Schaak Off bij Het Spaarne op 14 november

Ook dit jaar organiseert Het Spaarne weer een van de voorrondes van de Schaak-Off.
De Schaak-Off is een landelijk toernooi georganiseerd door de KNSB, speciaal voor iedereen die wel heel veel van schaken houdt, maar nog niet zo veel ervaring heeft met club- of toernooischaken.

Meedoen aan de Schaak-Off is een uitstekende kans om kennis te maken met het competitieve schaken, en om nieuwe mensen te ontmoeten! De winnaars van de voorrondes gaan door naar de regionale finales en misschien zelfs de landelijke finale in De Bilt!

Wil je je aanmelden voor de Schaak Off, kijk dan hier: https://startmet.schaken.nl
Alle informatie over de Schaak-Off kun je hier vinden: https://schaakoff.schaken.nl

De Waagtoren 3 – Spaarne 1 4-4 Tweede gelijkspel in klasse 4D

Geen zin in een schaakwedstrijd hebben is iets anders dan niet willen spelen. De vraag die Colleen Otten me de laatste weken in de auto stelt is: en….? Niet eens meer: en heb je er zin in vandaag? En …?  Nee. Jij? Ook niet. Op deze manier komt onze conversatie op gang. Of niet. Dat kan ook nog, op weg naar ‘verre’ oorden. Het is maar hoe je het bekijkt. Zwijgend rijden we naar een speellocatie waar we niet willen zijn.

Gelukkig zat Jan Vos ook in de auto. Die had er wel zin in, of eigenlijk: hij had meer zin dan Colleen en ik. Op de radio het Groot Dictee der Nederlandse taal, dat werd voorgelezen door Gerdi Verbeet. Truttige bedoening. Spelling. Brrrr. En dan nu de zin in stukjes. De valkuilen werden toegelicht: voltooiing, on-Nederlands, desalniettemin, Maasstad, Feyenoord met i-grek, rhinoceros. Enzovoort. (Bent u er nog?)

De goede verstaander begrijpt dat die state of mind (van geen zin hebben) allerminst een arrogante benadering is van een schaakwedstrijd (met tegenzin achter een bord gaan zitten, en dan op je sloffen punten scoren tegen veel gemotiveerdere tegenstanders). Motivatie is er zeker. Zin: misschien. Energie: weet niet.

En Weet Niet, u bent Schills personal trainer. Wat denkt u ervan? Heeft Schill goed geslapen vannacht? Jawel. Zeker. Hij voelt zich fitter dan op een donderdagavond, en dat is geen excuus voor de snelle nederlaag van eergisteren, haha.

Is Weet Niet niet een indiaan, net zoals Klukkluk? Geen idee. Ik ben niet zo van de snelle. I’m a low IQ individual like Kamala Harris. By the way: it’s not America first. It’s Trump first, America second. En daarna Arjen Lubach third. Vermoed ik. The Netherlands vallen net buiten de medailles, niet onverdienstelijk gelet op het roemrijke verleden.

De voorbereiding van uw verslaggever op de wedstrijd tegen De Waagtoren van afgelopen zaterdag in Alkmaar was de volgende partij.

 

Heerlijke nederlaag. Kan iemand wakker schudden. Mij bijvoorbeeld. Gelukkig kon ik deze zeperd relativeren met de gedachte: dikke vette blunder na de opening wordt vakkundig afgestraft. Kan gebeuren.

–0–

Goed. De wedstrijd. Die eindigde in een gelijkspel, nadat Het Spaarne zelfs met 0.5-3.5 voorstond, door zeges van Frans Arp, Yashin van Kesteren en uw verslaggever. Leo Littel speelde een degelijke remise.

Yashin kreeg op bord 5 een fijne stelling op het bord, nadat zijn tegenstander een paard naar g6 had gespeeld in plaats van naar het voor de hand liggende f5. De partij eindigde voortijdig door een blunder van de zwartspeler.

 

Frans Arp speelde tegen Alex Albrecht op bord 7. Hij bezette met de zware stukken de open e-lijn en had een geïsoleerde pion op f6 in het vizier met een zwartveldige loper op d4. Ongelijke lopers. De zwarte koningsstelling was nogal gammel, afgezien van die bezette e-lijn. Was het te winnen? Blijkbaar wel. Frans won andermaal en is met 3 uit 3 de topscorer van ons team. Torenhoge TPR: 2293, voor wat dat waard is. Toch leuk om nog even mee te nemen op je oude dag.

Uw verslaggever speelde voor het eerst op bord 2 (met dank aan de recente scores – clubavonden niet meegeteld -, en met dank aan teamcaptain Frans Arp die even vergeten was dat hijzelf inmiddels de hoogstgerate speler was. Maar goed, wat zijn elo’s waard op ons krukkenniveau?). Ik kwam met zwart tegen Bert Buitink goed uit de opening. Het middenspel had boven onze petten kunnen uitstijgen en het bord in lichterlaaie kunnen zetten. Het ging anders, maar nog wel zo dat een pyromaan aan zijn trekken kwam. Na wat onnauwkeurige zetten in een ongunstige stelling gaf de witspeler mij de gelegenheid om vroegtijdig vuur te stoken in zijn koningsstelling, met mat tot gevolg.

 

 

Colleen Otten speelde met wit op bord 1 tegen de jeugdige en talentvolle Alberto Alvarez, belandde in een iets minder lopereindspel dat ze gelukkig kon houden. Enige voldoening bracht haar dat wel. Zonder tegenzin aanvaard, vermoed ik.

 

 

Daarmee kwam de stand zelfs op 1-4, als ik me niet vergis. Mooie voetbalstand die je eigenlijk over de streep moet zien te trekken (hoor ik Ronald Koeman iets in mijn oor fluisteren? En hij zegt: automatismen moeten nog worden ingeslepen in deze ploeg. Of: als je zelf de kansen niet benut, vallen de doelpunten aan de andere kant.) Oude voetbalwijsheid.

Maar werden de kansen niet benut? Voor Loek Veenendaal gold dat, helaas. Hij kwam op bord 3 met wit goed uit de opening, kreeg aanvalskansen tegen de zwarte koning die zich schuilhield op de damevleugel na een kunstmatige rokade. Ik zat ernaast en dacht op een gegeven moment: hij gaat zijn tegenstander (Max Hooijmans) a-lijnen. Maar dat gebeurde niet. Zwart schoof de stelling dicht, en even later zat Loek opgescheept met een slecht eindspel (kreupele loper, en twee pionnen in de min). Dat was niet meer te houden. Zonde.

 

Jan Vos had op bord acht ook kansen, meende ik, toen ik een oppervlakkige blik op zijn stelling wierp: met zwart een meerderheid op de damevleugel en een blokkade van wits meerderheid. Pion d4 was achtergebleven en zwart had het veld d5 stevig in handen. Zware stukken en ieder nog een paard. De witspeler nam desondanks het initiatief met h2-h4 en g5-g6 waarmee hij de zwarte koningsstelling onder vuur nam. In tijdnood waren er over en weer missers, met Jan die aan het kortste eind trok (29 … Txf1 en 30. …. Dd8). Ook zonde.

 

 

Aad de Bruijn speelde met een zwart een opening die hij transformeerde tot een Wolga-gambiet. Hij kreeg compensatie voor de pion: actieve stukken, druk op wits damevleugel, maar in de tijdnood van zijn tegenstander (Chaim Bookelman) ging hij zitten knoeien en raakte hij een stuk kwijt. Na de veertigste zet streek hij de vlag.

 

Eindstand: 4-4. Valt mee te leven. Na drie wedstrijden vier matchpunten. Dat is een goede buffer tegen degradatiezorgen, en niet onverdiend. Gelet op de maandelijkse schommelinkjes in speelsterkte, en de kleine verschillen daarin onderling, vroeg ik me af hoeveel opstellingen er eigenlijk mogelijk zijn. Ik ben benieuwd.

Schill

(illustratie: Sietse Schilthuizen)

Rating
Rating
Alvarez Alonso, A.A. (Alberto) 2008 Otten, C.J. (Colleen) 1978 ½ – ½
Buitink, A.J. (Bert) 1966 Schilthuizen, A.P. (Sander) 1973 0 – 1
Hooijmans, M. (Max) 1954 Veenendaal, L. (Loek) 1979 1 – 0
Bookelman, C.B. (Chaim) 1882 Bruijn de, A. (Aad) 1959 1 – 0
Vetten de, D. (Daan) 1867 Kesteren van, Y.T. (Yashin) 1884 0 – 1
Nieland, G.W.H. (Wim) 1869 Littel, L. (Leo) 1865 ½ – ½
Albrecht, A. (Alex) 1876 Arp, F.L. (Frans) 1979 0 – 1
Seelemeijer, J. (Jasper) 1884 Vos, J.H. (Jan) 1866 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1913 Gemiddelde Rating: 1935 4-4

 

Eerste gewin voor Het Spaarne N2 Het Spaarne N2 - Chess Society Zandvoort N2 4½-1½

Ons tweede team in de NHSB-competitie is begonnen met een nuttige overwinning op Chess Society: drie keer een 1 en drie keer een ½ maakten een uitslag van 4½-1½.

Doordat het eerste team nu ook een zestal is geworden is de samenstelling van alle teams t.o.v. vorig seizoen nogal veranderd. Jan Vos, Keimpe Knijft en Joost Jansen, die vorig jaar nog vaste krachten waren in Het Spaarne N1, behaalden gedrieën 2½ bordpunten in deze wedstrijd. Jeroen Loos, Pim Abbestee en Sybe Terwee kennen we nog van het “oude” N2 en zij voegden in totaal 2 bordpunten toe. Pim en Sybe komen dit jaar uit voor Het Spaarne N3, maar zij speelden mee als invallers voor Paul Neering en Richard Breurkes.

Het eerste punt kwam al snel binnen en was van Keimpe:

Oei, dat ging hard!

Op bord 2 speelde Jeroen een solide partij tegen Boudewijn Eijsvogel. Jeroen is (net als Jan) oud-lid van Chess Society en kende zijn tegenstander dus door en door. Remise was de logische uitslag, maar een knap resultaat omdat Jeroen net terug was van vakantie en in juni zijn laatste serieuze partij had gespeeld.

Dat laatste gold trouwens ook voor Joost. Hoewel hij gedurende de lange toernooizomer als arbiter genoeg schaken in de bagage had was het zelf hanteren van de stukken toch weer even wennen. Zijn partij tegen Kees Koper kende een grappig moment op zet 25 (zo vaak zie je niet 6 nullen op een rijtje):

Sybe was steeds in het voordeel tegen Kjeld Broekhaus en tikte de partij netjes uit naar winst.

Pim had in zijn partij tegen Jeannot Tuijnman een stuk moeten geven voor twee pionnen, maar behield een speelbare positie en kon later het stuk weer terug winnen (ook voor twee pionnen), waarna een gelijk eindspel resteerde. Dit was het winnende halfje: 3½-1½.

Wedstrijd voorbij? Nee, geenszins, alle aandacht ging nu uit naar de hoofdmaaltijd:

Lang vreesden we dat Jan het niet ging redden, maar hij zorgde voor een prachtig slotakkoord.