Deel 2: De zon dreigt te gaan schijnen! Ronde 6: Santpoort 2 – Het Spaarne K1: 2½ - 5½

Wat later op de middag, komt er in Santpoort onverwacht een heerlijke meevaller. Op bord 1, want nadat in eerder stadium de zwartspeler een winst heeft gemist, heeft onze Colleen een matnet geweven. Pardoes is de partij ten einde en uw teamcaptain ziet nog net dat de twee spelers opstaan achterin het zaaltje. Ik informeer bij Colleen naar het resultaat, in de hoop toch een halfje te mogen innen. Gewonnen zegt Colleen, echter zonder een glimlach. Dus nog maar eens informeren, met als antwoord dat zwart het matje niet zag aankomen, met als resultaat een vol punt voor ’t Spaarne.

Niet lang daarna kreeg Paul Ruber een remiseaanbod, omdat Menno ondanks zijn betere stelling niet zag hoe hij verder progressie kon maken. Dankbaar incasseerde Paul het halfje, waardoor er een kleine voorsprong op het scorebord verscheen.

En nog een meevaller! Op bord 3 probeerde Loek met een pion meer een toreneindspel te winnen. Theoretisch was het remise, maar het was nog vroeg in de middag. Loek is een expert in toreneindspelen, tegenstander is jong met wellicht minder kennis van het eindspel, de moeite waard om het te proberen. Juist… wederom een gelukje dat Jelle zich verslikte en het volle punt moest inleveren. Niet getreurd, deze jongen groeit nog wel door naar boven de 2000. Maar de tussenstand is plotseling zeer rooskleurig!! Twee plus een remise.

Snel terug naar Aad op bord 7. De versplinterde zwarte stelling kostte Henk Swier een volle kwaliteit, maar vocht zich voorbeeldig terug door met de Dame op b2 te nemen, terwijl wit niet meer de moeite had genomen om te rokeren. Even mocht zwart hopen dat er genoeg tactische kansen waren gecreëerd, maar Aad had alles gezien en wikkelde af naar een totaal gewonnen eindspel, met groot materieel voordeel. Nu gaat het snel, 3.5 punt uit 4. En toen Sander er een halfje aan toevoegde was sowieso een gelijkspel binnen.

Op bord 8 speelde Fer lange tijd als een halfgod met al zijn offers, maar gaat het niet mat, dan pakken ze je die status zomaar weer af. De witspeler de Bock moest wel rennen met de koning naar de damevleugel, maar mat ging het niet. Fer pakte materiaal terug, met beide spelers in hoge tijdnood voor de eerste tijdcontrole. Na het optrekken van de kruitdampen, stond er een gunstig eindspel voor Fer op het bord met een kwaliteit meer. Moegestreden liet Fer de touwtjes wat vieren, door inplaats van scherp door te spelen nu te kiezen voor rustige zetten. Wit kwam terug door met een eenvoudige combinatie de kwaliteit terug te winnen en remise voor te stellen. Precies op tijd, want hierdoor was de winst binnen.

Nog twee partijen onderweg. Frank Taylor op bord 5 die zijn centrum overwicht had uitgebreid naar een duidelijk voordeel. In plaats van lijdzaam toe te zien, besloot zijn tegenstander de knuppel in het hoenderhok te gooien. Offerde in het toreneindspel twee pionnen in ruil voor activiteit. En kwam nog gevaarlijk in de buurt van een remise. Frank, de gehele middag als een sfinx zittend achterin het leslokaal, gaf geen krimp en uiterst geconcentreerd haalde hij het volle pond binnen.

En Leo, tsjaa… Leo was inderdaad in grote tijdnood gekomen. Merkwaardig genoeg wel een stuk voor gekomen, door een onachtzaamheid van de witspeler. Maar door de tijdnood 4 zetten later gewoon weer ingeleverd, door een loper te laten insluiten. Om vervolgens een verloren eindspel inderdaad te verliezen. Na afloop een ontroostbare Leo, die vooral moeite had met bord nummer 2 (?!) Dat bord, daar wil ik niet meer op spelen aldus Leo. Brenger van `bad luck’.

Op naar de 8e ronde, thuis tegen KC 4 op zaterdag 16 maart!!!

Paul Neering

Santpoort 2 1792 Het Spaarne 1883
1. Jan Burggraaf 1957 Colleen Otten 2024 0 1
2. Mick Mulder 1738 Leo Littel 1802 1 0
3. Jelle van den Broek 1727 Loek Veenendaal 1918 0 1
4. Menno Schaefer 1793 Paul Ruber 1973 ½ ½
5. Douwe van Rees 1867 Frank Taylor 1883 0 1
6. Stefan Fokkink 1862 Sander Schilthuizen 1881 ½ ½
7. Henk Swier 1725 Aad de Bruijn 1891 0 1
8. Gijsbert de Bock 1663 Fer Mesman 1689 ½ ½

Deel 1: Het valt niet mee Teamcaptain te zijn Ronde 6: Santpoort 2 – Het Spaarne K1

Zaterdag, alweer ruim een week geleden, een gemoedelijke ontmoeting tussen schaakverenigingen Santpoort en ’t Spaarne. Gemoedelijk omdat uw verslaggever, tevens non-playing teamcaptain, weinig merkte van enige spanning aan beide kanten. Terwijl het toch een belangrijk duel betrof, vanwege de dure matchpunten die aan het eind van de middag op de overwinnaar lagen te wachten. Beide teams in de staart van de competitie van de 4e klasse KNSB, wat vroeger de promotieklasse heette te zijn van de NHSB.

’t Spaarne heeft het traditioneel moeilijk op dit niveau, maar weet zich telkens, met vlieg en kunstwerk, zich weer te handhaven met een team dat in de jaren weinig is veranderd. Wil het Spaarne 1 zich wederom verzekeren om volgend jaar in deze klasse te blijven spelen, was winst de enige uitkomst. Maar zoals gezegd, eerder timide dan getergd zette de Spaarne spelers zich achter het bord. Maar uw verslaggever had zich deerlijk vergist in de strijdlust van zijn/haar clubgenoten. Sommigen van ons vlogen erin met een enthousiasme, die bij mij de schrik om het hart sloeg.

Het mooiste voorbeeld was onze 8e bordspeler Fer Mesman, die in de opening van het Scandinavisch 3 pionnen (met zwart!) ertegenaan gooide, waar menigeen niet direct de compensatie van zag. Ook ik behoorde tot dat groepje. Als onze schaakgoeroe Pieter Roggeveen, die ons terdege heeft voorbereid op deze clash, erbij had gestaan dan was nekpijn het gevolg geweest van het `nee’ schudden. Tegenstander Gijsbert de Bock stak veel tijd in om de pionnen aan te nemen en kreeg vervolgens ook nog eens een kwaliteitsoffer om de oren. Voor de neutrale kijker prachtig om naar te kijken, maar zuchten en steunen vanaf mijn kant, dus tijd om verder te kijken.

Omhoog natuurlijk naar bord 7, net op tijd om te zien hoe Aad de Bruijn de zwarte stelling opblies met een tijdelijk pionoffer op e6. Dit omdat de sympathieke zwarte speler Henk Swier met een paar paard zetten van Pf6 naar Pg4, de opgestoomde pion op e5 terug probeerde te nemen. Daarmee overtrad hij de wet om in de opening niet twee keer met hetzelfde stuk te spelen, en moest daarvoor de prijs betalen om door te spelen in een versplinterde zwarte stelling. In eerste instantie zag dit er goed uit voor Het Spaarne, maar nog een lange weg te gaan.

Op naar Sander Schilthuizen, die met zwart uitzicht leek te hebben op een geïsoleerd pionnetje op de a-lijn. Sander had er flink druk op, maar Stefan Fokkink was niet onder de indruk en bleek in staat het materiaall gelijk te houden. Weinig onbalans, over een uurtje terugkomen om wat meer tekening te zien.

Eigenlijk hetzelfde op bord 5, tussen onze man Frank Taylor (b4) en Douwe van Rees. Alleen met het verschil dat Frank een zichtbaar duurzaam voordeeltje had opgebouwd, door duidelijk het centrum voor zich te winnen. Allemaal nog niet doorslaggevend, maar potentie voor de komende vervolg!

Paul Ruber van het ’t Spaarne trof een uiterst gemotiveerde Menno Schaefer tegenover zich. Paul, met de zwarte stukken, speelde de Siciliaanse zet c5 naar aanleiding op e4, en kreeg het Alapin (c3) op het bord. Al snel speelde Paul zijn geliefde zwarte loper naar veld g7, om daar na een ruil op e5, weer veilig terug te keren. Echter… door middel van een pionoffer werd dat verhinderd, waardoor wit tijd kreeg om Lh6 te spelen. Omdat zwart nog niet de tijd had genomen/gehad om kort te rokeren, moest Paul genoegen nemen om door te spelen met de koning in het midden. Dat zag er, ondanks het gewogen pionnetje, niet goed uit. Maar ook hier de stelling afwachten , het is nog niet gespeeld.

Ook bij Loek Veenendaal tegen het jonge talent Jelle van den Broek weinig verschil in stelling op het bord. De jeugdige van den Broek had vorig seizoen Paul Ruber met wit verslagen, dus Loek was vooraf gewaarschuwd Jelle niet te onderschatten, ondanks de rating van 1727.

Zo omhoog schrijven komen we bij bord 2, waar Leo Littel Mick Mulder tegenover zich vond. Geen damegambiet, uiteindelijk wel een damegambiet. Het feit was dat Mick vanuit de opening steeds wat prettiger stond. Dat vond Leo ook en dus stak de zwartspeler zeeën van tijd in de stelling om een gelijke stand te bereiken. Het mocht lange tijd niet baten, want de witspeler dreigde constant af te wikkelen naar een eindspel, met een pion voorsprong. Tijdnood zou hier een belangrijke rol gaan spelen, dat was wel duidelijk voor uw verslaggever.

En dan naar bord 1, onze topvrouw Colleen Otten in gevecht met Jan Burggraaf. Colleen heeft goed geluisterd naar onze schaakcoach PR en probeerde de lessen in praktijk te brengen. Het niveau (ik schrijf dit niet graag) gaat het begrip van de teamcaptain te boven, maar duidelijk is dat vorm van de dag, om te presteren, een vereiste is. De met wit spelende Colleen stond alras een grote kwaliteit achter (gedwongen offer Dame voor Toren en Paard) en leek te worden weggespeeld.

Eigenlijk formeerde ik een virtuele tussenstand met een nul op het eerste bord. Met de lastige stellingen op bord 2 en 4 erbij, oeff dacht ik… Dit zou wel eens een zware middag kunnen worden!

Vierde winst voor Het Spaarne N1. Ronde 4: De Vennep N1 - Het Spaarne N1: 3-5

In de vierde ronde van de NHSB-competitie (klasse 2D) won Het Spaarne N1 gisteravond in Nieuw-Vennep voor de vierde keer en we gaan nu als koploper het nieuwe jaar in. Enkele kilometers verderop, in Hillegom, won echter ook concurrent De Uil N2. De Uil heeft maar één punt minder en zo lijkt het erop dat de beslissing om het kampioenschap (en promotie naar de eerste klasse) zal gaan vallen in de zesde ronde op 25 februari, als wij bij De Uil op bezoek gaan.

Hoewel het team van De Vennep geen topteam in onze klasse is, is een uitwedstrijd aldaar er altijd een met verhoogd risico. In de eerste plaats omdat de Vennepers aan de hogere borden nog wel eens uit de slof willen schieten en er aan de lagere borden vaak een paar blokken beton plaatsnemen, die bij iedere winstpoging de hele boel dichtschuiven tot je erachter komt dat meer dan remise niet te halen valt. Een groter gevaar ligt nog bij jezelf: op een regenachtige maandagavond in de herfst een flink stuk de polder in, er zijn nog wel eens spelers die plotseling wat anders te doen hebben zodat mindere reserves moeten worden opgeroepen die ook vaak pas na veel overreding daarvoor te porren zijn en eigenlijk ook wel weer niet te laat thuis willen zijn.

Dat laatste gevaar hadden we bij de start al getackeld: een op en top gemotiveerd basisteam nam om 20:00 uur plaats achter de borden, met een frisse blik in de ogen en niet van zins om zonder de punten weer naar Haarlem, Vijfhuizen, Leiden, Nijbroek of waar dan ook terug te keren.

Maar dan toch, al vroeg op de avond sneuvelt bord 1 en stuit bord 8 op zo’n betonblok, ½-1½ achter. Geen paniek, maar wat doet de rest? Twee van de topscorers (op de borden 6 en 7) doen opnieuw hun job en komen op 4 uit 4, wat een helden, hulde! Borden 3 en 4 nemen in overleg met de teamleider het remise-aanbod aan, wat hem (de teamleider) nog drie kwartier benauwd billenknijpen oplevert. Het lot is nu volledig in handen gelegd van bord 2, waarin het vertrouwen groot is, maar schaken kent zoveel valkuilen en hij wil ook op 4 uit 4 komen, een veilige remise is geen optie. Bord 5 speelt ook nog, pion achter met verder alleen veel pionnen en lichte stukken op het bord, remise-achtig maar geen garantie.

Rond half twaalf lopen de winstpogingen van de tegenstander van bord 5 dan toch uit op zetherhaling, zodat in elk geval de vier bordpunten binnen zijn. Op 2 staan we inmiddels een kwaliteit voor en de teamoverwinning kan ons dus niet meer ontgaan. We genieten nog even ervan hoe onze jonge held bekwaam ook zijn 4 uit 4 binnenhaalt en keren dan tevreden huiswaarts. Tsja, maandag is geen dag voor feestgedruis. Klus geklaard, morgen weer werken.

Volgende klus: 31 januari, Hoofddorp thuis. Makkie? Pas maar op!

 

03-12-2018 De Vennep N1  – S.V. Het Spaarne N1 3 – 5
1 7590418 Harrald Hoegen Dijkhof  1749  – 6625839 Aad de Bruijn  1911 1-0
2 8125172 André Duijvesteijn  1806  – 8190402 Loek Veenendaal  1898 0-1
3 6395422 Izaäc de Vries  1780  – 6225516 Frans Arp  1864 ½-½
4 8250539 Arie Meruma  1724  – 7281901 Rob de Haan  1767 ½-½
5 6187819 Sipco Schimmel  1711  – 7001335 Joost Jansen  1728 ½-½
6 8478019 Herman Lemkes  1655  – 8516805 Florin Omota  1710 0-1
7 8040967 Martin van Zaanen  1731  – 6286236 Paul Neering  1697 0-1
8 8277203 Martien van den Heuvel  1571  – 8138548 Pim Abbestee  1637 ½-½
 1715  1776

 

Pech of tijd voor puzzle rush training? Ronde 4: De Waagtoren 3 – Het Spaarne K1: 3-5

Na een goed begin in de 4e klasse KNSB, begint Het Spaarne een beetje spaak te lopen. De oorzaak is vooralsnog onduidelijk. Ontbreekt de vorm, heeft het geluk een dipje, of is het juist een combinatie hiervan?

Afgelopen week (20 november) is op chess.com een nieuwe spelvariant toegevoegd, genaamd `puzzle rush‘. Het spel bestaat uit het oplossen van zoveel mogelijk schaakopgaven in 5 minuten, waarbij elke opgave steeds moeilijker wordt. Het spel eindigt dus na 5 minuten, of eerder als je 3 fouten hebt gemaakt. Hetzelfde principe als bij de sport honkbal, waarbij je na 3 slagen uit bent. Hieronder staat een typische puzzle rush opgave:

Verschillende schaakgrootmeesters hebben zich ondertussen aan het spel gewaagd, waaronder de Amerikaanse grootmeester Hikaru Nakamura, de Nederlandse grootmeester Jorden van Foreest en de Canadese grootmeesters Eric Hansen en Aman Hambleton (Chessbrahs). De combinatie van tactiek, tijdsdruk, laagdrempeligheid en ranglijst maakt het zeer verslavend. Nakamura heeft bijvoorbeeld urenlang puzzle rush gespeeld op zijn stream, om uiteindelijk tot een topscore van 55 te komen.

Gelukkig is het voor een gratis lidmaatschap slechts mogelijk om puzzle rush een paar keer per dag te spelen. Maar het zien worstelen van grootmeesters op een stream, laat zien dat zij ook slechts mensen zijn, met Hikaru Nakamura een indrukwekkende buitencategorie.

De oplettende lezer vraagt zich nu waarschijnlijk af: wat heeft puzzle rush te maken met de externe schaakwedstrijd van Het Spaarne? Het zit zo, dat ik in mijn voorbereiding op deze wedstrijd tegen De Waagtoren 3, ben aangestoken door de puzzle rush hype. Na het bekijken van talloze streams van onder andere Nakamura en de Chessbrahs, heb ik geprobeerd om de topscore (26) van Aad te verbreken. Uiteindelijk strandde ik, na een beperkt aantal (gratis) pogingen, op 25 puzzels, net 1 opgave onder Aad.

Deze training/escapade heeft mij uiteindelijk de wedstrijd gekost, want door nog een paar (laatste) potjes puzzle rush te spelen, miste ik mijn laatst mogelijke trein van 11:50 uur. Waardoor ik pas rond 12:30 uur op Haarlem Centraal kon arriveren. Geen probleem als je om 13:00 uur moet spelen in Haarlem toch? Helaas speelden we deze ronde uit. Waar precies? Helemaal in Alkmaar. Het verzamelen om 12:00 uur was dus onmogelijk voor mij geworden.

Na telefonisch overleg met Paul, besloot ik om direct door te reizen met het openbaar vervoer, zodat de overige teamleden op tijd achter hun bord plaats konden nemen. Halverwege de treinreis gaf Paul aan dat hij graag zelf wilde spelen. Vandaar dat ik het schrijven van dit verslag op mij heb genomen. Sorry Paul voor het te bont maken!

Na een verkeerde afslag en vertraging op het waterkoude Amsterdam Sloterdijk, arriveerde ik uiteindelijk rond 13:45 uur op het Grand Café ’t Gulden Vlies, waar een lieftallige bardame mij de weg uitlegde naar de speelzaal. De speelzaal was hutjemutje vol, doordat 4 teams van De Waagtoren thuis speelden. Hierdoor heb ik de partij van Colleen tegen Paul Toepoel op bord 1 helaas niet zo goed kunnen volgen. Het nalopen van de overige borden geeft de volgende inventarisatie.

Op bord 2 speelt Leo tegen Klaas Jan Koedijk. Er ontstaat een ongewone Siciliaanse structuur met f3 en c3 voor Klaas Jan en een achtergebleven d-pion op d7 voor Leo. Het bord ernaast speelt Aad tegen Rob Freer. De pionnen van Aad op de damevleugel zijn verdampt na een vleugelgambiet, met als compensatie een licht ruimtevoordeel in het centrum en actief stukkenspel. Maar is het voldoende compensatie voor 1 pion? Aad probeert via Dg4 wat zwaktes uit te lokken op de koningsvleugel, maar zwart verdedigt de g7-pion koelbloedig met Kf7. De witte lopers van Aad schijnen door de stelling, maar de zwarte paarden op c6 en f5 houden de stelling bij elkaar. Aad gaat in de denktank. Hoe schakel je deze verdediging uit?

Frans speelt op bord 4 tegen David Baanstra. Er ontstaat een mobiel centrum, waarbij de koning van Frans nog gevaarlijk in het midden staat. Als compensatie heeft hij het loperpaar, maar de zwartveldige loper is zo opgesloten, dat die moeilijk kan deelnemen aan het spel. Op bord 5 heeft Frank de pionnenstructuur van Bert Buitink aangetast (geïsoleerde dubbelpion op de f-lijn), maar Bert heeft hiervoor wel compensatie gekregen in de vorm van een half-open g-lijn. Daarnaast voorkomt de tegenstander van Frank ook de breekzet c4 met b5, waardoor het creëren van tegenspel lastiger wordt.

Sander heeft op bord 6 een iets slechtere pionnenstructuur (3 eilanden) tegen Wim Nieland, maar lijkt met controle van stukken in het centrum voldoende compensatie te hebben. Hoe komt zwart nu verder? Misschien kan zwart de half-open b-lijn gebruiken, om druk te zetten op de witte b-pion?

Het lukt Wim uiteindelijk om de activiteit van Sander in het centrum te neutraliseren.

Van de stelling op bord 8 van Fer tegen Alex Albrecht begreep ik vrij weinig. Na een tegengambiet behaalt Alex met wit een pion op e5, tegenover de pion van Fer (zwart) op d4. De zwarte d-pion lijkt zwak, maar volgens Fer is de d-pion juist vaak erg sterk. Tja, je moet er iets van af weten, voordat je een door Morozevich gespeelde variant durft te spelen.

Als laatste speelt Paul op bord 7 tegen Ruud Nieuwenhuis. Paul heeft met een pion op e5 een licht ruimtevoordeel. De vraag is of Ruud deze (voldoende) kan ondermijnen, bijvoorbeeld via d6.

Dat probeert Ruud inderdaad, met als gevolg een achtergebleven d-pion. Hoe zet Paul hier druk op?

Ondertussen heeft de tegenstander van Fer een sterk paard op e4 gekregen. Fer dreigt hierdoor in de problemen te belanden. Een goed moment voor mij om even aan de spanning te ontsnappen, en de stad in te gaan. Niet spelen is inderdaad best stom. Na een korte stop in een muziekwinkel voor een stemvork, keer ik weer terug in de speelzaal. Op dat moment geeft Fer net op. In de slotstelling verliest hij geforceerd een stuk via een dubbele aanval.

De tussenstand is nu ½-1½, want de partij van Paul is in remise geëindigd. Het volgende fragment komt uit deze partij, en heeft wat weg van een puzzle rush opgave:

Na 22.Pxd5 Lxd5 23.Dxc6 Lxc6 24.Lxc6 Tad8 ontstaat de volgende stelling:

Hoe gaat wit nu verder? Paul accepteerde in deze stelling remise, maar is dat ook terecht?

Hoe staat de rest? Sander staat iets minder in een loper+paard eindspel, doordat wit met een b- en c-pion tegenover een zwarte a-pion een vrijpion heeft.

Frank moet opboksen tegen een sterk paard op e4 en een binnengeslopen dame op b2. Het ziet er erg lastig uit. Aad heeft daarnaast wat progressie geboekt. Maar de stelling van zijn tegenstander is nog steeds erg solide. Het is niet duidelijk hoe Aad de stelling kan kraken.

Net als Frank, staat Frans ook erg moeilijk. Hij wordt via de koningsvleugel belegerd, terwijl de koning nog steeds in het midden staat. Na Lg5 is de lange rokade voor Frans erg moeilijk geworden. Leo staat gelukkig wat beter. In een toren+paard tegen toren+loper heeft hij (mogelijk) een klein plusje vanwege de structuur.

Tijdens de analyse van de partij van Fer, hebben Frank en Frans de handdoek in de ring gegooid. Frans is na de korte rokade soepel opgerold. De partij van Leo eindigt in remise. Dit maakt de tussenstand nu 1-4. Maximaal een gelijkspel dus.

Ondertussen is Sander aan het verdedigen tegen een verre b-pion op b7. Hoe moet hij de dreiging b8(D) tegenhouden na La7?

Sander wint de h-pion, en geeft vervolgens zijn loper op voor de gepromoveerde b-pion. Met zijn paard wint hij op de koningsvleugel een aantal pionnen terug. Meer dan remise lijkt er helaas niet in te zitten, met als gevolg een tussenstand van 1½-4½…

De stelling van Aad is vereenvoudigd naar een gesloten stelling met D+T+L voor Aad tegenover D+T+P voor Rob Freer. De pionnen van zwart staan op de tegenovergestelde kleur van de loper. Dit maakt het lastig voor Aad om zijn loper een functie te geven. In tijdnood probeert Aad via Da6 de zwarte stelling binnen te komen. Hiermee wint hij een pion en wordt de tijdcontrole van 40 zetten behaald. Meer lijkt niet haalbaar, het paard op g7 is een goede verdediger van de basispion op e6.

De tegenstander van Aad zoekt ondertussen tegenspel via de h-lijn. Aad gaat weer in de denktank. Een koningsaanval via de breekzet f5 lijkt teveel te vragen van de stelling. Dus kiest Aad uiteindelijk om de toren op g2 te verdedigen via Df1. Er volgt een afruil van zware stukken, waarna het eindspel zwakke loper tegen sterk paard ontstaat, ruime compensatie voor een pion. Het lukt Rob Freer om de koning te activeren, en tegelijk het veld f5 vrij te maken voor het paard. Is dit eindspel wel remise te houden met wit? Zwart wint na Pxd4 de witte d-pion terug, en heeft nu een gedekte vrijpion! Aad ruilt de loper voor het paard. De tegendreiging van f5 neutraliseert de gedekte vrijpion, waarna het eindspel uitmondt in remise.

Colleen staat in een T+L eindspel met ongelijke lopers een pion voor. Het lukt haar om de zwarte koning af te houden met een toren op de 7e rij. Ze schuift de e- en f-pion langzaam naar voren, maar deze worden geblokkeerd door een loper op e5. Wat nu? Colleen activeert haar eigen koning, en loopt langzaam via de koningsvleugel naar de andere kant van het bord, op weg naar de zwakke pion van zwart op h6. De actieve koning creëert in combinatie met de toren en loper een matnet, waardoor de loper van zwart valt.

De eindstand is hierdoor net als de vorige wedstrijd 3-5. Een lichte teleurstelling, doordat De Waagtoren 3 beduidend zwakker was dan de vorige tegenstander (S.V. Botwinnik). Was het botte pech, of gewoon slechte vorm? De volgende wedstrijd zal het uitwijzen. Komende maand spelen we thuis tegen het sterke team De Amstel.

Loek

De Waagtoren 3 1834 Het Spaarne 1874 5 3
1. Paul Toepoel 1828 Colleen Otten 2073 0 1
2. Klaas Jan Koedijk 1751 Leo Littel 1831 ½ ½
3. Rob Freer 1865 Aad de Bruijn 1952 ½ ½
4. David Baanstra 1850 Frans Arp 1937 1 0
5. Bert Buitink 1869 Frank Taylor 1895 1 0
6. Wim Nieland 1869 Sander Schilthuizen 1881 ½ ½
7. Ruud Nieuwenhuis 1786 Paul Neering 1709 ½ ½
8. Alex Albrecht 1855 Fer Mesman 1715 1 0

Colleen Otten sleept het gelijke spel binnen Ronde 2: Het Spaarne K1 - Bergen K1: 4-4

Fer Mesman was deze keer afwezig (vakantie). Dus Frank Taylor, die de vorige match tegen Aartswoud miste, startte op bord 8, tegen een ratingloze speler genaamd Willem Meijer. Die moest direct opboksen tegen Franks geheime wapen, de orang-oetan. Dat viel niet mee, waardoor de beminnelijke man twee pionnen verloor en daardoor ook later de partij. Maar gedurende de match bracht de goede stand op bord 8 geen rust in het team. De teamcaptain – uw verslaggever! – had er vooraf alle vertrouwen in en gaf dat aan door zelf een officiële partij te spelen – next door – in het Kennemer Open!

In afwezigheid van de teamchef laten de Spaarnespelers hun brille op het schaakbord zien, dacht ik optimistisch. Het Spaarneteam is ervaren, wijs en sterk genoeg qua rating zou je denken. Een misrekening, want alras bleek dat onze jongste speler, Loek Veenendaal, op bord 3 met zwart tegen Jan Keijsper (1909) een tijdsachterstand had, die hij wel vaker verwerft, maar erger… hij stond een kwaliteit achter, weliswaar met compensatie, zei hij achteraf. Uw verslaggever zag die compensatie echter niet. Bij navraag was het studentenleven op de vrijdagavond dieper bij Loek ingetrokken dan wenselijk.

Alle borden om drie uur bekijkend: stand virtueel in evenwicht, maar uw verslaggever zag meer…

Op bord 7 Aad de Bruijn met een pion minder tegen Jacob de Boer (1879), op bord 6 onze held van de vorige match Frans Arp tegen Kees Kager (1806) in grote problemen. Dan nog Colleen Otten met zwart behoorlijk in de verdrukking, opboksend tegen ontwikkelingsachterstand, met de koning op f8 en een inactieve toren op h8 (eerste bord tegen Richard Frans (2017)), bepaald geen koekenbakker. Weliswaar stond Leo op bord 2 met wit heel behoorlijk, maar zijn tegenstander was Antonio Ballesteros (2128), al helemaal niet een schakende koekenbakker.

Sander Schilthuizen en Paul Ruber koesterden twee kleine plusjes. Wat zouden zij van hun stellingen kunnen maken? Paul Ruber kwam een pion voor in een eindspel van toren en paard. Wat moest ik als teamchef doen? Ik snelde terug naar mijn partij in de grote toernooizaal, bood remise aan, wat tot mijn opluchting werd geaccepteerd, en spoedde me weer terug naar het team. Een nekmassage voor Colleen Otten, peptalk voor Loek Veenendaal, bespreking remise-aanbod Aad de Bruijn, Frans Arp troosten over de nederlaag die in aantocht was, vertellen dat Paul Ruber in een deaddrawstelling tegen Dennis Mienis (1907) niet remise mocht maken én hem doen laten geloven dat er winstkansjes op de loer lagen. Echt overtuigend klonk ik niet!

Plus dat Sander Schilthuizen tegen Wim de Weerd (1838) zijn versnelde draak vuur moest laten spuwen om een dreigende teamnederlaag af te wenden… oefff… het valt niet mee om teamleider te zijn!

Jawel, hoe we het ook wendden of keerden: een kleine nederlaag zat eraan te komen. Hoe vaak hadden we vorig seizoen niet verloren met het kleinst mogelijke verschil? Zo’n nederlaag was drie weken geleden afgewend. Maar nu? De stellingen van Aad de Bruijn, Paul Ruber (op het eind nog heel spannend) en Sander Schilthuizen werden remise gegeven. Frank Taylor pakte, zoals eerder gezegd de volle winst, maar Loek Veenendaal en Frans Arp verloren terecht.

Leo Littel dan? Kwamen de grote kwaliteiten bij hem bovendrijven? Jawel, maar niet voldoende voor de winst. Alles bleef op zijn bord in evenwicht en Leo pakte tegen de Argentijn een verdiend halfje.

En dus nog één partij te gaan en nog wel op het eerste bord. Tussenstand 3-4 in het voordeel van Bergen. En stond Colleen, zoals eerder vermeld, niet met haar rug tegen de muur? Nee nee, niet meer… ze rechte haar rug, weerstond de druk, ontworstelde zich eraan en bereikte een eindspel van licht stuk en toren, waarin het witte paard op h4 was opgesloten. Ze verschafte zich met een slimmigheidje een gedekte vrijpion op b4, maar hoe nu verder? Het witte paard en de witte monarch wilden aandringen op de koningsvleugel, en als zij onvoorzichtig en prematuur de toren van f6 naar c6 zou verplaatsen, was het hek van de dam voor de witte pionnenmeerderheid, met pion f5 als luis in de pels. Alles of niets om de partij toch te winnen speelde Colleen, lichtelijk opportuun, de krachtigste zetten om vervolgens het punt binnen te slepen. Onder daverend applaus van de omstanders onderging Colleen de loftuitingen en ik had medelijden met Richard Frans. Schaken is hard, maar Het Spaarne ontsnapte met een gelijkspel!!

Paul Neering

Het Spaarne 1916 Bergen 1926 4 4
1. Colleen Otten 2057 Richard Frans 2017 1 0
2. Leo Littel 1853 Antonio Ballesteros 2128 ½ ½
3. Loek Veenendaal 1898 Jan Keijsper 1909 0 1
4. Paul Ruber 1981 Dennis Mienis 1907 ½ ½
5. Sander Schilthuizen 1867 Wim de Weerd 1839 ½ ½
6. Frans Arp 1864 Kees Kager 1806 0 1
7. Aad de Bruijn 1911 Jacob de Boer 1879 ½ ½
8. Frank Taylor 1895 Willem Meijer 1 0