KC3 begint seizoen met gelijk spel

8 oktober 2007 (door Rob de Haan)

Half september al begon dit jaar de KNSB-competitie 2007-2008. Het besluit om de spelers van de verenigingen Bloemendaal, Het Spaarne en Chesscool niet meer uit elkaar te houden, leidde tot een versterking van het eerste team van de Kennemer Combinatie, een grotendeels “gecontinueerd” tweede team en een verrassende opstelling van het derde achttal. Daarin spelen namelijk enkele gestaalde kaders van Het Spaarne en vier jeugdige talenten. Afgaande op de laatst bekende rating van de spelers in vergelijking met die van de concurrenten, is er niet veel reden tot optimisme over de te behalen resultaten, maar wat zegt rating eigenlijk bij jeugdspelers, die zich soms razendsnel ontwikkelen tot geduchte teamplayers?
In de eerste ronde ontvingen wij “thuis”, d.w.z. in Café-Restaurant Vreeburg aan het Kerkplein in Bloemendaal, het team van Moerkapelle. Zeker niet de gevaarlijkste tegenstander uit de klasse 3E, als je de ratingcijfers (te) serieus neemt. Er zouden matchpunten gepakt moeten worden! In deze opzet zijn we maar half geslaagd.
Het begon verkeerd met de vooruit gespeelde partij van Frans Arp (wit). Drie maal sloeg hij een remise-aanbod van zijn tegenstander af, omdat hij in de aanval dacht te kunnen winnen. De beide koningen stonden tenslotte op de f-, g- en h-lijn met een paar officieren maar zonder enige pionnenbescherming, in het kruisvuur van de zware stukken. Tenslotte greep Frans mis en kwam de stand op 0-1.
Wouter Roggeveen scoorde aan het achtste bord de eerste gelijkmaker. Hij ontmoette daar een invaller die al op de vijfde zet (met zwart) een pion verloor….of offerde? Het leek op het laatste, maar afgaande op het partijverloop moet toch tot het eerste geconcludeerd worden. Zonder moeite, aldus Wouter, kon hij de vis op het droge trekken.
Aad de Bruijn (zwart, op het eerste bord) wist al op de 13e zet de dames te ruilen en vijf zetten later stond het eindspel duidelijk op remise. Van beide kanten was er wel goed over nagedacht, want er was totaal zo’n twee-en-een-half uur bedenktijd in gaan zitten! De strijd werd voortgezet, maar voordeel kon niet worden behaald, zodat tenslotte -toen de tijd begon te dringen- na een zetherhaling de vrede werd getekend.
Ook bij Tim Roosink (zwart op het zevende bord) was na 18 zetten een eindspel ontstaan, dit keer met van beide kanten naast een half dozijn pionnen een toren en een (ongelijke) loper, waarin zwart toch het iets betere spel had. Maar wit kreeg de kans om het initiatief over te nemen en tegen de eerste tijdcontrole kostte dat zwart een pion. De pogingen van wit om de gecreërde vrijpion te laten promoveren waren vruchteloos en Tim kreeg zijn pion weer terug. Opnieuw won wit , nadat het er even dreigend voor hem had uitgezien, een pion, maar toen waren de torens al geruild, zodat remise het logisch resultaat was.
Onze jongelingen op het vijfde en zesde bord verloren, maar wel op een heel verschillende manier. Max Kerkvliet kwam met zwart in een slecht bekend staande variant terecht. Hij gaf zijn tegenstander al na 17 zetten gelegenheid om de bescherming van de koning te ontmantelen en verloor een pion, terwijl de witte aanval voortduurde. Een grappig intermezzo, met een kwaliteitsoffer en terugwinst van dat materiaal leverde tenslotte niets op. Max werd regelmatig uitgeteld. Hicham Boulahfa (wit) daarentegen zette zijn tegenstander onder grote druk. Het leek erop dat hij snel in de aanval zou winnen. Hij had echter niet tijdig voor een luchtgat van de koning gezorgd, hetgeen zwart kansen gaf op onderste lijn-combinaties. Op een gegeven moment begon zwart met de uitvoering daarvan en Hicham capituleerde omdat hij geen uitweg zag. Het verhaal gaat echter dat er een gat in de combinatie zat. Of dat werkelijk zo is, moet nog uitgezocht worden.
Gelukkig wisten Ronald Keizer en Gerard Snijders op de borden 3 en 4 de stand weer geheel recht te trekken. Gerard had zijn partij (te) rustig opgezet en het leek er niet op dat dit meer dan een half punt zou kunnen opleveren. Maar zijn tegenstander (Van Ommeren) had ook al niet voor een luchtgat gezorgd, hetgeen Gerard gelegenheid gaf met een pion meer een toreneindspel binnen te zeilen. Zwart bezette echter met zijn toren de tweede rij en het was niet duidelijk hoe wit moest winnen. Van Ommeren gaf wit echter de kans om de koning via d2 en c3 naar het centrum te laten ontsnappen en verzuimde vervolgens de mogelijkheid om de pionnen op de koningsvleugel te ruilen. De opmars Kd4-e5-d6 bleek toen beslissend.
Ook Ronald zette (met zwart) zijn partij rustig op. In reactie daarop bracht wit een toren naar h3 en probeerde met de opmars van zijn f-pion een aanval op te zetten. Een onoplettendheid gaf zwart echter de kans op een vork: hij won een kleine kwaliteit (twee paarden voor een toren). Alle pogingen van wit om het tij nog te keren, liepen vervolgens op niets uit: zwart won gemakkelijk.
Het is duidelijk dat er nogal wat kansen op de totaaloverwinning zijn weggegeven. Maar toch:…logisch is ook dat sommige spelers nog aan de nieuwe omgeving moeten wennen. Er blijft ruimte voor optimisme!


Kennemer Combinatie 31918-Moerkapelle19294-4

1.

Aad de Bruijn1980-Hugo van Elteren1981½-½

2.

Frans Arp2020-Dick Bac19820-1

3.

Ronald Keizer1963-Jesse van Elteren20411-0

4.

Gerard Snijders1936-Gerard van Ommeren20111-0

5.

Max Kerkvliet1884-Wouter Vroegindeweij19510-1

6.

Hicham Boulahfa1875-Maarten Vroegindeweij19070-1

7.

Tim Roosink1858-Arno Luinenburg1888½-½

8.

Wouter Roggeveen1832-Kevin Bakker16681-0