Zou in dit geval een taktische opstelling de schade beperkt gehouden hebben? Niet 6-2 verliezen, maar met 5-3 of nog iets meer naar het midden met 4½-3½? Ik ben niet voor die kunstmatige ingrepen, een enkel bord, iemand naar bord 1 als Woutje Weghorst in de spits kan nog, maar 1 t/m 8 omdraaien?
We gingen hard onderuit in Heemstede en het Combiteam ook zag ik aan de geplaatste koningen op de borden (1-7 zelfs, tegen Voorburg-1). Philidor Leiden-2 had tegen Het Spaarne-1 overal een ratingoverwicht.
Keimpe Knijft pakte het zo aan op bord 8. Geen spectaculaire partij, maar degelijk de stukken eraf zonder grote verwikkelingen tegen een sterkere tegenstander.
Op bord 1 moest Colleen Otten in ongeveer gelijke stelling kiezen voor een actieve of passieve verdediging. De actieve variant houdt altijd wat risico in als je je tegenstander een vrijpion geeft. Haar commentaar bij de partij:
Het Ree-gevoel:
Leo Littel op 7 had groot voordeel tegen zijn zeer jonge tegenstander die tijdens de partij van krachtige soep werd voorzien door zijn vader die op bord 2 van Loek Veenendaal won. Een paar slordige zetten van Leo vergooiden de winst. Het maakte niet meer uit voor de wedstrijd en er werd remise overeengekomen. Als de mailbox kleppert komt er misschien meer informatie over de partij. Het slotfragment heb ik genoteerd:
In mijn partij op bord 6 kwam ik 2 pionnen voor in een eindspel met ongelijke lopers. De technische winst was niet aan mij besteed. Een krachtig bouillonnetje volgende keer? Handig bracht zwart een remisestelling op het bord.
Als er nog partijen of fragmenten binnenkomen maak ik een update van het verslag.
De uitslagen en de stand in poule 4D van de KNSB. De uitgestelde ronde 6 wordt gespeeld op 28 maart 2026, na ronde 8 op 7 maart.
Afgelopen donderdag 5 februari 2026 organiseerde Bert een rapidavond met klassieke opstelling van de stukken (positie 518) in het jargon van Fischer Random. Anderen, waaronder ik, speelden in een zeskamp met diverse beginposities uit de ballenbak met 960 mogelijkheden van het Fischer Random. Vergeleken met andere verzonnen varianten van het schaakspel levert het een rijke bron van ideeën op. Ongebruikelijke matdreigingen, vreemd ongedekte velden en terreinvretende korte rokades zetten je brein aan tot frisse activiteiten. Soms staat er na 10 zetten een “gewone” geeuwstelling, want je hebt de neiging om de paarden naar f3 of f6 om te spelen en de gewone diagonalen voor je lopers te zoeken. Dat valt tegen als je alerte tegenstander wel de nieuwe mogelijkheden ziet. Het speeltempo was 15 min. + 3 sec./zet.
Spelers benaderen de openingsproblemen elk op eigen wijze. Zoek het zwakste veld bij de tegenstander (Deurloo the killer), welke pionnen moet ik opspelen om mijn stukken vrijheid te geven (Sala de ondernemer), hoe mag ik rokeren (Schilthuizen een natuurtalent). Deze waanzin heeft Bert verzonnen (Anoniem) Bert: “nee Fischer”. Als je vreemd rokeert moet je dat aankondigen en als je offert doe je dat uit beleefdheid ook (Terwee). Een groot verschil met de gewone clubavond is de geanimeerde conversatie onderling. De laatste goeie films worden besproken, luidruchtige vrolijkheid alom. Ik sprak Sybe Terwee even en die heeft daar normaal, net als ik, last van. Maar ach, je gaat vanzelf meedoen als het een beetje meezit. Sander Schilthuizen, zonder zichtbare ervaring in dit spelgenre won onze groep overtuigend. In de eerste ronde lukte mij een gelukkig mat met 3 lichte stukken tegen de altijd origineel spelende Marco Deurloo, maar daarna viel het wat tegen. Verlies tegen een ontketende Sybe, klokwinst tegen Frank Sala en kansloos eraf tegen Sander.
Met enige moeite heb ik het partijtje (vanuit positie 690) tegen Marco kunnen reconstrueren:
In de partij uit ronde 4 tegen Paul Neering kwam een eindspelletje op het bord. Ik dacht te kunnen winnen met een goed paard en pluspion tegen een loper, maar Paul keepte de boel eenvoudig tot hij een mouse-slip maakte zonder muis. Kort geleden las ik een anecdotisch commentaar over een paard dat in een eindspel bijna alle velden van het schaakbord had bezocht om te kunnen winnen. De handicap van een paard bleek het onvermogen te zijn om een tempo te winnen of verliezen. Ik heb thuis de stelling tegen Paul natuurlijk uitgeplozen met Stockfish 18 op de achtergrond. Een probleem van de engines vind ik altijd de zettenbrij, de reeks van op het oog willekeurige zetten. Het formuleren van een plan bijvoorbeeld: “zet dat paard op d3 en loop met je koning om na wat voorbereiding”, ben ik nog niet in zo’n duidelijke vorm tegengekomen. Mijn vermoeden was dat het gewonnen moest zijn en dat bleek ook bij nadere inspectie. Het eindspelletje met een relevante variant:
Van Paul kreeg ik trouwens een cursusboek “The Center” van Mikhalchishin en Mohr , een stille hint om niet alleen op flankaanval te spelen, maar strategisch gezond op het centrum en daarna….Bijna elke dag bestudeer ik nu een partij of fragment uit dat boek en sla dat met eigen en geleend commentaar op in een file. Bedankt Paul. Het is net als gezond eten.
Als de loper andere diagonalen kiest zijn er vergelijkbare winstvoeringen. De moeilijkheid zit in de dreigende zetdwangstellingen, die zich op de achtergrond afspelen.
Denkt er iemand anders over dan hoor ik dat graag.
Ik kan op Chess.com wel Fischer Random spelen en opslaan in pgn-formaat in mijn ChessBase17 , maar de partijen daarna niet naspelen. Ook het zelf kiezen van de beginopstelling lukt niet.
Wie weet raad, iets met instellingen ?
De uitslag van het gewone rapidtoernooi:
1. Jeroen Loos 3½ uit 5
2. Robert Balm, Keimpe Knijft, en Paul Ruber 3 uit 5
5. Pim Abbestee en Peter van Harn 2½ uit 5
7. Ted Bijvoets 2 uit 3
8. Piet Hein Koning 2 uit 5
9. Paul Mathot 1½ uit 5
10. Daniël Roose 0 uit 3
De uitslag van het Fischer Random Chess:
1. Sander Schilthuizen 4½ uit 5
2. Aad de Bruijn en Paul Neering 3 uit 5
4. Sybe Terwee 2 uit 5
5. Marco Deurloo 1 uit 2
6. Bert Bergshoeff 1 uit 3
7. Frank Sala ½ uit 5
De stellingen waren de nummers 690 (in ronde 1), 216 (2), 333 (3), 693 (4) en 726 (5).
Het Tata-toernooi zit er weer op. Nodirbek Abdusattorov werd de terechte winnaar van grootmeestergroep A, de jonge Andy Woodward bleef in groep B de “oude vos” Vasyl Ivanchuk (5 jaar jonger dan ik) een half punt voor.
Ik heb de afgelopen week nauwlettend in de gaten gehouden hoe onze clubgenoten het deden. Ik had graag positiever gerapporteerd, maar dit was overduidelijk niet ons jaar in Wijk aan Zee. Jan Vreeburg (in groep 3C) sloot zijn toernooi af met een remise tegen de winnaar van zijn groep, maar zal met zijn eindscore van 1½ punt zeker niet tevreden zijn. Lourens Willemsen (4C) wist de schade met 1½ in de laatste twee ronden te beperken, hij eindigde met 3½ punten op de 8ste plaats. Richard Breurkes kende aanvankelijk wel een goed toernooi, stond na 6 ronden op 4 punten, maar slechts een halfje in de laatste drie ronden wierp hem terug naar een plek in de middenmoot. Ook Frank Sala (8B) boekte twee nullen tot slot en eindigde met 4 punten als zevende.
In mijn groep, groep 7C, stonden na 8 ronden drie spelers op de gedeelde eerste plaats. Van hen zouden Michele D’elia en Lee Donghyun C elkaar in de laatste ronde treffen, maar helaas kon Michele door ziekte niet spelen en kreeg Donghyun het punt dus cadeau. De derde koploper Wilco Dado won van Max Cloosterman en zo deelden Donghyun en Wilco de eerste plaats en promoveren zij beiden naar groep 6 in Tata 2027.
Ik speelde in de laatste ronde tegen Hans Huson, een goede bekende van me, vast deelnemer aan het Kennemer Open. De verliezer van deze partij zou laatste worden in de groep, er zijn eervollere uitdagingen denkbaar, maar we gingen ervoor.
Na afloop zat ik er een beetje verbouwereerd bij. Hoe was het mogelijk dat ik ook deze partij nog verloren had? Een ouderwets gevalletje van prima uit de opening komen, bij iedere zet je stelling een fractie verslechteren en in het eindspel alles verknoeien. Aan het einde van het toernooi was er niet nog een klein lichtpuntje voor mij, ik ben blijven steken op de magere score van vier remises en vijf nederlagen.
Ik neem jullie mee door mijn laatste partij, een analyse die bedoeld is om vooral een therapeutisch karakter te hebben.
Als je op een middag als vanmiddag de toernooizaal bezoekt zie je uit veel ernstig kijkende hoofden, vaak verborgen tussen twee handen (naast, onder of bovenop het hoofd), continu ogen over het bord dwalen. Na afloop van een lange partij zijn sommige schakers naar eigen zeggen totaal gesloopt. Wat een inspanning, wat een moeilijk spel, wat een opluchting als de kwelling er weer op zit.
Er zijn er ook die er veel luchtiger tegenaan kijken. Zij zien het spel als een puzzeltje, overzichtelijk op de 64 velden van het bord. Geen verborgen geheimen, alles wat er is staat voor je op tafel, ze hebben uren de tijd om hun zetten te bedenken en als zij gezet hebben wachten ze rustig af tot hun tegenstander weer iets bedacht heeft, ondertussen bedenkend wat de beste voortzetting is. Zij zitten meestal wat rechterop achter hun bord, armen over elkaar of losjes op tafel, ontspannen maar geconcentreerd naar het bord kijkend.
Toch komen beide categorieën schakers heel erg overeen. Na de partij zitten ze vol verhalen over het zojuist gespeelde spel. Tegen vrienden en bekenden vertellen ze vol vuur hoe ze het paard van hun tegenstander door middel van een slimme penning wisten te veroveren en daarna de koningsstelling oprolden. Hele series van gespeelde zetten rollen over hun lippen terwijl de meeste toehoorders geen flauw benul hebben hoe de stelling was, maar wel beleefd knikken alsof ze het precies kunnen volgen. Zij zijn namelijk ook schakers.
Ik hoor, denk ik, meer bij de tweede categorie. Mijn partij duurde bijna vier uur vanmiddag, maar gesloopt voelde ik me niet. Het was een zeker een zware pot, ik stond ook heel slecht op een bepaald moment, maar hield mijn hoofd erbij, vocht voor mijn kansen, kreeg die ook en werd beloond. Ik had graag mijn eerste overwinning behaald, dat zat er helaas niet in, maar deze remise voelde wel als een overwinning. En ik geef toe, het is deze week wel eens wat minder prettig afgelopen voor me, maar ik voelde me toen niet anders. Fijn om er ontspannen in te zitten, maar ik denk wel eens, zou je niet een betere schaker zijn als je alles wat intenser beleefde. Ik weet niet of ik het zou kunnen.
Nadat mijn partijen in de eerste zeven ronden slechts 41, 34, 22, 34, 24, 29 en 30 zetten duurden speelde ik vandaag eindelijk eens een lekker eindspel. Op zet 64 besloten mijn tegenstander en ik wegens zetherhaling of aankomende zetherhaling (we hebben het niet eens gecontroleerd) tot remise. En daar was ik in dit geval zeer tevreden mee, want het spel was inderdaad uitgespeeld. Allebei fouten gemaakt, maar allebei ook veerkracht getoond, we waren even goed of even slecht, beoordelen jullie het maar:
Recente reacties