Bij bovenstaande uitslagen zijn de ratings aan het begin van het seizoen vermeld. De nieuwe ratings bij de annotaties zijn van 1 november 2025.

Verslag;: Aad de Bruijn, commentaar bij de partijen Sander/Aad.

 

 

Eerste overwinning Het Spaarne N1 4-2. NHSB 1B Het Spaarne N1 - Wijker Toren N2 13 november 2025

Het is me wel eens opgevallen dat het serieuze schaken botst met de alledaagse werkelijkheid. Gezonde menselijke impulsen zoals hard lachen, jarig zijn, met tafels schuiven of spandoeken omhoog houden worden onderdrukt. Bij karaokende dames in de kantine of een al jaren tikkende verwarmingsbuis in de verder stille zaal zal een scheids hard ingrijpen. Er zijn natuurlijk altijd clubleden, zonder namen te noemen*, die een uitzondering vormen. Als je goed staat of een beetje doof bent heb je minder last van ruis.

*Ik heb een lijstje, maar misschien heeft u wel een ander lijstje.

Deze inleiding brengt ons bij de partijen en commentaren van onze wedstrijd voor de NHSB.

Het bezoekende team Wijker Toren N2 kwam in een redelijk sterke opstelling en toen Loek Veenendaal aan zijn bord schoof waren wij ook compleet. Frans Arp op bord 2 verloor in een op het oog kansrijke positie. Hij sloot ten onrechte de koningsvleugel om met een binnenvallende dame gevaarlijk te worden. De zwarte verdediging van Dennis Bruyn met Pf8 klopte echter en wit bleef materiaal achter.

Het commentaar is van mij.

In mijn partij aan bord 5 nivelleerde ik met zwart de stelling en bood misschien te vroeg remise. Het pakte gelukkig allemaal goed uit.

Leo Littel op bord 6 won snel een stuk en de partij:

Ik heb wat licht commentaar toegevoegd.

Colleen Otten op bord 1 remiseerde.

Sander Schilthuizen op 3 won met zwart.

Jorritsma heeft net 30…Pd4c2? gespeeld. (foto Sander Schilthuizen)

Toen alles stil werd om ons heen tikte alleen de verwarming nog, maar die was dan ook uit de tijd van de analoge Garde-klokken. In een kring van belangstellende spelers/toeschouwers speelde Loek Veenendaal met wit nog op bord 4. Verlies zou gelijkspel opleveren. Zwart had heel goed gestaan, maar verloor de grip, zelfs de remise en Loek maakte het nauwkeurig af in het pionneneindspel. 4-2 voor ons! De partij met commentaar van Sander:

De ratings in bovenstaande tabel zijn uit het begin van het seizoen.

Verslag Aad de Bruijn met commentaar en foto van Sander Schilthuizen.

3e ronde KNSB Het Spaarne-1 – Opening’64 1 november 2025

Het was een typische herfstdag die zaterdag, wat zon en kans op een regenboog door langskomende buitjes. Op de fiets naar Heemstede met een regencape in de tas. Het Kennemer Open, een Combiteam, VAS7 (wat een club moet dat zijn!), Het Eerste ook wel de Vlaggende Roestbak of zoiets genoemd door heer Schilthuizen en onze tegenstander van vandaag, Opening’64, ieder spoedde zich naar de Schubertlaan. Mijn tegenstander niet, die had zich gemeld aan de Laan van Berlijn, maar dat is hemelsbreed niet zo ver weg.

Onze vaste arbiter Joost Jansen leidde een wedstrijd in de Meesterklasse dus was Paul Neering in zijn element als wedstrijdleider, speler aan het eerste bord van het Combiteam (met remise) en vraagbaak. Dat hij niet tegelijkertijd een moppie muziek bracht was een teleurstelling. Door eigen beslommeringen op het bord heb ik niet veel van de andere partijen of het scoreverloop gezien. De beschikbaar gestelde notaties en commentaren geven dit verslag vorm in samenwerking met Sander Schilthuizen.

Op bord 1 speelde Colleen Otten, hier is haar commentaar:

Loek Veenendaal op 2 verloor helaas. Volgen er nadere details dan zal ik die plichtsgetrouw verwerken.

Sander Schilthuizen op bord 3 speelt graag met zwart en Scandinavisch, ik kan daar over meepraten…

Op bord 4 speelde Paul Ruber. Zijn partij met een Puzzelrushopgave op zet 20.

Frans Arp op 5 is na de centralisatie van de zwarte dame aan zet in het volgende fragment:

Op een lager bord is het iets gemakkelijker scoren en worden foutjes minder snel afgestraft. Mijn partij op bord 6.

De partij op bord 7 van Jan Vos telde ook veel zetten waar hier het eerste deel van te zien is. Rond zet vijftig  ging het nog bijna mis door een zetdwangmogelijkheid voor wit.

En dan onze superinvaller op 8 (voor Leo Littel die op vakantie was). Yashin van Kesteren speelt niet zo vaak en dat is jammer, hij kan op alle borden terecht. De strategische aanpak in deze partij maakt indruk.

De einduitslag 5.5-2.5  brengt ons al op 5 matchpunten en een tweede plaats.

Aad de Bruijn.