Onnodig verlies van het eerste team Ronde 5: S.V. Het Spaarne 1 - Caïssa-Eenhoorn 3 : 3½ - 4½

8 februari 2015 (door Rob de Haan)
De vooruitzichten op de wedstrijd in de vijfde ronde tegen de hekkensluiter uit Hoorn waren prima. Maar er gebeurden weer rare dingen en tenslotte keerden de bezoekers met een krappe overwinning huiswaarts.

Zij scoorden het eerste punt tegen ondergetekende. Die had na de opening een comfortabele positie bereikt en Erik Romkes, die met wit speelde, behoorlijk onder druk gezet, maar reageerde onhandig op een wanhoopsuitval. Om een stuk te redden had daarna een riskant uitziende maar feitelijk ijzersterke voortzetting moeten worden gekozen. Het lukte ondanks lang nadenken niet om dit goed in het vizier te krijgen, het stuk ging toen verloren en zwart kon opgeven (0-1).

Direct daarna wist Frans Arp de gelijkmaker te scoren. Eerst joeg hij in zijn bekende offerstijl de zwarte koning het vrije veld in en daarna kon hij naar een gunstig eindspel afwikkelen en gemakkelijk de winst incasseren (1-1). De derde beslissing viel op het achtste bord. De opening verliep vrij gunstig voor Paul Neering (wit) en zijn tegenstander investeerde heel veel tijd om zich te verweren. Te veel tijd, zo bleek, want tot zijn ontsteltenis viel toen zijn vlag … (2-1).

Op het vijfde bord ging het allemaal wel heel kalm toe. Sander Schilthuizen had geen probleem om met zwart een gelijke maar uitgedunde stelling te krijgen, waarna remise een logisch resultaat was (2½-1½).

Fer Mesman (wit, op zes) zette zijn partij ambitieus op, maar beoordeelde naar eigen zeggen de positie verkeerd en koos een ongunstige voortzetting. Dat kostte materiaal en tenslotte ook de partij (2½-2½).

Alle belangstelling ging toen naar de drie kopborden. Het zag er niet goed uit: Aad de Bruijn (op 1, met zwart) stond er beroerd voor. Een witte vrijpion zou hem een stuk gaan kosten, dat leek wel duidelijk. Leo Littel (op 2, wit) zat ook moeilijk. In het eindspel had hij een toren en pion tegen twee stukken, maar de toren was deskundig opgesloten en dreigde verloren te gaan. Loek Veenendaal (3, zwart) had een naar het leek gelijk eindspel bereikt, van een loper met pionnen tegen paard met pionnen. Gezien de stand op de andere borden zou hij tot het gaatje moeten gaan.

Aad leverde inderdaad het stuk in, maar wist daarna in het eindspel toch een soort vesting op te bouwen. Zijn tegenstander, Abel Romkes, lukte het niettemin om met matdreigingen en een koningswandeling het fort te ondermijnen. Aad moest toen nog een kwaliteit inleveren, raakte zo een toren achter en was dus kansloos (2½-3½).

Maar de ontwikkelingen op de twee andere borden waren hoopgevend. Leo had heel vindingrijk zijn toren vrij gekregen en die zou met een paar zwakke pionnen wel korte metten gaan maken. En Loek was met zijn koning binnen gedrongen, had een pion veroverd en rukte met een vrijpion op.

Plotseling was er uitzicht op een gelijkspel of zelfs een overwinning! Maar toen sloeg het noodlot, in de persoon van schaakblindheid, bij Leo toe. Hij plaatste zijn toren volledig onnodig “en prise”, op f8, van welk veld het door de op b4 geplaatste bisschop van zwart werd verwijderd (2½-4½).

Loek wist inderdaad daarna het volle punt binnen te slepen (3½-4½) maar kon niets veranderen aan de bittere pil die we als team te slikken kregen.

S.V. Het Spaarne 1824 Caïssa-Eenhoorn 3 1760
1. Aad de Bruijn 1966 Abel Romkes 1918 0 1
2. Leo Littel 1871 Fred Avis 1670 0 1
3. Loek Veenendaal 1745 Johan Paul Hendriks 1763 1 0
4. Frans Arp 2002 Niels Out 1731 1 0
5. Sander Schilthuizen 1858 Ton van Dijk 1876 ½ ½
6. Fer Mesman 1715 Dirk Lont 1777 0 1
7. Rob de Haan 1731 Erik Romkes 1707 0 1
8. Paul Neering 1704 Co Buysman 1640 1 0

Het wonderbaarlijke Het Spaarne 3-seizoen gaat maar door Ronde 4: Het Paard van Ree - S.V. Het Spaarne 3 : 2½ - 3½ :: Ronde 3: S.V. Het Spaarne 3 - S.C. Aalsmeer 4 : 3½ - 2½

1 februari 2015 (door Bert Bergshoeff)
Na de eerste twee wedstrijden vonden we onszelf tot onze verrassing terug op de gedeelde eerste plaats. Toen hadden we al het voornemen om in de thuiswedstrijd in december tegen Aalsmeer 4, het op papier één-na-zwakste team uit de poule (het zwakste team zijn wij zelf), het behoud van de plek in de derde klasse maar meteen veilig te stellen. Dat lukte ook, zij het met de kleinst mogelijke marge (3,5-2,5). Vervolgens mochten we de resterende vier wedstrijden allemaal verliezen en dat zouden we waarschijnlijk ook gaan doen, want die zijn allemaal wel beter dan wij.

Maar afgelopen donderdag wonnen we ook de vierde wedstrijd, tegen Het Paard van Ree, een uitwedstrijd die om logistieke redenen in de Laan van Berlijn werd gespeeld. Nou hebben wij één voordeel ten opzichte van de andere teams in de derde klasse E. Als bij ons een paar vaste teamleden niet beschikbaar zijn, dan hebben we de luxe-invallers Marco Deurloo en Wim Eiselin achter de hand. Dat was al zo in december en dat was ook in deze wedstrijd het geval.

Al vrij spoedig hadden zij ons een 1,5-0,5 voorsprong bezorgd. Marco overspeelde Lex de Jager, Wim neutraliseerde met groot gemak het spel van Dennis Krassenburg. Voor het overige leken wij op dat moment stabiel op weg naar een 4-2 nederlaag, want Frank Otten en Robert Balm stonden hopeloos, Gerda Schiermeier een pion achter en ook uit mijn partij leek maximaal remise te peuren. Maar toen moest de avond nog beginnen.

Gerda hield tegen Marc van der Meij knap stand en plaatste op een goed moment een remise-aanbod, dat na ampele overweging werd aangenomen. In mijn partij maakte Roberto Ierschot een kolossale blunder, waarna hij twee zetten later mat stond. Ineens waren er drie bordpunten binnen en werd de 3-3 al gevierd.

Maar dan reken je buiten Robert. Terwijl Frank tegen Wolter Vos inderdaad moest opgeven, speelde hij met een stuk minder, maar met veel meer tijd op de klok dan Huub de Vries, driftig door. En jawel, ineens liet Huub dat stuk vóór ongedekt achter en á tempo griste Robert het van het bord. De stelling die overbleef was potremise, maar Robert zou zeker doorgespeeld hebben tot het gaatje als hem niet door zijn teamleider gevraagd was om voor de winst in de wedstrijd maar remise aan te bieden.

Over drie weken spelen we thuis tegen Assendelft. Nou, die zijn echt veel te sterk hoor!!! (??)

S.V. Het Spaarne 3 1449 S.C. Aalsmeer 4 1455
1. Frank Otten 1560 Jos Bakker 1590 ½ ½
2. Robert Balm 1485 M. Hutters 1329 1 0
3. Bert Bergshoeff 1372 F. Buskermolen 1616 1 0
4. Marco Deurloo 1494 R. van Haaften 1316 1 0
5. Peter van Harn 1344 Tom van der Zee 1430 0 1
6. Wim Eiselin 1440 L.C. Buis 1452 0 1
Het Paard van Ree 1506 S.V. Het Spaarne 3 1453
1. Wolter Vos 1713 Frank Otten 1560 1 0
2. Huub de Vries 1611 Robert Balm 1485 ½ ½
3. R.W. Ierschot 1551 Bert Bergshoeff 1372 0 1
4. Marc van der Meij 1539 Gerda Schiermeier 1367 ½ ½
5. Lex de Jager 1370 Marco Deurloo 1494 0 1
6. Dennis Krassenburg 1255 Wim Eiselin 1440 ½ ½

Bekerteam neemt eerste horde Ronde 1: S.V. Het Spaarne - Degoschalm : 2 - 2

1 februari 2015 (door Bert Bergshoeff)
Als promotieklasser zijn er voor Het Spaarne ieder jaar gezonde perspectieven om ver te komen in de NHSB-beker. Vorig seizoen werd inderdaad de halve-finale & finale-dag gehaald, met een derde plaats als mooi resultaat, maar de beker is ook een slangenkuil. Viertallen zijn geen achttallen, er zijn soms verre uitwedstrijden op ongemakkelijke avonden en door de rare regel dat bij 2-2 het laatste bord afvalt kunnen teams met slechts twee sterke spelers het ver schoppen.

De loting voor de eerste ronde leek niettemin ideaal, het kleine Degoschalm uit de verste uithoek van West-Friesland kwam bij ons op bezoek. Weliswaar waren Frans, Loek en Sander niet beschikbaar, het resterende viertal Aad de Bruijn-Leo Littel-Rob de Haan- Paul Neering leek ruimschoots voldoende om de derdeklasser uit Westwoud af te serveren. Maar ja, de snoodaards zetten hun beste spelers op de laatste twee borden, die versloegen Rob en Paul en daarna moesten Aad en Leo beiden winnen om door te komen. Dat gebeurde uiteindelijk ook en veel gevaar is er niet geweest, maar er moet maar niets misgaan. Enfin, we zijn door, we wachten op de loting en we staan op scherp voor de volgende ronde. Op naar de finale!

S.V. Het Spaarne 1818 Degoschalm 1655 2 2
1. Aad de Bruijn 1966 Carlo Oud 1572 1 0
2. Leo Littel 1871 Bas Doodeman 1602 1 0
3. Rob de Haan 1731 Frits Greuter 1565 0 1
4. Paul Neering 1704 Lourens van Veelen 1881 0 1

Het Spaarne 1 doet het weer! Ronde 4: S.V. Het Spaarne 1 - Santpoort 2 : 4½ - 3½

26 januari 2015 (door Het Spaarne 1)
Het is te mooi om waar te zijn, maar het gaat er steeds meer op lijken dat het 1e team van Het Spaarne terecht uitkomt in de promotieklasse van Noord-Holland. Na de opzegging van de samenwerking met Chesscool en Heemstede twee seizoenen geleden leek het erop dat de aanwas uit eigen gelederen niet voldoende zou zijn. Vorig seizoen net aan overeind gebleven, dus was (en is nog steeds) het uitgangspunt van jaargang 14/15 handhaving. Hieronder zomaar wat kleine impressies van partijen afgelopen zaterdag met daaronder de harde cijfers.

Bord 1: In de zwartpartij van Aad tegen Dave begroef Aad in een Franse afruilvariant na een paar zetten zijn eigen loper op b6. Hierdoor speelde Aad met een stuk minder, waarna Dave op de koningsvleugel Aad tactisch overmeesterde.

Bord 2: Loek koos in een Pirc-verdediging met vervroegde e5 voor een dameruil na dxe5. Het middenspel dat hiermee ontstond werd vroeg versimpeld, waarna het toreneindspel niet meer dan remise was en beide spelers de vrede tekenden.

Bord 3: De witspeler Hans koos voor een stelling met een pionnenketen in het centrum (d4-e5). Nadat Sander de witte mogelijkheden op de koningsvleugel had onderschat kon wit met zijn paarden gaan hoppen (Pf3-h2-g4 en Pg3-h5). Het uitstellen van h7-h5 zorgde ervoor dat wit alsnog Pg3-h5 kon spelen, waarna de blunder g7-g6 de sterke zet Lc1-h6 toeliet. Na die krachtzet konden de stukken eigenlijk weer in de doos, omdat het paard onkwetsbaar was op straffe van mat (Dd3-g3+). De matwending werd mede mogelijk gemaakt door een eerdere onnauwkeurigheid: de ruil Lg6xd3 en Dd1xd3. Al met al een harde dreun voor Sander, maar een terechte overwinning voor Hans.

Bord 4: Over de partij van Leo valt helaas niet zo heel veel te vertellen. Leo won in het Slavisch snel een stuk, nadat Sjoerd Haver een truc over het hoofd had gezien.

Bord 5: Frans Arp stond met zwart goed na de opening, maar maakte een rekenfout. Frans speelde zijn toren van e8 naar e6 … aaii … terwijl er twee goede alternatieve zetten mogelijk waren. Na deze grafzet resteerde een eindspel met ongelijke lopers en een 2 pionnen achterstand voor Frans. Maar het lukte Frans om dit eindspel remise te houden.

Bord 6: Fer speelde met wit tegen Mick, één van de jonge talenten van Santpoort. Rating 1404, maar al wel gewonnen in ronde 1 van 1850. Na een aangenomen damegambiet deed zwart b5 om c4 te dekken, en daar houdt Fer wel van. Toen zwart dan ook eindelijk de pion op c6 dacht op te stoten naar c5 verloor hij hem direkt door de dreiging van een dubbele aanval. Zwart speelde ook nog e6-e5 en u raadt het al: Lxe5 won ook die pion, nu vanwege een penning. De pion meer werd uitstekend benut door wit, ondanks hevige tijdnood, en nog voor de 40e zet werd het een volle dame zodat zwart op kon geven.

Bord 7: Rob kreeg met zwart de Alapin variant (2.c3) van het Siciliaans op het bord. Na de opening kwam Gijsbert goed te staan, maar zwart kreeg echter de gelegenheid het initiatief over te nemen. Toen wit na lang nadenken nog voor de 20e zet dubieus met g3 voortzette, ruilde zwart twee stukken en sloeg op de damevleugel een pion. Daarvoor kreeg wit echter aardige compensatie. Beter had zwart op dat moment een schijnoffer op de koningsvleugel kunnen brengen: dat had ook een pion opgebracht, maar dan zonder noemenswaardige compensatie. Zoals het ging wist zwart met veel moeite toch zijn pion te behouden en tenslotte naar het eindspel af te wikkelen. Het was lang niet zeker dat dit een vol punt op zou leveren. De stand in de wedstrijd was inmiddels 4-3 in ons voordeel, zodat zwart het wijs oordeelde om het herhaalde remise-aanbod van zijn tegenstander te aanvaarden en zo de overwinning voor het team veilig te stellen.

Bord 8: Paul kwam snel een stuk voor tegen Jelle, nog zo’n jonge tegenstander. Met goed spel werd dat al snel een volle toren, maar zwart weigerde (terecht) op te geven en bleef maar schaak geven. Toen Paul Dc3 speelde waar De5 makkelijker leek (als zwart dameruil uit de weg gaat heeft wit de pionzet d4-d5 en een batterij met mataanval op g7) vreesden de kibitzers voor het ergste. Zou het dan toch nog eeuwig schaak worden? Gelukkig liet Paul het zo ver niet komen, en met een serie schaakjes werd dameruil alsnog afgedwongen, waarna zwart met een toren minder opgaf.

S.V. Het Spaarne 1824 Santpoort 2 1703
1. Aad de Bruijn 1966 Dave Looijer 2006 0 1
2. Loek Veenendaal 1745 Rob de Roode 1814 ½ ½
3. Sander Schilthuizen 1858 Hans Kors 1939 0 1
4. Leo Littel 1871 Sjoerd Haver 1728 1 0
5. Frans Arp 2002 Özden Tuna 1636 ½ ½
6. Fer Mesman 1715 Mick Mulder 1404 1 0
7. Rob de Haan 1731 Gijsbert de Bock 1639 ½ ½

Spectaculaire overwinning Het Spaarne 2 Ronde 3: Chess Society Zandvoort / Jopen 3 - S.V. Het Spaarne 2 : 2 - 4

30 november 2014 (door Paul Neering)
Voorafgaand aan de match tussen Chess Society Zandvoort / Jopen 3 en ’t Spaarne 2 was het duidelijk dat alleen de overwinning telde indien we nog aanspraak wilden maken op promotie naar de tweede klasse. We begonnen aan de wedstrijd met de wetenschap dat we 1-0 achterstonden door de verliespartij van Joost Jansen (1755), die drie weken geleden vooruitspeelde tegen Eric Alferink (1735). Het devies voor vanavond was: geen remise als er nog kansen zijn om de partij te winnen.

Ga er maar aan staan!

Op ieder bord gebeurde er nogal wat en het verloop van een paar partijen leverde ongeloof, verbijstering, opluchting en respect op voor onze matadoren. Want wat was het spannend!!

Na een uur spelen stonden de meeste van de onzen goed tot zeer goed. Op bord 1 speelde Paul Ruber (2014) tegen Fons Jonkers (1518) met een duurzaam voordeeltje dat uitmondde in materieel voordeel: twee stukken voor één toren. Vanwege de 1-0 achterstand gaf Paul Mathot (1644) tegen Thomas van Beekum (1747) vol gas met een kwaliteitsoffer op termijn (zie onderstaande partij, zet 16). Was het een puur Russisch kwaliteitsoffer of meer dan dat?

Wim Hoffenaar (1517) leek een gemakkelijke avond tegemoet te gaan, omdat zijn tegenstander Herman Bierman (1421) een vol stuk cadeau gaf. Op bord 5 speelde Pim Abbestee (1516) tegen Tim Nijman (1407). Pim kwam redelijk kansrijk uit de opening vanwege een betere ontwikkeling.

Maar nog mooier stond Bert Bergshoeff (1372), ingevallen voor Arun, tegen mevrouw Cilia van der Kamp (1332), een bekende van Bert met wie hij samen speelt bij schaakvereniging De Raadsheer te Amsterdam. Na een fout van zwart knalde Bert met zijn witte dame de gehele damevleugel open. De zwarte koning was ook nog in het midden. Een zeker punt leek me op dit bord aanstaande.

Maar hoe anders zijn schaakdingen in de praktijk. Alleen bij Paul Ruber bleef het voordeel duidelijk en beslissend, ook al duurde het de hele avond. Na zijn partij verzuchtte Paul de woorden: “Het is helemaal niet makkelijk om te winnen met twee stukken tegen een toren.” Gezien Pauls hoge rating voelde hij het gewicht dat adel verplicht. Desalniettemin noteerde ik met een glimlach een vet punt. Klasse Paul. Stand 1-1.

Paul Mathot had nog altijd een goede dynamische drukstelling, maar ook één die om actie vroeg! Het moest eruit komen anders stond hij gewoon een kwaliteit achter!

Wim Hoffenaar kreeg zijn rustige avond niet. Zijn tegenstander speelde alles of niets en presteerde het om pardoes met zijn dame voor de kale koning van Wim op te duiken. Wel ten koste van een tweede stuk, maar in het kielzog daarvan konden veel pionnetjes worden meegenomen. Kortom, problemen te over voor Wim.

Gelukkig had Pim zijn stelling tot matproporties weten uit te breiden. Om mat te voorkomen moest zijn tegenstander een paard geven. Dat hielp natuurlijk niet echt, waardoor Pim het genoegen mocht smaken van een overwinning. Prima maar, naast Pim zat Bert zijn prachtige stelling vakkundig om zeep te helpen door een rekenfout en nu zou het dus spannend kunnen worden. Stand: 2-2.

Terug naar de borden 3 & 4. Het lukte Wim om, na lang zweten, zijn toren te activeren op de g-lijn, zodat de vijandelijke witte dame haar positie rond de zwarte koning moest prijsgeven. Dat gaf de doorslag in deze partij. De winst tekende zich hier af en geen remise-aanbod van wit bracht hier verandering in. Wim, eentje voor het karakter!

Inmiddels was het 23:45 en speelde zich een thriller af op bord 3. Paul miste een directe winstcombinatie, één die de zwarte koning zou hebben omgelegd en juist die koning koos nu het ruime sop. Paul had, om de winst te vinden, al zijn tijd opgesoupeerd, en moest zijn partij uitvluggeren. Zijn tegenstander had zeeën van tijd waardoor Paul, super geconcentreerd en letterlijk met de haren overeind, in de tijd van zijn tegenstander de stelling moest beoordelen. Maar de stelling werd precair, de drukstelling verzakte, de geofferde kwaliteit werd een vol stuk. De schaakjes die Paul over het bord uitstrooide dreigden langzaam op te drogen. Er waren geen velden meer. En dan stond ook de koning van Paul “achter de paaltjes”, in een open stelling waardoor de tegenstander telkens mat in 1 dreigde uit te voeren.

Werd het 3-3 of toch 4-2 voor ons, wellicht eeuwig schaak? Paul hoefde al lange tijd niet meer te noteren en sprokkelde met a-tempo-zetten weer twee minuten bij elkaar. Hij vond telkens de juiste schaakjes. Maar steeds ook doemde de dreiging op dat de zwarte koning een veilige haven zou vinden waardoor Paul mat zou gaan. Maar wat is die Mathot een koele schaker! Hij slingerde en passant er nog een paar schaakjes tussendoor. Zijn tegenstander werd op dat moment geteisterd door twijfel en bracht de koning naar een veld waarop Mathot ook zijn toren schaakjes kon laten geven. Daar doemde plotseling rust op en hoewel zijn tegenstander een dame, toren en een paard rondom de koning had staan lukte het Paul de koning los te weken en met zijn dame en toren de vijandige koning alle velden af te nemen. Terwijl Paul nog naarstig op zoek was naar het volgende schaakje, was er reeds mat geconstateerd: 4-2.

Wat een geweldig resultaat! En dat doet ons in deze dagen verlangen naar meer.

Chess Soc. Zandvoort / Jopen 3 1526 S.V. Het Spaarne 2 1636 2 4
1. Fons Jonkers 1518 Paul Ruber 2014 0 1
2. Eric Alferink 1735 Joost Jansen 1755 1 0
3. Thomas van Beekum 1747 Paul Mathot 1644 0 1
4. Henk Bierman 1421 Wim Hoffenaar 1517 0 1
5. Tim Nijman 1407 Pim Abbestee 1516 0 1

Het Spaarne sleept twee punten weg uit Zaandam Ronde 3: Z.S.C. Saende 2 - S.V. Het Spaarne 1 : 3½ - 4½

23 november 2014 (door Sander Schilthuizen)
Mijn voorbereiding op de derde externe wedstrijd tegen Z.S.C. Saende 2 was als volgt. Ik heb op de vrijdagavond diverse pogingen ondernomen een paar partijen na te spelen van de openingen die ik gebruik, maar elke keer kwam er een kindje aanlopen dat een partijtje tegen papa wilde spelen. Ze zijn vier en zes. Probeer daar maar eens tegenaan voor te bereiden! Op zaterdagmorgen waagde ik nog een laatste poging om mijn repertoire op te frissen. Maar de kinderen gaven geen krimp en toen zaten we opeens in Zaandam.

Het speelhonk van Z.S.C. Saende en Het Witte Paard is knus ingericht, knusser in ieder geval dan dat van ons in de Laan van Berlijn. Grote zwart-witfoto’s van Larsen en Fischer hingen aan de muur. En het was alsof ze wilden zeggen: doe je best nu eens om op ons niveau te komen, zo moeilijk is dat helemaal niet! Vooral de foto van Larsen, genomen vanachter een schaakbord met stukken – de klassieke pose voor een persfoto –, vond ik aantrekkelijk. Een jonge Karpov met zijn Aziatische hoofd hing trouwens achter een geluidsbox, een beetje slordig.

De wedstrijd was koud een uur oud toen de telefoon van mijn tegenstander (Dennis Rosegg) afging, op de 10e zet. Ik voelde me bezwaard: ik zocht en vond de arbiter van dienst die enigszins bits meldde dat ik altijd eerst hem moest inlichten. Dat was nu net wat ik aan het doen was. Afijn, het punt werd aan mij toegekend (en ik begreep later dat er geen keus was tussen doorspelen of niet). Zeer onbevredigend, vooral omdat het spel net op de wagen kwam. Het is toch wel een deceptie om plotseling geen partij meer om handen te hebben.

Maar niet getreurd. Het was twee uur ’s middags en ik had nu de kans om de wedstrijd op de voet te volgen. Spektakel zou volgen in het vijfde en zesde uur, maar dat wist ik toen nog niet.

Frans Arp op bord 3 verraste zijn tegenstander met een centrumopstoot (e4-e5) in het Spaans. Door een slordigheid moest de zwartspeler een dubbelpion toestaan op f6 en toen waren er zowaar serieuze aanvalskansen tegen de zwarte koning. Een kolfje naar Frans’ hand, maar de voortzetting die hij koos (g2-g4) kwam als een boemerang terug, vooral nadat hij het desastreuze g4xf5 speelde. Zijn loper op g5 kwam in een dodelijke penning terecht (vanwege een dame op g7 en een koning op g1) en spoedig daarna moest Frans de vlag strijken: 1-1.

Hoe stonden we er toen eigenlijk voor? Aad de Bruijn had op bord 1 een licht nadeel en moest op zijn tellen passen met een achtergebleven pion op d3. Later in de partij offerde hij zijn b-pion op b4 om zijn witte loper te activeren (Lc2-b3). Waar heb ik dat meer gezien? In de training van afgelopen woensdag. Leo Littel besloot na een half mislukte opening een pion op b5 te offeren, zoals in het Wolga-gambiet, om wat activiteit tegen de witte damevleugel te krijgen.

Maar vooral op de laagste helft van de borden verliep de strijd niet ongunstig. Fer Mesman had met zwart een damegambietachtige stelling waarin hij wit een geïsoleerde pion op d4 had bezorgd, geen onoverkomelijke zwakte, maar toch. Een zet of vijftien was gespeeld. Wel wat weinig tijd voor Fer (26 minuten), ofschoon hij zich er niet al te druk om maakte.

Paul Neering speelde voor het eerst sinds een jaar of dertig tegen Willem de Boer. Met zwart op bord acht. Hij kreeg een damepionopening voorgeschoteld. Na de ruil van enkele lichte stukken bleef hij zitten met een enigszins verruïneerde pionnenstructuur en met een dameloper die slecht dreigde te worden als de isolani op c6 niet opgeschoven kon worden naar c5. Dat kon, nadat de witspeler voor een slappe voortzetting koos (Da4-c2), met opening van de lange diagonaal (h1-a8) en de c-lijn tot gevolg. Paul nam geholpen door een ontwikkelingsvoorsprong het initiatief over. De ene sterke zet kwam na de andere, in een makkelijk speelbare stand. Er volgde een afwikkeling naar een gunstig toreneindspel. Paul maakte zich echter terecht zorgen om de witte pionnen op b4 en a4. Hoe die af te stoppen? De karrenvracht aan zwarte pionnen op de koningsvleugel moest ook naar voren (naar voren, naar voren!) en dat deden ze. De winst lag lange tijd voor het grijpen, met h4-h3, en nadat wit zijn laatste pion in de afruilaanbieding deed (d4-d5) kon zwart zelfs verschillende opties kiezen (bijvoorbeeld een koningswandel naar b7 om de witte vrijpion onschadelijk te maken, of een eindspel van 3 pionnen tegen een kale toren). Maar het lukte niet de nauwkeurigste zetten te vinden en toen was remise het resultaat.

Aad had de zwakte van zijn d-pion inmiddels opgelost en maakte toch nog redelijk soepel remise met een pion minder, maar Fer liet zijn dame insluiten en moest opgeven.

Het vijfde uur naderde. Loek Veenendaal speelde zeer geconcentreerd op bord 5. Met wit had hij een lichte plus die uiteindelijk resulteerde in een gunstig eindspel met een paard op d6 en een toren op c8. Loek verslapte echter even en liet toe dat zwart de octopus op d6 kon afruilen met Lh6-f8. Pion achter! Maar nog steeds in een comfortabele stand. Lh2-g3 vond ikzelf alleraardigst als consoliderende voortzetting: je moet je loper niet in een schuur laten staan! In lichte tijdnood overzag de zwartspeler het venijnige Le1-b4 waarna stukverlies onvermijdelijk was: 1-0.

Aldus was de tussenstand 3-3. Teruggekomen in de speelzaal, na een uitvoerige beschouwing over Pauls toreneindspel, leken onze kansen gekeerd. Een van spanning zinderend slotuur zou volgen.

Leo Littel moest een dubbel toreneindspel met een pion minder zien te houden (een witte vrijpion op de a-lijn). Zou dat gaan lukken? Rob de Haan had zijn riante stand van het begin van de middag ietwat vergooid. Door de stelling te openen hadden de ver teruggedrongen zwarte stukken plotseling ook lucht gekregen, o.a. met de dame-uitval Db8-f4, als ik me niet vergis. Rob keek inmiddels tegen een vervelende penning van Lg2 aan (door een toren op g8). Het enige wat erop zat was een afwikkeling naar een slechter staand dame-eindspel via Txf7+-g7, Tg8xg7, f6xg7, Kh8xg7). Daarin weerde Rob zich met verve, maar kon niet voorkomen dat de zwartspeler (Evert Blees) langzaamaan vorderingen maakte. De klok was echter niet in diens voordeel (dat half uur na de tijdscontrole was kennelijk al bijna verdampt): hij had telkens maar 1-1,5 minuut tot zijn beschikking. Rob zat wat ruimer in zijn tijd.

Zowel de tegenstander van Leo als Rob probeerde zich ervan te vergewissen hoe de stand op het andere bord was. Wat dan te zeggen of te doen? De Zaanse teamleider liet zich na enige aandrang ontglippen dat Evert Blees een pion voor stond en ik, op mijn beurt, maakte als teamgenoot een vaag wikkend gebaar naar Rob over het eindspel van Leo. Hoe dan ook, de toeloop om de twee borden was niet gering. Plots verzuimde Robs tegenstander een witte pion op a6 te ruimen, naar later bleek omdat hij ten onrechte in de veronderstelling was dat er mat in één dreigde. En toen ruimde Rob op zijn beurt de zwarte pion op a7. Als hij vervolgens uit de zwarte schaakjes kon lopen werd die jongen op a6 wel een hele lastig hardloper. Vooral niet Kf2-e3 na Dh2+, vanwege Dg1+ met damewinst. Rob plaatste zijn koning stoicijns niet op die diagonaal – natuurlijk niet! – en toen rolde het punt zowaar zijn kant op. Zuur voor de zwartspeler die zijn verlies nog redelijk onaangedaan opnam. Onverdiend? Op basis van het laatste deel van de partij wel, zeker.

Tot slot was er de partij tussen Frank Tijdeman en Leo Littel. Met nog een pionoffer, dat de witspeler niet accepteerde, verschafte Leo zijn torens activiteit op de open e-lijn. Onder druk van de klok leek de witspeler toch even niet zeker van zijn plan. Torenruil volgde. De a-pion stormde tenslotte naar voren, Leo offerde zijn toren op, maar had inmiddels zelf twee gevaarlijke vrijpionnen op de d- en f-lijn, en bovendien: de witte koning verkeerde nu in het achterveld. De witspeler verloor nog een tempo en toen was een afwikkeling naar een pionneneindspel met randpion onvermijdelijk. Remise!

De punten gingen derhalve mee naar Haarlem. Lastig om uit te maken of dat volledig onverdiend was, gelet op de winstkansen die bijvoorbeeld Paul niet verzilverde. Feit is wel dat het speeltempo een aanzienlijke invloed op het scoreverloop had. Uitvluggeren van de partij is soms niet te verhinderen en dan kan er van alles gebeuren. Zo zouden onze Zaanse tegenstanders er ook tegenaan kunnen kijken.

Gelet op de manier waarop er geschaakt wordt doen we het dit seizoen niet onverdienstelijk. Er is vechtlust, er is zelfbewustzijn, er is de sjoege dat de tegenpartij ook fouten kan maken. En er zijn trainingen die, en nu spreek ik voor mezelf, hun inspirerende vruchten dreigen af te werpen.

Wat een vreselijk woord trouwens: inspirerend!

Z.S.C. Saende 2 1957 S.V. Het Spaarne 1824
1. Ben van den Bergh 1895 Aad de Bruijn 1966 ½ ½
2. Frank Tijdeman 2011 Leo Littel 1871 ½ ½
3. Edwin Woudt 2087 Frans Arp 2002 1 0
4. Dennis Rosegg 1945 Sander Schilthuizen 1858 0 1
5. Joris Moes 2013 Loek Veenendaal 1745 0 1
6. Huib Middelhoven 1918 Fer Mesman 1715 1 0
7. Evert Blees 1868 Rob de Haan 1731 0 1