Pech of tijd voor puzzle rush training? Ronde 4: De Waagtoren 3 – Het Spaarne K1: 3-5

Na een goed begin in de 4e klasse KNSB, begint Het Spaarne een beetje spaak te lopen. De oorzaak is vooralsnog onduidelijk. Ontbreekt de vorm, heeft het geluk een dipje, of is het juist een combinatie hiervan?

Afgelopen week (20 november) is op chess.com een nieuwe spelvariant toegevoegd, genaamd `puzzle rush‘. Het spel bestaat uit het oplossen van zoveel mogelijk schaakopgaven in 5 minuten, waarbij elke opgave steeds moeilijker wordt. Het spel eindigt dus na 5 minuten, of eerder als je 3 fouten hebt gemaakt. Hetzelfde principe als bij de sport honkbal, waarbij je na 3 slagen uit bent. Hieronder staat een typische puzzle rush opgave:

Verschillende schaakgrootmeesters hebben zich ondertussen aan het spel gewaagd, waaronder de Amerikaanse grootmeester Hikaru Nakamura, de Nederlandse grootmeester Jorden van Foreest en de Canadese grootmeesters Eric Hansen en Aman Hambleton (Chessbrahs). De combinatie van tactiek, tijdsdruk, laagdrempeligheid en ranglijst maakt het zeer verslavend. Nakamura heeft bijvoorbeeld urenlang puzzle rush gespeeld op zijn stream, om uiteindelijk tot een topscore van 55 te komen.

Gelukkig is het voor een gratis lidmaatschap slechts mogelijk om puzzle rush een paar keer per dag te spelen. Maar het zien worstelen van grootmeesters op een stream, laat zien dat zij ook slechts mensen zijn, met Hikaru Nakamura een indrukwekkende buitencategorie.

De oplettende lezer vraagt zich nu waarschijnlijk af: wat heeft puzzle rush te maken met de externe schaakwedstrijd van Het Spaarne? Het zit zo, dat ik in mijn voorbereiding op deze wedstrijd tegen De Waagtoren 3, ben aangestoken door de puzzle rush hype. Na het bekijken van talloze streams van onder andere Nakamura en de Chessbrahs, heb ik geprobeerd om de topscore (26) van Aad te verbreken. Uiteindelijk strandde ik, na een beperkt aantal (gratis) pogingen, op 25 puzzels, net 1 opgave onder Aad.

Deze training/escapade heeft mij uiteindelijk de wedstrijd gekost, want door nog een paar (laatste) potjes puzzle rush te spelen, miste ik mijn laatst mogelijke trein van 11:50 uur. Waardoor ik pas rond 12:30 uur op Haarlem Centraal kon arriveren. Geen probleem als je om 13:00 uur moet spelen in Haarlem toch? Helaas speelden we deze ronde uit. Waar precies? Helemaal in Alkmaar. Het verzamelen om 12:00 uur was dus onmogelijk voor mij geworden.

Na telefonisch overleg met Paul, besloot ik om direct door te reizen met het openbaar vervoer, zodat de overige teamleden op tijd achter hun bord plaats konden nemen. Halverwege de treinreis gaf Paul aan dat hij graag zelf wilde spelen. Vandaar dat ik het schrijven van dit verslag op mij heb genomen. Sorry Paul voor het te bont maken!

Na een verkeerde afslag en vertraging op het waterkoude Amsterdam Sloterdijk, arriveerde ik uiteindelijk rond 13:45 uur op het Grand Café ’t Gulden Vlies, waar een lieftallige bardame mij de weg uitlegde naar de speelzaal. De speelzaal was hutjemutje vol, doordat 4 teams van De Waagtoren thuis speelden. Hierdoor heb ik de partij van Colleen tegen Paul Toepoel op bord 1 helaas niet zo goed kunnen volgen. Het nalopen van de overige borden geeft de volgende inventarisatie.

Op bord 2 speelt Leo tegen Klaas Jan Koedijk. Er ontstaat een ongewone Siciliaanse structuur met f3 en c3 voor Klaas Jan en een achtergebleven d-pion op d7 voor Leo. Het bord ernaast speelt Aad tegen Rob Freer. De pionnen van Aad op de damevleugel zijn verdampt na een vleugelgambiet, met als compensatie een licht ruimtevoordeel in het centrum en actief stukkenspel. Maar is het voldoende compensatie voor 1 pion? Aad probeert via Dg4 wat zwaktes uit te lokken op de koningsvleugel, maar zwart verdedigt de g7-pion koelbloedig met Kf7. De witte lopers van Aad schijnen door de stelling, maar de zwarte paarden op c6 en f5 houden de stelling bij elkaar. Aad gaat in de denktank. Hoe schakel je deze verdediging uit?

Frans speelt op bord 4 tegen David Baanstra. Er ontstaat een mobiel centrum, waarbij de koning van Frans nog gevaarlijk in het midden staat. Als compensatie heeft hij het loperpaar, maar de zwartveldige loper is zo opgesloten, dat die moeilijk kan deelnemen aan het spel. Op bord 5 heeft Frank de pionnenstructuur van Bert Buitink aangetast (geïsoleerde dubbelpion op de f-lijn), maar Bert heeft hiervoor wel compensatie gekregen in de vorm van een half-open g-lijn. Daarnaast voorkomt de tegenstander van Frank ook de breekzet c4 met b5, waardoor het creëren van tegenspel lastiger wordt.

Sander heeft op bord 6 een iets slechtere pionnenstructuur (3 eilanden) tegen Wim Nieland, maar lijkt met controle van stukken in het centrum voldoende compensatie te hebben. Hoe komt zwart nu verder? Misschien kan zwart de half-open b-lijn gebruiken, om druk te zetten op de witte b-pion?

Het lukt Wim uiteindelijk om de activiteit van Sander in het centrum te neutraliseren.

Van de stelling op bord 8 van Fer tegen Alex Albrecht begreep ik vrij weinig. Na een tegengambiet behaalt Alex met wit een pion op e5, tegenover de pion van Fer (zwart) op d4. De zwarte d-pion lijkt zwak, maar volgens Fer is de d-pion juist vaak erg sterk. Tja, je moet er iets van af weten, voordat je een door Morozevich gespeelde variant durft te spelen.

Als laatste speelt Paul op bord 7 tegen Ruud Nieuwenhuis. Paul heeft met een pion op e5 een licht ruimtevoordeel. De vraag is of Ruud deze (voldoende) kan ondermijnen, bijvoorbeeld via d6.

Dat probeert Ruud inderdaad, met als gevolg een achtergebleven d-pion. Hoe zet Paul hier druk op?

Ondertussen heeft de tegenstander van Fer een sterk paard op e4 gekregen. Fer dreigt hierdoor in de problemen te belanden. Een goed moment voor mij om even aan de spanning te ontsnappen, en de stad in te gaan. Niet spelen is inderdaad best stom. Na een korte stop in een muziekwinkel voor een stemvork, keer ik weer terug in de speelzaal. Op dat moment geeft Fer net op. In de slotstelling verliest hij geforceerd een stuk via een dubbele aanval.

De tussenstand is nu ½-1½, want de partij van Paul is in remise geëindigd. Het volgende fragment komt uit deze partij, en heeft wat weg van een puzzle rush opgave:

Na 22.Pxd5 Lxd5 23.Dxc6 Lxc6 24.Lxc6 Tad8 ontstaat de volgende stelling:

Hoe gaat wit nu verder? Paul accepteerde in deze stelling remise, maar is dat ook terecht?

Hoe staat de rest? Sander staat iets minder in een loper+paard eindspel, doordat wit met een b- en c-pion tegenover een zwarte a-pion een vrijpion heeft.

Frank moet opboksen tegen een sterk paard op e4 en een binnengeslopen dame op b2. Het ziet er erg lastig uit. Aad heeft daarnaast wat progressie geboekt. Maar de stelling van zijn tegenstander is nog steeds erg solide. Het is niet duidelijk hoe Aad de stelling kan kraken.

Net als Frank, staat Frans ook erg moeilijk. Hij wordt via de koningsvleugel belegerd, terwijl de koning nog steeds in het midden staat. Na Lg5 is de lange rokade voor Frans erg moeilijk geworden. Leo staat gelukkig wat beter. In een toren+paard tegen toren+loper heeft hij (mogelijk) een klein plusje vanwege de structuur.

Tijdens de analyse van de partij van Fer, hebben Frank en Frans de handdoek in de ring gegooid. Frans is na de korte rokade soepel opgerold. De partij van Leo eindigt in remise. Dit maakt de tussenstand nu 1-4. Maximaal een gelijkspel dus.

Ondertussen is Sander aan het verdedigen tegen een verre b-pion op b7. Hoe moet hij de dreiging b8(D) tegenhouden na La7?

Sander wint de h-pion, en geeft vervolgens zijn loper op voor de gepromoveerde b-pion. Met zijn paard wint hij op de koningsvleugel een aantal pionnen terug. Meer dan remise lijkt er helaas niet in te zitten, met als gevolg een tussenstand van 1½-4½…

De stelling van Aad is vereenvoudigd naar een gesloten stelling met D+T+L voor Aad tegenover D+T+P voor Rob Freer. De pionnen van zwart staan op de tegenovergestelde kleur van de loper. Dit maakt het lastig voor Aad om zijn loper een functie te geven. In tijdnood probeert Aad via Da6 de zwarte stelling binnen te komen. Hiermee wint hij een pion en wordt de tijdcontrole van 40 zetten behaald. Meer lijkt niet haalbaar, het paard op g7 is een goede verdediger van de basispion op e6.

De tegenstander van Aad zoekt ondertussen tegenspel via de h-lijn. Aad gaat weer in de denktank. Een koningsaanval via de breekzet f5 lijkt teveel te vragen van de stelling. Dus kiest Aad uiteindelijk om de toren op g2 te verdedigen via Df1. Er volgt een afruil van zware stukken, waarna het eindspel zwakke loper tegen sterk paard ontstaat, ruime compensatie voor een pion. Het lukt Rob Freer om de koning te activeren, en tegelijk het veld f5 vrij te maken voor het paard. Is dit eindspel wel remise te houden met wit? Zwart wint na Pxd4 de witte d-pion terug, en heeft nu een gedekte vrijpion! Aad ruilt de loper voor het paard. De tegendreiging van f5 neutraliseert de gedekte vrijpion, waarna het eindspel uitmondt in remise.

Colleen staat in een T+L eindspel met ongelijke lopers een pion voor. Het lukt haar om de zwarte koning af te houden met een toren op de 7e rij. Ze schuift de e- en f-pion langzaam naar voren, maar deze worden geblokkeerd door een loper op e5. Wat nu? Colleen activeert haar eigen koning, en loopt langzaam via de koningsvleugel naar de andere kant van het bord, op weg naar de zwakke pion van zwart op h6. De actieve koning creëert in combinatie met de toren en loper een matnet, waardoor de loper van zwart valt.

De eindstand is hierdoor net als de vorige wedstrijd 3-5. Een lichte teleurstelling, doordat De Waagtoren 3 beduidend zwakker was dan de vorige tegenstander (S.V. Botwinnik). Was het botte pech, of gewoon slechte vorm? De volgende wedstrijd zal het uitwijzen. Komende maand spelen we thuis tegen het sterke team De Amstel.

Loek

De Waagtoren 3 1834 Het Spaarne 1874 5 3
1. Paul Toepoel 1828 Colleen Otten 2073 0 1
2. Klaas Jan Koedijk 1751 Leo Littel 1831 ½ ½
3. Rob Freer 1865 Aad de Bruijn 1952 ½ ½
4. David Baanstra 1850 Frans Arp 1937 1 0
5. Bert Buitink 1869 Frank Taylor 1895 1 0
6. Wim Nieland 1869 Sander Schilthuizen 1881 ½ ½
7. Ruud Nieuwenhuis 1786 Paul Neering 1709 ½ ½
8. Alex Albrecht 1855 Fer Mesman 1715 1 0

Colleen Otten sleept het gelijke spel binnen Ronde 2: Het Spaarne K1 - Bergen K1: 4-4

Fer Mesman was deze keer afwezig (vakantie). Dus Frank Taylor, die de vorige match tegen Aartswoud miste, startte op bord 8, tegen een ratingloze speler genaamd Willem Meijer. Die moest direct opboksen tegen Franks geheime wapen, de orang-oetan. Dat viel niet mee, waardoor de beminnelijke man twee pionnen verloor en daardoor ook later de partij. Maar gedurende de match bracht de goede stand op bord 8 geen rust in het team. De teamcaptain – uw verslaggever! – had er vooraf alle vertrouwen in en gaf dat aan door zelf een officiële partij te spelen – next door – in het Kennemer Open!

In afwezigheid van de teamchef laten de Spaarnespelers hun brille op het schaakbord zien, dacht ik optimistisch. Het Spaarneteam is ervaren, wijs en sterk genoeg qua rating zou je denken. Een misrekening, want alras bleek dat onze jongste speler, Loek Veenendaal, op bord 3 met zwart tegen Jan Keijsper (1909) een tijdsachterstand had, die hij wel vaker verwerft, maar erger… hij stond een kwaliteit achter, weliswaar met compensatie, zei hij achteraf. Uw verslaggever zag die compensatie echter niet. Bij navraag was het studentenleven op de vrijdagavond dieper bij Loek ingetrokken dan wenselijk.

Alle borden om drie uur bekijkend: stand virtueel in evenwicht, maar uw verslaggever zag meer…

Op bord 7 Aad de Bruijn met een pion minder tegen Jacob de Boer (1879), op bord 6 onze held van de vorige match Frans Arp tegen Kees Kager (1806) in grote problemen. Dan nog Colleen Otten met zwart behoorlijk in de verdrukking, opboksend tegen ontwikkelingsachterstand, met de koning op f8 en een inactieve toren op h8 (eerste bord tegen Richard Frans (2017)), bepaald geen koekenbakker. Weliswaar stond Leo op bord 2 met wit heel behoorlijk, maar zijn tegenstander was Antonio Ballesteros (2128), al helemaal niet een schakende koekenbakker.

Sander Schilthuizen en Paul Ruber koesterden twee kleine plusjes. Wat zouden zij van hun stellingen kunnen maken? Paul Ruber kwam een pion voor in een eindspel van toren en paard. Wat moest ik als teamchef doen? Ik snelde terug naar mijn partij in de grote toernooizaal, bood remise aan, wat tot mijn opluchting werd geaccepteerd, en spoedde me weer terug naar het team. Een nekmassage voor Colleen Otten, peptalk voor Loek Veenendaal, bespreking remise-aanbod Aad de Bruijn, Frans Arp troosten over de nederlaag die in aantocht was, vertellen dat Paul Ruber in een deaddrawstelling tegen Dennis Mienis (1907) niet remise mocht maken én hem doen laten geloven dat er winstkansjes op de loer lagen. Echt overtuigend klonk ik niet!

Plus dat Sander Schilthuizen tegen Wim de Weerd (1838) zijn versnelde draak vuur moest laten spuwen om een dreigende teamnederlaag af te wenden… oefff… het valt niet mee om teamleider te zijn!

Jawel, hoe we het ook wendden of keerden: een kleine nederlaag zat eraan te komen. Hoe vaak hadden we vorig seizoen niet verloren met het kleinst mogelijke verschil? Zo’n nederlaag was drie weken geleden afgewend. Maar nu? De stellingen van Aad de Bruijn, Paul Ruber (op het eind nog heel spannend) en Sander Schilthuizen werden remise gegeven. Frank Taylor pakte, zoals eerder gezegd de volle winst, maar Loek Veenendaal en Frans Arp verloren terecht.

Leo Littel dan? Kwamen de grote kwaliteiten bij hem bovendrijven? Jawel, maar niet voldoende voor de winst. Alles bleef op zijn bord in evenwicht en Leo pakte tegen de Argentijn een verdiend halfje.

En dus nog één partij te gaan en nog wel op het eerste bord. Tussenstand 3-4 in het voordeel van Bergen. En stond Colleen, zoals eerder vermeld, niet met haar rug tegen de muur? Nee nee, niet meer… ze rechte haar rug, weerstond de druk, ontworstelde zich eraan en bereikte een eindspel van licht stuk en toren, waarin het witte paard op h4 was opgesloten. Ze verschafte zich met een slimmigheidje een gedekte vrijpion op b4, maar hoe nu verder? Het witte paard en de witte monarch wilden aandringen op de koningsvleugel, en als zij onvoorzichtig en prematuur de toren van f6 naar c6 zou verplaatsen, was het hek van de dam voor de witte pionnenmeerderheid, met pion f5 als luis in de pels. Alles of niets om de partij toch te winnen speelde Colleen, lichtelijk opportuun, de krachtigste zetten om vervolgens het punt binnen te slepen. Onder daverend applaus van de omstanders onderging Colleen de loftuitingen en ik had medelijden met Richard Frans. Schaken is hard, maar Het Spaarne ontsnapte met een gelijkspel!!

Paul Neering

Het Spaarne 1916 Bergen 1926 4 4
1. Colleen Otten 2057 Richard Frans 2017 1 0
2. Leo Littel 1853 Antonio Ballesteros 2128 ½ ½
3. Loek Veenendaal 1898 Jan Keijsper 1909 0 1
4. Paul Ruber 1981 Dennis Mienis 1907 ½ ½
5. Sander Schilthuizen 1867 Wim de Weerd 1839 ½ ½
6. Frans Arp 1864 Kees Kager 1806 0 1
7. Aad de Bruijn 1911 Jacob de Boer 1879 ½ ½
8. Frank Taylor 1895 Willem Meijer 1 0

Regenwolken lossen langzaam op Ronde 1: Aartswoud K1 - Het Spaarne K1: 4-4

Drie weken geleden (15 september), op bezoek in Hoogwoud. Altijd lastig om daar te spelen tegen schaakvereniging Aartswoud, om onverklaarbare redenen, want het dorpje ligt rustiek in het Noordhollandse landschap. Het café is gemoedelijk, de speellocatie perfect en de sfeer aangenaam. Toch, als wij van Het Spaarne komen spelen, trekken donkere wolken zich samen. Precies boven Hoogwoud, zo rond 16:00 uur. Althans voor de Spaarnespelers die hun gelijke of betere stellingen proberen om te zetten in kostbare punten. De laatste jaren gingen de wedstrijden allemaal verloren. Ofschoon keer op keer het er op leek dat Het Spaarne met de volle buit zou terugkeren naar Haarlem. Maar na het uitbarsten van de donderwolken spoelden de punten aan bij de Aartswoutse kant van de speeltafels.

Dus, deze keer hadden we ons gewapend. Al reeds bij aankomst was de instelling strijdlustig, de temperatuur daalde als het ware een paar graden en we maakten ons breed. De ons gratis aangeboden koppen koffie, tijdens de eerste zetten, werden door ons nog wel geaccepteerd (we blijven tenslotte Hollanders) maar daarna verhardden onze gezichten. Gefocust op een goed resultaat!

In eerste instantie richtten wij ons op het eerste bord, onze steun en toeverlaat Colleen Otten die al menig belangrijk punt binnenbracht. Haar motivatie is belangrijk bij het begin van de partij en vaak af te lezen aan haar eerste zetten, en die waren 1.e3 gevolgd door 2. Pf3. Mmmm, dacht uw verslaggever (maar die speelt ook niet aan het eerste bord, sterker, helemaal niet in het 1e team). Colleens openingskeus had als doel tegenstander Marc Helder te dwingen tot positioneel spel. Marc, de topman van Aartswoud, was niet onder de indruk, maar wel verrast. Marc staat bekend als rekenwonder, aanvaller en tactisch zeer sterke speler. En hoewel Colleen een kleine individuele plusscore tegen hem heeft, gaf ze na de eerste zetten haar witte voordeel weg. In mijn ogen gebeurde er daarna niet veel, alhoewel Colleen aangaf dat er allerlei vileine grapjes in de stelling verweven zaten. Marc was zich hiervan blijkbaar bewust en de vrede werd snel getekend.

Onze nieuwe man in het eerste team, Paul Ruber, is een oude bekende in onze club. Door werkdrukte op eigen verzoek lange tijd niet opgenomen in de gelederen van het eerste team en lange tijd uitkomend op het eerste bord van het tweede team. Maar toen Paul met pensioen ging, zag hij het wel zitten om op de zaterdagmiddag een aangename partij schaak te spelen, uitgerust en wel. Absoluut een versterking in ons team en de verwachtingen waren hooggespannen: op bord 4 tegen Jean-Paul Ory (1943). Wel met zwart. Het werd een voorzichtige partij waarbij beide spelers geen risico’s namen. Ook hier was remise snel gemaakt. Dus: hoezo waren wij met het mes tussen de tanden afgereisd naar Hoogwoud? De vredespijp zat blijkbaar ook in onze broekzakken.

Wel was op de andere borden de vlam in de pan geslagen. Te beginnen met tovenaar Arp op bord 6, met zwart tegen Yvo Veenis (1871). Na de opening (geen idee welke) stond Frans beter. Meer ruimte, aantoonbare zwakte gecreëerd in de witte verdedigingslinie. Maar het moment naderde dat Frans materiaal moest gaan offeren om de witte verdediging uit elkaar te slaan. Een dubbel pionoffer was voldoende. Daaruit ontstond een voor Frans gunstige materiaalverhouding: dame tegen toren en paard. Vervelend was wel dat wit een vesting kon opbouwen die onneembaar was voor de dame van Frans. Frans vroeg aan de teamleiding of het remise mocht worden, maar uw teamchef voelde, strijdlustig als hij immer is ingesteld, plotseling weer het mes tussen zijn tanden zitten. Nee, was het antwoord, modder nog maar wat door, Frans!

Als de witte koning in het centrum was gebleven was remise onvermijdelijk geweest, maar de witspeler permitteerde zich een koningswandel achter zijn grachtengordel, en een gezocht verborgen bruggetje bracht verlichting voor het Spaarnekamp. Frans kwam binnen, ten koste van een belangrijke pion, waardoor de verdediging instortte, het Spaarne op voorsprong!

Spannend was het ook bij Loek Veenendaal op bord 3. Met wit tegen Jeroen Bakker (1971). De opening was een Spanjaard waarin Jeroen een oude Berlijnse variant uitprobeerde. Lange tijd stond Loek een tikkeltje beter, maar het begeerde punt kwam niet in beeld en dus remise.

Bij Aad de Bruijn tegen Rowan Louter (1691) gebeurde veel opzienbarends. Aad bracht met energiek spel zijn witte stukken richting de zwarte koning. Zag er indrukwekkend uit, duidelijk was dat wit het initiatief had. Zwart gebruikte veel tijd en bracht zijn zwarte paard van b8 met veel sprongen over naar veld g8 waar het de verdediging voldoende steun gaf. Aad hinkte op twee gedachten, koningsaanval, of de b-lijn openen. Toen Aad besloot de koningsaanval door te zetten had hij al teveel zetten geïnvesteerd in de optie “b-lijn open”, waardoor de partij kantelde. Rowan kreeg kansen en had deze moeten benutten maar achter het bord was het te moeilijk. Hij bood remise aan wat door Aad wijselijk werd aanvaard.

De vier zat in de klok en de donderwolken lieten ditmaal langer op zich wachten, of toch niet? We konden nog steeds bogen op een voorsprong. Achtstebordspeler Fer Mesman speelde met zwart tegen een verrassend sterke Toine Molenaar (1801). In een Caro-Kann kreeg Fer, die de lange rokade speelde, de getrapte variant (eigen woordkeuze voor wie gaat zoeken) – c3, c4 – tegen zich. De hele partij moest Fer op zoek naar zetten om de strijd gaande te houden. En uw teamleider zag dat die dekselse Molenaar telkens nieuwe dreigingen afvuurde op onze Spaarnespeler. Geen houden meer aan en een verdiende overwinning voor Molenaar. Direct na afloop deed uw teamleider, opportunist als ik ben, een transferaanbod. Maar Toine weigerde.

Stand weer gelijk, om gek van te worden.

Gelukkig, geheel rustig achter het bord, een rots in de branding: Sander Schilthuizen met wit. Tegenstander Pascal Zijlstra (1824) had hem twee seizoenen terug na zes uur spelen pardoes mat gezet midden op het bord. Dat was verleden tijd, maar niet vergeten. Na een interessante opening, met een dubieus Benko-achtig pionoffer van Sanders kant (niet geaccepteerd) ontstond een stelling met hangende pionnen op de damevleugel, waar een oordeel moeilijk over te vellen was, kwam er toch een klein voordeeltje voor wit op het bord. Sander moest op dit moment een plan verzinnen om het voordeel vast te houden. Tegenstander Zijlstra snoepte pardoes een pion in passieve stand. Aan San de taak het surplus aan actieve stukken en het bezit van een open a-lijn te verzilveren. De meningen over de methodiek, de ontstane kansen en de nauwkeurigheid waren verdeeld. Juist toen San concludeerde dat er niet meer in zat dan zetherhaling, en de zwartspeler in tijdnood was geraakt, beging Pascal een blunder met stukverlies als resultaat. Het resterende eindspel was niet al te moeilijk meer. Punt binnen voor Het Spaarne en de leiding gepakt: 3-4!

Dan bleef bord 2 over. Leo Littel vs. Wilko van der Gracht (2002). Hier ging het dan gebeuren. Lag winst in het verschiet? Een halfje was voldoende. Na vijf uur spelen waren er slechts een paar pionnen en een stuk geruild. Zeker: Leo had een hangende pion op d6 en wat minder ruimte maar daarentegen toch ruimte genoeg om d6 te verdedigen. D6, dat was het sleutelveld. Wilko schoof traag met zijn stukken, beetje naar links, beetje naar rechts. Veel gebeurde er niet, alles draaide om die zwakte op d6. Leo schoof met zijn dame en toren, gevaarlijk, omdat ie dan de dekking losliet, jawel van d6.

Dat had hij niet moeten doen. Wilko kwam binnen zonder kloppen en won. Eindstand: 4-4. Terecht misschien, en zonder het donderwolkenscenario dat Het Spaarne de afgelopen jaren fataal werd. Sympathieke tegenstanders, sympathieke speelplek. See you next year! Perhaps. Als Het Spaarne noch Aartswoud degradeert of promoveert.

Schaakgroet, Paul Neering

Aartswoud 1907 Het Spaarne 1896 4 4
1. Marc Helder 2149 Colleen Otten 2057 ½ ½
2. Wilko van der Gracht 2002 Leo Littel 1853 1 0
3. Jeroen Bakker 1971 Loek Veenendaal 1898 ½ ½
4. Jean-Paul Ory 1943 Paul Ruber 1981 ½ ½
5. Pascal Zijlstra 1824 Sander Schilthuizen 1867 0 1
6. Yvo Veenis 1871 Frans Arp 1864 0 1
7. Rowan Louter 1691 Aad de Bruijn 1911 ½ ½
8. Toine Molenaar 1801 Fer Mesman 1740 1 0