| 28 april 2016 |
Uitslag Clubkampioenschap Snelschaken 28-04-2016
No. PNo. Name R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 R12 R13 Score
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. 8 Paul Ruber 7b1 - 9w1 10b½ 11w1 12b1 13w1 1b1 2w1 3b1 4w1 5b1 6w1 11.5
2. 2 Loek Veenendaal 13w1 1b½ - 3w1 4b0 5w1 6b1 7w½ 8b0 9w1 10b½ 11w1 12b1 8.5
9 Sander Schilthuizen 6b1 7w1 8b0 - 10w1 11b½ 12w1 13b1 1w½ 2b0 3w½ 4b1 5w1 8.5
4. 4 Aad de Bruijn 11w1 12b½ 13w1 1b1 2w1 3b0 - 5w1 6b1 7w1 8b0 9w0 10b0 7.5
5. 10 Robert Balm 5b1 6w0 7b1 8w½ 9b0 - 11w0 12b0 13w1 1b1 2w½ 3b1 4w1 7.0
6. 1 Paul Neering - 2w½ 3b1 4w0 5b0 6w1 7b1 8w0 9b½ 10w0 11b1 12w1 13b½ 6.5
7. 7 Rob de Haan 8w0 9b0 10w0 11b1 12w0 13b1 1w0 2b½ 3w1 4b0 5w1 6b1 - 5.5
11 Bert Bergshoeff 4b0 5w1 6b1 7w0 8b0 9w½ 10b1 - 12w1 13b1 1w0 2b0 3w0 5.5
12 Paul Mathot 3b1 4w½ 5b0 6w1 7b1 8w0 9b0 10w1 11b0 - 13w1 1b0 2w0 5.5
10. 5 Florin Omota 10w0 11b0 12w1 13b1 1w1 2b0 3w1 4b0 - 6w1 7b0 8w0 9b0 5.0
11. 6 Peter van Harn 9w0 10b1 11w0 12b0 13w1 1b0 2w0 3b1 4w0 5b0 - 7w0 8b0 3.0
12. 3 Frank Sala 12w0 13b0 1w0 2b0 - 4w1 5b0 6w0 7b0 8w0 9b½ 10w0 11b1 2.5
13. 13 André Fivet 2b0 3w1 4b0 5w0 6b0 7w0 8b0 9w0 10b0 11w0 12b0 - 1w½ 1.5
|
Impressies van een ontsnappingswedstrijd
Een kwartiertje na twee uur kwam ik zaterdag 23 april het Denksportcentrum binnen en zag ik onze schaaktop gewikkeld in een heroïsche simultaanstrijd, tegen het derde team van De Waagtoren en tegen het degradatiespook. Op beide “borden” liep het tenslotte goed af, maar voor het ontlopen van de degradatie was hulp van een derde partij nodig: het team van De Uil uit Hillegom, dat zo vriendelijk was om onze gevaarlijke concurrent Heerhugowaard te verslaan.
Sander heeft elke partij die in “onze” wedstrijd werd gespeeld al kort becommentarieerd. Grappig is dat ik na de 80 minuten dat ik er bij was, soms een wat andere indruk had van de kansen van onze spelers. Maar dat was niet het geval bij Paul Neering, die inderdaad heel veel tijd had geïnvesteerd in de opbouw van een dreigende stelling, moest aanzien dat de aanval doodliep, maar toch wel wat kansen behield. Bij mijn vertrek (tegen 16 uur) was ik er, gezien de klok en Pauls eerdere resultaten, niet gerust op dat het niet scheef zou kunnen gaan.
Op dat moment had Fer (zwart) nog geen pion voordeel, maar schatte ik de kansen gelijk in. Een half uur daarvoor hield ik mijn hart nog vast, want Sandra Keetman kwam met f2-f4-f5 dreigend opzetten. Misschien was de “bevrijdende” opstoot naar e5 van Fer iets te vroeg geweest. Zijn zetten Lc8-f5-c8 boezemden mij niet echt vertrouwen in. Maar Fer kon de aanval afwimpelen en toen zag ik het halfje wel komen. Beide opponenten vond ik nogal “uithuizig”: na het zetten verlieten ze heel vaak hun bord.
Dat was zeker niet zo bij Loek. Die was geconcentreerd bezig en leek mij met een interessante opzet wel een kansrijk initiatief te hebben. De vijandelijke koningsvleugel was kwetsbaar. Maar vrij plotseling keerden de kansen. Door een zwarte actie in het centrum werd dameruil afgedwongen en werd Loeks koning het vrije veld (naar c4!) ingestuurd. Ik zag het toen eigenlijk somber in. Sander beschreef echter dat Loek later in de partij de winst liet liggen!
In de stelling van Sander zag ik contouren van het Gruenfeld-Indisch (is het Londensysteem daarvan een onderdeel?) en de rijke ervaring van onze man met die opening stond mijns inziens borg voor een solide partij. Inderdaad zag ik hem op de damevleugel een pion buit maken na een onvoorzichtige witte opmars. Dat dit voordeel niet kon worden vastgehouden, heb ik niet meer gezien: ik dacht al aan een overwinning op dit bord.
Inmiddels had ik al gezien hoe Frans met zijn tegenstander afrekende. Nadat hij de kwaliteit had geïncasseerd leek het mij op zeker moment nog even spannend door de zwarte druk tegen f2 en een eventuele uitval van zwart naar de onderste lijn. Maar Frans had de tactische zaken blijkbaar goed in de hand, want zwart berustte in dameruil en stond toen een toren achter. Het eerste winstpunt was binnen!
Aad had ondertussen in zijn partij een isolani op e6 aanvaard, maar het leek mij dat hij langs de f-lijn voortreffelijke kansen had gekregen. Ik zag het dus zonnig in en was verbaasd in het verslag te lezen dat het nog kantje boord was geworden. Het leek mij dat Leo met wit een nogal tamme variant van het Konings-Indisch op het bord had gezet. Juist voor ik vertrok, zag ik hem Pc3-d5 spelen. Ik veronderstelde dat het wel goed was uitgerekend en dacht dat de meest waarschijnlijke uitslag wel remise zou zijn.
Tenslotte de zwartpartij van Colleen. Haar opzet leek mij eerst wat riskant, maar toen ze eenmaal (kort) had gerokeerd, en haar tegenstander lang, zag ik het helemaal zitten. De witte koningsstelling werd verzwakt, de zwarte a-pion rukte op: dat zou wel eens een winstpunt kunnen worden.
Samengevat: na drie uur spelen leek het deze kiebitzer dat er een goede kans op de overwinning inzat. Maar 6-2? Nee, dat had ik niet verwacht.
Rob de Haan.
Spaarne 1 handhaaft zich in promotieklasse Ronde 9: S.V. Het Spaarne 1 - De Waagtoren 3: 6 - 2
Tja, de promotieklasse. We bleven er gisteren in. Ternauwernood. Een grappenmaker beweerde op de zojuist begonnen zaterdagavond onder het genot van een Belgisch biertje dat we kampioen hadden moeten worden om niet te degraderen! Dat is natuurlijk gekkigheid. Wel een aparte ervaring om 6e te worden in de wetenschap dat een 7e plaats fataal had kunnen zijn. We degradeerden niet dankzij een ruime 6-2-overwinning op De Waagtoren 3.
Sommige bozig ingestelde tongen uit de kop van Noord-Holland beweren wel eens dat Het Spaarne niet het niveau voor die klasse heeft. Zou heel goed kunnen als we eens terugkijken naar de prestaties van de staartborden. Fer en Loek scoorden 3 uit 9, Paul Neering en ik zelfs maar 2,5 uit 9. Ikzelf zat een heel seizoen lang op 4 en vooral 5 en bakte er in de laatste vier ronden weinig van: 0 uit 4 op een rij (openingsvalletjes, pion minder in een eindspel, kansloos weggetikt). Waar het aan ligt? Geen idee. Het niveau! :)
De topborden presteerden uitstekend. Colleen Otten eindigde op 5,5 uit 9 en was wellicht niet helemaal tevreden over de door haar gespeelde partijen. Het zat niet altijd mee. Aad de Bruijn speelde een solide seizoen, pakte de punten wanneer dat kon en moest, en eindigde op 5,5 uit 9. Frans Arp speelde frivool als altijd op combinatoir geweld en wist menig maal zijn tegenstanders een rad voor ogen te draaien. Leo Littel werd de topscorer van ons “kneuzenteam”, enige ironie kan geen kwaad gelet op de reputatie die we in sommige schaakregionen genieten, met 6,5 uit 9. Hij had soms wat geluk, maar speelde anderzijds ook geconcentreerd en strategisch weloverwogen, met een redelijk goed tijdgebruik.
Terug naar de wedstrijd tegen de Waagtoren.
Frans Arp was als eerste klaar. Zijn tegenstander accepteerde een schijnoffer en verloor spoedig daarna de kwaliteit. Hij speelde nog even door, maar kon niet ontsnappen aan de nederlaag. De materiële achterstand, inmiddels gegroeid tot een toren tegen twee pionnen, was te groot.
Colleen Otten won op bord 1 tamelijk geruisloos van Alex Albrecht, die volgens haar “van zichzelf verloor”. Ik heb weinig van de partij gezien. Op bord 2 had Leo Littel zich in een bedenkelijke stand gemanoeuvreerd, maar wist met enig geluk de remisehaven te bereiken: 2,5 – 0,5.
Ikzelf speelde op bord 5 een solide partij tegen het Londensysteem, won een pion. Loswerken was echter lastig en toen de witspeler (Marten Coerts) de pion terugwon zat er niet meer in dan remise aan te bieden. De staartborden stonden er op dat moment goed voor. Mijn tegenstander speelde daarom noodgedwongen door, al was dat slechts een zet of vijf voordat hij inzag dat een puntendeling onvermijdelijk was.
Loek Veenendaal had op dat moment een gewonnen toreneindspel in handen met een vrijpion op g7 en nog eentje op de a-lijn (die zich ook nog eens achter een pionmuurtje van zwart bevond (c7-c6)). Op zich was het een klein wonder dat hij die stand had bereikt, want in het middenspel vergiste hij zich deerlijk in de zwarte opstoot d5-d4 waarop zijn paard van c3 naar a2 moest (Pc3-d1? d4-d3+ en de toren op a1 hangt vanwege de zwarte dame op e5).
Mede onder druk van de klok had de zwartspeler, Ruud Niewenhuis, de grip op de stelling enigszins verloren. Loek verzuimde echter om het toreneindspel te verzilveren.
Er was namelijk nog een zwarte vrijpion op a3 die hij eerst links liet liggen door zijn eigen a-pion op te laten stomen naar a6. Daar ging de pion verloren omdat zwart de bewaking van pion g7 omwisselde (koning ipv toren) en toen met zijn toren de witte a-pion opat, niet nadat de witte koning gedwongen was op de a-lijn te gaan staan (a3-a2, Kb2xa2).
Fer Mesman speelde op bord 7 een Scandinavier tegen Sandra Keetman, verwierf zich een pluspion en bood op een gunstig moment remise aan.
Waarschijnlijk had Paul Neering toen al gewonnen op bord 8. Met wit wilde hij storm lopen tegen de zwarte koning in de Oostenrijkse aanval van de Pirc. De aanval verzandde echter. Het dameloze middenspel dat resteerde bood genoeg aanknopingspunten om stap-voor-stap door te spelen. Paul bood echter remise aan, gelet op de score van 1,5 uit 8 die hij op dat moment had, en praktischer, gelet op zijn tijdverbruik. Niet helemaal helder waren ook de mogelijkheden en onmogelijkheden van zijn eigen stukken, vond hij zelf. Zijn tegenstander sloeg met het oog op de stand in de wedstrijd het aanbod af. Uiteindelijk wist Paul een gewonnen eindspel te bereiken waarin een vrije a-pion en actievere stukken de doorslag gaven.
Tot slot resteerde nog de partij van Aad de Bruijn tegen Albert van der Meiden. Met zwart had Aad lange tijd een moeizame stand te verdedigen met onder andere een zwakkere pionnenstructuur (isolani op e6). Er ontstond een eindspel van loper tegen paard met twee vervaarlijke witte vrijpionnen, Aad had er echter ook eentje op de koningsvleugel. Hij wist dit eindspel tenslotte nog te winnen. Veel van die slotfase heeft uw verslaggever echter niet meegemaakt, omdat de eigen partij nagespeeld moest worden.
Dit resulteerde in een ruime 6-2! Zo’n zege had in de wintermaanden wellicht een heilzame invloed gehad op de teamprestaties, en hadden er meer wedstrijdpunten in gezeten, nu was het toch vooral een goed bevochten overwinning. Op de valreep.
Geschreven door: Sander Schilthuizen
| S.V. Het Spaarne | 1899 | De Waagtoren 3 | 1822 | 6 | 2 | |
| 1. | Colleen Otten | 2083 | Alex Albrecht | 1874 | 1 | 0 |
| 2. | Leo Littel | 1954 | David Baanstra | 1866 | ½ | ½ |
| 3. | Aad de Bruijn | 1926 | Albert van der Meiden | 1796 | 1 | 0 |
| 4. | Frans Arp | 1968 | Egbert van Oene | 1856 | 1 | 0 |
| 5. | Sander Schilthuizen | 1871 | Marten Coerts | 1821 | ½ | ½ |
| 6. | Loek Veenendaal | 1939 | Ruud Niewenhuis | 1868 | ½ | ½ |
| 7. | Fer Mesman | 1716 | Sandra Keetman | 1702 | ½ | ½ |
| 8. | Paul Neering | 1737 | Johan Plooijer | 1800 | 1 | 0 |