| 11 november 2014 (door Bert Bergshoeff) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Twee jaar achtereen werden we achtste en laatste in onze derde klasse-poule en wonnen we geen wedstrijd. De eerste keer was er een uitbreiding van de derde klasse, waardoor er geen degradatie volgde. Vorig seizoen gingen we nogmaals voor de bijl en moesten we de teruggang naar de vierde klasse dan toch aanvaarden. Maar deze zomer bleek er nog een plekje over te zijn en daarom mogen we, als beste nummer acht, dit jaar weer in de zestallen-klasse spelen. Na twee wedstrijden hebben we vier matchpunten!
De eerste wedstrijd, twee weken geleden thuis tegen Kennemer Combinatie 7, leverde zeer verrassend de eerste overwinning in tweeënhalf jaar op: 3,5-2,5. Frank Otten kwam al snel een stuk voor tegen Albert-Jan Pots, wat na enige tijd lang het eerste punt opleverde. Robert Balm wist remise overeen te komen met Ad Gorissen. nadat Ad een stuk had geofferd in een veelbelovende aanval op Roberts koning. Peter van Harn bood al in een heel vroeg stadium remise aan tegen Henk Roosink, maar die was gekomen om te schaken en speelde dus door. Dat deed Peter toen ook maar en op z’n best, want hij won vervolgens mooi: 2,5-0,5 voor ons! Zelf verloor ik steeds meer terrein tegen Keimpe Knijft en moest opgeven. Gerda Schiermeier had tegen Frank Sala weliswaar drie pionnen minder, maar haar stukken stonden veel beter, dat gaf nog hoop op een halfje. John Post speelde tegen Jelle Koeman de spannendste partij van de avond en werd de held door het beslissende punt binnen te brengen. Dat Gerda het daarna toch niet redde was niet zo erg, de overwinning was al een feit. Elf dagen later, afgelopen maandag, volgde de tweede wedstrijd, in Hillegom tegen De Uil 4. We waren optimistisch gestemd, maar dat het zo goed af zou lopen hadden we niet verwacht: 5-1! Het team van De Uil was een gelijkwaardige tegenstander, maar het viel deze wedstrijd allemaal onze kant op. Robert brak de ban door tegen Jacob van Aalst het maximale te halen uit een stelling die menig ander als potremise zou hebben aangemerkt: 1-0. Het volgende punt kwam van Gerda, die een stuk veroverde en daarna korte metten maakte met Jan Plomp. Peter was alweer geweldig in vorm en overklaste de toch niet onaardige schaker Gerard Draaisma: 3-0. In mijn partij tegen Anton Warmerdam speelde ik lange tijd met twee pionnen meer, maar het resterende toreneindspel bleek toch niet meer dan remise op te leveren. John deed nog een duit in het zakje door Kick van Rooyen te verslaan en Frank besloot tenslotte, om tijdnood te voorkomen, tegen Piet Muller tot remise. De volgende klus wacht 11 december thuis tegen Aalsmeer 4. Toch maar eens in de gaten blijven houden, dat Het Spaarne 3. Er kunnen nog mooie dingen van komen, in de derde klasse!
|
Met mes en vork Ronde 1: S.C. Aalsmeer 3 - S.V. Het Spaarne 2 : 4 - 2
| 25 oktober 2014 (door Paul Neering) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Afgelopen donderdag was ’t Spaarne 2 opgetogen vertrokken naar Kudelstaart, klaar om de Aalsmeerse Schaakvereniging te laten zien dat wij waren gekomen voor de overwinning.
De kersverse non-playing captain Paul Neering gaf vooraf een inspirerende toespraak waardoor onze mannen super geconcentreerd achter het bord plaats namen. Op bord 1 natuurlijk Paul Ruber (2014), die het op moest nemen tegen Arie Spaargaren (1657). Na een half uur had Paul een dikke pion voorsprong en speelde de partij rustig, beheerst en via gezond positiespel uit. Punt voor ’t Spaarne. Op bord 2 onze man uit Deventer, Joost Jansen (1755), die niet van zo ver gereden komt voor een half punt. Dus vol erin tegen dhr. Gerard Verlaan (1541), die zijn witte stukken keurig volgens de regels van “hoe een gezonde stelling moet worden opgesteld” de zwarte storm in toom moest houden. Joost kwam niet echt lekker tot ontwikkeling en had kleine problemen in het centrum waarin wit de eerste keuze had. Toen Joost een tijdelijke (?!) ongedekte toren in stelling trachten te brengen liet de tegenstander het centrum ontploffen, waardoor Joost na een uur denken een afwikkeling moest toestaan die weinig perspectief bood. Punt voor Aalsmeer. Op bord 3 Paul Mathot (1644), die als tegenstander Hans Pot (1567) tegenover zich had. Over deze partij kan ik kort zijn. Paul speelde met verve, rokeerde lang en toen zijn tegenstander te passief speelde kwam g2-g4 in de stelling. Wit blaast de zwarte koningsstelling op, al had Paul hier nog wel zo’n 45 zetten voor nodig. Dus met geduld, maar uiteindelijk wel een punt voor ’t Spaarne. Ook over bord 4 valt niet veel te vertellen. Wim Hoffenaar (1517) moest het opnemen tegen Gerrit Harting (1545), maar gaf een vol stuk vlak na de opening, waardoor Wim de hele partij tegen een onmogelijke achterstand aankeek. Het liep af zoals je het verwacht, een nul. Waarna een getergde Wim mij mededeelde dat de volgende tegenstander in de externe competitie beter niet tegen hem moet spelen: “gehakt maak ik ervan.” En dan de partij op bord 5, Pim Abbestee (1516) tegen Arie van Dam (1528). Lange tijd was er een evenwicht, totdat Pim een vork toeliet. De kwaliteit bleek de doorslag te geven. Een wanhoopsoffer van Pim zorgde ervoor dat er nu een volle toren verschil op het bord stond. Waarop Pim de legendarische woorden “hij bekijkt het maar” uitsprak en vervolgens tot 24:00 uur het zich liet bewijzen. Het bewijs kwam er, met wederom een nul voor het ’t Spaarne. Op bord 6 onze invaller Robert Balm (1485). Hij verkreeg een prachtige stelling met wit tegen dhr. Clemens Koster (1515), waardoor ik het punt zelf al begon te tellen. Maar toen Robert een vol stuk moest inleveren na een vreselijke blunder, tjsaa, is daarmee het eigenlijke verhaal al verteld. Robert speelde nog twee uur door, maar zonder resultaat en dus nog een nul erbij voor ’t Spaarne. Conclusie: We waren scherp, gemotiveerd, gedreven en tot onze tanden toe gewapend maar we hebben wel terecht verloren. Met als eindstand: 4-2. Natuurlijk gaan we ons beraden en komen we terug. Al dan niet na het doen van een hoogtestage voor de rode bloedlichaampjes, want onze volgende tegenstander moet het weten. We zijn er (weer) klaar voor.
|
Rapidavond gewonnen door David
| 17 oktober 2014 (door Bert Bergshoeff) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| De eerste rapidavond van het seizoen kende een mooie opkomst van spelers die we niet elke week zien. David Klein, onze kersverse grootmeester, was uiteraard ongenaakbaar. Arun Karwal werd, nauwelijks minder indrukwekkend, tweede en regerend rapidclubkampioen Paul Ruber deelde de derde plaats met Bart Feltman.
De volgende ronden van de rapidcompetitie zijn in 2015: op 26 februari, 7 mei en 25 juni.
|
