Dag 7 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Het leuke en tamelijk unieke van de tienkampen op het Tata-toernooi is dat je in gesloten groepen speelt. Tien spelers van ongeveer gelijke sterkte spelen allemaal een keer tegen elkaar. Na een paar dagen ken je de spelers in je groep, groet je elkaar bij de voornaam, deel je schouderklopjes uit als er op het bord naast je iets moois gebeurt en vorm je zo bijna een soort gezinnetje in die grote toernooizaal, de familie 7C.

Vergelijk dat met andere 9-rondige toernooien, die allemaal in grote groepen worden gespeeld met een indeling volgens het Zwitsers systeem. Dan zijn lang niet alle partijen even intens (want de krachtsverschillen zijn groter) en je speelt soms tegen tegenstanders die je van gezicht niet eens kent, ze kunnen gisteren zomaar vijftien borden hoger of lager hebben gezeten dan jij.

Het is voor mij dit jaar niet echt van toepassing, want ik bungel al het hele toernooi onderaan de ranglijst, maar de meeste spelers zijn bij Tata in deze fase nog in de race voor een top 3-plek en dan is wat er op alle vijf borden gebeurt van belang. Iedereen is je concurrent en je weet ook dat minstens de helft van je concurrenten puntverlies gaat leiden. Wie, dat is interessant en als je zelf wint dan schiet je omhoog in de stand.

Deze vorm, gesloten groepen, is dus erg aantrekkelijk, maar organisatorisch ook erg bewerkelijk. Je kunt geen byes toestaan, het aantal deelnemers moet steeds een veelvoud van tien zijn en je hebt per groep voldoende spelers van ongeveer gelijke sterkte nodig. Zwitsers is veel flexibeler en het is dus begrijpelijk dat organisatoren meestal daarvoor kiezen.

Het systeem van gesloten groepen kom je verder eigenlijk alleen tegen in vierkampentoernooien, die om die reden ook erg populair zijn. Maar ja, dat duurt maar drie ronden en vaak maar twee dagen. Ook voor de interne competitie zou het een droom zijn om eens in een gesloten tienkamp te spelen, maar hoe krijg je een voldoende homogene groep bij elkaar en wie garandeert je dat alle spelers op negen vooraf afgesproken donderdagavonden allemaal aanwezig zijn? En waar laat je de spelers die er elke week zijn op de andere dagen om spelen? Ideeën te over, praktische problemen des te meer, maar als er iemand een goed plan heeft ben ik alvast vóór!

Terug naar vandaag. Het was al geen geweldig goed toernooi voor de vijf deelnemers van Het Spaarne, maar vandaag beleefden we qua uitslagen zo mogelijk het dieptepunt. Frank speelde remise, de anderen verloren allemaal. Ik heb natuurlijk weer niemand gesproken, dus misschien is wat er werkelijk gebeurd is wel helemaal niet zo dramatisch, maar hoe dan ook, we zijn voor de laatste twee dagen wel aan wat puntjes toe.

Mijn eigen partij verliep erg teleurstellend. Ik speelde te voorzichtig in de opening, deed daarna een paar positioneel slechte zetten, nam vervolgens te veel risico’s om weer terug in de partij te komen en werd daarvoor hard afgestraft. Kortom, slecht gespeeld, terecht verloren.

Dag 6 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Voor de tweede dag op rij is een partij van mij vroegtijdig geëindigd doordat ik een remise-aanbod niet meende te kunnen weigeren. De stelling na zet 29 van wit was gelijkwaardig, met kansen en gevaren voor beide spelers en het had nog een heroïsch gevecht kunnen worden als we hadden doorgespeeld. Maar ik ben blij dat ik niet verloren heb, ervaar het remise-aanbod als een erkenning van mijn tegenstander dat hij van mij niet kan winnen, vind het alleen een beetje jammer dat we van deze partij het eindspel (in mijn belevenis de interessantste fase van een schaakpartij) niet gezien hebben.

Het probleem met remise aanbieden is dat het de hele dynamiek van een partij verandert. Tot het moment van het aanbod ben je gewoon allebei je beste beentje aan het voorzetten en vecht je om de winst, daarna (als je het aanbod zou hebben geweigerd) ben jij ineens degene van de twee die blijkbaar méér dan remise wil. Je zou dan eigenlijk gewoon moeten doorspelen alsof er geen remise-aanbod geweest is, maar psychologisch ben je in het nadeel omdat je bij iedere minder geslaagde zet het halfje dat je al had kunnen hebben op het spel zet. Dat laatste geldt natuurlijk ook voor degene die het remise-aanbod heeft gedaan, maar ja, díe heeft zijn kaarten al op tafel gelegd. Tevens voel je na het weigeren van het aanbod meer drang om (onverantwoorde) risico’s te nemen, want je wilt immers, en nu zeker, winnen. Ik ervaar het aanbieden van remise dan ook meer en meer als spelbederf!

Ik ben natuurlijk geen groentje, weet dat de spelregels het toestaan om remise aan te bieden en dat het één van de wapens is die we tot onze beschikking hebben, maar toch ben ik blij dat in de grootmeestergroepen dit jaar remise aanbieden vóór de veertigste zet niet meer is toegestaan. Het zou een verrijking zijn als die lijn ook naar de amateurtoernooien zou worden doorgetrokken.

Het blijft sowieso een vreemde regel. In welke andere sport kun je halverwege de wedstrijd nou zeggen, hé, we zijn allebei blij met een puntendeling, we houden ermee op en noteren dat we gelijk gespeeld hebben. Dan zou de term matchfixing vallen, schande!

Ik heb om die reden mezelf al een tijdje geleden voorgenomen om, uitgezonderd misschien soms eens in teamwedstrijden, nooit meer remise aan te bieden en daar heb ik me tot nu toe aan gehouden. Fase 2 wordt dat ik ook steeds vaker een remise-aanbod wil gaan weigeren. Dat heb ik intussen al een paar keer (en zonder spijt achteraf) gedaan, maar de situatie in de partij van vanmiddag vond ik daarvoor niet geschikt. Ik moet ook wel een beetje overleven in dit toptoernooi, hè.

Voor de statistiek nog even de resultaten van onze clubgenoten van vandaag: Lourens en Richard wonnen, Frank remise, Jan verloor.

Donderdag is een rustdag (maar er is wel clubavond in de Laan van Berlijn), vrijdag, zaterdag en zondag zijn de drie slotronden. Ik heb nu drie keer verloren, drie keer remise gespeeld, dus dit wordt nu drie keer ……… .

Dag 5 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

De afgelopen drie dagen ben ik op de fiets naar het toernooi geweest. Bij droog en niet al te winderig weer is de fiets een heel comfortabel vervoermiddel. Vanuit Schalkwijk naar Wijk aan Zee is het ruim anderhalf uur fietsen, maar je moet er wel rekening mee houden dat de pont over het Noordzeekanaal maar eens in de twintig minuten vaart. Voor vandaag werd er regen verwacht (en dat kwam er ook), daarom heb ik de bus maar eens genomen. Bus 73 vertrekt zowat bij mij voor de deur en brengt me in 50 minuten rechtstreeks naar station Beverwijk. Van daaruit kun je met de 75 of 78 verder naar Wijk aan Zee, maar die lijnen sluiten hoogst zelden goed aan op de 73. Als je op tijd bent kun je ook gaan lopen en dat doe ik ook vaak. Wat opvalt als je met de  bus over de snelweg en door de Velsertunnel gaat is dat de afstand ineens veel groter lijkt dan wanneer je fietst. Echt naast de deur is de locatie niet, maar overdag is het allemaal goed te doen. Nog eens kijken hoe we het gaan doen als we volgende maand op een dinsdagavond met Het Spaarne N3 de uitwedstrijd tegen Het Paard van Ree spelen.

Vandaag wist Frank Sala (groep 8B) weer eens te winnen en speelde Richard Breurkes (6F) voor de vierde keer remise. Zij staan beiden nu op 3 punten (uit 5) en spelen dus een prima toernooi. In de hogere groepen noteerden we voor Jan Vreeburg (3C) en Lourens Willemsen (4C) een derde nul. Net als voor mijzelf (7C) bestaat de schamele oogst tot nu toe voor ons alle drie uit twee remises.

Die tweede remise boekte ik vandaag tegen de enige jeugdspeler in mijn groep, de 12-jarige Max Cloosterman uit Nijmegen. Na wat me gisteren was overkomen was ik extra gemotiveerd om weer eens een solide partij te spelen, maar toch kon ik niet voorkomen dat mijn koningsstelling zwaar onder vuur kwam te liggen. Door nauwkeurig te verdedigen wist ik net overeind te blijven, maar dat kostte me een hoop bedenktijd. Toch had mijn tegenstander blijkbaar ook niet meer zo’n fudicie in zijn aanvalskansen, want met nog 12 minuten op mijn klok (en 16 zetten te spelen tot de eerste tijdcontrole) en meer dan een uur voor hemzelf bood hij plotseling remise aan. Ik heb daar nog even drie minuten serieus over nagedacht, maar ik wist eigenlijk al dat ik dat ging accepteren. Tel je zegeningen.

Dag 4 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Het is schaakfeest in Wijk aan Zee, maar och arme, wat zijn die tegenstanders goed. Ook vandaag moeten we het weer doen met slechts 1½ uit 5. Halfjes voor Jan, Lourens en Richard, nederlagen voor Frank en mij.

Het was een rustdag in de grootmeestergroepen A en B. Ik blijf ze toch maar bij hun originele naam noemen, snap werkelijk niet dat al die wereldsterren dat zo maar geaccepteerd hebben. Een gemiddeld weekendtoernooi heeft wel een Masters en Challengers groep en daar spelen niet de klasbakken in die zij wel zijn. En bovendien de term Masters is in schaken juist bedoeld om de categorie onder de Grandmasters aan te duiden.

Van die vrije dag was in Het Hoge Duin niets te merken. Het was een ronde als alle andere. Honderdtachtig schakers in een grote zaal, soms iets te dicht op elkaar en de hele situatie werd zoals gewoonlijk prima geleid door een klein team toparbiters. Dat geeft me de gelegenheid of nog eens een ander lid van Het Spaarne te noemen, want de constante factor in dat team arbiters is Joost Jansen. Iedere dag schuift een andere assistent aan, maar Joost is er altijd. Ik denk wel eens, in zijn eentje zou hij het ook nog wel redden.

In mijn partij van vanmiddag was het vuurwerk op het bord. Zwart rokeerde kort, wit lang en dan weet je het wordt een race wie het initiatief neemt en houdt. Tot mijn teleurstelling moet ik vaststellen dat ik op het beslissende moment weer gigantisch geblunderd heb, al is deze blunder wel van een andere orde dan die in ronde 2. Ik schaam me ook niet zo zeer voor deze partij, maar wel voor de naïeve manier waarop ik de tegenaanval niet heb zien aankomen. Hoe gek het er ook uitziet, maar na zet 23 staat wit met de koning op a2, de loper op c1 en het paard op c3 redelijk veilig, terwijl ik nog dacht,  een paar zetten en dan stort de hele boel in. Een tunnelvisie die de aandacht voor wat er over de h-lijn allemaal mogelijk was belemmerde en waarmee ik mezelf behoorlijk te schande zette.

Dag 3 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Vandaag noteerden we de eerste twee overwinningen. Richard en Frank wonnen hun derde partij en zij staan na 3 ronden op een keurige twee punten. Helaas waren er ook twee nederlagen, voor Jan en Lourens. Ik kwam zelf als laatste van de nul af door een remise. Wij drie staan nu nog maar op een schamel halfje; veel te repareren in de volgende zes ronden. Robert heeft zich wegens familie-omstandigheden moeten terugtrekken uit het toernooi.

Het Tata-toernooi kent dit jaar twee speellocaties, De Moriaan en Strandhotel Het Hoge Duin. Ik speel zelf in Het Hoge Duin en daar zie ik alleen Frank dagelijks. Het is er nog niet van gekomen om ook even in de Moriaan langs te gaan, dus de samenvatting van die uitslagen die ik hier iedere dag geef is puur scorebordjournalistiek. Wellicht kan ik de volgende ronde ook eens een partij van een van de clubgenoten laten zien.

Grappig, bij binnenkomst in Het Hoge Duin, nadat je eerst de klim hebt gemaakt naar … jawel … het hoge duin, bevind je je op de vierde verdieping, terwijl je voor de speelzaal op de tweede verdieping moet zijn. Dan denk je, de eerste drie verdiepingen zullen wel ondergronds zijn. Nee, je moet twee verdiepingen naar boven. Anders dan bij vrijwel alle andere gebouwen die ik ken nummeren ze hier de etages van boven (1) naar beneden (4). En hoe langer ik daar over nadenk, waarom vinden we dat eigenlijk zo vreemd?

Mijn tegenstandster van vandaag was een Belgische van beneden de taalgrens, ze is dus Franstalig. Ze had haar eerste twee partijen gewonnen. Na de spectaculaire partij van gisteren was ik vandaag van plan om eens wat minder avontuurlijk te spelen en terug te vallen op een van mijn betwistbare motto’s: de beste kans om te winnen is door niet op winst te spelen. Nou, daar komt dan ook wel eens een zouteloze partij uit en nadat we op zet 20 zetten begonnen te herhalen, keken we elkaar aan en kwamen we met een grote glimlach remise overeen.

Dag 2 van de tienkampen Tata Steel Chess Tournament

Twee weken geleden is Jaap Loos overleden, mijn clubgenoot bij De Raadsheer in Amsterdam. Jaap was van geboortejaar 1937, maar dat weerhield hem er niet van om een van de meest trouwe bezoekers van de clubavond te zijn. Voordat hij zich aansloot bij De Raadsheer was hij lid van ODI uit Badhoevedorp, waar hij de clubgenoot was van Paul Neering en dat verklaart waarom Paul Jeroen Loos (geen familie) vaak Jaap noemde. Ik heb in de loop der tijd zeker 10 à 15 partijen met Jaap gespeeld en ik denk dat we ongeveer gelijkwaardig waren, maar ik ga dit verhaal niet bederven met feiten. Jaap was ook mijn teammaat in het derde team en vaak gingen we na uitwedstrijden in de Pijp, de Bijlmer of Zuid samen met het openbaar vervoer terug naar het Centraal Station. Van daaruit wist hij de weg naar zijn huis in Amsterdam-Noord wel, maar elders in de stad was hij niet zeker of hij in het donker de juiste tram, bus of metro kon vinden. In december kregen we bericht dat hij was getroffen door een beroerte, een maand later werd een longontsteking daar overheen hem fataal. Een In Memoriam is te lezen op de site van Schaakvereniging De Raadsheer (even wachten tot de startpagina geladen is, dan lees je meteen het bericht).

Op dag 2 van de tienkampen waren onze resultaten iets beter dan gisteren. Richard en Frank speelden opnieuw remise. Jan en Lourens behaalden hun eerste halfje. Robert en ik moesten een tweede nul incasseren. De uitslagen zijn nog niet geweldig, maar we blijven optimistisch: er zijn nog 7 ronden te spelen, alles is nog mogelijk.

Waarom vertelde ik dat hele verhaal over Jaap Loos? Als je tegen hem speelde wenste hij je vooraf altijd een “interessante partij” toe. Ik ben erg trots op mijn partij van vanmiddag. Ik ga niet beweren dat ik hem speelde in Jaaps stijl, maar hij zou er zeker van genoten hebben: aanvallend, verrassend en met risico, kortom een zeer interessante partij. Helaas eindigde het met een fatale en onnodige blunder van mijn kant en ook dat gebeurde Jaap nog wel eens.

Op weg naar huis bedacht ik dat de term “unforced error” wel heel erg van toepassing is op die laatste zet van me. In tennisverslagen lees je die term zo vaak en naar mijn eigenwijze mening meestal onterecht. Als aan het eind van een slagenwisseling een van de tennissers de bal uit slaat noemen ze dat een unforced error, terwijl het volgens mij juist een forced error is: de tegenstander speelt de bal steeds scherper en iedere keer lukt het je nog om de bal binnen de lijnen te houden, maar op een keer niet meer. Tuurlijk, ze slaan ook wel eens totaal onnodig de bal uit, maar meestal is het forced. Ik ben geen tennisser, dus laat ik mijn mond maar houden. Ik kan wel een beetje schaken en dit was echt totaal onnodig. Jammer, goed slapen, morgen weer een kans.