Pionneneindspelen zijn verraderlijk. Geef uw verslaggever een pionneneindspel in een blitzgame op internet en hij verliest het steevast op tempo. Ondanks de sterke uitdunning aan zetten, kun je je makkelijk verrekenen. Afgelopen donderdag ontstond er zo’n eindspel in de partij Eiselin-Schilthuizen. Omstanders meenden dat de witspeler de zege binnen handbereik had, en de witspeler zelf ook.
Een paar borden verder speelde Aad de Bruijn tegen Robert Balm. Uit de diagramstelling ontstond een interessant toreneindspel. Aad: Roberts praktische stijl van spelen botst altijd met mijn quasi-diepzinnige verzinsels. Ook in deze partij is Roberts evaluatie van mogelijke eindspelen sterk. Beiden hebben we last van ongegrond optimisme en dat werkt blunders in de hand, zoals blijkt uit het onderstaande fragment:
Terug naar het pionneneindspel Eiselin- Schilthuizen. Kijkt u even mee. Het pionneneindspel ontstond uit een dubbeltoreneindspel:
Conclusie: 29. f2-f4+ is wel grappig, maar verliezend. Wit hoeft in de uitgangsstelling (hieronder) trouwens niet te slaan op e5. Hij kan ook afwachten. Wat gebeurt er dan?
