Bescheiden wensen

Ik zal het maar eerlijk toegeven; ik heb Groenland ook altijd al willen hebben. Niet voor de grondstoffen, die interesseren me niet zo. En voor mijn persoonlijke veiligheid heb ik Groenland ook niet echt nodig. Nee, het gaat mij om het prachtige land zelf. Om de vriendelijke onbaatzuchtige bewoners; de eskimo’s, excuus: Inuit, die elkaar zo mooi toezingen over grote afstanden in de sneeuw. Dat kan op Groenland, omdat het er rustig is, stil zelfs. Wat ze elkaar over die grote afstanden toezingen weet ik niet, maar dat is misschien leuk om eens uit te zoeken. Het zal wel over vis gaan vermoed ik, of anders over de gesel van de Deense bezetter.

 

undefined

De hoofdstad Nuuk in de winter (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nuuk#/media/Bestand:Nuuk_main_road.JPG)

 

Ik heb begrepen dat de Amerikaanse president zijn oog nu ook op het eiland heeft laten vallen. Maar zijn motieven zijn anders; voor zover ik weet is hij niet in de cultuur geïnteresseerd. Hij is niet zo’n liefhebber van gezongen boodschappen heb ik me laten vertellen.

Sinds grootmachten ineens dol op Groenland zijn, ontstaan er ook spontaan allerlei neveneffecten. Cartografen vinden het plotseling van belang de ware grootte van het eiland aan de wereld kenbaar te maken. Wij eenvoudige HBS-ers dachten daar natuurlijk nooit over na. Groenland was onmetelijk groot en speelde verder geen rol; waarom zou je aan Groenland denken? Maar het blijkt veel kleiner te zijn… ergens ook jammer natuurlijk. Enfin, we gaan er niet sentimenteel over doen.

De kans dat ik het ooit nog krijg lijkt me nu wel verkeken trouwens. Misschien moet ik maar afzien van het hele idee. In een wereld waar het recht van de sterkste geldt, staan mijn kansen niet erg hoog genoteerd.

Maar trendgevoelig als ik ben, denk ik er nu toch over om dan maar een ander eiland in te nemen. Grote eilanden zoals Borneo of Madagaskar liggen te ver weg; dat wordt logistiek te veel gedoe. Maar een Waddeneiland is misschien haalbaar! Schiermonnikoog bijvoorbeeld, zou aantrekkelijk kunnen zijn. Als dat niet lukt, zijn hier in de Molenplas nog wel een paar kleinere groene pollen die gemakkelijk te bezetten zijn. Bevoorrading hoeft geen punt te zijn, want de Jumbo is vlakbij.

De kans is echter groot dat zo’n onderneming op allerlei regels en verordeningen gaat stuiten. Zo zijn we wel in Nederland; voor het autonome initiatief is hier geen plaats. Je wordt overal door de overheid beloerd en gehinderd. Daarom blijft er eigenlijk maar één plaats ter wereld over waar je je nog vrij kunt bewegen: Paraguay! Ik zag laatst op de TV een documentaire over het land. Wat een paradijs! Daar mag echt alles, daar kan je nog ongestoord van je wanen genieten…

 

Dark Horse

Kleine wonderen

Ik liep op de brug over de Jacob van Lennepkade in Amsterdam, toen ik opeens voelde dat mijn dochter van vier een angstige ervaring had. Dat was opmerkelijk, want zij was op dat moment met mijn vrouw in de stad, in de Bijenkorf om precies te zijn. Toen zij later die middag thuiskwamen, vroeg ik of er misschien iets gebeurd was. Het bleek dat mijn dochter eventjes haar moeder kwijt was geweest in de drukte. Maria, mijn vrouw, had haar al snel weer gevonden. Niks aan de hand dus.

Een aantal jaren later maakte ik op vakantie in Zuid-Limburg een boswandeling met mijn gezin. Zomaar uit het niets zei een stem in mij dat ik mijn vader moest bellen, omdat hij in de problemen zat. Teruggekomen op ons vakantieadres belde ik mijn ouders. Ik kreeg mijn moeder aan de lijn, die mij vertelde dat mijn vader last had van ademnood vanwege de warmte en dat hij zich niet goed voelde. Zij wist zich geen raad. Als de bliksem een dokter bellen natuurlijk!

Dat liep toen met een sisser af, maar het voorval met mijn vader vertoont gelijkenis met dat met mijn dochter. Er werd door een familielid een signaal uitgezonden over een angstig moment. Een signaal dat misschien niet specifiek voor mij in het bijzonder bedoeld was, maar wel door mij werd opgevangen. Over grote afstand, want mijn ouders woonden toen in Voorhout, een dorp in de buurt van Leiden.

Wat is dit? Hoe zo’n signaal te duiden?

Ik ben niet ontvankelijk voor zweverige ideeën, en heb er geen behoefte aan om dingen of verschijnselen te mystificeren. Een onstoffelijke overdracht van informatie bestaat niet in mijn wereldbeeld. Ik denk dus dat er hier een zender en een ontvanger zijn, en een lange of korte golf die wel degelijk materieel van aard is, en die net als het licht in ultrakorte tijd enorme afstanden kan overbruggen. Fotonen zijn de quanta die het licht brengen. Wat voor deeltjes zijn de dragers van zo’n telepathische boodschap? Door welk orgaan of welke organen worden ze door het menselijk lichaam uitgezonden? En hoeveel energie is ervoor nodig? Vragen genoeg, geen antwoorden. Wat weten we eigenlijk van de eigenschappen van de wereld om ons heen?

Meer mensen hebben soortgelijke ervaringen. Dit is geen uniek talent van mij.

Maar er zijn ook mensen die er hun broodwinning van proberen te maken, en die mensen hebben over het algemeen niet over klandizie te klagen. In de oudheid bloeide deze handel volop in allerlei culturen. Alleen vond men toen nog niet dat het om handel ging. De verkopers van ‘al uw voorspellingen’ leefden vaak zelf in de veronderstelling dat ze contact met de goden hadden.

Er is veel veranderd in de loop der eeuwen, maar hoeveel precies vraag je je soms wel eens af, want er is nog steeds een overdaad aan Jomanda-achtige types. Lou de palingboer had 600 volgers toen het internet nog niet bestond. Hij claimde onsterfelijk te zijn. Maar toen hij toch kwam te overlijden wilden zijn sekteleden hem niet laten gaan. Zij klampten zich aan hem vast, riepen: Lou kom terug! Als de angst in de man of de vrouw is, wordt er al gauw van alles geloofd en omarmd. We willen nu eenmaal graag een ‘vast punt’ waarop we kunnen vertrouwen. Maar enfin, dat heeft met de bovenstaande vraagstelling weinig te maken, en interesseert de leverduiders en de vogelzwerm-uitleggers ook niet.

Door velen wordt het geloven in bovennatuurlijke krachten ook met spiritualiteit verward; een modernistisch product met een eindeloos aantal derivaten en varianten. Maar niet alleen dit soort flauwekul valt op; de hele menselijke samenleving is van irrationaliteit doortrokken. Tot op de hoogste politieke niveaus worden irrationele beslissingen genomen. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat wereldleiders regelmatig hersenschimmen najagen zonder door hun onderdanen te worden gecorrigeerd.

Maar nu ben ik weer op mijn politieke stokpaardje terecht gekomen, terwijl ik alleen het wonder van de telepathische overdracht als natuurverschijnsel wilde bespreken.

 

Dark Horse

Why do I have to lose to this idiot? Waarom speel je goed of slecht? / Over vorm en inspiratie

Een partij uit één stuk heb ik geloof ik nooit gespeeld. Aan mijn betere partijen zat altijd wel een smetje; een slordigheidje of een onbegrip. Dat is voor de meesten van ons wel van toepassing denk ik, maar het betekent natuurlijk niet dat je slecht gespeeld hebt. Schaken is te moeilijk. Foutloos spelen gaat gewoon niet. Daar heb ik me allang bij neergelegd.

Veel interessanter zijn in feite de begrippen Vorm en Inspiratie, want welk niveau je ook hebt, je doet het de ene keer beter dan de andere. Het is wel te vergelijken met het componeren van muziek of het schrijven van een boek. Soms heb je een aardig idee, en lukt het maar niet om de juiste noten of woorden op papier te krijgen. Er verdwijnen propjes in de prullenbak; halve aria’s worden doorgekrast. Er ontbreekt iets. En het ligt niet aan je techniek, want die heeft je al vaak genoeg goede diensten bewezen.

Ik heb een tijd gedacht dat het een tekortkoming van me was, maar gaandeweg werd me duidelijker dat de meeste mensen er last van hebben. Mindere en betere dagen hebben we allemaal.

Hoe komt dat nou eigenlijk? Waarom kun je niet steeds op hetzelfde niveau blijven presteren? Ik denk, omdat er in ons niet echt een vast punt is, van waaruit we telkens vertrekken. Een mens is geen entiteit, maar opgebouwd uit verschillende varianten van zijn of haar persoonlijkheid.

En het is niet altijd even duidelijk welke variant er aan de beurt is onder wisselende omstandigheden. Al te erge dips zijn door studie wel te vermijden, maar ook grootmeesters spelen soms slechte partijen.

Ik speelde een paar seizoenen terug in het tweede en scoorde dat seizoen 4,5 uit vijf. In het volgende seizoen speelde ik in het derde en verloor tweemaal achter elkaar van spelers met een lagere rating. Was het gemakzucht of onderschatting? Ik begreep het zelf niet helemaal; waarom gebeurde dit ineens?

Op het internet idem dito. Soms gaat het een hele tijd goed, en blijf je maar winnen. Dan ineens kan het weg zijn en verlies je de ene na de andere pot, alsof je de grip plotseling kwijt bent.

Het helpt niet altijd om bij jezelf op zoek te gaan naar oorzaken; soms kun je wel iets aanwijzen, maar vaak ook helemaal niet.

In de jaren tachtig werd in Amsterdam een toernooi gehouden in het Carlton Hotel. De speellocatie was aan de Singel vlak bij de Munt. Toen ik daar een keer voorbijkwam zag ik toevallig Gary Kasparov naar buiten komen met een blik in zijn ogen alsof hij door het inferno was uitgespuwd.

Hij mompelde duidelijk hoorbaar zoiets als: “Why do I have to lose to this idiot?” en was daarna razendsnel uit het gezicht verdwenen.

 

Dark Horse

Instructief eindspel.

Het eindspel van Jan Vos tegen Johan Bakker uit de externe wedstrijd Het Spaarne-1 – Opening’64 werd remise. Zwart blunderde (maar niet opzichtig) en wit ook.

Wat rommelen in een vertrouwde opening, een creatief middenspel spelen met leuke motieven, een tempoverlies dat we manoeuvreren noemen, daar draaien we onze hand niet voor om. Maar het eindspel heeft absolute kenmerken en daar val je ongenadig door de mand met een tempo meer of minder.

De laatste tijd studeer ik in de “Endgame Manual” van Dvoretsky. Moeilijk, diepzinnig, vaak boven mijn niveau. Ik ben nu bij het maken van extra tempozetten in de pionneneindspelen.

Laat dat nu net het gemiste motief zijn.

Beide spelers zagen daarna hun fout. Wit kon op instructieve wijze een zetdwangpositie bereiken en winnen.

In het eerste fragment is b5 dus een blunder van zwart. Kd6 is remise.

Het volgende fragment met het maken van een extra tempo om zetdwang te bereiken, komt uit een partij tussen Yermolinsky en I.Ivanov besproken in het boek van Dvoretsky.

Ik ben bang dat ik in een partij 1.Ke2 had gespeeld, maar met de kennis van nu….

Aad de Bruijn.

Een wandeling door mijn geboorteplaats

Waar liggen je roots, vragen we tegenwoordig. Waar ben je opgegroeid en wat weet je er nog van? Heb je er beelden bij? Vertegenwoordigen straten of gebouwen een zekere gevoelswaarde?

Ik ben geboren in Amsterdam. En ik heb een groot deel van mijn jeugd doorgebracht in het Vondelpark. Het Vondelpark, dat later door de wereld ontdekt is. Waar niets meer van over is, althans, van zoals het er in mijn jeugd uitzag. Aan het eind van de jaren veertig, in het begin van de jaren vijftig, toen Nederland nog aan het opkrabbelen was. Toen de schaduw van de oorlog nog in de straten hing. Toen iedereen arm was.

In de Saxenburgerstraat, waar ik woonde, stond één auto. De eigenaar van het kleine vehikel had er een soort foudraal voor aangeschaft, om het te beschermen tegen weersomstandigheden en mogelijk vandalisme. Wij kinderen waren in dit “Fremdkorper” niet geïnteresseerd. De eigenaar daarentegen bracht veel tijd door achter het raam van zijn woning om in de gaten te houden of zijn kleinood niet gemolesteerd werd. Er werd door jongetjes veel gevoetbald in de straat namelijk. Misschien stuiterde de bal wel eens tegen zijn trotse bezit. Ondraaglijk natuurlijk!

Vijver in Vondelpark, 2021  (foto: Sander Schilthuizen)

Het Vondelpark was in die tijd veel wilder. Pas in de jaren ‘60 en ‘70 is men het gaan trimmen tot het huidige keurige niveau. Er valt nu weinig avontuur meer te beleven.

De Overtoom en de dichtersbuurt waren mijn natuurlijke habitat. Amsterdam Oud-West. Geen bijzondere architectuur: veel eind 19e-eeuwse bouw. Grote gezinnen in kleine huizen. Het is welbekend allemaal. De Overtoom is wel een verhaal apart. Van oorsprong een waterweg, waarlangs veel kleine bedrijvigheid was. Na de demping bleef die lange tijd nog bestaan. Ik kan me nog allerlei kleine winkeltjes en bedrijfjes herinneren. Ook nog, toen tramlijn één er al lang doorheen reed.

Op woensdag- en zaterdagmiddag maakten wij, jongens in de lagere-school-leeftijd, lange tochten.

Ik stak dan bijvoorbeeld met twee vriendjes het park door naar Amsterdam Zuid.

Daar zag de stad er heel anders uit. Daar waren lommerrijke lanen. Kapitale villa’s werden omzoomd door weelderige tuinen met schitterende vijvers. Alles was groot en ruim; een totaal andere wereld. Wij vergaapten ons er alleen maar aan; we hadden er niets te zoeken.

Nog verder doorlopend werd de buurt minder imposant, maar nog steeds wel van een zekere voornaamheid. De huizen waren groter en hadden een veel solider uitstraling dan bij ons in de Kinkerbuurt; dat was revolutiebouw tenslotte.

Wandelen kon je het niet noemen, wat wij als jongens deden. We waren op ontdekkingstocht.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/b/bd/Jacobus_van_Eck%2C_Afb_A01634001264.jpg

Kostverlorenvaart en rechts het Jacob van Lennepkanaal met de Jacob van Lennepkade (circa 1930) (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kostverlorenvaart#/media/Bestand:Jacobus_van_Eck,_Afb_A01634001264.jpg)

Wanneer we de Overtoom afliepen in de richting van de brug over de Kostverloren vaart, kwamen we al snel op het Surinameplein, in de jaren ‘50 zo’n beetje het eind van de Amsterdamse bebouwing in ‘West’. Daarna kwamen de ‘tuintjes’: kleine neringen die groenten en fruit verbouwden.

Buurtjongens vertelden wel eens dat ze daar worteltjes gingen jatten, door ze gewoon uit de grond trekken dus, als de boer even niet oplette. Maar dat gebeurde toch een generatie vóór ons.

Wij gebruikten het Surinameplein vooral omdat het in feite een grote zandvlakte aan het worden was, waar gevoetbald kon worden. En soms sloegen we linksaf langs het verlengde van die Kostverlorenvaart. Daar heette het nu De Schinkel. Langs het water lopend bereikten we na een half uurtje de Nieuwe Meer. Niet het Nieuwe Meer dus. Wij Amsterdammers zeiden: De Nieuwe Meer.

De Schinkel omstreeks 1910

Overhaal over de Schinkel bij de Vlietstraat. Gezien vanaf de Schinkelkade, hoek Vlietstraat, naar het zuiden in de richting van de Nieuwe Meer. Rechts aan de overzijde Sloterweg 1-7 (na 1973 Rijnsburgstraat), hoek Jaagpad. (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Schinkel_(rivier)#/media/Bestand:SchinkelEilers.jpg)

We gingen er ook vissen. Zelden was de vangst spectaculair, een baarsje van een centimeter of tien was wel het maximum.

Aan de overkant lag ‘Bosplan’: het Amsterdamse Bos; aangelegd in de jaren dertig voor de werkverschaffing. Fantastische plek. Veel plaats voor recreatie. Speelweiden. De Bosbaan, waar internationale roeiwedstrijden gehouden werden. Daar was door het college van wethouders in de crisistijd goed over nagedacht. Vanaf de Kinkerbuurtschool met de hele klas, drie kwartier lopen, langs de Amstelveense weg. Brood mee! Bosplan hoorde bij het dagelijks leven als een altijd beschikbaar extraatje. Flink druk in de weekends, al werd er nog niet gebarbecued, zoals tegenwoordig.

Een wandeling door het huidige centrum van Amsterdam is geen onverdeeld genoegen meer. De stad is ernstig overwoekerd geraakt door de commercie, sinds de enorme toeloop van toeristen uit alle delen van de wereld. Mede daarom is een wandeling door mijn geboorteplaats een nostalgisch verhaal geworden.

 

Dark horse

Compromissengemodder en kortetermijndenken: met al onze techniek en wetenschap tasten we nog steeds in het duister over onze toekomst.

De mensen bewonen de aarde, samen met alle andere levende wezens. En al die wezens hebben een gemeenschappelijke agenda: overleven.

Dieren en planten hebben hun strategieën om zich zo goed mogelijk te handhaven, of zelfs om hun mogelijkheden uit te breiden. Dat gebeurt in een vrij spel van krachten, dat bepaald wordt door omstandigheden die zich wijzigen. Aanpassing is het sleutelbegrip. Aanpassing namelijk aan de agenda, die de aarde er zelf op nahoudt, want iets anders is niet denkbaar: levende wezens hebben geen keus.

Mensen leven soms met de illusie dat ze wel een keus hebben. Ze beelden zich in dat ze de aarde bezitten. Dat ze er maar een beetje mee kunnen doen wat ze willen. En vervolgens doen ze dat ook. (Niet allemaal gelukkig). Maar het is een vergissing om te denken dat je de aarde kunt gebruiken naar eigen goeddunken. Moeder aarde heeft in de loop van de tijd al vele gestalten aangenomen in haar ontwikkeling. Een daarvan is de huidige periode, waarin er mensen rondlopen op haar oppervlak. Het ligt niet voor de hand, dat zij zich plotseling naar de wensen van dit ene verschijnsel zal gaan gedragen. Hou dus op, zou ik zeggen, met deze zelfoverschatting. En probeer iets te begrijpen van het hele proces. Daarin ligt de enige kans om het bestaan te rekken, want het eeuwige leven zullen we als mensen zeker niet hebben. Bescheidenheid is dus op zijn plaats.

Maak het de Donald Trumps en de Vladimir Putins van deze wereld maar eens wijs.

Dat het zinvol is om de CO2-uitstoot te beperken lijkt me wel duidelijk, zoals alle maatregelen die door wetenschappers en klimatologen worden aangeraden ongetwijfeld een kern van waarheid bevatten. Maar als het klimaat werkelijk gaat veranderen, dan heb ik zo’n donkerbruin vermoeden dat we daar uiteindelijk weinig tegen kunnen doen. Er zijn geleerde oceanografen die zich bezighouden met de gedragingen van het klimaat op geologische tijdschalen. Glaciologen boren in fossiel Antarctisch ijs. Uit bodemonderzoek kan ook het nodige worden afgeleid.

Maar het tempo waarin klimaatverandering zich gaat voltrekken is aan niemand echt bekend. Er is wel veel angstig geschreeuw. En de voorspellingen buitelen haastig over elkaar heen.

Het zou goed zijn, en dat idee is niet van mezelf, wanneer de verschillende wetenschappelijke disciplines, die zich met het gedrag van de aarde bezighouden, hun splendid isolation lieten varen, en de grote hoeveelheid kennis proberen te integreren. Misschien ontstaat daaruit een beter begrip van wat ons te wachten kan staan. Het is dan nog niet zeker, hoe de mens er invloed op zou kunnen uitoefenen. De aarde heeft zich nooit iets aangetrokken van haar toevallige bewoners; ze zijn bij bosjes uitgestorven in het verleden om allerlei redenen, die wij soms niet kennen of begrijpen.

In de geïndustrialiseerde landen zijn de laatste twee eeuwen economische verdienmodellen te dominant geworden. Bijna alles is in de greep van de commercie geraakt. We leven in een wereld, waar het agressief schreeuwen om aandacht door ondernemers, zo langzamerhand een plaag aan het worden is. (Ik beweer uiteraard niet dat er iets tegen ondernemen zou zijn.)

Maar het verdienmodel zou een andere inhoud kunnen gebruiken. Een inhoud die ons de aarde doet verdienen, omdat we haar respecteren, en niet blindelings leeg proberen te graaien.

Het zou een zinvolle onderneming zijn om deze langetermijnvisie in de politiek te incorporeren. En het is nodig! Er is geen plaats meer voor exorbitant winst maken en cynisme.

Maar van de politici kunnen we toch niet al te veel verwachten vrees ik. Zij lopen doorgaans achter de feiten aan, dol als ze zijn op halve maatregelen, compromissengemodder, en kortetermijnoplossingen die in hun straatje te pas komen. Daarom zal deze ontwikkeling van onderaf moeten komen. En gelukkig is dat ook aan het gebeuren. Vooralsnog in kiemen weliswaar, maar die breiden zich uit, zoals dat gaat in de natuur.

Het realistische denken over onze status als aardbewoners wint veld. Maar we weten nog veel te weinig.

 

Dark Horse