Paard (x) e4, een mislukte opening en een Budapester Ronde 3: Het Spaarne K1 – Botwinnik 1: 3-5

Toen de middag naar zijn einde kroop, bood mijn tegenstander remise aan. Sympathieke vent. Het was een handig moment. Ik was verrast. Was hij blij met remise, of was het alleen maar, omdat zijn teamgenoten op het punt stonden partijen te winnen en met 2-6 de pleiterik zouden maken? Met 6 uit 3 aan de leiding in poule 4F!

Hij had La6xf1 gedaan en ik kon maar op één manier terugnemen: Kxf1. Het was een uur of vier en ik had nog twaalf minuten voor een zet of elf. Tegen mijn nieuwe gewoonte in om snel te spelen had ik veel tijd verbruikt om “zetten te zoeken” in een lastige stelling. Het was een stelling waarin ik als witspeler kon besluiten om de tegenstander hangende pionnen te bezorgen, maar anderzijds had zwart meer ruimte, mede door een “brutaal paard” op e4, ondersteund door pionnen op f5 en d5. Positioneel ziet dat er niet lekker uit, maar speel er maar eens tegen! Bovendien had ik 8 minuten tijdverlies opgelopen voor aanvang van de partij, omdat ik zonodig moest sporten. Uiteindelijk had ik dat paard – een halve middag tegenaan gekeken! – even voor het remise-aanbod van het bord geslagen (Pxe4), waardoor mijn tegenstander moest terugnemen met dxe4. Nemen met de andere pion (f5xe4) was geen optie, anders zou ik mijn op graniet bijtende loper op g2 hebben kunnen activeren naar h3, en dan zou er ook nog een paardje van f4 naar e6 hebben kunnen hoppen. Toekomstmuziek, nog lange niet, nog lange niet…..

Ik deed noodgedwongen een rondje langs de borden. Hoe stonden we er eigenlijk voor? Onze teamcaptain was zelf aan zet in een wedstrijd naast de onze, in het combiteam Heemstede – Spaarne.

Op bord 1 stond de beginstand op het bord, met een koning op e4. Blijkbaar had Colleen Otten verloren. We stonden dus met 1-0 achter. Laat op de middag liet Colleen zien wat er was gebeurd. 1 e4 e5 2 Lc4 Pf6 3 d4!? Tja, wat doe je daartegen? Uiteindelijk koos ze voor 3 ….Pxe4, verbruikte veel tijd voor haar eerste 10-15 zetten, en kwam de openingsproblemen eigenlijk niet te boven. Frustrerend!

In de twee minuten die ik erover deed om langs de borden te lopen, gehaast, gleed mijn blik een moment langs de stelling van Leo op bord 2 (in evenwicht, misschien met een lichte plus voor hem). Loek had een lekkere stelling, waarvan een engine zou zeggen: black is much better!Ik zag twee ver opgerukte zwarte pionnen op f- en e-lijn, wel een witte vrijpion op de h-lijn en witte torens eromheen. Maar wat deden die ertoe?

Ook Paul Ruber op bord 4 had een plus: loper en paard tegen een toren, ieder een toren ernaast. Nog wat pionnen op beide vleugels. Niet helemaal duidelijk, in ieder geval: slightly better!

Naast mijn bord zat Frank Taylor te zwoegen in een kansloos eindspel van ongelijke lopers, met een dame erbij. Zijn tegenstander had een vrije a-pion, ieder fgh-pion, en hield tegelijkertijd pion f7 in Franks kamp onder schot met Db7 en Lb3. Die pion was ook nog eens permanent gepend (Kg8). Kansloze missie voor Frank! Zoals hij na de partij zei: ik ben geen moment in de partij geweest. Dat is unlike Frank, en we mogen hopen dat hij een volgende keer weer die stabiele prijsvechter in zich laat bovenkomen die we de afgelopen seizoenen vaak hebben gezien.

Dan op bord 7: Aad de Bruijn. Had een goede stelling opgebouwd. Vlak na de opening bood hij zijn loper op f5 aan in een ruil met een wit paard op h4, maar de tegenstander versmaadde dat. Aad kreeg een mooi pionnencentrum (e5-d5) in ruil voor het dichtschuiven van wits koningsvleugel. Hij had zelf lang gerokeerd. Nu stond het ongeveer gelijk, of stond wit toch beter? Aad moest oppassen dat wit niet ooit een octopus op d6 zou krijgen. Ik zag zijn tegenstander monter Pe4 spelen (weer een peerd op e4, toeval?)

Tot slot Fer op bord 8. Er was een Budapester op het bord gekomen. Stelling in evenwicht schatte ik zo in en een kolfje naar zijn hand.

Terug bij mijn bord. Die 12 minuten die ik had waren er nu nog 10. Minder dan 10. Het tijdverlies irriteerde me. Nog een zet of elf te gaan. Ik had een lichte plus, omdat mijn tegenstander een geïsoleerde pion had en ik niet. Conclusie: 1-0 achter, en alleen Frank stond verloren. De stellingen van de overige teamleden stonden min of meer gelijk of beter (2x).

Afijn, ik nam het aanbod aan. Achteraf terecht. Het plusje was gebakken lucht. We bekeken de slotstand en het begin van de partij in de ruimte bij de bar. Biertje erbij.

Niet veel later bleek Frank de handdoek geworpen te hebben. Toen verscheen Loek opgetogen aan ons analysebord.

Gewonnen?

Ja, gewonnen.

Ik schudde hem de hand.

Daarna ging het toch mis. Fers partij werd remise (niet veel van gezien), maar Aad verloor (was er toch een wit paard zijn gelederen binnen gegaloppeerd?). Terug naar de speelzaal!

Daar ontstond enig rumoer toen de tegenstander van Leo remise claimde vanwege 3x dezelfde stelling. De partij werd nagespeeld onder toeziend oog van arbiter Joost Jansen. Inderdaad, 3x dezelfde stelling. De zwartspeler had die claim gemaakt op het moment dat die stelling voor de derde maal op het bord kon komen. Leo had zich vergist. Remise dus, – Leo baalde -, ofschoon de stelling slechts een klein plusje voor hem bevatte (slechte loper tegen “goed” paard) en daarmee kwam Botwinnik op een definitieve voorsprong: 4,5-2,5.

Alleen de partij van Paul Ruber was nog aan de gang. Hij had een ver opgerukte vrijpion op d7. De zwartspeler had een toren op d8 staan, en verder een gevaarlijke vrijpion op f3.

Daar stond weer tegenover dat Paul een pion naar a6 had doorgeschoven, lang geleden, vlak na de opening. Als hij nu Lxb6, ab6, a7 deed … Maar nee, dan had zwart in ieder geval eeuwig schaak met zijn andere toren: Tc1+ – Kf2 – Tc2+ – Kf1 – Tc1+. Weglopen naar h2 kon niet op straffe van pionpromotie (f3-f2). Uiteindelijk koos Paul voor een zetherhaling Ph5-f6+. Meer zat er niet meer in, vooral niet nadat hij rondom de veertigste zet zijn toren losjes naar d6 had laten glijden, en losliet, even de toren op d5 zette, – zijn tegenstander zag het – en toen gentlemanlike de toren toch maar op d6 terugzette. Td5 was misschien meer dan Td6 nog een zet geweest die winstkansen zou kunnen geven (voor even dacht hij een stuk te verliezen).

Derhalve: 3-5. Zonder van te voren al de handdoek geworpen te hebben, een nederlaag in deze klasse is toch ook een beetje ingecalculeerd.

Succesvolle eerste instructie-avond voor 60+-ers.

Voor 60-plussers die vroeger hebben leren schaken en weer eens even hun schaakgeheugen willen opfrissen zijn er op initiatief van Kennemer Combinatie en Sportsupport opfriscursussen gestart en met Het Spaarne leveren we graag onze bijdrage. Vanaf vanavond bieden we de komende 10 weken op donderdag tussen 19:00 en 20:00 uur voorafgaand aan onze clubavond gratis schaakles aan. De opkomst was vanavond met vier belangstellenden heel goed en we hopen dat er de komende weken nog meer verborgen schaaktalent aansluit. Jan, Tiny, Aad en Henk werden door onze explicateurs/entertainers Paul en Sander ingewijd in de geheimen van de opening, deden enthousiast mee en brachten zelf al termen als “tempoverlies” en “dubbele aanval” ter sprake. Volgende week zien we ze vast weer.